2022-09-26 | BWBR0045555 | Besluit inburgering 2021
This commit is contained in:
parent
0a2d14bc66
commit
000dcdb49f
1 changed files with 0 additions and 30 deletions
|
|
@ -517,21 +517,6 @@ d. het afleggen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, v
|
|||
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste tot en met vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2a
|
||||
|
||||
**1.** Artikel 6.2, eerste lid, is niet van toepassing op de persoon, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet, die rechtmatig verblijf verkrijgt als bedoeld in artikel 8, onderdeel e, van de Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Aan de persoon, bedoeld in het eerste lid, kan op aanvraag een lening van ten hoogste € 10.000 worden verstrekt ten behoeve van de kosten voor:
|
||||
|
||||
a. Het afleggen van de examenonderdelen mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet, op ten minste het niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen;
|
||||
b. Het afleggen van het examenonderdeel Kennis van de Nederlandse maatschappij, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van de wet;
|
||||
c. Het afleggen van het examenonderdeel Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit inburgering; of
|
||||
d. Het volgen van een alfabetiseringscursus, een inburgeringscursus, of een cursus Nederlands als tweede taal, ter voorbereiding van de examenonderdelen, genoemd in de onderdelen a tot en met c, bij een cursusinstelling die in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet of een keurmerk als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet;
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3
|
||||
|
||||
**1.** De inburgeringsplichtige, bedoeld in artikel 19, van de wet heeft, behoudens het bepaalde in artikel 20, tweede lid, van de wet, aanspraak op de lening gedurende de termijn, bedoeld in artikel 11 van de wet, gedurende de verlengde termijn bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet en gedurende de termijn, genoemd in de boetebeschikking, bedoeld in de artikelen 24, tweede lid, en 25, tweede lid, van de wet. Een persoon als bedoeld in artikel 6.1 heeft aanspraak op de lening gedurende drie jaar nadat hij rechtmatig verblijf verkrijgt.
|
||||
|
|
@ -1111,21 +1096,6 @@ Wijzigt het Besluit SUWI.
|
|||
|
||||
Het Besluit inburgering wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op degene op wie de Wet inburgering van toepassing was op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.1a
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 4.13, vierde lid, van het Besluit inburgering, wordt de schuld, bedoeld in dat artikel, door Onze Minister ambtshalve, geheel of gedeeltelijk kwijtgescholden volgens de bij regeling, krachtens artikel 4.13, eerste lid, van dat besluit, aangewezen gevallen.
|
||||
|
||||
**2.** In artikel 4.5, eerste lid, van het Besluit inburgering, wordt «over de maand oktober» gelezen als «over de maand september».
|
||||
|
||||
**3.** Bij de vaststelling van het termijnbedrag op grond van artikel 4.8 van het Besluit inburgering stelt Onze Minister de draagkracht van de debiteur ambtshalve vast overeenkomstig artikel 4.10 van het Besluit inburgering. Het termijnbedrag wordt in afwijking van artikel 4.7, tweede lid, van het Besluit inburgering lager vastgesteld indien het bedrag van de draagkracht lager is dan de hoogte van het maandelijkse termijnbedrag, bedoeld in dat artikel. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop de draagkracht van de debiteur wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het college kan desgevraagd, of uit eigen beweging, begeleiding aanbieden aan degene die:
|
||||
|
||||
a. inburgeringsplichtige is als bedoeld in artikel in artikel 4.1a, derde lid, van het Besluit inburgering, en inburgeringsplichtig is onder de Wet inburgering; en
|
||||
b. een bij ministeriële regeling te bepalen percentage van zijn lening, bedoeld in artikel 4.1a van het Besluit inburgering, heeft uitgeput.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2
|
||||
|
||||
**1.** Indien het bij koninklijke boodschap van 3 juni 2020 ingediende voorstel van wet houdende regels over inburgering in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 2021) (Kamerstukken 35 483) tot wet is of wordt verheven en die wet in werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue