From 005573a08e8279e3660ee72de2774041fe8a8703 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jan 2002 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2002-01-01 | BWBR0007133 | Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid --- .../BWBR0007133/README.md | 50 ++++++++++--------- 1 file changed, 27 insertions(+), 23 deletions(-) diff --git a/amvb/bekostigingsbesluit-welzijnsbeleid/BWBR0007133/README.md b/amvb/bekostigingsbesluit-welzijnsbeleid/BWBR0007133/README.md index 0df08583ff3..1155f76e04a 100644 --- a/amvb/bekostigingsbesluit-welzijnsbeleid/BWBR0007133/README.md +++ b/amvb/bekostigingsbesluit-welzijnsbeleid/BWBR0007133/README.md @@ -22,8 +22,9 @@ c. project: een activiteit op het terrein van het welzijnsbeleid met een inciden d. instellingssubsidie: een subsidie aan een instelling in de kosten van haar structurele activiteiten of een gedeelte daarvan; e. projectsubsidie: een subsidie in de kosten van een project; f. beleidsplan: een plan als bedoeld in artikel 9; -g. welzijnsnota: de nota, bedoeld in artikel 8 van de wet ; -h. uitkering: een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 9 van de wet . +g. welzijnsnota: de nota, bedoeld in artikel 8 van de wet; +h. uitkering: een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 9 van de wet; +i. quotumvluchteling: een door de Nederlandse regering uitgenodigde vluchteling die met toepassing van artikel 15, eerste lid, van de Vreemdelingenwet als vluchteling is toegelaten; ### Artikel 1a @@ -109,9 +110,9 @@ Het beleidsplan geeft ten minste inzicht in: a. de beleidsvoornemens voor de betrokken periode; en b. de geschatte baten en lasten gedurende de betrokken periode. -Daarbij wordt uitgegaan van het prijspeil en het niveau van de kosten van de arbeidsvoorwaarden op het moment van indiening van de aanvraag. +Daarbij wordt uitgegaan van het prijspeil en het niveau van de kosten van de arbeidsvoorwaarden in het jaar van indiening van de aanvraag. -**3.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde aanvraagtermijn. +**3.** Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde aanvraagtermijn. ### Artikel 10 @@ -231,7 +232,7 @@ De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan Onze M **1.** De subsidieontvanger stelt na afloop van de periode of het project waarvoor subsidie is verleend een verslag vast dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Het verslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de in het beleidsplan, activiteitenplan, onderscheidenlijk projectplan, voorgenomen activiteiten. Tevens vermeldt het verslag op welke wijze is voldaan aan artikel 7, eerste lid, van de wet. -**2.** De ontvanger van een meerjarig instellingssubsidie verstrekt Onze Minister tussentijds financiële informatie door binnen 4 maanden na afloop van ieder jaar waarover subsidie is verleend, de jaarrekening in te dienen; de artikelen 33, vierde lid, 35 en 36 zijn van toepassing. +**2.** De ontvanger van een meerjarig instellingssubsidie verstrekt Onze Minister tussentijds financiële informatie door binnen dertien weken na afloop van ieder jaar waarover subsidie is verleend, de jaarrekening in te dienen; de artikelen 33, vierde lid, 35 en 36 zijn van toepassing. ### Artikel 25 @@ -357,7 +358,7 @@ Vervallen ### Artikel 40 -Uitkeringen aan provincies en gemeenten ten behoeve van het door hun besturen te voeren welzijnsbeleid worden door Onze Minister toegekend met inachtneming van de artikelen 41 tot en met 51. +Uitkeringen aan provincies en gemeenten ten behoeve van het door hun besturen te voeren welzijnsbeleid worden door Onze Minister toegekend met inachtneming van de artikelen 41 tot en met 51, dan wel, in geval van uitkeringen als bedoeld in artikel 52 onderscheidenlijk artikel 55*c* met inachtneming van de artikelen 47 tot en met 49 en 53 tot en met 55*b* onderscheidenlijk artikel 49 en 55*d*. ### Paragraaf 2. Het aanvragen van een uitkering @@ -407,19 +408,19 @@ Nadat een aanvraag voor een uitkering is ingediend, kan Onze Minister voorschott ### Artikel 47 -Gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders doen zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan Onze Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van een uitkering. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd. +De provincie of gemeente doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan Onze Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van een uitkering. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd. ### Artikel 48 -Binnen zes maanden na afloop van de periode waarvoor een uitkering is verstrekt, zenden gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders een schriftelijk verslag aan Onze Minister over de activiteiten waarvoor de uitkering is verstrekt. +Binnen zes maanden na afloop van de periode waarvoor een uitkering is verstrekt, zendt de provincie of gemeente een schriftelijk verslag aan Onze Minister over de activiteiten waarvoor de uitkering is verstrekt. ### Artikel 49 -**1.** Gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders verstrekken aan de door Onze Minister aangewezen ambtenaren of andere personen op diens verzoek alle bescheiden en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor een juiste vervulling van hun taak. De bescheiden worden op één adres getoond en de inlichtingen, op verzoek, schriftelijk verstrekt. Indien de provincie of gemeente slechts kan voldoen aan deze verplichting door inbreuk te maken op het recht van enig persoon op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, verstrekt de provincie of gemeente de verlangde gegevens op zodanige wijze dat deze niet tot personen herleidbaar zijn. +**1.** De provincie of gemeente verstrekt aan de door Onze Minister aangewezen ambtenaren of andere personen op diens verzoek alle bescheiden en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor een juiste vervulling van hun taak. De bescheiden worden op één adres getoond en de inlichtingen, op verzoek, schriftelijk verstrekt. Indien de provincie of gemeente slechts kan voldoen aan deze verplichting door inbreuk te maken op het recht van enig persoon op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, verstrekt de provincie of gemeente de verlangde gegevens op zodanige wijze dat deze niet tot personen herleidbaar zijn. **2.** Ook anderszins wordt zoveel mogelijk medewerking verleend teneinde de door Onze Minister aangewezen ambtenaren of andere personen in staat te stellen hun taak op een juiste wijze te vervullen. -**3.** Gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders werken mee aan door of namens Onze Minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht Onze Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de uitvoering van de landelijke functie. +**3.** De provincie of gemeente werkt mee aan door of namens Onze Minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht Onze Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de uitvoering van de landelijke functie. ### Artikel 49a @@ -429,21 +430,14 @@ Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de aan de ### Artikel 50 -**1.** Binnen tien maanden na afloop van het kalenderjaar waarvoor een uitkering is verstrekt of in geval van een meerjarige uitkering binnen tien maanden na afloop van het laatste kalenderjaar waarvoor de uitkering is verstrekt, leggen gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders een verantwoording over, waaruit blijkt of de activiteiten waarvoor de uitkering was bestemd, zijn uitgevoerd. +**1.** Binnen tien maanden na afloop van het kalenderjaar waarvoor een uitkering is verstrekt of in geval van een meerjarige uitkering binnen tien maanden na afloop van het laatste kalenderjaar waarvoor de uitkering is verstrekt, legt de provincie of gemeente een verantwoording over, waaruit blijkt of de activiteiten waarvoor de uitkering was bestemd, zijn uitgevoerd. **2.** Indien de uitkering bestaat uit een vergoeding van werkelijk gemaakte kosten blijkt uit de verantwoording tevens in hoeverre de verleende uitkering is besteed ten behoeve van het doel waarvoor zij was bestemd. -**3.** Indien de uitkering meer bedraagt dan € 125 000, is de verantwoording voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Onze Minister kan een protocol vaststellen voor de wijze waarop de verklaring wordt opgesteld. +**3.** Indien de uitkering meer bedraagt dan € 125 000, is de verantwoording voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. **4.** Indien de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens voldoende blijken uit de vastgestelde jaarrekening van de provincie of gemeente, kan worden volstaan met de toezending van die jaarrekening en de daarbij behorende verslagen. -### Artikel 50a - -In afwijking van artikel 48 en artikel 50, eerste en derde lid, kan bij ministeriële regeling voor daarbij aan te wijzen gemeenten en voor daarbij aan te wijzen uitkeringen in het belang van het grotestedenbeleid worden bepaald dat: - -a. de gemeente uiterlijk 15 juli van het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor een uitkering is verstrekt of in geval van een meerjarige uitkering uiterlijk 15 juli van het jaar na afloop van het laatste kalenderjaar waarvoor een uitkering is verstrekt, voor die uitkering de verantwoording als bedoeld in artikel 50, eerste lid, en een schriftelijk verslag als bedoeld in artikel 48 overlegt tezamen met de verantwoording over de andere daartoe aangewezen uitkeringen; -b. indien de som van de uitkeringen, bedoeld in onderdeel a, meer bedraagt dan € 125 000, de verantwoording is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Onze Minister kan een protocol vaststellen voor de wijze waarop de verklaring wordt opgesteld. - ### Artikel 51 Binnen zes maanden na ontvangst van een verantwoording als bedoeld in artikel 50, eerste of tweede lid, of de jaarrekening, bedoeld in artikel 50, vierde lid, geeft Onze Minister een beschikking tot vaststelling van de uitkering. De artikelen 4:46, 4:49, 4:52, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. @@ -478,11 +472,19 @@ Vervallen ### Artikel 55c -Vervallen +**1.** Onze Minister kan aan gemeenten uitkeringen verstrekken in de kosten van het binnen drie weken huisvesten van dertig of meer quotumvluchtelingen, die direct daaraan voorafgaand werden opgevangen in een door of vanwege het Rijk beheerde gemeenschappelijke woonvoorziening. + +**2.** De uitkering wordt aangevraagd binnen een maand na afloop van het kwartaal, waarin de quotumvluchtelingen zich in de gemeente hebben gehuisvest. + +**3.** Onze Minister geeft een beschikking op een aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. + +**4.** Indien de beslissing een toekenning van een uitkering inhoudt, wordt die uitkering betaald binnen vier weken na het geven van de beschikking. + +**5.** De artikelen 4:49, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 55d -Vervallen +Bij ministeriële regeling wordt de wijze van berekening van de uitkering, bedoeld in artikel 55c, bepaald. ## Hoofdstuk VII. Slotbepalingen @@ -500,11 +502,13 @@ De houder van een bejaardenpension die in 1994 van Onze Minister subsidie heeft ### Artikel 59 -Vervallen +De Hoofdstukken I en VI zijn niet van toepassing op uitkeringen die worden verstrekt op grond van een overeenkomst die de Minister van Justitie vóór 1 januari 1996 met een gemeente heeft gesloten inzake het bieden van opvang aan asielzoekers of houders van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf. ### Artikel 60 -Vervallen +**1.** Het Besluit subsidiëring en stimulering voorzieningen van maatschappelijk en sociaal-cultureel welzijn wordt ingetrokken. Voornoemd besluit blijft evenwel van toepassing op de op grond van dat besluit verleende subsidies en uitkeringen, met uitzondering van de subsidies en uitkeringen die uitsluitend betrekking hebben op een periode vanaf of na de inwerkingtreding van dit besluit. + +**2.** In afwijking van het eerste lid blijft het Besluit subsidiëring en stimulering voorzieningen van maatschappelijk en sociaal-cultureel welzijn van toepassing op uitkeringen voor het jaar 1995 ten behoeve van de stimulering van de totstandkoming van kinderopvangvoorzieningen, de stimulering van de totstandkoming van meldpunten of de stimulering van andere ondersteuningsactiviteiten ten behoeve van kinderopvang en op uitkeringen aan gemeenten voor het jaar 1995 ten behoeve van integratieprogramma's. ### Artikel 61