2003-01-01 | BWBR0003454 | Metroreglement
This commit is contained in:
parent
bab7cfd4d8
commit
0034314a08
1 changed files with 6 additions and 16 deletions
|
|
@ -88,27 +88,17 @@ c. de directie opdragen de op grond van die bevoegdheden getroffen maatregelen o
|
|||
|
||||
**2.** Elk station is voorzien van één of meer klokken die de juiste tijd aanwijzen; deze worden zolang de reizigersdienst duurt, behoorlijk verlicht.
|
||||
|
||||
**3.** De toegangen tot de stations alsmede de voor het publiek toegankelijke ruimten worden, zolang de reizigersdienst duurt, gedurende een periode van duisternis behoorlijk verlicht.
|
||||
**3.** Aan beide einden van een roltrap of rolpad is opvallend en voor ieder voldoende bereikbaar een inrichting aanwezig, waarmee de roltrap- of rolpadmachine tot stilstand kan worden gebracht. Nabij deze inrichting is het opschrift "Noodrem" aangebracht, alsmede een aanduiding dat misbruik strafbaar is.
|
||||
|
||||
**4.** Ook indien een roltrap of rolpad aanwezig is, heeft het publiek de beschikking over een vaste trap, onderscheidenlijk vast pad.
|
||||
**4.** De perrons liggen ten hoogste 7 cm lager of ten hoogste 3 cm hoger dan de rijtuigvloer ter plaatse van de voor reizigers toegankelijke deuren van de treinstellen. Indien aan een perroneinde een verticale boog in het perronspoor noodzakelijk is, mogen deze waarden over een lengte van ten hoogste 15 m vanaf het einde van het perron 10 cm onderscheidenlijk 6 cm bedragen.
|
||||
|
||||
**5.** Aan beide einden van een roltrap of rolpad is opvallend en voor ieder voldoende bereikbaar een inrichting aanwezig, waarmee de roltrap- of rolpadmachine tot stilstand kan worden gebracht. Nabij deze inrichting is het opschrift "Noodrem" aangebracht, alsmede een aanduiding dat misbruik strafbaar is.
|
||||
**5.** Indien horizontale bogen in perronsporen noodzakelijk zijn, bedraagt de boogstraal ten minste 400 m.
|
||||
|
||||
**6.** Ondergrondse stations zijn voorzien van een toereikende noodverlichting.
|
||||
**6.** De afstand tussen de perronrand en de rand van de vloer van het rijtuig of het treinstel ter plaatse van het midden van een voor reizigers toegankelijke deuropening is bij een boogstraal van 400 m ten hoogste 15 cm, bij bogen met grotere straal en op recht spoor dienovereenkomstig kleiner.
|
||||
|
||||
**7.** De voor het publiek toegankelijke ruimten, alsmede die waar personeel langdurig vertoeft, moeten ten minste 2,5 m hoog zijn.
|
||||
**7.** De Minister kan van het bepaalde in de voorafgaande leden in bijzondere gevallen afwijkingen toestaan.
|
||||
|
||||
**8.** De perrons liggen ten hoogste 7 cm lager of ten hoogste 3 cm hoger dan de rijtuigvloer ter plaatse van de voor reizigers toegankelijke deuren van de treinstellen. Indien aan een perroneinde een verticale boog in het perronspoor noodzakelijk is, mogen deze waarden over een lengte van ten hoogste 15 m vanaf het einde van het perron 10 cm onderscheidenlijk 6 cm bedragen.
|
||||
|
||||
**9.** Indien horizontale bogen in perronsporen noodzakelijk zijn, bedraagt de boogstraal ten minste 400 m.
|
||||
|
||||
**10.** De afstand tussen de perronrand en de rand van de vloer van het rijtuig of het treinstel ter plaatse van het midden van een voor reizigers toegankelijke deuropening is bij een boogstraal van 400 m ten hoogste 15 cm, bij bogen met grotere straal en op recht spoor dienovereenkomstig kleiner.
|
||||
|
||||
**11.** De stations zijn uitgerust met brandblusapparaten die voor het personeel gemakkelijk bereikbaar zijn.
|
||||
|
||||
**12.** De Minister kan van het bepaalde in de voorafgaande leden in bijzondere gevallen afwijkingen toestaan.
|
||||
|
||||
**13.** De Minister kan, de directie gehoord, nadere voorschriften geven omtrent de technische inrichting van de stations.
|
||||
**8.** De Minister kan, de directie gehoord, nadere voorschriften geven omtrent de technische inrichting van de stations.
|
||||
|
||||
### Afdeling II. Infrastructuur
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue