2017-01-01 | BWBR0025277 | Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand
This commit is contained in:
parent
3c74e22c9f
commit
0058efe738
1 changed files with 32 additions and 32 deletions
|
|
@ -31,38 +31,38 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
Onverminderd het bepaalde in artikel 2a, bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging in gevallen waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen:
|
||||
|
||||
a. € 196,–, indien het inkomen niet hoger is dan € 17.700,–per 1 januari 2016: € 18.400;
|
||||
b. € 360,–, indien het inkomen meer dan € 17.700,–per 1 januari 2016: € 18.400 en ten hoogste € 18.400,– per 1 januari 2016: € 19.100bedraagt;
|
||||
c. € 514,–, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2016: € 19.100 en ten hoogste € 19.400,– per 1 januari 2016: € 20.100bedraagt;
|
||||
d. € 669,–, indien het inkomen meer dan € 19.400,–per 1 januari 2016: € 20.100 en ten hoogste € 21.300,– per 1 januari 2016: € 22.000bedraagt; en
|
||||
e. € 823,–, indien het inkomen meer dan € 21.300,–per 1 januari 2016: € 22.000 en ten hoogste € 25.200,– per 1 januari 2016: € 26.000bedraagt.
|
||||
a. € 196,–, indien het inkomen niet hoger is dan € 17.700,–per 1 januari 2017: € 18.700;
|
||||
b. € 360,–, indien het inkomen meer dan € 17.700,–per 1 januari 2017: € 18.700 en ten hoogste € 18.400,– per 1 januari 2017: € 19.400bedraagt;
|
||||
c. € 514,–, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2017: € 19.400 en ten hoogste € 19.400,– per 1 januari 2017: € 20.400bedraagt;
|
||||
d. € 669,–, indien het inkomen meer dan € 19.400,–per 1 januari 2017: € 20.400 en ten hoogste € 21.300,– per 1 januari 2017: € 22.300bedraagt; en
|
||||
e. € 823,–, indien het inkomen meer dan € 21.300,–per 1 januari 2017: € € 22.300 en ten hoogste € 25.200,– per 1 januari 2017: € 26.400bedraagt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het bepaalde in artikel 2a, bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging in andere gevallen:
|
||||
|
||||
a. € 196,–, indien het inkomen niet hoger is dan € 24.800,–per 1 januari 2016: € 25.600;
|
||||
b. € 360,–, indien het inkomen meer dan € 24.800,–per 1 januari 2016: € 25.600 en ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2016: € 26.600 bedraagt;
|
||||
c. € 514,–, indien het inkomen meer dan € 25.700,–per 1 januari 2016: € 26.600 en ten hoogste € 27.000,–per 1 januari 2016: € 27.900 bedraagt;
|
||||
d. € 669,–, indien het inkomen meer dan € 27.000,–per 1 januari 2016: € 27.900 en ten hoogste € 30.100,–per 1 januari 2016: € 31.100 bedraagt; en
|
||||
e. € 823,–, indien het inkomen meer dan € 30.100,–per 1 januari 2016: € 31.100 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2016: € 36.800 bedraagt.
|
||||
a. € 196,–, indien het inkomen niet hoger is dan € 24.800,–per 1 januari 2017: € 26.000;
|
||||
b. € 360,–, indien het inkomen meer dan € 24.800,–per 1 januari 2017: € 26.000 en ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2017: € 27.000 bedraagt;
|
||||
c. € 514,–, indien het inkomen meer dan € 25.700,–per 1 januari 2017: € € 27.000 en ten hoogste € 27.000,–per 1 januari 2017: € 28.300 bedraagt;
|
||||
d. € 669,–, indien het inkomen meer dan € 27.000,–per 1 januari 2017: € 28.300 en ten hoogste € 30.100,–per 1 januari 2017: € 31.500 bedraagt; en
|
||||
e. € 823,–, indien het inkomen meer dan € 30.100,–per 1 januari 2017: € € 31.500 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2017: € 37.300 bedraagt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste onderscheidenlijk tweede lid en artikel 2a bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand bestaande uit het geven van eenvoudig rechtskundig advies, in gevallen waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen onderscheidenlijk in andere gevallen:
|
||||
|
||||
a. € 77,–, indien het inkomen ten hoogste € 18 400,–per 1 januari 2016: € 19.100 onderscheidenlijk ten hoogste € 25 700,–per 1 januari 2016: € 26.600 bedraagt; en
|
||||
b. € 129,–, indien het inkomen meer dan € 18 400,–per 1 januari 2016: € 19.100 en ten hoogste € 25 200,–per 1 januari 2016: € 26.000 onderscheidenlijk meer dan € 25 700,–per 1 januari 2016: € 26.600 en ten hoogste € 35 600,–per 1 januari 2016: € 36.800 bedraagt.
|
||||
a. € 77,–, indien het inkomen ten hoogste € 18 400,–per 1 januari 2017: € 19.400 onderscheidenlijk ten hoogste € 25 700,–per 1 januari 2017: € 27.000 bedraagt; en
|
||||
b. € 129,–, indien het inkomen meer dan € 18 400,–per 1 januari 2017: € 19.400 en ten hoogste € 25 200,–per 1 januari 2017: € 26.400 onderscheidenlijk meer dan € 25 700,–per 1 januari 2017: € 27.000 en ten hoogste € 35 600,–per 1 januari 2017: € € 37.300 bedraagt.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een natuurlijk persoon blijkens een betalingsbewijs de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, heeft voldaan, wordt deze in mindering gebracht op de eigen bijdrage die hij in geval van een wijziging van de toevoeging als bedoeld in artikel 24a, tweede lid, van de wet overeenkomstig het eerste of tweede lid voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging is verschuldigd.
|
||||
|
||||
**5.** De eigen bijdrage, die een rechtspersoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, bedraagt € 823,–.
|
||||
|
||||
**6.** Indien aan een rechtzoekende, alvorens deze een toevoeging aanvraagt, in persoon rechtshulp is verleend met betrekking tot zijn individuele rechtsbelang door een voorziening als bedoeld in artikel 7, tweede lid, of artikel 8, tweede lid, van de wet, en in het kader daarvan een diagnosedocument is opgesteld en aan de rechtzoekende ter beschikking is gesteld, wordt de op grond van het eerste, tweede onderscheidenlijk vijfde lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– verlaagd.
|
||||
**6.** Indien aan een rechtzoekende, alvorens deze een toevoeging aanvraagt, in persoon rechtshulp is verleend met betrekking tot zijn individuele rechtsbelang door een voorziening als bedoeld in artikel 7, tweede lid, of artikel 8, tweede lid, van de wet, en in het kader daarvan een diagnosedocument is opgesteld en aan de rechtzoekende ter beschikking is gesteld, wordt de op grond van het eerste, tweede onderscheidenlijk vijfde lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– verlaagd.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het zesde lid wordt de eigen bijdrage, die een natuurlijke persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, verlaagd met € 53,– indien de rechtsbijstand wordt verleend:
|
||||
In afwijking van het zesde lid wordt de eigen bijdrage, die een natuurlijke persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, verlaagd met € 53,– indien de rechtsbijstand wordt verleend:
|
||||
|
||||
a. in een strafzaak in eerste aanleg jegens een verdachte als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000;
|
||||
b. bij de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel a, van de Vreemdelingenwet 2000;
|
||||
|
|
@ -72,7 +72,7 @@ e. bij het inbrengen van een zienswijze tegen het voornemen om een verblijfsverg
|
|||
f. in een zaak omtrent het opleggen van een sanctie als bedoeld in artikel 5:2 van de Algemene wet bestuursrecht;
|
||||
g. in een zaak in hoger beroep of cassatie.
|
||||
|
||||
**8.** Het bestuur kan beslissen om de op grond van het eerste, tweede onderscheidenlijk vijfde lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– te verlagen indien van de rechtzoekende, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de rechtzoekende, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat is voldaan aan het bepaalde in het zesde lid alvorens een toevoeging aan te vragen.
|
||||
**8.** Het bestuur kan beslissen om de op grond van het eerste, tweede onderscheidenlijk vijfde lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– te verlagen indien van de rechtzoekende, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de rechtzoekende, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat is voldaan aan het bepaalde in het zesde lid alvorens een toevoeging aan te vragen.
|
||||
|
||||
**9.** In de gevallen bedoeld in de artikelen 2b en 2c, vindt de verlaging van de eigen bijdrage, genoemd in het zesde, zevende en achtste lid, geen toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -84,28 +84,28 @@ g. in een zaak in hoger beroep of cassatie.
|
|||
|
||||
In de gevallen genoemd in het eerste lid, bedraagt de eigen bijdrage die een natuurlijk persoon, verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen:
|
||||
|
||||
a. € 340,–, indien het inkomen niet hoger is dan € 17.700,–per 1 januari 2016: € 18.400;
|
||||
b. € 412,–, indien het inkomen meer dan € 17.700,–per 1 januari 2016: € 18.400 en ten hoogste € 18.400,–per 1 januari 2016: € 19.100 bedraagt;
|
||||
c. € 566,–, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2016: € 19.100 en ten hoogste € 19.400,–per 1 januari 2016: € 20.100 bedraagt;
|
||||
d. € 720,–, indien het inkomen meer dan € 19.400,–per 1 januari 2016: € 20.100 en ten hoogste € 21.300,–per 1 januari 2016: € 22.000 bedraagt; en
|
||||
e. € 849,–, indien het inkomen meer dan € 21.300,–per 1 januari 2016: € 22.000 en ten hoogste € 25.200,–per 1 januari 2016: € 26.000 bedraagt.
|
||||
a. € 340,–, indien het inkomen niet hoger is dan € 17.700,–per 1 januari 2017: € 18.700;
|
||||
b. € 412,–, indien het inkomen meer dan € 17.700,–per 1 januari 2017: € 18.700 en ten hoogste € 18.400,–per 1 januari 2017: € 19.400 bedraagt;
|
||||
c. € 566,–, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2017: € 19.400 en ten hoogste € 19.400,–per 1 januari 2017: € 20.400 bedraagt;
|
||||
d. € 720,–, indien het inkomen meer dan € 19.400,–per 1 januari 2017: € 20.400 en ten hoogste € 21.300,–per 1 januari 2017: € 22.300 bedraagt; en
|
||||
e. € 849,–, indien het inkomen meer dan € 21.300,–per 1 januari 2017: € 22.300 en ten hoogste € 25.200,–per 1 januari 2017: € 26.400 bedraagt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In de gevallen genoemd in het eerste lid, bedraagt de eigen bijdrage die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging in andere gevallen:
|
||||
|
||||
a. € 340,–, indien het inkomen niet hoger is dan € 24.800,–per 1 januari 2016: € 25.600;
|
||||
b. € 412,–, indien het inkomen meer dan € 24.800,–per 1 januari 2016: € 25.600 en ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2016: € 26.600 bedraagt;
|
||||
c. € 566,–, indien het inkomen meer dan € 25.700,–per 1 januari 2016: € 26.600 en ten hoogste € 27.000,–per 1 januari 2016: € 27.900 bedraagt;
|
||||
d. € 720,–, indien het inkomen meer dan € 27.000,–per 1 januari 2016: € 27.900 en ten hoogste € 30.100,–per 1 januari 2016: € 31.100 bedraagt; en
|
||||
e. € 849,–, indien het inkomen meer dan € 30.100,–per 1 januari 2016: € 31.100 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2016: € 36.800 bedraagt.
|
||||
a. € 340,–, indien het inkomen niet hoger is dan € 24.800,–per 1 januari 2017: € 26.000;
|
||||
b. € 412,–, indien het inkomen meer dan € 24.800,–per 1 januari 2017: € 26.000 en ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2017: € 27.000 bedraagt;
|
||||
c. € 566,–, indien het inkomen meer dan € 25.700,–per 1 januari 2017: € 27.000 en ten hoogste € 27.000,–per 1 januari 2017: € 28.300 bedraagt;
|
||||
d. € 720,–, indien het inkomen meer dan € 27.000,–per 1 januari 2017: € 28.300 en ten hoogste € 30.100,–per 1 januari 2017: € 31.500 bedraagt; en
|
||||
e. € 849,–, indien het inkomen meer dan € 30.100,–per 1 januari 2017: € 31.500 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2017: € 37.300 bedraagt.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het tweede onderscheidenlijk derde lid bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand bestaande uit het geven van eenvoudig rechtskundig advies, in gevallen waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen onderscheidenlijk in andere gevallen:
|
||||
|
||||
a. € 108,–, indien het inkomen ten hoogste € 18.400,–per 1 januari 2016: € 19.100 onderscheidenlijk ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2016: € 26.600 bedraagt; en
|
||||
b. € 142,–, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2016: € 19.100 en ten hoogste € 25.200,–per 1 januari 2016: € 26.000 onderscheidenlijk meer dan € 25.700,–,– per 1 januari 2016: € 26.600 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2016: € 36.800 bedraagt.
|
||||
a. € 108,–, indien het inkomen ten hoogste € 18.400,–per 1 januari 2017: € 19.400 onderscheidenlijk ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2017: € 27.000 bedraagt; en
|
||||
b. € 142,–, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2017: € 19.400 en ten hoogste € 25.200,–per 1 januari 2017: € 26.400 onderscheidenlijk meer dan € 25.700,–,– per 1 januari 2017: € 27.000 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2017: € 37.300 bedraagt.
|
||||
|
||||
**5.** Het bestuur kan beslissen om de op grond van het tweede of derde lid verschuldigde eigen bijdrage te verlagen naar de eigen bijdrage die verschuldigd is op grond van artikel 2, eerste of tweede lid, indien van de rechtzoekende, gelet op diens financiële situatie, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat de rechtzoekende de hogere eigen bijdrage betaalt voor een toevoeging op grond van het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -119,17 +119,17 @@ Indien artikel 13 of 22 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 van toe
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** De inkomensgrenzen, bedoeld in artikel 2, eerste tot en met derde lid, en artikel 2a, tweede tot en met vierde lid, de hoogten van de eigen bijdragen, bedoeld in de artikelen 2, 2a, tweede tot en met vierde lid, en 4, alsmede het bedrag waarmee de eigen bijdrage wordt verlaagd, bedoeld in artikel 2, zesde, zevende en achtste lid, en artikel 4, tweede en derde lid, worden jaarlijks met ingang van 1 januari aangepast met het percentage waarmee het indexcijfer van de lonen op 31 oktober van het voorafgaande jaar afwijkt van het overeenkomstige indexcijfer op 31 oktober in het daaraan voorafgaande jaar, met dien verstande dat de aan te passen inkomensgrenzen worden afgerond op het naastliggende veelvoud van € 100,– en de aan te passen hoogten van de eigen bijdragen en het bedrag waarmee de eigen bijdrage wordt verlaagd, bedoeld in artikel 2, zesde, zevende en achtste lid, en artikel 4, tweede en derde lid, worden afgerond op het naastliggende veelvoud van € 1,–. Artikel 1 van het Besluit omschrijving indexcijfer is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** De inkomensgrenzen, bedoeld in artikel 2, eerste tot en met derde lid, en artikel 2a, tweede tot en met vierde lid, de hoogten van de eigen bijdragen, bedoeld in de artikelen 2, 2a, tweede tot en met vierde lid, en 4, alsmede het bedrag waarmee de eigen bijdrage wordt verlaagd, bedoeld in artikel 2, zesde, zevende en achtste lid, en artikel 4, tweede en derde lid, worden jaarlijks met ingang van 1 januari aangepast met het percentage waarmee het indexcijfer van de lonen op 31 oktober van het voorafgaande jaar afwijkt van het overeenkomstige indexcijfer op 31 oktober in het daaraan voorafgaande jaar, met dien verstande dat de aan te passen inkomensgrenzen worden afgerond op het naastliggende veelvoud van € 100,– en de aan te passen hoogten van de eigen bijdragen en het bedrag waarmee de eigen bijdrage wordt verlaagd, bedoeld in artikel 2, zesde, zevende en achtste lid, en artikel 4, tweede en derde lid, worden afgerond op het naastliggende veelvoud van € 1,–. Artikel 1 van het Besluit omschrijving indexcijfer is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister maakt jaarlijks de geïndexeerde bedragen, bedoeld in het eerste lid, bekend door publicatie in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**3.** In de periode tot 1 januari 2019 wordt ten aanzien van de eigen bijdragen, bedoeld in de artikelen 2, 2a, tweede tot en met vierde lid, en 4, alsmede het bedrag waarmee de eigen bijdrage wordt verlaagd, bedoeld in de artikelen 2, zesde, zevende en achtste lid, en 4, tweede en derde lid, geen toepassing gegeven aan het eerste lid.
|
||||
**3.** In de periode tot 1 januari 2019 wordt ten aanzien van de eigen bijdragen, bedoeld in de artikelen 2, 2a, tweede tot en met vierde lid, en 4, alsmede het bedrag waarmee de eigen bijdrage wordt verlaagd, bedoeld in de artikelen 2, zesde, zevende en achtste lid, en 4, tweede en derde lid, geen toepassing gegeven aan het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 2, eerste en tweede lid, en artikel 2a, tweede en derde lid, bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, € 196, indien het gaat om de verlening van rechtsbijstand:
|
||||
In afwijking van artikel 2, eerste en tweede lid, en artikel 2a, tweede en derde lid, bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, € 196, indien het gaat om de verlening van rechtsbijstand:
|
||||
|
||||
a. in hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling, bedoeld in artikel 292 van de Faillissementswet;
|
||||
b. in de periode waarin de rechtzoekende in staat van faillissement verkeert;
|
||||
|
|
@ -143,9 +143,9 @@ d. in de periode gedurende welke een schriftelijk vastgelegd akkoord met betrekk
|
|||
5°. de termijn gedurende welke het saneringsplan van kracht is, met een maximum van drie jaar; en
|
||||
6°. dat, indien een organisatie de sanering begeleidt, deze organisatie telkens na verloop van zes maanden ten behoeve van de schuldeisers een verslag uitbrengt over de uitvoering van het saneringsplan alsmede een voorstel doet voor de aanpassing van het bedrag dat buiten de boedel wordt gelaten.
|
||||
|
||||
**2.** Indien aan een rechtzoekende, alvorens deze een toevoeging aanvraagt, in persoon rechtshulp is verleend met betrekking tot zijn individuele rechtsbelang door een voorziening als bedoeld in artikel 7, tweede lid, of artikel 8, tweede lid, van de wet, en in het kader daarvan een diagnosedocument is opgesteld en aan de rechtzoekende ter beschikking is gesteld, wordt de op grond van het eerste lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– verlaagd.
|
||||
**2.** Indien aan een rechtzoekende, alvorens deze een toevoeging aanvraagt, in persoon rechtshulp is verleend met betrekking tot zijn individuele rechtsbelang door een voorziening als bedoeld in artikel 7, tweede lid, of artikel 8, tweede lid, van de wet, en in het kader daarvan een diagnosedocument is opgesteld en aan de rechtzoekende ter beschikking is gesteld, wordt de op grond van het eerste lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– verlaagd.
|
||||
|
||||
**3.** Het bestuur kan beslissen om de op grond van het eerste lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– te verlagen indien van de rechtzoekende, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de rechtzoekende, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat is voldaan aan het bepaalde in het tweede lid alvorens een toevoeging aan te vragen.
|
||||
**3.** Het bestuur kan beslissen om de op grond van het eerste lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– te verlagen indien van de rechtzoekende, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de rechtzoekende, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat is voldaan aan het bepaalde in het tweede lid alvorens een toevoeging aan te vragen.
|
||||
|
||||
**4.** In de gevallen bedoeld in de artikelen 2b en 2c, vindt de verlaging bedoeld in het tweede lid geen toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue