diff --git a/amvb/besluit-studiefinanciering-2000/BWBR0011545/README.md b/amvb/besluit-studiefinanciering-2000/BWBR0011545/README.md index d0d769e17c0..b932a4204bd 100644 --- a/amvb/besluit-studiefinanciering-2000/BWBR0011545/README.md +++ b/amvb/besluit-studiefinanciering-2000/BWBR0011545/README.md @@ -116,7 +116,7 @@ Vervallen Aanspraak op aanvullende beurs als bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, van de wet, voor wat betreft de aanvullende lening die voortvloeit uit de veronderstelde ouderlijke bijdrage van de weigerachtige of onvindbare ouder, bestaat in ieder geval, indien: a. sprake is van een ernstig en structureel conflict tussen ouder en studerende, -b. de ouder uit het ouderlijk gezag is ontzet of ontheven, +b. het gezag van de ouder is beƫindigd, c. de studerende geen contact met de ouder heeft, d. sprake is van voor de studerende niet inbare alimentatie als bedoeld in titel 17 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, of e. gegevens over de verblijfplaats van de ouder niet kunnen worden achterhaald. @@ -138,7 +138,7 @@ b. een periode waarover geen aanvullende beurs is aangevraagd. ### Artikel 8 -Als bewijs dat de ouder uit het ouderlijk gezag is ontzet of ontheven, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, dient een afschrift van de beschikking van de rechtbank. +Als bewijs dat het gezag van de ouder is beƫindigd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, dient een afschrift van de beschikking van de rechtbank. ### Artikel 9