2018-08-01 | BWBR0040068 | Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen

This commit is contained in:
Coornhert 2018-08-01 12:00:00 +00:00
parent fb8d706064
commit 006469bcb5

View file

@ -197,7 +197,7 @@ Het bevoegd gezag kan de nadere voorwaarden, bedoeld in artikel 2.4, derde lid,
a. indien een verandering van inzichten of van omstandigheden gelegen buiten een plaats die bij de beoordeling van de melding een rol hebben gespeeld dit noodzakelijk maakt, of
b. op verzoek van de melder.
**2.** Het bevoegd gezag gaat niet over tot wijziging van de nadere voorwaarden, bedoeld in artikel 2.4, dan nadat het de melder in de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
**2.** Het bevoegd gezag gaat niet over tot wijziging van de nadere voorwaarden, bedoeld in artikel 2.4, derde lid, dan nadat het de melder in de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
## Hoofdstuk 3. Bouwtechnische voorschriften in verband met brand
@ -250,17 +250,17 @@ e. een met een rand als bedoeld onder a tot en met d gelijk te stellen rand van
### Artikel 3.5
**1.** Een vloerafscheiding als bedoeld in artikel 3.5 eerste lid, heeft een hoogte van ten minste 0,9 m, gemeten vanaf de vloer.
**1.** Een vloerafscheiding als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, heeft een hoogte van ten minste 0,9 m, gemeten vanaf de vloer.
**2.** In afwijking van het eerste lid heeft een afscheiding als bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, ter plaatse van een beweegbaar raam een hoogte van ten minste 0,6 m, gemeten vanaf de vloer.
**2.** In afwijking van het eerste lid heeft een afscheiding als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, ter plaatse van een beweegbaar raam een hoogte van ten minste 0,6 m, gemeten vanaf de vloer.
**3.** In afwijking van het eerste lid, heeft een vloerafscheiding een vanaf de vloer gemeten hoogte van ten minste 0,6 m, indien de som van die hoogte en de breedte van de bovenregel ten minste 1 m is.
**3.** In afwijking van het eerste lid heeft een vloerafscheiding een vanaf de vloer gemeten hoogte van ten minste 0,6 m, indien de som van die hoogte en de breedte van de bovenregel ten minste 1 m is.
**4.** Een afscheiding als bedoeld in artikel 3.5, tweede en derde lid, heeft een hoogte van ten minste 0,6 m, gemeten vanaf de voorkant van de tredevlakken of vanaf de vloer van de hellingbaan.
**4.** Een afscheiding als bedoeld in artikel 3.4, tweede en derde lid, heeft een hoogte van ten minste 0,6 m, gemeten vanaf de voorkant van de tredevlakken of vanaf de vloer van de hellingbaan.
### Artikel 3.6
De horizontaal gemeten afstand tussen een vloer, een trap of een hellingbaan en een afscheiding als bedoeld in artikel 3.5 is niet groter dan 0,1 m.
De horizontaal gemeten afstand tussen een vloer, een trap of een hellingbaan en een afscheiding als bedoeld in artikel 3.4 is niet groter dan 0,1 m.
### Paragraaf 3.3. Veilig overbruggen van hoogteverschillen
@ -322,7 +322,7 @@ Een hellingbaan als bedoeld in artikel 3.8 heeft een breedte van ten minste 0,7
### Artikel 3.15
Een hellingbaan als bedoeld in artikel 3.9 sluit aan de bovenzijde, over de breedte van de hellingbaan, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,7 m.
Een hellingbaan als bedoeld in artikel 3.8 sluit aan de bovenzijde, over de breedte van de hellingbaan, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,7 m.
### Paragraaf 3.6. Beperking van het ontwikkelen van brand en rook
@ -491,7 +491,7 @@ c. de zichtlengte niet kleiner is dan 100 m.
### Artikel 3.34
**1.** De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen de twee vluchtroutes als bedoeld in artikel 3.36, eerste lid, is ten minste 30 minuten.
**1.** De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen de twee vluchtroutes als bedoeld in artikel 3.33, eerste lid, is ten minste 30 minuten.
**2.** In een vluchtroute heeft elke vrije doorgang een breedte van ten minste 0,50 m, heeft minimaal één doorgang een breedte van ten minste 0,85 m en heeft elke doorgang een hoogte van ten minste 2 m.
@ -531,7 +531,7 @@ e. 135 personen per minuut per meter vrije breedte van een andere doorgang.
**1.** Een verblijfsruimte, bestemd voor meer dan 75 personen, en een besloten ruimte waardoor een vluchtroute uit die verblijfsruimte voert, hebben noodverlichting.
**2.** Noodverlichting als bedoeld in het eerste lid geeft binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit gedurende ten minste 60 minuten een op een vloer, een tredevlak of en hellingbaan gemeten verlichtingssterkte van ten minste 1 lux.
**2.** Noodverlichting als bedoeld in het eerste lid geeft binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit gedurende ten minste 60 minuten een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte van ten minste 1 lux.
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de vluchtroute of ruimte wordt gebruikt bij een verlichtingssterkte van ten minste 1 lux.
@ -938,8 +938,8 @@ In een besloten ruimte met een of meer verbrandingstoestellen met een totale nom
Een verbrandingstoestel wordt uitsluitend gebruikt indien:
a. de voorziening voor toevoer van verbrandingslucht en de voorziening voor afvoer van rookgas, als bedoeld in artikel 3.33, niet zijn afgesloten;
b. de capaciteit van de voorziening voor toevoer van verbrandingslucht, van de voorziening voor afvoer van rookgas, als bedoeld in artikel 3.33, en van de daarop aangesloten aansluitleidingen, niet kleiner zijn dan de voor het adequaat functioneren van het verbrandingstoestel noodzakelijke capaciteit;
a. de voorziening voor toevoer van verbrandingslucht en de voorziening voor afvoer van rookgas, als bedoeld in artikel 3.30, niet zijn afgesloten;
b. de capaciteit van de voorziening voor toevoer van verbrandingslucht, van de voorziening voor afvoer van rookgas, als bedoeld in artikel 3.30, en van de daarop aangesloten aansluitleidingen, niet kleiner zijn dan de voor het adequaat functioneren van het verbrandingstoestel noodzakelijke capaciteit;
c. de opstelling van het verbrandingstoestel met inbegrip van een aansluitleiding tussen het toestel en de voorziening voor de afvoer van rookgas brandveilig is;
d. de voorziening voor afvoer van rookgas doeltreffend is gereinigd, en
e. het verbrandingstoestel met een aansluitmogelijkheid op een voorziening voor afvoer van rookgas adequaat op de voorziening aangesloten is.