2006-02-10 | BWBR0005746 | Wet medezeggenschap onderwijs 1992
This commit is contained in:
parent
4b91bf7fe4
commit
005c5a499e
1 changed files with 49 additions and 30 deletions
|
|
@ -92,15 +92,23 @@ De medezeggenschapsraad kiest uit zijn midden een voorzitter en een of meer plaa
|
|||
|
||||
**4.** De raad waakt voorts in de school in het algemeen tegen discriminatie op welke grond dan ook en bevordert gelijke behandeling in gelijke gevallen en in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen alsmede de inschakeling van gehandicapten en allochtone werknemers.
|
||||
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag verstrekt de raad aan het begin van het schooljaar schriftelijk de basisgegevens met betrekking tot de samenstelling van het bevoegd gezag, de organisatie binnen de school, de taakverdeling tussen bevoegd gezag en schoolleiding en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid. Het bevoegd gezag stelt de raad ten minste eenmaal per jaar schriftelijk in kennis van het door hem in het afgelopen jaar gevoerde beleid en van de beleidsvoornemens voor het komende jaar ten aanzien van de school op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied. Het bevoegd gezag stelt de medezeggenschapsraad onverwijld in kennis van voornemens met betrekking tot de aangelegenheden bedoeld in artikel 6 onder *a* en artikel 7 onder *a*, *d* en *e*. Voorts verschaft het bevoegd gezag de raad, al dan niet gevraagd, tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft.
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag verstrekt de raad aan het begin van het schooljaar schriftelijk de basisgegevens met betrekking tot de samenstelling van het bevoegd gezag, de organisatie binnen de school, de taakverdeling tussen bevoegd gezag en schoolleiding en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid. Het bevoegd gezag stelt de medezeggenschapsraad onverwijld in kennis van voornemens met betrekking tot de aangelegenheden bedoeld in artikel 6 onder a en artikel 7 onder a, d en e. Voorts verschaft het bevoegd gezag de raad, al dan niet gevraagd, tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft.
|
||||
|
||||
**6.** Indien bij een bepaalde vergadering of een onderdeel daarvan een persoonlijk belang van een van de leden van de raad in het geding is, kan de raad besluiten dat het betrokken lid aan die vergadering, of dat onderdeel daarvan, niet deelneemt. De raad besluit dan tevens dat de behandeling van de betreffende aangelegenheid in een besloten vergadering plaatsvindt.
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
**7.** De raad doet jaarlijks schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden en draagt er zorg voor dat alle bij de school betrokkenen van het verslag kennis kunnen nemen. De raad draagt er zorg voor dat de agenda’s en verslagen van de vergaderingen van de raad worden toegezonden aan het bevoegd gezag, aan de eventuele geledingenraden en deelraden, en aan de eventuele gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, en ter inzage worden gelegd op een algemeen toegankelijke plaats op de school ten behoeve van belangstellenden. De raad stelt de eventuele geledingenraden ten minste eenmaal per jaar in de gelegenheid om over aangelegenheden die de betrokken geleding in het bijzonder aangaan, met hem overleg te voeren.
|
||||
Het bevoegd gezag verstrekt de raad:
|
||||
|
||||
**8.** Het bevoegd gezag draagt er zorg voor, dat de leden van de raad niet uit hoofde van hun lidmaatschap van de raad worden benadeeld in hun positie met betrekking tot de school. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van kandidaatleden en voormalige leden.
|
||||
a. jaarlijks de begroting en bijbehorende beleidsvoornemens op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied;
|
||||
b. jaarlijks voor 1 mei informatie over de berekening die ten grondslag ligt aan de middelen uit 's Rijks kas die worden toegerekend aan het bevoegd gezag;
|
||||
c. jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag als bedoeld in artikel 171 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 157 van de Wet op de expertisecentra, artikel 106 van de Wet op het voortgezet onderwijs, of de artikelen 2.5.3 en 2.5.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
|
||||
|
||||
**9.** De beëindiging anders dan op eigen verzoek van de betrekking van een aan de school werkzame persoon mag geen verband houden met de kandidaatstelling voor het lidmaatschap, het lidmaatschap of het voormalig lidmaatschap van de betrokkene van de raad. Een beëindiging van de betrekking in strijd met het in dit lid bepaalde is nietig.
|
||||
**7.** Indien bij een bepaalde vergadering of een onderdeel daarvan een persoonlijk belang van een van de leden van de raad in het geding is, kan de raad besluiten dat het betrokken lid aan die vergadering, of dat onderdeel daarvan, niet deelneemt. De raad besluit dan tevens dat de behandeling van de betreffende aangelegenheid in een besloten vergadering plaatsvindt.
|
||||
|
||||
**8.** De raad doet jaarlijks schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden en draagt er zorg voor dat alle bij de school betrokkenen van het verslag kennis kunnen nemen. De raad draagt er zorg voor dat de agenda’s en verslagen van de vergaderingen van de raad worden toegezonden aan het bevoegd gezag, aan de eventuele geledingenraden en deelraden, en aan de eventuele gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, en ter inzage worden gelegd op een algemeen toegankelijke plaats op de school ten behoeve van belangstellenden. De raad stelt de eventuele geledingenraden ten minste eenmaal per jaar in de gelegenheid om over aangelegenheden die de betrokken geleding in het bijzonder aangaan, met hem overleg te voeren.
|
||||
|
||||
**9.** Het bevoegd gezag draagt er zorg voor, dat de leden van de raad niet uit hoofde van hun lidmaatschap van de raad worden benadeeld in hun positie met betrekking tot de school. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van kandidaatleden en voormalige leden.
|
||||
|
||||
**10.** De beëindiging anders dan op eigen verzoek van de betrekking van een aan de school werkzame persoon mag geen verband houden met de kandidaatstelling voor het lidmaatschap, het lidmaatschap of het voormalig lidmaatschap van de betrokkene van de raad. Een beëindiging van de betrekking in strijd met het in dit lid bepaalde is nietig.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -123,7 +131,7 @@ De medezeggenschapsraad wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te
|
|||
|
||||
a. verandering van de grondslag van de school;
|
||||
b. vaststelling of wijziging van de lesrooster in het voortgezet onderwijs;
|
||||
c. vaststelling of wijziging van de bestemming in hoofdlijnen van de middelen die door het bevoegd gezag ten behoeve van de school uit de openbare kas of van anderen zijn ontvangen, met uitzondering van de middelen die van de ouders zijn ontvangen zonder dat daartoe een wettelijke verplichting bestaat;
|
||||
c. vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de school, waaronder de voorgenomen bestemming van de middelen die door het bevoegd gezag ten behoeve van de school uit de openbare kas zijn toegekend of van anderen zijn ontvangen, met uitzondering van de middelen, bedoeld in artikel 9, onderdelen b en e;
|
||||
d. beëindiging, belangrijke inkrimping of uitbreiding van de werkzaamheden van de school of van een belangrijk onderdeel daarvan, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake;
|
||||
e. overdracht of omzetting van de school of van een onderdeel daarvan, respectievelijk fusie van de school met een andere school, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake;
|
||||
f. het aangaan, verbreken of belangrijk wijzigen van een duurzame samenwerking met een andere instelling, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake;
|
||||
|
|
@ -131,7 +139,7 @@ g. deelneming of beëindiging van deelneming aan een onderwijskundig project of
|
|||
h. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de organisatie van de school;
|
||||
i. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de aanstelling en het ontslag van de schoolleiding en het overige personeel;
|
||||
j. aanstelling of ontslag van de schoolleiding;
|
||||
k. vaststelling of wijziging van de concrete taakverdeling binnen de schoolleiding, alsmede vaststelling of wijziging van het directiestatuut;
|
||||
k. vaststelling of wijziging van de concrete taakverdeling binnen de schoolleiding, alsmede vaststelling of wijziging van het managementstatuut;
|
||||
l. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de toelating en verwijdering van leerlingen;
|
||||
m. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de toelating van studenten die elders in opleiding zijn voor een functie in het onderwijs;
|
||||
n. regeling van de vakantie;
|
||||
|
|
@ -146,8 +154,8 @@ r. aansluiting bij een geschillencommissie.
|
|||
|
||||
Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel is gekozen, voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot de volgende aangelegenheden:
|
||||
|
||||
a. regeling van de gevolgen voor het personeel van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in de artikelen 7 onder *a*, *d*, *e*, *f*, *g* en *o*, en 9 onder *d* en *e*;
|
||||
b. vaststelling of wijziging van de inzet, de samenstelling daaronder begrepen, van de formatie in het volgende schooljaar.
|
||||
a. regeling van de gevolgen voor het personeel van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in de artikelen 7 onder a, d, e, f, g en o, en 9 onder d en e;
|
||||
b. vaststelling of wijziging van de samenstelling van de formatie in het volgende schooljaar;
|
||||
c. vaststelling of wijziging van regels met betrekking tot de nascholing van het personeel;
|
||||
d. vaststelling of wijziging van een mogelijk werkreglement voor het personeel en van de opzet en de inrichting van het werkoverleg, voor zover het besluit van algemene gelding is voor alle of een gehele categorie van personeelsleden;
|
||||
e. vaststelling of wijziging van de verlofregeling van het personeel;
|
||||
|
|
@ -155,12 +163,10 @@ f. vaststelling of wijziging van een arbeids- en rusttijdenregeling van het pers
|
|||
g. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de toekenning van salarissen, toelagen en gratificaties aan het personeel;
|
||||
h. vaststelling of wijziging van de taakverdeling respectievelijk de taakbelasting binnen het personeel, de schoolleiding daaronder niet begrepen;
|
||||
i. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot personeelsbeoordeling, functiebeloning en functiedifferentiatie;
|
||||
j. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot verzilveren, sparen, poolen en overhevelen van formatierekeneenheden;
|
||||
k. vaststelling of wijziging van de klachtenregeling;
|
||||
l. vaststelling of wijziging van de inzet van het schoolbudget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 129 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 124 van de Wet op de expertisecentra en artikel 239 van de Wet op het voortgezet onderwijs; en
|
||||
m. aanwending of wijziging van de aanwending van de bekostiging, bedoeld in artikel 137, eerste lid onder a en b, van de Wet op het primair onderwijs, en artikel 131, eerste lid onder a en b, van de Wet op de expertisecentra, ten behoeve van uitgaven voor materiële voorzieningen.
|
||||
j. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het overdragen van bekostiging; en
|
||||
k. vaststelling of wijziging van de klachtenregeling.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs dat tevens bevoegd gezag is van een of meer basisscholen behoeft de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel van eerstgenoemde school is gekozen voor elk door hem te nemen besluit met betrekking tot de inzet van de formatie die op grond van artikel 122, eerste lid, onder c, van de Wet op het primair onderwijs aan eerstgenoemde school is toegekend.
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs dat tevens bevoegd gezag is van een of meer basisscholen behoeft de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel van eerstgenoemde school is gekozen voor elk door hem te nemen besluit met betrekking tot de inzet van de bekostiging die op grond van artikel 120, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs aan eerstgenoemde school is toegekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
|
|
@ -179,13 +185,13 @@ Indien het bevoegd gezag op grond van artikel 8 of artikel 9, dan wel op grond v
|
|||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 7 onder *c*, wordt niet genomen dan na afweging van in elk geval de onderwijskundige, de personele en de materiële belangen van de school, welke afweging schriftelijk in de motivering van het besluit tot uitdrukking wordt gebracht.
|
||||
**1.** Een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 7 onder c, en artikel 28, zesde lid, onder a, wordt niet genomen dan na afweging van in elk geval de onderwijskundige, de personele en de materiële belangen van de school of scholen, welke afweging schriftelijk in de motivering van het besluit tot uitdrukking wordt gebracht.
|
||||
|
||||
**2.** Een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 8, eerste lid onder *b*, *g*, *h* en *i*, wordt genomen met inachtneming van in elk geval de besluiten tot vaststelling van het schoolplan, de hoofdlijnen van de bestemming van de financiële middelen en het organisatiebeleid van de school.
|
||||
**2.** Een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 8, eerste lid onder b, g, h en i, wordt genomen met inachtneming van in elk geval de besluiten tot vaststelling van het schoolplan, de hoofdlijnen van de bestemming van de financiële middelen en het organisatiebeleid van de school.
|
||||
|
||||
**3.** Een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 8, eerste lid onder *c*, wordt genomen met inachtneming van in elk geval de onderwijskundige doelstellingen van de school en de vormgeving van het onderwijs zoals neergelegd in het schoolplan.
|
||||
**3.** Een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 8, eerste lid onder c, wordt genomen met inachtneming van in elk geval de onderwijskundige doelstellingen van de school en de vormgeving van het onderwijs zoals neergelegd in het schoolplan.
|
||||
|
||||
**4.** Een besluit met betrekking tot de aangelegenheden waarnaar wordt verwezen in artikel 8, eerste lid onder *a*, dan wel in artikel 9 onder *a*, wordt niet ten uitvoer gelegd voordat een definitief besluit is genomen over de regeling van de gevolgen van dat besluit voor het personeel, dan wel voor de ouders of leerlingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid onder *a*, respectievelijk 9 onder *a*, tenzij dringende redenen in het belang van de school een eerdere tenuitvoerlegging noodzakelijk maken.
|
||||
**4.** Een besluit met betrekking tot de aangelegenheden waarnaar wordt verwezen in artikel 8, eerste lid onder a, dan wel in artikel 9 onder a, wordt niet ten uitvoer gelegd voordat een definitief besluit is genomen over de regeling van de gevolgen van dat besluit voor het personeel, dan wel voor de ouders of leerlingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid onder a, respectievelijk 9 onder a, tenzij dringende redenen in het belang van de school een eerdere tenuitvoerlegging noodzakelijk maken.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -222,8 +228,9 @@ e. de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de leden van de raad hun uit het lidmaa
|
|||
f. indien een lid van de schoolleiding is opgedragen om namens het bevoegd gezag op te treden in besprekingen met de raad, in welke gevallen op verzoek van de raad het bevoegd gezag zelf deze besprekingen met de raad voert;
|
||||
g. de wijze waarop het bevoegd gezag informatie verschaft aan de raad;
|
||||
h. de termijnen binnen welke tot instemming of onthouding van instemming dient te worden besloten, en de termijnen binnen welke advies dient te worden uitgebracht;
|
||||
i. indien een of meer deelraden zijn ingesteld, de bevoegdheden van de medezeggenschapsraad die aan de deelraden worden overgedragen; en
|
||||
j. de procedure voor de beslechting van die geschillen tussen het bevoegd gezag en de raad, waarvoor deze wet niet in een geschillenregeling voorziet.
|
||||
i. indien een of meer deelraden zijn ingesteld, de bevoegdheden van de medezeggenschapsraad die aan de deelraden worden overgedragen;
|
||||
j. de mogelijkheid om de keuze te wijzigen voor het in de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad vertegenwoordigen van afzonderlijke medezeggenschapsraden door middel van gemeenschappelijke vertegenwoordigers; en
|
||||
k. de procedure voor de beslechting van die geschillen tussen het bevoegd gezag en de raad, waarvoor deze wet niet in een geschillenregeling voorziet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -385,23 +392,35 @@ b. ten behoeve van de betrokkenen bij een of meer organisatorische eenheden van
|
|||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.** Indien meer scholen door hetzelfde bevoegd gezag in stand worden gehouden, kan het bevoegd gezag een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad instellen voor alle of een aantal van deze scholen. Deze raad behandelt uitsluitend aangelegenheden die van gemeenschappelijk belang zijn voor de aangesloten scholen.
|
||||
**1.** Indien het bevoegd gezag meer dan een school in stand houdt als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel de Wet educatie en beroepsonderwijs, stelt het bevoegd gezag per schoolsoort een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in. Het bevoegd gezag kan ten behoeve van scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra één gemeenschappelijke medezeggenschapsraad instellen, indien de instemming van twee derden van de leden van de desbetreffende medezeggenschapsraden is verkregen. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad behandelt uitsluitend aangelegenheden die van gemeenschappelijk belang zijn voor de desbetreffende scholen.
|
||||
|
||||
**2.** Een gemeenschappelijke raad wordt in ieder geval ingesteld, indien de meerderheid van de betrokken afzonderlijke medezeggenschapsraden dit wenst. De leden van de raad worden gekozen uit en door de leden van de betrokken afzonderlijke medezeggenschapsraden en wel zo, dat de aantallen leden, gekozen uit het personeel onderscheidenlijk uit de ouders of de leerlingen, elk de helft van het aantal leden van de raad bedragen. Elke afzonderlijke medezeggenschapsraad kiest ten minste een lid en ten hoogste vier leden van de raad. Het aantal leden van de raad bedraagt ten hoogste 24 leden dan wel, indien het aantal aangesloten scholen groter is dan 24, een aantal leden dat gelijk is aan het aantal aangesloten scholen.
|
||||
**2.** Iedere medezeggenschapsraad is vertegenwoordigd in een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.
|
||||
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag stelt voor elke gemeenschappelijke raad een reglement vast. In het reglement wordt in ieder geval geregeld uit hoeveel leden de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad bestaat en de wijze waarop de verkiezing door de betrokken medezeggenschapsraden geschiedt. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid dat elke afzonderlijke raad ten minste één lid kiest, kan het reglement bepalen dat voor de afzonderlijke medezeggenschapsraden gemeenschappelijke vertegenwoordigers in de raad worden gekozen als de betrokken afzonderlijke medezeggenschapsraden daartegen geen bezwaar hebben. Voorts worden in het reglement in ieder geval geregeld de onderwerpen, bedoeld in artikel 15, eerste lid onderdelen *d* tot en met *h*.
|
||||
**3.** De leden van de raad worden gekozen uit en door de leden van de desbetreffende afzonderlijke medezeggenschapsraden en wel zo dat het aantal leden, gekozen uit personeel onderscheidenlijk uit ouders of leerlingen, elk de helft van het aantal leden van de raad bedraagt. De leden van de raad hebben zitting zolang zij lid zijn van één van de desbetreffende medezeggenschapsraden.
|
||||
|
||||
**4.** De gemeenschappelijke raad legt in een bijlage bij het reglement de zaken van huishoudelijke aard voor de raad vast.
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag stelt voor elke gemeenschappelijke medezeggenschapsraad een reglement vast. In het reglement wordt in ieder geval vastgelegd uit hoeveel leden de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad bestaat en de wijze waarop de verkiezing door de medezeggenschapsraden geschiedt. Het reglement kan tevens bepalen dat voor de afzonderlijke medezeggenschapsraden gemeenschappelijke vertegenwoordigers in de raad worden gekozen als de desbetreffende afzonderlijke medezeggenschapsraden daartegen geen bezwaar hebben. Voorts worden in het reglement in ieder geval geregeld de onderwerpen, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdelen d tot en met h en j.
|
||||
|
||||
**5.** Aan de gemeenschappelijke raad kunnen bijzondere bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 9, of daarvan afwijkende bijzondere bevoegdheden ingevolge de toepassing van artikel 15, tweede lid, worden overgedragen. De overdracht van deze bevoegdheden vereist de instemming zowel van het bevoegd gezag als van twee derden van de leden van de betrokken medezeggenschapsraden. De bevoegdheden die zijn overgedragen, worden vastgelegd in het reglement.
|
||||
**5.** De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad legt in een bijlage bij het reglement de zaken van huishoudelijke aard voor de raad vast.
|
||||
|
||||
**6.** De gemeenschappelijke raad treedt in de plaats van de betrokken afzonderlijke medezeggenschapsraden ten aanzien van de uitoefening van de bevoegdheden die ingevolge het vijfde lid zijn overgedragen.
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
**7.** Ten aanzien van de op grond van het vijfde lid aan de gemeenschappelijke raad overgedragen bevoegdheden, zijn de artikelen 10 tot en met 13 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot vaststelling of wijziging van:
|
||||
|
||||
**8.** Artikel 14, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op het reglement, bedoeld in het derde lid, behalve voor wat betreft de bevoegdheden die ingevolge het vijfde lid zijn overgedragen.
|
||||
a. de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de desbetreffende scholen, waaronder
|
||||
|
||||
**9.** De artikelen 4 en 19 tot en met 25 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
1°. de voorgenomen bestemming van de middelen die aan het bevoegd gezag ten behoeve van elk van de scholen uit de openbare kas zijn toegerekend of van anderen zijn ontvangen, alsmede
|
||||
2°. de criteria die worden toegepast bij de verdeling van deze middelen over voorzieningen op bovenschools niveau en op schoolniveau, en
|
||||
b. het managementstatuut.
|
||||
|
||||
**7.** Aan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt de bevoegdheid, bedoeld in artikel 5, zesde lid, overgedragen. De overdracht van deze bevoegdheden vereist de instemming van zowel het bevoegd gezag als van twee derden van de leden van de desbetreffende medezeggenschapsraden. Aan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad kunnen bijzondere bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 9, of daarvan afwijkende bijzondere bevoegdheden ingevolge de toepassing van artikel 15, tweede lid, worden overgedragen. De bevoegdheden die zijn overgedragen worden vastgelegd in het reglement.
|
||||
|
||||
**8.** De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad treedt in de plaats van de afzonderlijke medezeggenschapsraden ten aanzien van de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het zevende lid.
|
||||
|
||||
**9.** Ten aanzien van de op grond van het achtste lid aan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad toekomende bevoegdheden, zijn de artikelen 10 tot en met 13 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**10.** Het bevoegd gezag legt het reglement, daaronder elke wijziging ervan mede begrepen, als voorstel aan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad voor en stelt het slechts vast voor zover het voorstel de instemming van twee derden van het aantal leden van de gemeenschappelijk medezeggenschapsraad heeft verworven. Het instemmingsvereiste, bedoeld in de eerste volzin, heeft geen betrekking op de bevoegdheden die ingevolge het zevende lid zijn overgedragen.
|
||||
|
||||
**11.** De artikelen 4 en 19 tot en met 25 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
|
|
@ -409,7 +428,7 @@ Indien meer scholen door hetzelfde bevoegd gezag in stand worden gehouden, geeft
|
|||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** Indien bijzondere omstandigheden een goede toepassing van een of meer onderdelen van deze wet in een school of in een aantal scholen die door hetzelfde bevoegd gezag in stand worden gehouden, in de weg staan, kan Onze minister op verzoek van het bevoegd gezag toestaan, dat voor wat betreft een of meer onderdelen op door hem aangegeven wijze wordt afgeweken van het bepaalde in deze wet.
|
||||
**1.** Indien bijzondere omstandigheden een goede toepassing van een of meer onderdelen van deze wet, niet zijnde de adviesbevoegdheid, bedoeld in artikel 28, zesde lid, in een school of in een aantal scholen die door hetzelfde bevoegd gezag in stand worden gehouden, in de weg staan, kan Onze minister op verzoek van het bevoegd gezag toestaan, dat voor wat betreft een of meer onderdelen op door hem aangegeven wijze wordt afgeweken van het bepaalde in deze wet.
|
||||
|
||||
**2.** Indien bijzondere omstandigheden als bedoeld in het eerste lid zich voordoen aan een categorie van scholen, kan bij algemene maatregel van bestuur worden afgeweken van het bepaalde in deze wet.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue