2013-10-01 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
This commit is contained in:
parent
3eef29841b
commit
0079b580c7
1 changed files with 104 additions and 55 deletions
|
|
@ -645,30 +645,53 @@ De IND houdt bij de beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asi
|
|||
|
||||
Het Vluchtelingenverdrag is niet van toepassing op personen, zoals beschreven in de artikelen 1D tot en met 1F van het Vluchtelingenverdrag, verder de ‘uitsluitingsgronden’. De IND verleent aan de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als één van deze uitsluitingsgronden zich voordoet.
|
||||
|
||||
Het Vluchtelingenverdrag is op grond van artikel 1D niet van toepassing op de vreemdeling die bescherming of bijstand heeft van andere organen of instellingen van de VN dan de UNHCR.
|
||||
De IND verleent de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van het artikel 29, eerste lid aanhef en onder a, Vw indien hij onder artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag valt. Artikel 1D van het Vluchtelingverdrag heeft betrekking op het genieten van bescherming door of bijstand van andere organen of instellingen van de VN dan de UNHCR.
|
||||
|
||||
De vreemdeling valt weer van rechtswege onder het Vluchtelingenverdrag, als de bescherming of bijstand van andere organen of instellingen van de VN komt te vervallen.
|
||||
Artikel 1D Vluchtelingenverdrag is in de huidige praktijk van toepassing op de staatloze Palestijnse vreemdeling die onder het mandaat valt van de United Nations Relief and Works Agency (verder: UNRWA).
|
||||
|
||||
Artikel 1D Vluchtelingenverdrag is van toepassing op de staatloze Palestijnse vreemdeling die onder het mandaat valt van de United Nations Relief and Works Agency (verder: UNRWA).
|
||||
Dit artikel beperkt zich niet tot de situatie van staatloze Palestijnse vreemdelingen. Er zijn andere vergelijkbare situaties denkbaar.
|
||||
|
||||
De bescherming of bijstand door de UNRWA van de staatloze Palestijnse vreemdeling stopt, als de vreemdeling zich niet meer in het gebied bevindt, waar de UNRWA mandaat heeft. De staatloze Palestijnse vreemdeling valt dan weer onder de bescherming van het Vluchtelingenverdrag. De IND beoordeelt of een staatloze Palestijnse vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als de vreemdeling zich niet meer in het gebied bevindt, waar de UNRWA mandaat heeft.
|
||||
De IND verleent de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van het artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw:
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw, uitsluitend aan de staatloze Palestijnse vreemdeling als de staatloze Palestijnse vreemdeling aannemelijk maakt dat terugkeer naar het gebied, waar de UNRWA mandaat heeft, onmogelijk is omdat:
|
||||
• als de bescherming van of bijstand aan de vreemdeling door andere organen of instellingen van de VN dan de UNHCR om welke reden ook is opgehouden; én
|
||||
• de positie van de vreemdeling niet definitief is geregeld in overeenstemming met de desbetreffende resoluties van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.
|
||||
|
||||
• de staatloze Palestijnse vreemdeling binnen het gebied waar de UNRWA mandaat heeft, gegronde vrees heeft voor vervolging als bedoeld in artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag; en
|
||||
• de staatloze Palestijnse vreemdeling tegen de actoren van vervolging als bedoeld in artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag geen bescherming van de UNRWA kan inroepen.
|
||||
De IND oordeelt dat er geen sprake is van ophouden van bescherming of bijstand:
|
||||
|
||||
• op grond van het enkele feit dat de vreemdeling zich bevindt buiten het gebied waarin het UNRWA werkzaam is; of,
|
||||
• in het geval van vrijwillig vertrek van de vreemdeling uit dat gebied.
|
||||
|
||||
De IND past dan de uitsluitingsgrond artikel 1D toe.
|
||||
|
||||
De bescherming of bijstand door de UNRWA van de staatloze Palestijnse vreemdeling is beëindigd indien sprake is van een of meerdere van de volgende situaties:
|
||||
|
||||
a. in geval van opheffing van het orgaan of van de instelling die de bescherming of de bijstand verleent;
|
||||
b. in geval van de onmogelijkheid voor dat orgaan of die instelling om zijn opdracht te volbrengen;
|
||||
c. indien de staatloze Palestijnse vreemdeling niet langer de bescherming of bijstand kan inroepen om een reden die buiten zijn invloed ligt en onafhankelijk is van zijn wil en deze omstandigheid hem dwingt dat gebied te verlaten en hem op die manier belet de door het UNRWA verleende bescherming of bijstand te genieten.
|
||||
|
||||
De IND gaat na of de staatloze Palestijnse vreemdeling gedwongen werd het betreffende gebied te verlaten. Hiervan is sprake als wordt voldaan aan één van beide hieronder genoemde voorwaarden:
|
||||
|
||||
• de staatloze Palestijnse vreemdeling bevond zich persoonlijk in een situatie van ernstige onveiligheid zodat voldaan is aan de voorwaarde inzake het ophouden van de bescherming;
|
||||
• het is voor het UNRWA onmogelijk de staatloze Palestijnse vreemdeling in dat gebied levensomstandigheden te bieden die stroken met de opdracht waarmee de UNWRA belast is zodat voldaan is aan de voorwaarde inzake het ophouden van de bijstand.
|
||||
|
||||
In het kader van de eerste voorwaarde beoordeelt de IND op individuele basis:
|
||||
|
||||
• of de staatloze Palestijnse vreemdeling binnen het gebied waar de UNRWA mandaat heeft, gegronde vrees heeft voor vervolging of daden als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw; en, voor zover dit het geval is,
|
||||
• hij tegen de actor(en) van deze daden bescherming van de UNRWA kan inroepen of deze bescherming nog steeds krijgt.
|
||||
|
||||
Indien de uitsluitingsgrond artikel 1D niet (langer) van toepassing is en de vreemdeling zich niet schuldig heeft gemaakt aan handelingen als bedoeld in de uitsluitingsgrond artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, zijn de bepalingen van het Vluchtelingenverdrag van toepassing. De IND verleent in dat geval een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan de staatloze Palestijnse vreemdeling.
|
||||
|
||||
De IND past artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag niet toe als uitsluitingsgrond.
|
||||
|
||||
Het Vluchtelingenverdrag is op grond van artikel 1F niet van toepassing op een vreemdeling ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling oorlogsmisdrijven of andere ernstige misdrijven heeft gepleegd. De IND verleent in dat geval de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (zie paragraaf C2/6.2.8 Vc).
|
||||
De bepalingen van het Vluchtelingenverdrag zijn op grond van artikel 1F van dat verdrag niet van toepassing op een vreemdeling ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling oorlogsmisdrijven of andere ernstige misdrijven heeft gepleegd. De IND verleent in dat geval de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (zie paragraaf C2/6.2.8 Vc).
|
||||
|
||||
Er is sprake van groepsvervolging, als in een land van herkomst een groep vreemdelingen systematisch wordt blootgesteld aan vervolging wegens een van de gronden van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
|
||||
|
||||
Situaties waarin sprake is van groepsvervolging worden opgenomen in het landgebonden beleid. Ook voor de vreemdeling die zich beroept op groepsvervolging geldt het individualiseringsvereiste. De vreemdeling moet aannemelijk maken dat hij behoort tot de groep vreemdelingen voor wie groepsvervolging wordt aangenomen.
|
||||
|
||||
De Minister kan een bevolkingsgroep als risicogroep aanwijzen als blijkt dat vervolging van vreemdelingen behorend tot deze bevolkingsgroep in het land van herkomst voorkomt. Het hoeft daarbij niet te gaan om systematische vormen van vervolging van een bevolkingsgroep. Ook als de vervolging een meer incidenteel karakter heeft, kan de Minister een bevolkingsgroep aanwijzen als risicogroep.
|
||||
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie kan een bevolkingsgroep als risicogroep aanwijzen als blijkt dat vervolging van vreemdelingen behorend tot deze bevolkingsgroep in het land van herkomst voorkomt. Het hoeft daarbij niet te gaan om systematische vormen van vervolging van een bevolkingsgroep. Ook als de vervolging een meer incidenteel karakter heeft, kan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie een bevolkingsgroep aanwijzen als risicogroep.
|
||||
|
||||
De vreemdeling die behoort tot een bevolkingsgroep die in het landgebonden beleid door de Minister is aangewezen als een risicogroep, kan al met geringe indicaties aannemelijk maken dat de vreemdeling op grond van de gestelde problemen vreest voor vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag. Het individualiseringsvereiste blijft van toepassing op de vreemdeling, die behoort tot een risicogroep.
|
||||
De vreemdeling die behoort tot een bevolkingsgroep die in het landgebonden beleid door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie is aangewezen als een risicogroep, kan indien er sprake is van geloofwaardige en individualiseerbare verklaringen, met geringe indicaties aannemelijk maken dat zijn problemen die verband houden met één van de vervolgingsgronden leiden tot een gegronde vrees voor vervolging. Het individualiseringsvereiste blijft van toepassing op de vreemdeling, die behoort tot een risicogroep.
|
||||
|
||||
De IND merkt discriminatie van de vreemdeling door de autoriteiten en door medeburgers aan als daad van vervolging, als de vreemdeling vanwege de discriminatie zo ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -685,10 +708,9 @@ De IND beoordeelt de vraag of sprake is van ernstige medische consequenties aan
|
|||
|
||||
De IND verleent de vreemdeling die voldoet aan artikel 3.37b VV, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze vreemdeling wordt aangeduid als ‘refugié sur place’.
|
||||
|
||||
De IND kan een vreemdeling eveneens aanmerken als ‘refugié sur place’, indien de vreemdeling voldoet aan alle volgende voorwaarden:
|
||||
Ook indien de activiteiten van de vreemdeling, die de vreemdeling heeft ondernomen na zijn vertrek uit het land van herkomst, niet volgen op activiteiten die de vreemdeling al in het land van herkomst heeft ondernomen vóór zijn vertrek kan de IND een vreemdeling aanmerken als ‘refugié sur place’. Hiervan kan sprake zijn indien de vreemdeling voldoet aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
• de activiteiten van de vreemdeling, die de vreemdeling heeft ondernomen na zijn vertrek uit het land van herkomst, volgen niet op activiteiten die de vreemdeling al in het land van herkomst heeft ondernomen vóór het vertrek van de vreemdeling;
|
||||
• de autoriteiten in het land van herkomst zijn bekend met of kunnen op de hoogte raken van deze activiteiten van de vreemdeling;
|
||||
• de autoriteiten in het land van herkomst zijn bekend met of de vreemdeling heeft aannemelijk gemaakt dat de autoriteiten in het land van herkomst op de hoogte zullen raken van deze activiteiten van de vreemdeling; en,
|
||||
• deze activiteiten leveren een gegronde vrees voor vervolging op in de zin van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met inachtneming van artikel 3.37 VV. Artikel 3.37 VV noemt onder meer de volgende gronden:
|
||||
|
|
@ -714,7 +736,7 @@ Ook indien de vreemdeling verklaart dat hij bij terugkeer zich gedwongen voelt o
|
|||
|
||||
De IND merkt vrouwen niet enkel op basis van de sekse aan als sociale groep, zoals bedoeld in artikel 3.37 eerste lid, aanhef en onder d, VV, omdat vrouwen als sociale groep te divers van samenstelling zijn.
|
||||
|
||||
De IND kan een vreemdeling aanmerken als behorend tot een sociale groep wegens gendergerelateerde aspecten. Onder gendergerelateerde aspecten verstaat de IND in ieder geval:
|
||||
De IND kan een vreemdeling aanmerken als behorend tot een sociale groep wegens (toegedichte) gendergerelateerde aspecten. Onder gendergerelateerde aspecten verstaat de IND in ieder geval:
|
||||
|
||||
• een homoseksuele gerichtheid;
|
||||
• een lesbische gerichtheid;
|
||||
|
|
@ -734,13 +756,13 @@ De situatie in het land van herkomst kan met zich brengen dat de vreemdeling een
|
|||
|
||||
Deze terughoudendheid mag echter niet dusdanig ver strekken, dat de IND moet vaststellen dat de vreemdeling niet op betekenisvolle wijze invulling kan geven aan zijn seksuele gerichtheid.
|
||||
|
||||
De IND verleent met inachtneming van artikel 3.36 VV een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een vreemdeling op grond van zijn seksuele gerichtheid, in ieder geval als:
|
||||
De IND verleent met inachtneming van artikel 3.36 VV een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een vreemdeling op grond van zijn seksuele gerichtheid, in ieder geval als sprake is van ten minste één van de volgende situaties:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege zijn seksuele gerichtheid dreigt te worden blootgesteld aan daden van geweld, die zo ernstig zijn dat deze daden van geweld een ernstige schending van de grondrechten van de mens vormen;
|
||||
• de autoriteiten van het land van herkomst op grond van de seksuele gerichtheid maatregelen uitvoeren die discriminerend zijn of op een discriminerende wijze worden uitgevoerd en deze maatregelen voldoende ernstig zijn;
|
||||
• in het land van herkomst strafbepalingen op grond van de seksuele gerichtheid door de autoriteiten actief ten uitvoer worden gelegd en dat sprake is van een zeker gewicht van de maatregel.
|
||||
• de vreemdeling heeft aannemelijk gemaakt dat hij vanwege zijn (toegedichte) seksuele gerichtheid dreigt te worden blootgesteld aan daden van geweld, die zo ernstig zijn dat deze daden van geweld een ernstige schending van de grondrechten van de mens vormen;
|
||||
• de autoriteiten van het land van herkomst voeren op grond van de (toegedichte) seksuele gerichtheid maatregelen uit die discriminerend zijn of op een discriminerende wijze worden uitgevoerd en deze maatregelen voldoende ernstig zijn; of,
|
||||
• in het land van herkomst worden door de autoriteiten strafbepalingen op grond van de seksuele gerichtheid actief ten uitvoer gelegd en er is sprake van een zeker gewicht van de maatregel.
|
||||
|
||||
De IND betrekt bij de beoordeling of en in welke mate aan de vreemdeling vanwege zijn seksuele gerichtheid beperkingen worden opgelegd bij het bekend zijn of worden van de seksuele gerichtheid in de directe (leef)omgeving van de vreemdeling, in ieder geval:
|
||||
De IND betrekt bij de beoordeling of en in welke mate aan de vreemdeling vanwege zijn (toegedichte) seksuele gerichtheid beperkingen worden opgelegd bij het bekend zijn of worden van de seksuele gerichtheid in de directe (leef)omgeving van de vreemdeling, in ieder geval:
|
||||
|
||||
• de verklaringen van de vreemdeling;
|
||||
• openbare informatie uit objectieve bron.
|
||||
|
|
@ -789,7 +811,7 @@ De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, indien alle v
|
|||
|
||||
Een commuun delict is een delict dat niet kan worden herleid tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag, en zonder dat daarbij sprake is van een onevenredige of discriminatoire maatregel vanwege een van de gronden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag.
|
||||
|
||||
#### 3.3
|
||||
#### 3.3. Daden als bedoeld in
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw als bij de verwijdering van de vreemdeling uit Nederland sprake is van een reëel risico in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, en artikel 3.37b VV.
|
||||
|
||||
|
|
@ -808,7 +830,7 @@ De IND beoordeelt of sprake is van een situatie als beschreven in artikel 29, ee
|
|||
|
||||
De IND toetst of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef onder b, Vw, aan de hand van vorenstaande volgorde.
|
||||
|
||||
Er is sprake van een uitzonderlijke situatie >als bedoeld in artikel 3EVRM (en artikel 15c van de richtlijn 2004/83/EG) indien de algehele gewelds- en mensenrechtensituatie in het land van herkomst, of in een bepaald gebied in dit land zo uitzonderlijk slecht is dat voor elke vreemdeling, ongeacht de individuele omstandigheden bij terugkeer een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM aanwezig is (in de woorden van het EHRM: *most extreme cases of general violence*). De Minister is bevoegd een situatie in een land van herkomst aan te merken als uitzonderlijke situatie.
|
||||
Er is sprake van een uitzonderlijke situatie >als bedoeld in artikel 3EVRM (en artikel 15c van de richtlijn 2011/95/EU indien de algehele gewelds- en mensenrechtensituatie in het land van herkomst, of in een bepaald gebied in dit land zo uitzonderlijk slecht is dat voor elke vreemdeling, ongeacht de individuele omstandigheden bij terugkeer een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM aanwezig is (in de woorden van het EHRM: *most extreme cases of general violence*). De Minister is bevoegd een situatie in een land van herkomst aan te merken als uitzonderlijke situatie.
|
||||
|
||||
Bij de vraag of sprake is van een uitzonderlijke situatie worden in ieder geval de volgende elementen in samenhang gewogen:
|
||||
|
||||
|
|
@ -833,9 +855,11 @@ Bij de vraag of een bevolkingsgroep wordt aangemerkt als kwetsbare minderheid, w
|
|||
• de mate waarin de vreemdeling, die behoort tot de bevolkingsgroep, effectieve bescherming kan inroepen tegen dreigend geweld of mensenrechtenschendingen (zie artikel 3.37c VV);
|
||||
• de mate waarin de vreemdeling, die behoort tot de bevolkingsgroep, zich kan onttrekken aan dreigend geweld of mensenrechtenschendingen door zich elders te vestigen (zie artikel 3.37d VV).
|
||||
|
||||
In het landgebonden beleid is opgenomen, of een bevolkingsgroep wordt aangemerkt als kwetsbare minderheid. Een kwetsbare minderheidsgroep wordt onderscheiden van risicogroepen (zie paragraaf C2/3,2 Vc).
|
||||
In het landgebonden beleid is opgenomen, of een bevolkingsgroep wordt aangemerkt als kwetsbare minderheid. Een kwetsbare minderheidsgroep wordt onderscheiden van een risicogroepen (zie paragraaf C2/3.2 Vc).
|
||||
|
||||
Het individualiseringsvereiste beperkt zich in deze gevallen niet tot wat de vreemdeling persoonlijk heeft ondervonden. De IND weegt op basis van de verklaringen van de vreemdeling mee wat personen in de naaste omgeving van de vreemdeling die behoren tot de kwetsbare minderheidsgroep aan mensenrechtenschendingen hebben ondervonden. De vreemdeling hoeft in dit geval niet aannemelijk te maken dat de mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de kwetsbare minderheidsgroep. Deze mensenrechtenschendingen kunnen ook hebben plaatsgevonden in de naaste omgeving van de vreemdeling in het land van herkomst, nadat de vreemdeling al uit het land was vertrokken.
|
||||
De vreemdeling die behoort tot een bevolkingsgroep die in het landgebonden beleid is aangewezen als een kwetsbare minderheidsgroep, kan indien er sprake is van geloofwaardige en individualiseerbare verklaringen, met beperkte indicaties aannemelijk maken dat hij vreest voor daden als hier bedoeld.
|
||||
|
||||
Het individualiseringsvereiste beperkt zich in deze gevallen niet tot wat de vreemdeling persoonlijk heeft ondervonden. De IND weegt op basis van de verklaringen van de vreemdeling mee wat personen, die behoren tot de kwetsbare minderheidsgroep, in de naaste omgeving van de vreemdeling aan mensenrechtenschendingen hebben ondervonden. De vreemdeling hoeft in dit geval niet aannemelijk te maken dat de mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de kwetsbare minderheidsgroep. Deze mensenrechtenschendingen kunnen ook hebben plaatsgevonden in de naaste omgeving van de vreemdeling in het land van herkomst, nadat de vreemdeling al uit het land was vertrokken.
|
||||
|
||||
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de vreemdeling die behoort tot een kwetsbare minderheid, als in ieder geval:
|
||||
|
||||
|
|
@ -856,16 +880,29 @@ De IND weegt daarbij mee de algemene informatie over genitale verminking bij vro
|
|||
|
||||
De IND verleent bij een gegronde vrees voor genitale verminking de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw uitsluitend aan:
|
||||
|
||||
• meisjes die het land van herkomst hebben verlaten vanwege een reëel risico op genitale verminking;
|
||||
• meisjes die in Nederland zijn geboren en bij terugkeer naar het land van herkomst een reëel risico lopen op genitale verminking;
|
||||
• meisjes, waaronder zij die in Nederland zijn geboren, die bij terugkeer naar het land van herkomst een reëel risico lopen op genitale verminking; en,
|
||||
• de ouder van het meisje aan wie de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw heeft verleend.
|
||||
|
||||
In afwijking van het voorgaande verleent de IND bij een beroep op vrees voor genitale verminking in ieder geval geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw, aan:
|
||||
|
||||
• de ouder die de genitale verminking zelf uitvoert of de uitvoering ervan mogelijk maakt;
|
||||
• de ouder die Nederland inreist nadat de dochter al in het bezit is gesteld van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw;
|
||||
• de ouder die Nederland inreist nadat de dochter al in het bezit is gesteld van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw; en,
|
||||
• andere familieleden.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of uitzetting in verband met de medische toestand van de uit te zetten vreemdeling, onder uitzonderlijke omstandigheden en wegens dwingende redenen van humanitaire aard, bij gebrek aan medische voorzieningen en sociale opvang in het land waarnaar wordt uitgezet, leidt tot schending van artikel 3 EVRM.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt, mede op basis van een actueel BMA advies, de omstandigheden aan de hand van de drie volgende criteria.
|
||||
|
||||
a. het stadium waarin de ziekte zich bevindt (ziekte in vergevorderd en direct levensbedreigend stadium);
|
||||
b. de aanwezigheid van medische zorg in land van herkomst; en,
|
||||
c. de steun van naasten in de sociale omgeving.
|
||||
|
||||
Indien uit het BMA advies blijkt dat de ziekte van de vreemdeling zich op het moment van de beoordeling niet in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium bevindt concludeert de IND dat er geen sprake is van uitzonderlijke omstandigheden, zoals hier bedoeld.
|
||||
|
||||
Indien er wel sprake is van een ziekte in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium toetst de IND voor de uitzonderlijke omstandigheden waar de vreemdeling in kan komen te verkeren aan de criteria onder b en c. De medische zorg en steun van naasten, waaronder de familieleden van de vreemdeling, in het land van herkomst worden door de IND beoordeeld in samenhang met het stadium waarin de ziekte zich bevindt. De mogelijkheden voor de benodigde medische behandeling in het land van herkomst volgen uit het BMA advies. De IND beoordeelt de omstandigheid of de familie aan de vreemdeling ondersteuning kan bieden aan de hand van de verklaringen van de vreemdeling en/of aanvullend onderzoek.
|
||||
|
||||
De situatie dat er geen sprake is van ziekte in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium, maar dat er bij uitblijven van de medische behandeling op korte termijn een medische noodsituatie zal optreden kan de IND meewegen in het kader van de beoordeling van artikel 64 Vw.
|
||||
|
||||
### 4. Nationale bescherming
|
||||
|
||||
#### 4.1
|
||||
|
|
@ -1201,30 +1238,26 @@ Alvorens de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te w
|
|||
|
||||
### 6. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (facultatief)
|
||||
|
||||
#### 6.1. Er is geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
|
||||
#### 6.1. Er is geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt de vraag of bescherming van de vreemdeling in de zin van artikel 3.37c, eerste lid, VV mogelijk is, op het moment waarop de beslissing op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd plaatsvindt.
|
||||
De IND beoordeelt de bescherming in de zin van artikel 3.37c,VV en artikel 3.37d, VV nadat is vastgesteld dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of daden als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw. De IND beoordeelt de vraag of deze bescherming van de vreemdeling mogelijk is, op het moment waarop de beslissing op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd plaatsvindt.
|
||||
|
||||
Bij de beoordeling of de staat aan de vreemdeling bescherming kan bieden zoals bedoeld in artikel 3.37c, eerste lid, onder a, VV gelden de volgende twee regels.
|
||||
De IND gaat ervan uit dat bescherming van de vreemdeling door de autoriteiten in het land van herkomst zoals bedoeld in artikel 3.37c, eerste lid a VV niet mogelijk is, als de dreiging voor de vreemdeling afkomstig is van de autoriteiten in het land van herkomst. Er zijn twee uitzonderingen op deze hoofdregel.
|
||||
|
||||
Als de dreiging uitgaat van een individu (of een groep individuen) die onderdeel uitmaakt van de autoriteiten, maar waarbij verwacht kan worden dat een meerdere van dat individu (of de groep individuen) de dreiging niet steunt en daartegen wil en kan optreden, moet de vreemdeling de bescherming van die meerdere zoeken.
|
||||
Als de dreiging voor de vreemdeling afkomstig van een persoon of een groep, die onderdeel uitmaakt van de autoriteiten, maar waarbij verwacht kan worden dat een meerdere van die persoon of de groep individuen kan en wil optreden tegen de persoon of groep die de dreiging veroorzaakt, moet de vreemdeling de bescherming van die meerdere zoeken.
|
||||
|
||||
Als de dreiging uitgaat van de lokale autoriteiten terwijl aangenomen kan worden dat de centrale autoriteiten hiertegen bescherming willen en kunnen bieden, moet de vreemdeling de bescherming van die centrale autoriteiten zoeken.
|
||||
Als de dreiging voor de vreemdeling afkomstig is van lokale autoriteiten, terwijl aangenomen kan worden dat de centrale autoriteiten in het land van herkomst van de vreemdeling bescherming willen en kunnen bieden, oordeelt de IND dat van de vreemdeling verwacht kan worden dat hij bescherming bij de centrale autoriteit in het land van herkomst zoekt.
|
||||
|
||||
Onder de in artikel 3.37c, eerste lid, onder b, VV genoemde internationale organisaties verstaat de IND uitsluitend een stabiele, op een staat gelijkende autoriteit, die in ieder geval;
|
||||
In beide uitzonderingssituaties constateert de IND dat bescherming van de vreemdeling door de autoriteiten in het land van herkomst mogelijk is.
|
||||
|
||||
• zeggenschap heeft over het grondgebied van het desbetreffende land; en
|
||||
• bereid en in staat is om individuen te beschermen op soortgelijke wijze als een internationaal erkende staat.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt in ieder geval de volgende organisaties als internationale organisatie als bedoeld in artikel 3.37c, eerste lid, onder b, VV:
|
||||
Onder de voorwaarde dat de internationale organisatie de staat of een aanzienlijk deel van het grondgebied van de staat beheerst beschouwt de IND in ieder geval de volgende organisaties als internationale organisatie als bedoeld in artikel 3.37c, eerste lid, onder b, VV:
|
||||
|
||||
• VN;
|
||||
• NAVO.
|
||||
|
||||
Een maatregel als bedoeld in artikel 3.37c, tweede lid, VV is redelijk als deze:
|
||||
De IND beschouwt, ter invulling van de bepaling in artikel 3.37 c, tweede lid, VV, de bescherming van de vreemdeling in ieder geval van niet-tijdelijke aard, indien er geen concrete aanwijzingen zijn dat de doeltreffende bescherming binnen de voorzienbare toekomst zal eindigen.
|
||||
|
||||
• in relatie staat tot de dreiging;
|
||||
• inhoudt dat aan de vreemdeling bescherming voor de direct voorzienbare toekomst kan worden geboden.
|
||||
Het vereiste dat volgt uit artikel 3.37 c, tweede lid, VV betekent niet dat de bescherming een volledige garantie moet bieden tegen de dreiging.
|
||||
|
||||
Bij de beoordeling van de mogelijkheid van bescherming moet in eerste instantie de vreemdeling zelf aannemelijk maken dat hem geen bescherming kan worden geboden. Afhankelijk van de individuele situatie van de vreemdeling en de algehele situatie in het land van herkomst kan de bewijslast meer naar de zijde van de Nederlandse overheid verschuiven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1245,7 +1278,7 @@ Als uit algemene informatie over het land van herkomst blijkt dat bescherming ni
|
|||
|
||||
Als de vreemdeling stelt dat het inroepen van bescherming gevaarlijk zou zijn, maar dit niet al uit openbare, objectieve bron blijkt, moet de vreemdeling dit voor zijn individuele situatie aannemelijk maken.
|
||||
|
||||
Bij de beantwoording van de vraag of een vreemdeling bescherming in Nederland behoeft tegen dreigende vervolging, mensenrechtenschending of de algehele situatie in het land van herkomst, beoordeelt de IND in alle gevallen of de vreemdeling in het land van herkomst een beschermingsalternatief heeft door zich in een ander gebied in het land van herkomst aan deze dreiging te onttrekken.
|
||||
Bij de beantwoording van de vraag of een vreemdeling bescherming in Nederland behoeft tegen dreigende vervolging of daden als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw, beoordeelt de IND of de vreemdeling in het land van herkomst een beschermingsalternatief heeft en zich in een ander gebied in het land van herkomst aan deze dreiging kan onttrekken.
|
||||
|
||||
De term beschermingsalternatief is een verzamelterm voor het vlucht-, vestigings- en verblijfsalternatief. Bepalend voor het gebruik van deze termen is de dreiging waartegen deze alternatieven voor de vreemdeling bescherming bieden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1253,20 +1286,20 @@ De term vluchtalternatief gebruikt de IND bij bescherming van de vreemdeling teg
|
|||
|
||||
De term vestigingsalternatief gebruikt de IND voor de volgende twee situaties:
|
||||
|
||||
• bij bescherming van de vreemdeling tegen foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing;
|
||||
• bij bescherming van de vreemdeling tegen daden als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b Vw;
|
||||
• bij bescherming van de vreemdeling tegen de confrontatie met ongestraft gebleven daders op grond van het beleid inzake traumata.
|
||||
|
||||
De term verblijfsalternatief gebruikt de IND bij bescherming van vreemdeling tegen de slechte algehele situatie in een deel van het land van herkomst en speelt een rol bij de beoordeling of een beleid van categoriale bescherming geïndiceerd is.
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat een ander gebied in het land van herkomst op grond van artikel 3.37d VV voldoet als vlucht- of vestigingsalternatief en verwacht van de vreemdeling dat hij zich naar dat andere gebied in het land van herkomst begeeft als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
|
||||
a. het gaat om een gebied in het land van herkomst waarvoor de vreemdeling geen risico bestaat op gegronde vrees voor vervolging als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of een reëel risico op folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen bestaat;
|
||||
b. de vreemdeling kan op veilige wijze toegang tot dat gebied in het land van herkomst verkrijgen;
|
||||
c. de vreemdeling kan zich in het gebied in het land van herkomst vestigen en van de vreemdeling kan redelijkerwijs worden verwacht dat hij in dat deel van het land verblijft.
|
||||
a. het gaat om een gebied in het land van herkomst waar de vreemdeling geen risico loopt op vervolging als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of voor daden als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw óf toegang heeft tot bescherming als bedoeld in artikel 3.37c VV;
|
||||
b. de vreemdeling kan op veilige en wettige wijze reizen naar en toegang verkrijgen tot dat gebied in het land van herkomst; en
|
||||
c. van de vreemdeling redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij zich in dat deel van het land vestigt.
|
||||
|
||||
Naast het vereiste dat de dreiging in het andere gebied niet bestaat, is het ook van belang dat de vreemdeling in het andere gebied geen nieuwe dreiging zal ondervinden.
|
||||
Naast het vereiste dat de dreiging in het andere gebied niet bestaat, is het ook van belang dat de vreemdeling in het andere gebied geen nieuwe dreiging zal ondervinden. Als het aannemelijk is dat de vreemdeling in het andere gebied ook heeft te vrezen voor vervolging of voor daden als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw dan beoordeelt de IND of de vreemdeling bescherming kan inroepen tegen de dreiging in dat gebied.
|
||||
|
||||
Als de dreiging een gevolg is van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15c van richtlijn 2004/83/EG in een bepaald gebied en niet gerelateerd is aan individuele, persoonlijke vrees, kan de vreemdeling afkomstig uit dat gebied zich onttrekken aan deze dreiging door zich te vestigen in een plaats gelegen buiten het hier bedoelde gebied. De voorwaarden genoemd onder b en c voor het tegenwerpen van een vestigingsalternatief blijven onverkort van toepassing.
|
||||
Als de dreiging een gevolg is van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15c van richtlijn 2011/95/EU in een bepaald gebied en niet gerelateerd is aan individuele, persoonlijke vrees, kan de vreemdeling afkomstig uit dat gebied zich onttrekken aan deze dreiging door zich te vestigen in een plaats gelegen buiten het hier bedoelde gebied. De voorwaarden genoemd onder b en c voor het tegenwerpen van een vestigingsalternatief blijven onverkort van toepassing.
|
||||
|
||||
Het gebied moet vanuit Nederland daadwerkelijk bereikbaar zijn. Daarnaast moet het gebied op legale en veilige wijze kunnen worden bereikt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1276,11 +1309,14 @@ De vreemdeling moet zich in het gebied kunnen vestigen en een leven kunnen leide
|
|||
|
||||
Dat de omstandigheden in het gebied minder gunstig zijn dan in het oorspronkelijke woongebied van de vreemdeling acht de IND onvoldoende reden om geen vlucht- of vestigingsalternatief tegen te werpen.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt een vlucht-, of vestigingsalternatief pas nadat is vastgesteld dat er sprake is van gegronde vrees voor vervolging op basis van een van de in het Vluchtelingenverdrag genoemde gronden of een reëel risico in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw.
|
||||
De IND beoordeelt aan de hand van de over het land van herkomst beschikbare nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen of een vlucht- of vestigingsalternatief in de individuele zaak van de vreemdeling aanwezig is.
|
||||
|
||||
De Minister bepaalt aan de hand van de over het land van herkomst beschikbare informatie of een vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is. De vreemdeling moet vervolgens aannemelijk maken dat het vlucht- of vestigingsalternatief in zijn geval niet aanwezig is en dat van hem niet verlangd kan worden dat hij zich vestigt in een ander gebied in het land van herkomst.
|
||||
In het landgebonden asielbeleid kan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie het bestaan van een vlucht- en/of vestigingsalternatief op basis van de beschikbare nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen met inachtneming van de genoemde voorwaarden op voorhand vaststellen dan wel uitsluiten voor:
|
||||
|
||||
De IND verleent geen verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a tot en met d, Vw als er concrete aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling na indiening van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar zijn land van herkomst is terug geweest.
|
||||
• asielzoekers uit een gedeelte van dat land waarbij de dreiging een gevolg is van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15c van richtlijn 2011/95/EU; of,
|
||||
• een bepaalde bevolkingsgroep.
|
||||
|
||||
De IND verleent geen verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw als er concrete aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling na indiening van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar zijn land van herkomst is terug geweest.
|
||||
|
||||
#### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
|
||||
|
||||
|
|
@ -1507,7 +1543,7 @@ Na verjaring van het misdrijf stuurt de IND stuurt de vreemdeling een brief met
|
|||
|
||||
Het betreft in dat geval op grond van artikel 3.5, derde lid, Vb een tijdelijk verblijfsrecht.
|
||||
|
||||
##### 6.2.8. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
|
||||
##### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
|
||||
|
||||
De IND mag ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1619,7 +1655,7 @@ Indien de vreemdeling aanvoert uit zelfverdediging strafbare feiten als bedoeld
|
|||
Indien aan de vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, maar tegelijkertijd aannemelijk is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM beoordeelt de IND alle volgende omstandigheden:
|
||||
|
||||
a. of artikel 3 EVRM zich duurzaam verzet tegen uitzetting van de vreemdeling naar het land van herkomst; en, zo ja,
|
||||
b. Of de gevolgen voor de vreemdeling van het blijvend onthouden van een verblijfsvergunning disproportioneel zijn, afgewogen tegen de belangen van de Staat om artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag te handhaven.
|
||||
b. of de gevolgen voor de vreemdeling van het blijvend onthouden van een verblijfsvergunning disproportioneel zijn, afgewogen tegen de belangen van de Staat om artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag te handhaven.
|
||||
|
||||
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
|
||||
|
||||
|
|
@ -1629,7 +1665,7 @@ De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandig
|
|||
|
||||
De IND neemt disproportionaliteit aan indien de vreemdeling aantoont dat hij zich in een uitzonderlijke situatie bevindt.
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond, en de vreemdeling niet in aanmerking komt van een verblijfsvergunning, nodigt de IND de vreemdeling uit een verblijfsvergunning regulier aan te vragen. De IND willigt deze aanvraag in op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb. Het betreft in dat geval op grond van artikel 3.5, derde lid, Vb een tijdelijk verblijfsrecht.
|
||||
Indien de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond, en de vreemdeling niet in aanmerking komt van een verblijfsvergunning, nodigt de IND de vreemdeling uit een verblijfsvergunning regulier aan te vragen. De IND willigt deze aanvraag in op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb. Het betreft in dat geval op grond van artikel 3.5, vierde lid, Vb een tijdelijk verblijfsrecht.
|
||||
|
||||
De IND verleent op grond van de artikelen 3.77 en 3.107 Vb geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan gezinsleden van een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1712,15 +1748,28 @@ Paragraaf B1/4.4 Vc (‘nationale veiligheid’) is van overeenkomstige toepassi
|
|||
|
||||
#### 8.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
|
||||
|
||||
Als de IND vaststelt dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is komen te vervallen onderzoekt de IND in ieder geval:
|
||||
Als de IND vaststelt dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is komen te vervallen en de wijziging van de omstandigheden ingevolge artikel 3.37e VV een voldoende ingrijpend en niet voorbijgaand karakter hebben onderzoekt de IND in ieder geval:
|
||||
|
||||
• of op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook één of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in artikel 29, eerste lid Vw van toepassing waren;
|
||||
• of de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid Vw.
|
||||
• of de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid Vw;
|
||||
• of de vreemdeling dwingende redenen, voortvloeiende uit vroegere vervolging of daden als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw kan aanvoeren om te weigeren terug te keren naar zijn land van herkomst.
|
||||
|
||||
Als tenminste één van deze omstandigheden zich voordoet, trekt de IND de verblijfsvergunning niet in.
|
||||
Als tenminste één van de onder het kopje algemeen genoemde omstandigheden zich voordoet, trekt de IND de verblijfsvergunning niet in.
|
||||
|
||||
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder c Vw, wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
|
||||
|
||||
Ingevolge artikel 3.37eVV komt de vreemdeling in aanmerking voor dit beleid indien hij voldoet aan beide hieronder genoemde voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. de vreemdeling is slachtoffer geweest van wandaden die (mede) hebben geleid tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; en,
|
||||
b. de psychologische problematiek van de vreemdeling als gevolg van de wandaden en de positie waarin hij na terugkeer kan komen te verkeren staan aan terugkeer in de weg.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt de volgende daden als zodanig:
|
||||
|
||||
• verkrachting, ernstige mishandeling of foltering van de vreemdeling; en,
|
||||
• getuige van de gewelddadige dood, verkrachting, ernstige mishandeling of foltering van naaste familieleden.
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt hiertoe naar de huidige situatie of daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
|
||||
|
||||
De IND geeft in het landgebonden asielbeleid aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in artikel 3.37 e VV.
|
||||
|
||||
Het enkele feit dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, b, c of d, Vw vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst is niet voldoende voor de IND om de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te trekken of niet te verlengen.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue