From 00890baaebf898d236acd5d1f416e0c4454846f5 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jan 2002 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2002-01-01 | BWBR0003630 | Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 --- .../BWBR0003630/README.md | 314 ++++++++---------- 1 file changed, 133 insertions(+), 181 deletions(-) diff --git a/amvb/bezoldigingsbesluit-burgerlijke-rijksambtenaren-1984/BWBR0003630/README.md b/amvb/bezoldigingsbesluit-burgerlijke-rijksambtenaren-1984/BWBR0003630/README.md index 57cd07388b0..7156a687fa8 100644 --- a/amvb/bezoldigingsbesluit-burgerlijke-rijksambtenaren-1984/BWBR0003630/README.md +++ b/amvb/bezoldigingsbesluit-burgerlijke-rijksambtenaren-1984/BWBR0003630/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 bwb_id: BWBR0003630 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2016-11-17' +datum_inwerkingtreding: '1984-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003630 citeertitel: Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 --- @@ -32,17 +32,17 @@ b. bij een algemene maatregel van bestuur tot regeling van de bezoldiging van 7°. leden van raden, besturen en commissies; c. krachtens artikel 15 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of een daarmee overeenkomende bepaling van gelijke strekking. -**3.** Wij behouden Ons voor op de gemeenschappelijke voordracht van Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, andere dan in het vorige lid bedoelde ambtenaren of groepen van ambtenaren uit te zonderen van de toepassing van dit besluit. +**3.** Wij behouden Ons voor op de gemeenschappelijke voordracht van Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur en Onze Minister van Binnenlandse Zaken, andere dan in het vorige lid bedoelde ambtenaren of groepen van ambtenaren uit te zonderen van de toepassing van dit besluit. ### Artikel 2 In dit besluit wordt verstaan onder: -a. salaris: het bedrag, dat met inachtneming van de bepalingen van dit besluit voor de ambtenaar is vastgesteld aan de hand van een van de bijlagen van dit besluit vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor; +a. *salaris:* het bedrag, dat met inachtneming van de bepalingen van dit besluit voor de ambtenaar is vastgesteld aan de hand van een der bijlagen van dit besluit; b. *salaris per uur:* 1/156 deel van het salaris bij een volledige werktijd; -c. *salarisschaal:* een als zodanig in de bijlagen A, B, C of D van dit besluit vermelde reeks van genummerde salarissen; -d. salarisnummer: een aanduiding, bestaande uit een getal, dat in een salarisschaal voor een salaris is vermeld; -e. maximumsalaris: het hoogste bedrag van een salarisschaal; +c. *salarisschaal:* een als zodanig in de bijlage B van dit besluit vermelde reeks van genummerde salarissen; +d. *salarisnummer:* een aanduiding, bestaande uit een getal of uit een letter en een getal, dat in een salarisschaal voor een salaris is vermeld; +e. *maximumsalaris:* het hoogste bedrag van een salarisschaal, waarvan het salarisnummer uitsluitend uit een getal bestaat; f. bezoldiging: de som van: het salaris; @@ -54,17 +54,16 @@ de periodieke toeslag, genoemd in artikel 22a; de maandelijkse toeslag, genoemd in artikel 22b; waarop de ambtenaar aanspraak heeft; -g. volledige arbeidsduur: een arbeidsduur welke gemiddeld zesendertig werkuren per week omvat; -h. arbeidsduurfactor: de breuk, waarvan de teller bestaat uit de voor de ambtenaar vastgestelde arbeidsduur en de noemer bestaat uit het getal 36; -i. *functie:* het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door het daartoe bevoegde gezag is opgedragen; -j. toeslag: een toeslag als bedoeld in artikel 22a; -k. periodieke toeslag: een toeslag als bedoeld in artikel 22a die maandelijks wordt betaald. +g. *volledige werktijd:* een werktijd welke gemiddeld zesendertig werkuren per week omvat; +h. *functie:* het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door het daartoe bevoegde gezag is opgedragen; +j. “j.” moet zijn “i.” toeslag: een toeslag als bedoeld in artikel 22a; +j. periodieke toeslag: een toeslag als bedoeld in artikel 22a die maandelijks wordt betaald. ### Artikel 3 **1.** Het salaris, de toelagen, de periodieke toeslag en de vergoedingen voor extra diensten worden maandelijks betaald. -**2.** Wanneer het salaris, een toelage als bedoeld in de artikelen 14, 16, 17b, 18, 18a, een bedrag als bedoeld in artikel 21, tweede lid, een toeslag als bedoeld in artikel 22e of een periodieke toeslag, moet worden berekend over een gedeelte van de kalendermaand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal dagen van de desbetreffende kalendermaand. +**2.** Wanneer het salaris, een toelage als bedoeld in de artikelen 14, 16, 17b, 18, 18a, een bedrag als bedoeld in artikel 21, tweede lid, of een periodieke toeslag, moet worden berekend over een gedeelte van de kalendermaand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal dagen van de desbetreffende kalendermaand. **3.** Van het bepaalde in de vorige leden kan worden afgeweken, ingeval daartoe naar het oordeel van het tot het vaststellen van het salaris bevoegde gezag op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding bestaat. @@ -72,17 +71,17 @@ k. periodieke toeslag: een toeslag als bedoeld in artikel 22a die maandelijks wo ### Artikel 4 -**1.** Voor de ambtenaar, wiens ambt is vermeld in de bijlage A van dit besluit, geldt een salarisschaal die in de bijlage bij zijn ambt is aangegeven, of geldt het salaris dat in die bijlage bij zijn ambt is aangegeven. +**1.** Voor de ambtenaar, wiens ambt is vermeld in de bijlage A van dit besluit, geldt het salaris, dat in die bijlage bij zijn ambt is aangegeven. -**2.** Indien de ambtenaar bedoeld in het vorige lid anders dan bij wijze van disciplinaire straf als bedoeld in het Algemeen Rijksambtenarenreglement of in een soortgelijke regeling en zonder voorafgaand ontslag wordt belast met een ander ambt, als gevolg waarvan zijn salaris op grond van de overige bepalingen van dit besluit een verlaging zou moeten ondergaan, blijft deze verlaging achterwege. +**2.** Indien de ambtenaar bedoeld in het vorige lid anders dan bij wijze van disciplinaire straf als bedoeld in het Algemeen Rijksambtenarenreglement (*Stb.* 1931, 248) of in een soortgelijke regeling en zonder voorafgaand ontslag wordt belast met een ander ambt, als gevolg waarvan zijn salaris op grond van de overige bepalingen van dit besluit een verlaging zou moeten ondergaan, blijft deze verlaging achterwege. ### Artikel 5 -**1.** Voor de ambtenaar, wiens ambt niet is vermeld in de bijlage A van dit besluit, geldt een salarisschaal als bedoeld in bijlage B van dit besluit. +**1.** Voor de ambtenaar, wiens ambt niet is vermeld in de bijlage A van dit besluit, geldt een salarisschaal. **2.** De salarisschaal welke voor de ambtenaar geldt wordt, tenzij zijn wijze van functioneren zich nog daartegen verzet, bepaald met inachtneming van de zwaarte van zijn functie en van bijzondere regelingen, als bedoeld in artikel 13 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling. -**3.** De zwaarte van de functie wordt bepaald binnen de in de bijlage B van dit besluit aangegeven indelingsstructuur, met inachtneming van het door of in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde normeringsstelsel. +**3.** De zwaarte van de functie wordt bepaald binnen de in de bijlage B van dit besluit aangegeven indelingsstructuur, met inachtneming van het door of in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken vastgestelde normeringsstelsel. **4.** Indien de ambtenaar bij wijze van waarneming tijdelijk een andere functie uitoefent, blijft de voordien voor hem geldende salarisschaal van toepassing. @@ -95,21 +94,24 @@ b. indien bij het bepalen van de salarisschaal, bedoeld in het tweede lid, teven c. indien hij in verband met ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte wordt herplaatst in een andere functie waarvoor een salarisschaal geldt met een lager maximumsalaris; d. indien hem op zijn aanvraag een andere functie wordt opgedragen waarvoor een salarisschaal geldt met een lager maximumsalaris, tenzij er sprake is van de omstandigheid, bedoeld in artikel 57b van het Algemeen Rijksambtenarenreglement. -**6.** Indien de ambtenaar met toepassing van hoofdstuk VIIbis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is geplaatst in een andere functie waarvoor een salarisschaal geldt met een lager maximumsalaris dan de voor hem geldende salarisschaal in zijn oorspronkelijke functie, geldt voor de ambtenaar de salarisschaal die met toepassing van het tweede lid voor die andere functie is bepaald. Van de vorige volzin kan door het bevoegd gezag worden afgeweken voor zover toepassing gelet zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor de betrokken ambtenaar. - ### Artikel 5a **1.** De ambtenaar die zich niet kan verenigen met de uitkomst van de bepaling van de zwaarte van zijn functie als bedoeld in artikel 5, derde lid, kan het voor de toepassing van artikel 5, tweede lid, bevoegde gezag verzoeken die waarderingsuitkomst opnieuw in overweging te nemen. **2.** Indien de toepassing van het bepaalde in artikel 5, tweede lid, berust bij Ons, worden Wij vertegenwoordigd door Onze Minister wie het aangaat. -**3.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt regels betreffende de behandeling van verzoeken als bedoeld in het eerste lid. +**3.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken stelt regels betreffende de behandeling van verzoeken als bedoeld in het eerste lid. **4.** Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing indien voor de ambtenaar een bijzondere regeling geldt als bedoeld in artikel 13 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling. ### Artikel 6 -**1.** Bij aanstelling wordt aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 4, eerste lid, voor zover voor hem een salarisschaal geldt, en de ambtenaar, bedoeld in artikel 5, het salaris toegekend, dat in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer 0. +**1.** + +Bij aanstelling wordt aan de in artikel 5 bedoelde ambtenaar het salaris toegekend, dat + +a. wanneer hij 21 jaar of ouder is, in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer 0; +b. wanneer hij jonger dan 21 jaar is, in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer, bestaande uit de letter J en het getal, dat overeenkomt met zijn leeftijd. **2.** Van het bepaalde in het vorige lid kan worden afgeweken door het toekennen van een hoger salaris, ingeval daartoe naar het oordeel van het bevoegde gezag aanleiding bestaat. @@ -121,30 +123,38 @@ d. indien hem op zijn aanvraag een andere functie wordt opgedragen waarvoor een **3.** Indien de ambtenaar naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in voldoende mate functioneert, blijft salarisverhoging achterwege. -**4.** De in het eerste en tweede lid bedoelde salarisverhoging wordt toegekend wanneer de ambtenaar het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand, waarin sinds zijn aanstelling een jaar is verstreken en nadien telkens na één jaar. +**4.** -**5.** Het tijdstip waarop ingevolge het vierde lid een salarisverhoging wordt toegekend kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van het bevoegde gezag aanleiding bestaat. +De in het eerste en tweede lid bedoelde salarisverhoging wordt toegekend: -**6.** Indien het functioneren van de ambtenaar niet kan worden beoordeeld omdat hij langdurig zijn functie niet uitoefent, kan zijn salaris worden verhoogd tot het in de schaal naasthogere bedrag, indien daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag aanleiding bestaat. +a. wanneer de ambtenaar 21 jaar of ouder is en hij het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand, waarin sinds zijn aanstelling een jaar is verstreken en nadien telkens na één jaar; +b. wanneer de ambtenaar jonger dan 21 jaar is, met ingang van de eerste dag van de maand, waarin zijn verjaardag valt. -**7.** Het oordeel van het bevoegd gezag over het functioneren van de ambtenaar komt tot stand op basis van een gesprek als bedoeld in artikel 71 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, voorzover het betreft de in het eerste lid van dat artikel onder a en b genoemde onderwerpen, dan wel op basis van een vastgestelde beoordeling als bedoeld in artikel 71a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement. +**5.** Het tijdstip waarop ingevolge het vierde lid, onder *a*, een salarisverhoging wordt toegekend kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van het bevoegde gezag aanleiding bestaat. + +**6.** Indien de in het vierde lid, onder *a*, bedoelde ambtenaar reeds voor zijn 21e verjaardag was aangesteld, wordt, onverlet het in het vijfde lid bepaalde, de salarisverhoging toegekend met ingang van de eerste dag van de maand, waarin zijn verjaardag valt. + +**7.** Indien het functioneren van de ambtenaar niet kan worden beoordeeld omdat hij langdurig zijn functie niet uitoefent, kan zijn salaris worden verhoogd tot het in de schaal naasthogere bedrag, indien daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag aanleiding bestaat. + +**8.** Het oordeel van het bevoegd gezag over het functioneren van de ambtenaar komt tot stand op basis van een gesprek als bedoeld in artikel 71 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, voorzover het betreft de in het eerste lid van dat artikel onder a en b genoemde onderwerpen, dan wel op basis van een vastgestelde beoordeling als bedoeld in artikel 71a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement. ### Artikel 8 -**1.** Het salaris van de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt, kan worden verhoogd, indien hij naar het oordeel van het bevoegd gezag uitstekend functioneert. +**1.** Het salaris van de ambtenaar, bedoeld in artikel 5, eerste lid, die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt, kan worden verhoogd, indien hij naar het oordeel van het bevoegd gezag uitstekend functioneert. **2.** Bij een salarisverhoging als bedoeld in het eerste lid wordt het salaris: -a. voor de ambtenaar voor wie één der salarisschalen 1 tot en met 18 van de bijlage B geldt, vastgesteld op een bedrag vermeld in de naasthogere salarisschaal, met dien verstande dat het maximum van die schaal niet wordt overschreden; -b. voor de ambtenaar voor wie salarisschaal 19 van de bijlage A geldt, vastgesteld op één van de volgende bedragen: +a. voor de ambtenaar voor wie één der salarisschalen 1 tot en met 17 van de bijlage B geldt, vastgesteld op een bedrag vermeld in de naasthogere salarisschaal, met dien verstande dat het maximum van die schaal niet wordt overschreden; -€ 10.708,88; +b. voor de ambtenaar, voor wie salarisschaal 18 van de bijlage B geldt, vastgesteld op één van de volgende bedragen: -€ 10.958,21; +€ 7 429,74; -€ 11.207,56. +€ 7 589,47; + +€ 7 749,66. **3.** Indien het functioneren van de ambtenaar niet langer als uitstekend kan worden gekwalificeerd, kan het bevoegd gezag de toekenning van de salarisverhoging, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk intrekken. @@ -179,9 +189,7 @@ b. de arbeidsduur niet vastligt. ### Artikel 11b -**1.** De hoogte van de aanspraak op het salaris kan met toepassing van de artikelen 2:20 en 3:63 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op verzoek van het bevoegd gezag of de ambtenaar naar evenredigheid worden verminderd. - -**2.** Artikel 16 is niet van toepassing. +Het salaris van de ambtenaar die arbeidsgehandicapt is in de zin van artikel 2 van de Wet op de (re)ïntegratie arbeidsgehandicapten kan, met inachtneming van artikel 5, tweede lid, naar evenredigheid worden verminderd conform de door de uitvoeringsinstelling, bedoeld in artikel 41, derde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, vastgestelde arbeidsprestatie. ### Artikel 12 @@ -211,7 +219,7 @@ Vervallen **3.** Bij volledige waarneming van de functie bedoeld in het eerste lid is het bedrag van de toelage gelijk aan het verschil tussen het salaris dat de ambtenaar geniet en het salaris dat hij zou genieten, wanneer de salarisschaal met het hogere maximumsalaris met ingang van de dag waarop de waarneming is begonnen voor hem zou hebben gegolden. -**4.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt voor de toepassing van dit artikel nadere regels vast. +**4.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken stelt voor de toepassing van dit artikel nadere regels vast. ### Artikel 15 @@ -219,7 +227,7 @@ Vervallen ### Artikel 16 -**1.** Indien het salaris minder is dan het maandbedrag van het minimumloon, dat krachtens de artikelen 7, 8, eerste en derde lid, en 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag geldt voor werknemers van dezelfde leeftijd als de ambtenaar, wordt aan hem een toelage toegekend ten bedrage van het verschil. +**1.** Indien het salaris minder is dan het maandbedrag van het minimumloon, dat krachtens de artikelen 7, 8 en 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (*Stb.* 1968, 657) geldt voor werknemers van dezelfde leeftijd als de ambtenaar, wordt aan hem een toelage toegekend ten bedrage van het verschil. **2.** Voor de ambtenaar met een onvolledige werktijd, wordt het voor werknemers van dezelfde leeftijd geldende minimumloon geacht te zijn vastgesteld op een evenredig deel van het minimumloon bij een volledige werktijd. @@ -233,37 +241,39 @@ De toelage bedraagt per gewerkt uur een percentage van het voor de ambtenaar gel a. 20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 6 en 8 uur en tussen 18 en 22 uur; b. 40% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 0 en 6 uur en tussen 22 en 24 uur; -c. 70% voor de uren op zaterdag; +c. voor de uren op zaterdag: + +45% voor de uren tussen 00.00 uur en 08.00 uur; + +25% voor de uren tussen 08.00 uur en 18.00 uur; + +70% voor de uren tussen 18.00 uur en 24.00 uur; d. 70% voor de uren op zondag; -e. 100% voor de uren op de feestdagen genoemd in artikel 21, zevende lid, onder a, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, Eerste Paasdag en Eerste Pinksterdag, +e. 100% voor de uren op de feestdagen genoemd in artikel 21, zevende lid, onder* a*, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, Eerste Paasdag en Eerste Pinksterdag, met dien verstande dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het salaris behorende bij salarisnummer 10 van salarisschaal 7. -**3.** Voor de in het vorige lid onder a genoemde morgen- en avonduren wordt de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen vóór 7 uur, respectievelijk is beëindigd na 20 uur. +**3.** Voor de in het vorige lid onder *a* genoemde morgen- en avonduren wordt de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen vóór 7 uur, respectievelijk is beëindigd na 20 uur. **4.** In afwijking van het bepaalde in het eerste en het tweede lid ontvangt de ambtenaar met ingang van de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt een vaste toelage, mits hij op dat moment gedurende ten minste 5 jaar zonder wezenlijke onderbreking een toelage als bedoeld in het eerste lid heeft genoten. -**5.** De toelage, bedoeld in het vierde lid, wordt vastgesteld op het bedrag dat de ambtenaar over de zesendertig kalendermaanden voorafgaande aan de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt gemiddeld per maand aan toelage als bedoeld in het eerste lid heeft genoten. Dit bedrag wordt aangepast aan de algemene salariswijzigingen. De toelage wordt naar rato aangepast bij een vermindering van de arbeidsduurfactor. +**5.** De toelage bedoeld in het vierde lid wordt vastgesteld op het bedrag dat de ambtenaar over de twaalf kalendermaanden voorafgaande aan de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt gemiddeld per maand aan toelage als bedoeld in het eerste lid heeft genoten en wordt aangepast aan algemene salariswijzigingen. **6.** Voor de toepassing van het vierde lid wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden. **7.** In afwijking van het eerste en tweede lid kan het bevoegd gezag een vaste toelage vaststellen voor een ambtenaar die geen aanspraak heeft op een vaste toelage als bedoeld in het vierde lid. -**8.** De toelage, bedoeld in het zevende lid, wordt vastgesteld aan de hand van het bepaalde in het tweede en derde lid, het voor de ambtenaar geldende arbeidstijdpatroon als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en de mate waarin en de wijze waarop van dat arbeidstijdpatroon pleegt te worden afgeweken. De toelage wordt aangepast indien zich wijzigingen voordoen in de berekeningsgrondslag daarvan. +**8.** De toelage, bedoeld in het zevende lid, wordt vastgesteld aan de hand van het bepaalde in het tweede en derde lid, de voor de ambtenaar geldende werktijdregeling en de mate waarin en de wijze waarop van die werktijdregeling pleegt te worden afgeweken. De toelage wordt aangepast indien zich wijzigingen voordoen in de berekeningsgrondslag daarvan. **9.** In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen, welke het bepaalde in de vorige leden aanvult of daarvan afwijkt. ### Artikel 17a -**1.** Aan de ambtenaar die krachtens een arbeidstijdpatroon als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling, anders dan bij wijze van overwerk regelmatig of vrij regelmatig arbeid verricht op andere tijden dan op de dagen van maandag tot en met vrijdag tussen 8.00 en 18.00 uur wordt voor het in opdracht van het bevoegde gezag verrichten van arbeid op uren die afwijken van het krachtens het arbeidstijdpatroon vastgestelde rooster een toelage toegekend, voor zover met die uren het totaal van de per werkperiode vastgestelde aantal arbeidsuren niet wordt overschreden. +**1.** Aan de ambtenaar die krachtens een werktijdregeling als bedoeld in artikel 21 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling, anders dan bij wijze van overwerk regelmatig of vrij regelmatig arbeid verricht op andere tijden dan op de dagen van maandag tot en met vrijdag tussen 8.00 en 18.00 uur wordt voor het in opdracht van het bevoegde gezag verrichten van arbeid op uren die afwijken van het krachtens de werktijdregeling vastgestelde rooster een toelage toegekend, voor zover met die uren het totaal van de per werkperiode vastgestelde aantal arbeidsuren niet wordt overschreden. **2.** Op de in het eerste lid bedoelde toelage bestaat geen aanspraak indien tussen het geven van de opdracht en het verrichten van de arbeid meer dan 72 uur zijn verstreken. -**3.** De toelage bedraagt voor elk vol uur waarop in afwijking van het arbeidstijdpatroon arbeid is verricht 45% van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur, met dien verstande dat dit percentage wordt berekend over ten hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het salaris behorende bij salarisnummer 10 van salarisschaal 7. - -**4.** Indien het bevoegd gezag op grond van artikel 17, zevende lid, een vaste toelage heeft vastgesteld voor de ambtenaar, kan het bevoegd gezag in afwijking van het eerste lid, voor de ambtenaar een vaste maandelijkse toelage vaststellen. - -**5.** De toelage, bedoeld in het vierde lid, wordt vastgesteld aan de hand van het bepaalde in het derde lid, het voor de ambtenaar geldende arbeidstijdpatroon en de mate waarin en de wijze waarop van dat arbeidstijdpatroon pleegt te worden afgeweken. De toelage wordt aangepast indien zich wijzigingen voordoen in de berekeningsgrondslag daarvan. +**3.** De toelage bedraagt voor elk vol uur waarop in afwijking van de werktijdregeling arbeid is verricht 45% van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur, met dien verstande dat dit percentage wordt berekend over ten hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het salaris behorende bij salarisnummer 10 van salarisschaal 7. ### Artikel 17b @@ -292,7 +302,7 @@ a. 1% indien de ambtenaar nu en dan onder één of gelijktijdig onder twee typen b. 2% indien de ambtenaar nu en dan gelijktijdig onder drie of meer typen bezwarende omstandigheden dan wel regelmatig gelijktijdig onder twee typen bezwarende omstandigheden of voortdurend onder één type bezwarende omstandigheden arbeid verricht; c. 3% indien de ambtenaar regelmatig gelijktijdig onder drie of meer typen bezwarende omstandigheden of voortdurend gelijktijdig onder twee of meer typen bezwarende omstandigheden arbeid verricht. -**5.** De toelage wordt vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. +**5.** Voor de ambtenaar met onvolledige werktijd wordt de toelage vastgesteld op een evenredig deel van de toelage bij een volledige werktijd. **6.** In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen, welke het bepaalde in de vorige leden aanvult of daarvan afwijkt. @@ -300,17 +310,17 @@ c. 3% indien de ambtenaar regelmatig gelijktijdig onder drie of meer typen bezwa ### Artikel 18 -**1.** Aan de ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikel 17, een blijvende verlaging ondergaat, welke tenminste 3% bedraagt van de som van het salaris en een periodieke toeslag, wordt een aflopende toelage toegekend, mits hij eerstgenoemde toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. +**1.** Aan de ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikel 17, een blijvende verlaging ondergaat, welke tenminste 3% bedraagt van de som van het salaris en een periodieke toeslag, wordt een aflopende toelage toegekend, mits hij eerstgenoemde toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. -**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twaalf maanden. +**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden. -**3.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de verlaging van de bezoldiging het gevolg is van een disciplinaire maatregel genoemd in artikel 81 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of een bepaling van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling. +**3.** Het bevoegd gezag kan het eerste lid geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing verklaren op de ambtenaar wiens bezoldiging als gevolg van het op zijn aanvraag opdragen van een andere functie een blijvende vermindering ondergaat als bedoeld in het eerste lid, indien het belang van de dienst bij het opdragen van die andere functie is gebaat. -**4.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt voor de toepassing van dit artikel nadere regels vast. +**4.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken stelt voor de toepassing van dit artikel nadere regels vast. ### Artikel 18a -**1.** Aan de ambtenaar die buiten de werktijden die voor hem gelden krachtens een arbeidstijdpatroon als bedoeld in artikel 21 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling, ingevolge een schriftelijke aanwijzing van het bevoegd gezag zich regelmatig of vrij regelmatig bereikbaar en beschikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te gaan verrichten, wordt een toelage toegekend. +**1.** Aan de ambtenaar die buiten de werktijden die voor hem gelden krachtens een werktijdregeling als bedoeld in artikel 21 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling, ingevolge een schriftelijke aanwijzing van het bevoegd gezag zich regelmatig of vrij regelmatig bereikbaar en beschikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te gaan verrichten, wordt een toelage toegekend. **2.** @@ -331,17 +341,7 @@ met dien verstande dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het ### Artikel 18b -**1.** Aan de ambtenaar wiens bezoldiging in een periode van twee jaar door het één of meer keer beëindigen of verminderen van één of meer toelagen of toeslagen, als genoemd in artikel 2, onder f, als gevolg van een reorganisatie een blijvende verlaging ondergaat, welke ten minste 3% bedraagt van de som van het salaris en een periodieke toeslag, wordt een aflopende toelage toegekend. - -**2.** De berekeningsbasis voor de aflopende toelage is het bedrag dat de ambtenaar over de 36 kalendermaanden, voorafgaande aan de datum waarop de eerste verlaging van zijn bezoldiging intreedt, gemiddeld per maand aan toelagen of toeslagen, als genoemd in artikel 2, onder f, heeft genoten, verminderd met hetgeen de ambtenaar daadwerkelijk aan toelagen of toeslagen, als genoemd in artikel 2, onder f, na de bedoelde verlagingen geniet. De in de vorige zin genoemde periode van 36 kalendermaanden wordt verkort voor zover de betrokken ambtenaar korter in dienst is geweest. - -**3.** De aflopende toelage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt gedurende het eerste jaar 100%, het tweede jaar 75%, het derde jaar 50% en het vierde jaar 25% van de berekeningsbasis. - -**4.** De aflopende toelage, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts toegekend indien de beëindigde of verminderde toelagen of toeslagen, genoemd in artikel 2, onder f, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste twee jaren zonder onderbreking van langer dan twaalf maanden zijn genoten. - -**5.** Indien aanspraak bestaat op de aflopende toelage, bedoeld in dit artikel, bestaat geen aanspraak op de aflopende toelage, bedoeld in artikel 18. - -**6.** Onze Minister kan voor de toepassing van dit artikel nadere regels stellen. +Vervallen ### Artikel 19 @@ -355,15 +355,24 @@ Vervallen ### Artikel 20a -**1.** De ambtenaar heeft recht op een eindejaarsuitkering ter grootte van 8,3% van het door hem genoten salaris. +**1.** -**2.** De eindejaarsuitkering wordt jaarlijks uitbetaald in de maand november en wordt berekend over de periode van twaalf maanden die is aangevangen met de maand december van het voorafgaande kalenderjaar. +De ambtenaar heeft recht op een eindejaarsuitkering ter grootte van: -**3.** Voor de duur dat de bezoldiging op grond van artikel 18, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of op grond van een bepaling van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, wordt de ambtenaar voor de toepassing van het eerste lid geacht geen salaris te genieten. +a. 0,3% van het door hem in het jaar genoten salaris; en +b. een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te stellen nominaal bedrag. -**4.** Bij ontslag van de ambtenaar vindt betaling plaats over het tijdvak gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de eindejaarsuitkering is betaald en de datum van het ontslag. +**2.** Indien voor de ambtenaar op grond van artikel 18, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, of op grond van een bepaling van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling het feitelijke genot van de bezoldiging is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, wordt hij voor de toepassing van het eerste lid geacht geen salaris te genieten. -**5.** Voor de berekening van de eindejaarsuitkering wordt uitgegaan van het salaris zonder dat dit is verminderd met het bedrag dat als belastingvrije vergoeding is uitgekeerd voor een bestemmingsmogelijkheid als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de IKAP-regeling rijkspersoneel. +**3.** Indien de ambtenaar recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt voor de toepassing van het eerste lid het salaris in acht genomen zoals dit zou zijn genoten indien geen sprake zou zijn geweest van recht op een uitkering op grond van de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. + +**4.** De eindejaarsuitkering wordt eenmaal per kalenderjaar in de maand december betaald. + +**5.** Bij ontslag van de ambtenaar vindt betaling plaats over het tijdvak gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de eindejaarsuitkering is betaald en de datum van het ontslag. + +**6.** De ambtenaar die aan het bevoegd gezag te kennen heeft gegeven af te zien van zijn recht op het nominaal bedrag, bedoeld in het eerste lid, onder b, heeft recht op een werkgeverspremie, bedoeld in de Premiespaarregeling Rijkspersoneel, een en ander met inachtneming van de in die regeling gestelde voorwaarden. + +**7.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt regels vast ten aanzien van een premiespaarregeling als bedoeld in artikel 11, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. ## Hoofdstuk IV. Bepalingen betreffende de vakantie-uitkering @@ -371,11 +380,21 @@ Vervallen **1.** De ambtenaar heeft recht op een vakantie-uitkering ten bedrage van 8% van de door hem genoten bezoldiging. -**2.** De vakantie-uitkering per maand bedraagt ten minste € 175,51 vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Bij genot van slechts een gedeelte van zijn bezoldiging, op andere gronden dan vermeld in het derde lid, wordt de vakantie-uitkering naar evenredigheid verminderd. +**2.** Voor de ambtenaar die 21 jaar of ouder is bedraagt de vakantie-uitkering tenminste € 128,26 per maand, met dien verstande dat dit bedrag bij een onvolledige werktijd of bij genot van slechts een gedeelte van zijn bezoldiging, op andere gronden dan vermeld in het vierde lid, naar evenredigheid wordt verminderd. -**3.** Wanneer de ambtenaar op grond van de artikelen 17 tot en met 20d of van artikel 37 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of op grond van bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling slechts een gedeelte van zijn bezoldiging geniet, wordt hij voor de toepassing van het eerste lid geacht in het genot van zijn volle bezoldiging te zijn, met dien verstande dat wanneer het feitelijke genot van de bezoldiging is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, hij voor de toepassing van het eerste lid wordt geacht geen bezoldiging te genieten. +**3.** -**4.** Voor de berekening van de vakantie-uitkering wordt uitgegaan van de bezoldiging zonder dat deze is verminderd met het bedrag dat als belastingvrije vergoeding is uitgekeerd voor een bestemmingsmogelijkheid als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de IKAP-regeling rijkspersoneel. +Voor de ambtenaar die jonger is dan 21 jaar bedraagt de vakantieuitkering tenminste het in het tweede lid genoemde bedrag verminderd met + +– 15% voor de ambtenaar die 20 jaar is; + +– 25% voor de ambtenaar die 19 jaar is; + +– 35% voor de ambtenaar die 18 jaar is; + +– 45% voor de ambtenaar die jonger dan 18 jaar is, met dien verstande dat het bedrag waarop hij alsdan aanspraak heeft bij een onvolledige werktijd of bij genot van slechts een gedeelte van zijn bezoldiging, op andere gronden dan vermeld in het vierde lid, naar evenredigheid wordt verminderd. + +**4.** Wanneer de ambtenaar op grond van deartikelen 17 t/m 20*d* of van artikel 37 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of op grond van bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling slechts een gedeelte van zijn bezoldiging geniet, wordt hij voor de toepassing van het eerste lid geacht in het genot van zijn volle bezoldiging te zijn, met dien verstande dat wanneer het feitelijke genot van de bezoldiging is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, hij voor de toepassing van het eerste lid wordt geacht geen bezoldiging te genieten. ### Artikel 22 @@ -397,23 +416,11 @@ Vervallen ### Artikel 22b -De ambtenaar die is benoemd in een functie van secretaris-generaal, genoemd in de regeling, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, heeft voor de duur van die benoeming aanspraak op een maandelijkse toeslag ter grootte van 5% van zijn salaris. +De ambtenaar die is benoemd in een functie van secretaris-generaal, genoemd in artikel 7, vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, heeft voor de duur van die benoeming aanspraak op een maandelijkse toeslag ter grootte van 5% van zijn salaris. ### Artikel 22c -**1.** De ambtenaar aan wie, anders dan krachtens een loopbaanregeling als bedoeld in artikel 13 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling, op grond van artikel 57, eerste lid of tweede lid van het Algemeen Rijksambtenarenreglement een andere functie wordt opgedragen, waarbij het belang van de dienst is gelegen in het opdragen van juist die andere functie, heeft recht op een eenmalige mobiliteitstoeslag ter grootte van 50% van zijn salaris, tenzij zijn salaris met ingang van de datum waarop die andere functie wordt opgedragen om die reden wordt verhoogd. - -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op de ambtenaar die met toepassing van hoofdstuk VIIbis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is geplaatst in een andere functie. - -### Artikel 22d - -Vervallen - -### Artikel 22e - -**1.** De ambtenaar aan wie een toelage is toegekend op grond van artikel 17 of op grond van artikel 7 van het Besluit personenchauffeurs Rijksdienst ontvangt een nominale toeslag van € 37,50 per maand. Bedraagt de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor minder dan 1, dan wordt het bedrag van de toeslag vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. - -**2.** Geen recht op de in het eerste lid genoemde toeslag bestaat vanaf het tijdstip dat de ambtenaar langer dan vier weken geen dienst verricht als bedoeld in artikel 17. +De ambtenaar aan wie, anders dan krachtens een loopbaanregeling als bedoeld in artikel 13 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling, op grond van artikel 57, eerste lid of tweede lid, onder b, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement een andere functie wordt opgedragen, waarbij het belang van de dienst is gelegen in het opdragen van juist die andere functie, heeft recht op een eenmalige mobiliteitstoeslag ter grootte van 50% van zijn salaris, tenzij zijn salaris met ingang van de datum waarop die andere functie wordt opgedragen om die reden wordt verhoogd. ## Hoofdstuk V. Bepalingen betreffende vergoedingen voor extra diensten @@ -421,7 +428,7 @@ Vervallen **1.** Aan de ambtenaar, voor wie een salarisschaal geldt met een lager maximumsalaris dan dat van schaal 11 en die in opdracht van het bevoegde gezag overwerk verricht, wordt, behoudens het bepaalde in het derde lid, een vergoeding toegekend. -**2.** Onder overwerk wordt verstaan arbeid buiten de werktijden geldende voor de ambtenaar krachtens een arbeidstijdpatroon als bedoeld in artikel 21 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling, voor zover daardoor het per werkperiode vastgestelde aantal arbeidsuren wordt overschreden. +**2.** Onder overwerk wordt verstaan arbeid buiten de werktijden geldende voor de ambtenaar krachtens een werktijdregeling als bedoeld in artikel 21 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling, voor zover daardoor het per werkperiode vastgestelde aantal arbeidsuren wordt overschreden. **3.** Voor overwerk dat gedurende korter dan een uur aansluitend aan de vastgestelde dagelijkse werktijd wordt verricht, wordt geen vergoeding toegekend. @@ -445,14 +452,14 @@ b. Een bedrag in geld, dat voor elk uur van die overschrijding een percentage va **8.** -Het in het vijfde lid, onder b, bedoelde percentage bedraagt: +Het in het vijfde lid, onder *b*, bedoelde percentage bedraagt: -a. behoudens het gestelde onder b, het getal, vermeld in de onderstaande tabel +a. behoudens het gestelde onder *b*, het getal, vermeld in de onderstaande tabel b. De feestdagen, genoemd in artikel 21, zevende lid, onder *a*, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, worden voor de vergoeding van overwerk gelijkgesteld met een zondag. **9.** Voor het vaststellen van de duur van de overschrijding gelden de uren waarop krachtens het vijfde lid onder *a*, of krachtens het Algemeen Rijksambtenarenreglement dan wel een overeenkomstige regeling vakantie of verlof is genoten, als uren waarop is gewerkt. -**10.** Aan ambtenaren voor wie verschillende salarisschalen gelden, die ingevolge een opdracht als bedoeld in het eerste lid gelijke werkzaamheden verrichten kan, in afwijking van het in voorgaande leden bepaalde, naar billijkheid een voor alle betrokken ambtenaren gelijke vergoeding worden toegekend. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan voor de toepassing hiervan nadere regels vaststellen. +**10.** Aan ambtenaren voor wie verschillende salarisschalen gelden, die ingevolge een opdracht als bedoeld in het eerste lid gelijke werkzaamheden verrichten kan, in afwijking van het in voorgaande leden bepaalde, naar billijkheid een voor alle betrokken ambtenaren gelijke vergoeding worden toegekend. Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan voor de toepassing hiervan nadere regels vaststellen. **11.** In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen, welke het bepaalde in de vorige leden aanvult of daarvan afwijkt. @@ -460,11 +467,23 @@ b. De feestdagen, genoemd in artikel 21, zevende lid, onder *a*, van het Algemee ### Artikel 24 -Het bepalen van de salarisschaal en het toekennen van het salaris, van een toelage als bedoeld in de artikelen 14 tot en met 18b, van de eindejaarsuitkering, van de vakantie-uitkering, van een toeslag en van de vergoeding voor extra diensten vindt plaats: +**1.** -a. wat betreft de ambtenaren, aangesteld bij de Raad van State, door de vicepresident van de Raad van State; -b. wat betreft de ambtenaren, aangesteld bij de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet van de Koning, de Kanselarij der Nederlandse Orden of de Nationale ombudsman door het tot aanstelling bevoegde gezag; -c. wat betreft de overige ambtenaren door Onze minister wie het aangaat. +Het bepalen van de salarisschaal geschiedt + +a. voor wat betreft ambtenaren werkzaam bij de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, bij de Raad van State, bij de Algemene Rekenkamer, bij de Hoge Raad van Adel en bij het Bureau van de Nationale Ombudsman door het in de desbetreffende schaal tot aanstellen bevoegde gezag; +b. voor wat betreft de overige ambtenaren door Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur. + +**2.** In afwijking van het eerste lid geschiedt het bepalen van de salarisschaal voor de aan de Raad van State toegevoegde ambtenaren van Staat die zijn aangesteld in een functie waaraan een maximum-salaris is verbonden dat minder is dat het maximum-salaris van schaal 15, door de Vice-President van de Raad van State en voor de in dat lid onder b. bedoelde ambtenaren bij koninklijk besluit, indien het maximum-salaris van die schaal gelijk is aan of hoger is dan het maximum-salaris van schaal 15 van bijlage B van dit besluit. + +**3.** + +Het toekennen van het salaris, van een toelage als bedoeld in de artikelen 14 tot en met 18a, van de eindejaarsuitkering, van de vakantieuitkering, van een toeslag en van de vergoeding voor extra diensten geschiedt + +a. voor wat betreft de ambtenaren bedoeld in het eerste lid onder a, door het tot aanstellen bevoegde gezag, met uitzondering van de in het tweede lid bedoelde ambtenaren van Staat, ten aanzien van wie toekenning geschiedt door de Vice-President van de Raad van State; +b. voor wat betreft de ambtenaren bedoeld in het eerste lid onder b, door Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur. + +**4.** Wij kunnen bepalingen vaststellen die afwijken van het bepaalde in de vorige leden. ### Artikel 25 @@ -472,95 +491,18 @@ c. wat betreft de overige ambtenaren door Onze minister wie het aangaat. Het vaststellen van een regeling als bedoeld in de artikelen 12, 17, negende lid, 17 b, zesde lid, 18a, zesde lid, 22a, vierde lid, en 23, elfde lid, geschiedt -a. voor wat betreft ambtenaren bij de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal, bij de Raad van State, bij de Algemene Rekenkamer, bij de Hoge Raad van Adel en bij het Bureau van de Nationale Ombudsman door Ons op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties , gehoord het bij het desbetreffende College ter zake bevoegde gezag; -b. voor wat betreft de overige ambtenaren bij gemeenschappelijk besluit van Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur en van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. +a. voor wat betreft ambtenaren bij de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal, bij de Raad van State, bij de Algemene Rekenkamer, bij de Hoge Raad van Adel en bij het Bureau van de Nationale Ombudsman door Ons op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, gehoord het bij het desbetreffende College ter zake bevoegde gezag; +b. voor wat betreft de overige ambtenaren bij gemeenschappelijk besluit van Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur en van Onze Minister van Binnenlandse Zaken. **2.** Het intrekken van een periodieke toeslag geschiedt door het gezag dat bevoegd is deze toeslag toe te kennen. -**3.** Van de bevoegdheid tot het vaststellen van een regeling, met een sterk technisch karakter, als bedoeld in het eerste lid, kunnen Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur, mandaat verlenen. - -## Hoofdstuk VIa. Rijksschoonmaakorganisatie - -### Artikel 25a - -**1.** - -In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - -a. *Rijksschoonmaakorganisatie:* organisatie waarin de schoonmaakwerkzaamheden bij het Rijk in eigen beheer worden uitgevoerd; -b. *overkomst:* aanstelling als ambtenaar bij de Rijksschoonmaakorganisatie van een werknemer van een schoonmaakbedrijf als gevolg van de verplaatsing van zijn werkzaamheden van het schoonmaakbedrijf naar de Rijksschoonmaakorganisatie; -c. *CAO:* Collectieve Arbeidsovereenkomst Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf 2017–2018. - -**2.** Voor de ambtenaar, die is aangesteld bij de Rijksschoonmaakorganisatie en wiens functie is genoemd in bijlage C van dit besluit geldt het in die bijlage bij de genoemde functie, leeftijd en dienstjaren van de ambtenaar behorende salaris. - -**3.** - -Voor de hoogte van het salaris tellen voor de ambtenaar mee: - -a. de na zijn overkomst doorgebrachte tijd in dienst van een schoonmaakbedrijf vóór die overkomst conform artikel 38, derde lid, van de CAO; -b. de doorgebrachte tijd in dienst van de Rijksschoonmaakorganisatie indien aanstellingen van de ambtenaar bij de Rijksschoonmaakorganisatie elkaar binnen twaalf maanden opvolgen, of -c. de doorgebrachte tijd in dienst van de sector Rijk, anders dan in dienst van de Rijksschoonmaakorganisatie, waarbij de ambtenaar schoonmaakwerkzaamheden heeft uitgeoefend. - -**4.** Als diensttijd voor een gratificatie bij een ambtsjubileum of een diensttijdgratificatie als bedoeld in artikel 79 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement telt voor de ambtenaar na zijn overkomst, mee de als werknemer doorgebrachte tijd in dienst van een schoonmaakbedrijf vóór die overkomst conform artikel 38, derde lid, van de CAO. - -**5.** Artikel 5, tweede en derde lid, is niet van toepassing op de ambtenaar wiens functie is vermeld in de bijlage C van dit besluit. - -**6.** Onverlet het vijfde lid is artikel 14, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar wiens functie is vermeld in de bijlage C van dit besluit. - -**7.** In afwijking van artikel 7 wordt het salaris van de ambtenaar wiens functie is vermeld in de bijlage C van dit besluit en die nog niet het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt, jaarlijks verhoogd tot het in de schaal naasthogere bedrag, tenzij de ambtenaar zes maanden of langer in de voorafgaande twaalf maanden wegens arbeidsongeschiktheid, niet zijnde zwangerschaps- of bevallingsverlof, dan wel buitengewoon verlof geen werkzaamheden voor de Rijksschoonmaakorganisatie heeft verricht. - -**8.** De ambtenaar die voor de overkomst op grond van artikel 38, derde lid, van de CAO vóór 31 december 2007 aanspraak had op een van de CAO afwijkende reiskostenvergoeding, heeft na de overkomst overeenkomstig deze afspraken recht op deze reiskostenvergoeding. De tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen per openbaar vervoer tussen de woning en de plaats van tewerkstelling wordt op deze reiskostenvergoeding in mindering gebracht. Het recht op deze reiskostenvergoeding vervalt op het moment dat de ambtenaar gebruik maakt van de Rijksmobiliteitkaart. - -**9.** De ambtenaar die voor de overkomst recht had op een vereenvoudigingstoeslag op basis van artikel 38, derde lid, van de CAO, heeft na de overkomst recht op een vereenvoudigingstoeslag overeenkomstig hetgeen daarover in de CAO is bepaald. Deze vereenvoudigingstoeslag is een periodieke toeslag als bedoeld in artikel 22a van het BBRA 1984. - -### Artikel 25b - -In afwijking van artikel 20a, eerste en tweede lid, heeft de ambtenaar die is aangesteld bij de Rijksschoonmaakorganisatie en wiens functie is genoemd in bijlage C, recht op een eindejaarsuitkering van 2,85% van het door hem genoten bruto salaris over twaalf maanden die wordt betaald in november. Voorts wordt 6,5% van het genoten bruto salaris maandelijks uitgekeerd boven op het salaris. - -### Artikel 25c - -De algemene salarismaatregelen die op de bijlagen A en B worden toegepast worden niet toegepast op de bijlage C. - -### Artikel 25d - -Indien vanaf 1 januari 2019 de som van het salaris, de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering van ambtenaren na de overkomst netto lager is dan de som van het salaris, de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering die zij bij een schoonmaakbedrijf ontvingen vóór de overkomst, draagt het bevoegd gezag er zorg voor dat zij een toeslag op basis van artikel 22a ontvangen, die dit verschil wegneemt. - -## Hoofdstuk VIb. Arbeidsbeperkten - -### Artikel 25aa - -**1.** - -In dit hoofdstuk wordt onder arbeidsbeperkte verstaan: - -a. de arbeidsbeperkte, bedoeld in artikel 38b, eerste lid, onderdelen a, b, d en e, van de Wet financiering sociale verzekeringen, die als ambtenaar is aangesteld, en -b. de arbeidsbeperkte, bedoeld in artikel 38b, eerste lid, onderdeel c, van de Wet financiering sociale verzekeringen, voor zover deze door het bevoegd gezag belast is met taken die geschikt zijn voor de arbeidsbeperkte, bedoeld in onderdeel a. - -**2.** Artikel 5, tweede en derde lid, is niet van toepassing op de arbeidsbeperkte. - -**3.** Voor de arbeidsbeperkte geldt de in bijlage D vermelde salarisschaal. - -**4.** Het eerste lid, onderdeel b, is van toepassing op de arbeidsbeperkte, bedoeld in dat onderdeel, die na inwerkingtreding van dat onderdeel als ambtenaar bedoeld in artikel 1, eerste lid, is aangesteld. - -### Artikel 25ab - -De salarissen in bijlage D worden bij ministeriële regeling herzien, met ingang van de dag waarop en overeenkomstig de mate waarin het bedrag genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt herzien met toepassing van artikel 14, eerste, tweede of vijfde lid, van die wet. +**4.** Van de bevoegdheid tot het vaststellen van een regeling, met een sterk technisch karakter, als bedoeld in het eerste lid, kunnen Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur, mandaat verlenen. ## Hoofdstuk VII. Slotbepalingen -### Artikel 25ac - -**1.** De ambtenaar die op 30 juni 2019 wordt bezoldigd overeenkomstig salarisnummer 0 van schaal 2 tot en met 5 wordt met ingang van 1 juli 2019 bezoldigd overeenkomstig salarisnummer 0 van de voor de ambtenaar geldende schaal. - -**2.** De ambtenaar die op 30 juni 2019 wordt bezoldigd overeenkomstig schaal 2 tot en met 5 met een salarisnummer hoger dan 0, wordt met ingang van 1 juli 2019 bezoldigd overeenkomstig dat salarisnummer van de voor de ambtenaar geldende schaal verminderd met 1. - -**3.** Voor de ambtenaar in de salarisschalen 2 tot en met 5 die in juli 2019 een salarisverhoging ontvangt als bedoeld in artikel 7, worden het eerste en tweede lid toegepast alvorens de salarisverhoging toe te kennen. - ### Artikel 26 -**1.** Voor gevallen waarin dit besluit niet of niet naar billijkheid voorziet, wordt bij koninklijk besluit een bijzondere regeling getroffen op de gemeenschappelijke voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, Onze Minister wie het mede aangaat en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. - -**2.** Indien een algemene wijziging van het salaris van het burgerlijk rijkspersoneel aanleiding geeft tot het wijzigen van een regeling als bedoeld in het eerste lid, geschiedt dit bij een gezamenlijk besluit van Onze Minister wie het aangaat en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. +Voor gevallen, waarin dit besluit niet of niet naar billijkheid voorziet, wordt door Ons een bijzondere regeling getroffen op de gemeenschappelijke voordracht van Onze Minister-President, Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur en Onze Minister van Binnenlandse Zaken. ### Artikel 27 @@ -570,16 +512,26 @@ Dit besluit kan worden aangehaald als Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambte Bij algemene maatregel van bestuur, regelende het overgangsrecht, wordt het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit vastgesteld, waarbij kan worden bepaald dat toepassing van een of meer artikelen of onderdelen daarvan met ingang van verschillende tijdstippen zal geschieden. -## Bijlage A. van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 bevattende een aantal ambten en de daaraan verbonden salarisschaal of het daaraan verbonden salaris (maandbedragen in euro) +## Bijlage A. van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 bevattende een aantal ambten en het daaraan verbonden salaris (maandbedragen in guldens) -## Bijlage B. van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, bevattende de indelingstructuur (hoofd- en niveaugroepen), waarbinnen de zwaarte van de functies wordt bepaald, alsmede de daarbij behorende salarisschalen voor de ambtenaren -**Indelingsstructuur waarbinnen de zwaarte van de functie wordt bepaald:** -**De bijbehorende salarisschalen voor de ambtenaren (maandbedragen in euro):** +## Bijlage B. van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 bevattende de indelingsstructuur (hoofd- en niveaugroepen) waarbinnen de zwaarte van de functies wordt bepaald, alsmede de daarbij behorende salarisschalen voor de ambtenaren: -## Bijlage C. van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, bevattende een aantal functies en het daaraan verbonden salaris (salaris per maand in euro) per 1 juli 2019 -## Bijlage D. van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, bevattende de salarissen (maandbedragen in euro) voor de arbeidsbeperkten, bedoeld in -per 1 juli 2019: Bijlage D van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, bevattende de salarissen (maandbedragen in euro) voor de arbeidsbeperkten, bedoeld in artikel 25aa, derde lid, per 1 juli 2019. + + + + + + + + + + + + +## Bijlage C + +Vervallen.