2003-01-01 | BWBR0010700 | Bijdragebesluit kosten ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog 1999
This commit is contained in:
parent
9f104e5991
commit
0097916818
1 changed files with 64 additions and 41 deletions
|
|
@ -21,25 +21,29 @@ b. opsporing: onderzoeken van een bepaald gebied in verband met de vermoede aanw
|
|||
c. opsporingswerkzaamheden: detecteren (vaststellen van de aanwezigheid van een voorwerp op of onder het maaiveld) en lokaliseren (vaststellen van de exacte ligplaats van een voorwerp, dat op of onder het maaiveld is gedetecteerd);
|
||||
d. ruiming: benaderen, veiligstellen, afvoeren of vernietigen van een explosief, afkomstig uit de Tweede Wereldoorlog, dat in een bepaald gebied is aangetroffen;
|
||||
e. ruimingswerkzaamheden: werkzaamheden die verband houden met de ruiming van een aangetroffen explosief dan wel van een voorwerp waarvan de exacte ligplaats bij opsporingswerkzaamheden op of onder het maaiveld is gedetecteerd;
|
||||
f. bestuursorgaan: het gemeentebestuur, en bij opsporingen of ruimingen in gebieden die niet gemeentelijk zijn ingedeeld, de bevoegde burgerlijke autoriteit ter plaatse;
|
||||
g. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
|
||||
h. deskundigen: personen die voldoen aan de, in de bijlage bij de circulaire van 31 juli 1998, kenmerk fip 98/624 M, van het ministerie van Financiën:« Voorlopige eisen en voorwaarden inzake opsporingswerkzaamheden naar conventionele explosieven door gemeentelijke en civiele explosieven opsporingsbedrijven», gestelde eisen van vakbekwaamheid op het niveau van opruimer explosieven;
|
||||
i. opsporingsbedrijven: bedrijven die voldoen aan de, in de bijlage bij de circulaire van 31 juli 1998, kenmerk fip 98/624 M, van het ministerie van Financiën: «Voorlopige eisen en voorwaarden inzake opsporingswerkzaamheden naar conventionele explosieven door gemeentelijke en civiele explosieven opsporingsbedrijven», gestelde eisen;
|
||||
f. college: het college van burgemeester en wethouders van een gemeente;
|
||||
g. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
|
||||
h. deskundigen: personen die voldoen aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen van vakbekwaamheid op het niveau van opruimer explosieven;
|
||||
i. opsporingsbedrijven: bedrijven die voldoen aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen;
|
||||
j. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente zoals deze op basis van luchtfoto's uit 1992 is bepaald door de Topografische Dienst Nederland van het ministerie van Defensie voor de vaststelling van de bebouwingsgegevens voor de berekening van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds;
|
||||
k. schervengevarenzone: de zone waarbinnen een explosief, waarvan de ligging bekend is dan wel wordt vermoed, volgens de richtlijnen van het ministerie van Defensie, schade kan aanrichten bij een detonatie;
|
||||
l. infrastructuur: het geheel van auto-, spoor-, straat-, waterwegen, havens, vliegvelden, elektrische installaties en dergelijke;
|
||||
m. kwetsbare infrastructuur: dat deel van de infrastructuur waaraan als gevolg van detonatie van een vermoedelijk aanwezig dan wel aanwezig explosief zodanige schade kan worden aangericht dat er grote risico's ontstaan voor de bevolking;
|
||||
n. begroting: de begroting van Onze Minister van Financiën.
|
||||
n. begroting: de begroting van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
Dit besluit is niet van toepassing op de kosten van opsporing en ruiming van explosieven die het gevolg zijn van door het Rijk geïnitieerde grote infrastructurele projecten.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Alle beslissingen om al dan niet tot opsporen en ruimen van explosieven over te gaan worden genomen door het bestuursorgaan.
|
||||
**1.** Alle beslissingen om al dan niet tot opsporen en ruimen van explosieven over te gaan worden genomen door het college.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuursorgaan beslist over de wijze waarop opsporingswerkzaamheden worden uitgevoerd.
|
||||
**2.** Het college beslist over de wijze waarop opsporingswerkzaamheden worden uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**3.** De kosten van werkzaamheden die verband houden met de opsporing of ruiming van explosieven zijn voor rekening van het bestuursorgaan, met dien verstande dat voor een aantal soorten kosten van rijkswege in bepaalde gevallen een bijdrage kan worden toegekend.
|
||||
**3.** De kosten van werkzaamheden die verband houden met de opsporing of ruiming van explosieven zijn voor rekening van de gemeente, met dien verstande dat voor een aantal soorten kosten van rijkswege in bepaalde gevallen een bijdrage kan worden toegekend.
|
||||
|
||||
**4.** De kosten van de werkzaamheden die verband houden met de ruiming van explosieven die na een opsporing zijn aangetroffen worden gerekend tot de kosten van de opsporing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -47,24 +51,50 @@ n. begroting: de begroting van Onze Minister van Financiën.
|
|||
|
||||
Een bijdrage, bedoeld in het derde lid, wordt verminderd dan wel niet toegekend indien:
|
||||
|
||||
a. het bestuursorgaan op andere wijze voor de kosten vergoeding heeft verkregen;
|
||||
b. de kosten door schuld of nalatigheid van het bestuursorgaan zijn veroorzaakt of vergroot;
|
||||
a. de gemeente op andere wijze voor de kosten vergoeding heeft verkregen dan wel had kunnen verkrijgen;
|
||||
b. de kosten door schuld of nalatigheid van de gemeente zijn veroorzaakt of vergroot;
|
||||
c. de opsporingswerkzaamheden zijn uitgevoerd door personeel dat en bedrijven die niet voldoen aan de eisen en voorwaarden als bedoeld in artikel 1, onder h en i;
|
||||
d. de ruiming niet is uitgevoerd door de onder het ministerie van Defensie ressorterende competente diensten.
|
||||
d. de ruiming niet is uitgevoerd door de onder het ministerie van Defensie ressorterende competente diensten;
|
||||
e. de kosten het gevolg zijn van door het Rijk geïnitieerde grote infrastructurele projecten binnen de gemeente.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt jaarlijks het bedrag vast tot welke ten hoogste verplichtingen kunnen worden aangegaan voor de opsporing en ruiming van explosieven.
|
||||
|
||||
**2.** De bestuursorganen worden vóór 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar in kennis gesteld van het bedrag als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**2.** De gemeenten worden vóór 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar in kennis gesteld van het bedrag als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Voor een bijdrage in de kosten komen uitsluitend die opsporingen of ruimingen in aanmerking waarbij de vermoede aanwezigheid dan wel aanwezigheid van explosieven en grote risico's voor de bevolking met zich brengt en de kosten redelijkerwijs niet geheel voor rekening van het bestuursorgaan kunnen blijven.
|
||||
**3.** Voor een bijdrage in de kosten komen uitsluitend die opsporingen of ruimingen in aanmerking waarbij de vermoede aanwezigheid dan wel aanwezigheid van explosieven grote risico's voor de bevolking met zich brengt en de kosten redelijkerwijs niet geheel voor rekening van de gemeente kunnen blijven.
|
||||
|
||||
**4.** De wijze waarop aan de opsporingswerkzaamheden uitvoering wordt gegeven dient noodzakelijk te zijn in verband met het toekomstige gebruik van de grond.
|
||||
|
||||
**5.** De bijdrage wordt toegekend voorzover de op de begroting toegestane ruimte voor het aangaan van verplichtingen niet wordt overschreden.
|
||||
|
||||
**6.** Bij het vaststellen van de bijdrage wordt rekening gehouden met een eigen bijdrage van het bestuursorgaan.
|
||||
**6.** Bij het vaststellen van de bijdrage wordt rekening gehouden met een eigen bijdrage van de gemeente.
|
||||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
**1.** Een bijdrage wordt alleen toegekend indien het college de opsporings- en ruimingswerkzaamheden vóór de aanvang van de werkzaamheden bij Onze Minister heeft aangemeld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In de aanmelding wordt opgenomen:
|
||||
|
||||
- de reden van de opsporing;
|
||||
- de uitkomsten van het vooronderzoek en het op basis daarvan uitgebrachte advies aan het college, een plan van aanpak, een werkplan en een Veiligheids-, Milieu- en Gezondheidsplan;
|
||||
- de vermoedelijke aard van het explosief of de explosieven;
|
||||
- de vermoedelijke straal van de schervengevarenzone;
|
||||
- een situatietekening en een plattegrond van de gemeente;
|
||||
- het gebied waarbinnen bepaalde (grond)werkzaamheden tot detonatie kunnen leiden;
|
||||
- de vermoedelijke ligging van het explosief of de explosieven ten opzichte van de bebouwde kom of een kwetsbare infrastructuur, uitgaande van de situatie op 1 januari 1994;
|
||||
- de voorziene risico's voor de bevolking, waaronder eventuele milieu-aspecten;
|
||||
- de mogelijkheden om al dan niet beschermende maatregelen te treffen;
|
||||
- de werkzaamheden die moeten worden verricht voor de opsporing van het explosief of de explosieven;
|
||||
- de te hanteren opsporingsmethode in relatie tot het (toekomstige) gebruik van de grond;
|
||||
- de maatregelen die worden getroffen ter voorkoming van schade;
|
||||
- een gespecificeerde kostenraming;
|
||||
- het tijdstip waarop de werkzaamheden een aanvang zullen nemen en naar verwachting zullen worden beëindigd.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing, indien naar aanleiding van een vondst van een explosief wegens acuut levensbedreigend gevaar voor de bevolking direct met opsporings- en ruimingswerkzaamheden wordt begonnen, dan wel dat na een ruiming nadere opsporingswerkzaamheden met spoed noodzakelijk zijn. De aanmelding geschiedt dan zo spoedig mogelijk.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Vaststelling van de declarabele kosten
|
||||
|
||||
|
|
@ -89,7 +119,7 @@ De kosten van de verzekering van het bovenmatig risico dat verbonden is aan het
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
In geval van een calamiteit kunnen, op verzoek van het bestuursorgaan, ook andere dan de in dit besluit vermelde kostensoorten voor een bijdrage in aanmerking komen, indien deze, naar het oordeel van Onze Minister, redelijkerwijs niet of slechts gedeeltelijk voor rekening van het bestuursorgaan kunnen blijven.
|
||||
In geval van een calamiteit kunnen, op verzoek van het college, ook andere dan de in dit besluit vermelde kostensoorten voor een bijdrage in aanmerking komen, indien deze, naar het oordeel van Onze Minister, redelijkerwijs niet of slechts gedeeltelijk voor rekening van de gemeente kunnen blijven.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Toetsingscriteria
|
||||
|
||||
|
|
@ -112,7 +142,7 @@ f. binnen de straal van de schervengevarenzone van het aangetroffen explosief sp
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
Aan artikel 3, vierde lid, wordt voldaan als het bestuursorgaan in voldoende mate kan aantonen dat:
|
||||
Aan artikel 3, vierde lid, wordt voldaan als het college in voldoende mate kan aantonen dat:
|
||||
|
||||
a. opsporingswerkzaamheden met behulp van dieptedetectie-apparatuur noodzakelijk zijn omdat binnen een vastgestelde straal van de vermoede vindplaats van het explosief, zodanige (grond) werkzaamheden worden verricht dat detonatie door deskundigen niet ondenkbaar wordt geacht;
|
||||
b. opsporingswerkzaamheden met behulp van oppervlaktedetectie-apparatuur noodzakelijk zijn omdat binnen een gebied waar de aanwezigheid van explosieven wordt vermoed eenvoudige verhardingen worden aangelegd of niet diepliggende leidingenstelsels en rioleringen.
|
||||
|
|
@ -125,11 +155,11 @@ Van artikel 9 kan worden afgeweken indien in een gebied sprake is van een zodani
|
|||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** De ingevolge dit besluit voor een bijdrage in aanmerking komende kosten worden, onverminderd paragraaf 2, vergoed tot ten hoogste 90%, voorzover de op grond van paragraaf 3 in aanmerking komende kosten van een opsporing of ruiming uitgaan boven de ten laste van het bestuursorgaan blijvende drempelbijdrage.
|
||||
**1.** De ingevolge dit besluit voor een bijdrage in aanmerking komende kosten worden, onverminderd paragraaf 2, vergoed tot ten hoogste 80%, voorzover de op grond van paragraaf 3 in aanmerking komende kosten van een opsporing of ruiming uitgaan boven de ten laste van de gemeente blijvende drempelbijdrage.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde drempelbijdrage wordt per opsporing of ruiming bepaald door het aantal inwoners per 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de werkzaamheden in uitvoering zijn genomen te vermenigvuldigen met € 2,27 tot een maximum van € 45 378,02.
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde drempelbijdrage wordt per opsporing of ruiming bepaald door het aantal inwoners per 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de werkzaamheden in uitvoering zijn genomen te vermenigvuldigen met € 2,50.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het grondgebied van het bestuursorgaan op 1 januari van het jaar waarin de werkzaamheden in uitvoering zijn genomen gewijzigd is, wordt het in het tweede lid bedoelde aantal inwoners gesteld op het aantal inwoners op 1 januari van dat jaar.
|
||||
**3.** Indien het grondgebied van de gemeente op 1 januari van het jaar waarin de werkzaamheden in uitvoering zijn genomen gewijzigd is, wordt het in het tweede lid bedoelde aantal inwoners gesteld op het aantal inwoners op 1 januari van dat jaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 11a
|
||||
|
||||
|
|
@ -140,7 +170,7 @@ b. de explosieven zich bevinden op of in de directe omgeving van een plaats waar
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Indien het bestuursorgaan verkeert in omstandigheden als bedoeld in artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet of door de toepassing van artikel 11 zou komen te verkeren, kan Onze Minister, indien de (dreigende) artikel 12 omstandigheden zich gedurende een aaneengesloten periode van 5 jaar voordoen, op verzoek van burgemeester en wethouders het aandeel van het bestuursorgaan in de voor een bijdrage in aanmerking komende kosten verlagen tot minimaal € 1,82 per inwoner per jaar over een aaneengesloten periode van 5 jaar.
|
||||
**1.** Indien de gemeente verkeert in omstandigheden als bedoeld in artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet of door de toepassing van artikel 11 zou komen te verkeren, kan Onze Minister, indien de (dreigende) artikel 12 omstandigheden zich gedurende een aaneengesloten periode van 5 jaar voordoen, op verzoek van burgemeester en wethouders het aandeel van de gemeente in de voor een bijdrage in aanmerking komende kosten verlagen tot minimaal € 1,82 per inwoner per jaar over een aaneengesloten periode van 5 jaar.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de beoordeling van een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt mede rekening gehouden met de ten laste van de gemeente gebleven kosten van bodemsanering.
|
||||
|
||||
|
|
@ -148,31 +178,24 @@ b. de explosieven zich bevinden op of in de directe omgeving van een plaats waar
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Om in aanmerking te kunnen komen voor een bijdrage dient het bestuursorgaan de declaratie vóór 1 oktober van het jaar volgend op de beëindiging van de opsporings- of ruimingswerkzaamheden in bij Onze Minister.
|
||||
**1.** Om in aanmerking te kunnen komen voor een bijdrage dient het college de declaratie vóór 1 oktober van het jaar volgend op de beëindiging van de opsporings- of ruimingswerkzaamheden in bij Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Bij opsporingswerkzaamheden met een doorlooptijd langer dan 12 maanden wordt per kalenderjaar een declaratie ingediend.
|
||||
|
||||
**3.** Het bestuursorgaan dient bij de declaratie een kopie van de passage uit de gemeenterekening van het desbetreffende jaar en de toelichting daarop tezamen met het verslag en de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 393, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die met het onderzoek van de rekening is belast, voor zover deze betrekking hebben op de inkomsten en uitgaven ter zake van de bijdragen te overleggen.
|
||||
**3.** Het college dient bij de declaratie een kopie van de passage uit de gemeenterekening van het desbetreffende jaar en de toelichting daarop tezamen met het verslag en de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 393, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die met het onderzoek van de rekening is belast, voor zover deze betrekking hebben op de inkomsten en uitgaven ter zake van de bijdragen te overleggen.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Een declaratie voor een opsporing heeft als inhoud:
|
||||
|
||||
a. de reden van de opsporing;
|
||||
b. de uitkomsten van het vooronderzoek;
|
||||
c. de vermoede en de feitelijke aard van het explosief;
|
||||
d. de straal van de schervengevarenzone;
|
||||
e. een situatietekening en een plattegrond van de gemeente;
|
||||
f. het gebied waarbinnen bepaalde (grond) werkzaamheden tot detonatie hadden kunnen leiden;
|
||||
g. de vermoede en de feitelijke ligging van het explosief ten opzichte van de bebouwde kom en ten opzichte van de bebouwing of een kwetsbare infrastructuur in die bebouwde kom, uitgaande van de situatie op 1 januari 1994;
|
||||
h. de risico's die voorzien waren voor de bevolking waaronder eventuele milieu-aspecten;
|
||||
i. de mogelijkheden om al dan niet beschermende maatregelen te treffen;
|
||||
j. de werkzaamheden die verricht zijn als gevolg van de opsporing en de ruiming van de aangetroffen explosieven;
|
||||
k. de gehanteerde opsporingsmethode in relatie tot het (toekomstig) gebruik van de grond;
|
||||
l. de maatregelen die getroffen zijn ter voorkoming van schade;
|
||||
m. een gespecificeerde opgave van de kosten en eventuele stelposten;
|
||||
n. het tijdstip waarop de opsporingswerkzaamheden zijn beëindigd;
|
||||
o. een kopie van de betreffende passage uit de gemeenterekening van het desbetreffende jaar en de toelichting daarop tezamen met het verslag en de verklaring van de accountant, zoals bedoeld in artikel 13, derde lid.
|
||||
a. de feitelijke aard van het aangetroffen explosief of de explosieven;
|
||||
b. de feitelijke straal van de schervengevarenzone;
|
||||
c. de feitelijke ligging van het explosief of de explosieven ten opzichte van de bebouwde kom of een kwetsbare infrastructuur, uitgaande van de situatie op 1 januari 1994;
|
||||
d. de werkzaamheden die zijn verricht als gevolg van de opsporing en de ruiming van het aangetroffen explosief of de explosieven;
|
||||
e. de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming van schade;
|
||||
f. de datum waarop de opsporingswerkzaamheden zijn beëindigd;
|
||||
g. een gespecificeerde opgave van de gemaakte kosten en eventuele stelposten;
|
||||
h. een kopie van de betreffende passage uit de gemeenterekening van het desbetreffende jaar en de toelichting daarop, tezamen met het verslag van de accountant, bedoeld in artikel 13, derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
|
|
@ -200,7 +223,7 @@ i. een kopie van de betreffende passage uit de gemeenterekening van het desbetre
|
|||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** De bijdrage wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de door het bestuursorgaan gemaakte kosten ten genoegen van Onze Minister zijn aangetoond.
|
||||
**1.** De bijdrage wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de door de gemeente gemaakte kosten ten genoegen van Onze Minister zijn aangetoond.
|
||||
|
||||
**2.** Alvorens tot vaststelling van de bijdrage wordt overgegaan kan Onze Minister een nader onderzoek instellen naar de noodzakelijkheid, de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de gedeclareerde kosten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -230,9 +253,9 @@ Bij een overschrijding van de bij begrotingswet toegestane ruimte voor het doen
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Dit besluit is van overeenkomstige toepassing op opsporingen en ruimingen waarvoor aan het bestuursorgaan een bijdrage is toegekend op grond van het Bijdragebesluit kosten ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog 1994 en waarvoor de bijdrage in de door het bestuursorgaan gemaakte kosten op 1 januari 1999 nog niet definitief is vastgesteld dan wel nog niet volledig tot uitbetaling is gekomen.
|
||||
**1.** Dit besluit is van overeenkomstige toepassing op opsporingen en ruimingen waarvoor aan de gemeente een bijdrage is toegekend op grond van het Bijdragebesluit kosten ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog 1994 en waarvoor de bijdrage in de door de gemeente gemaakte kosten op 1 januari 1999 nog niet definitief is vastgesteld dan wel nog niet volledig tot uitbetaling is gekomen.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, is het bestuursorgaan geen bijdrage verschuldigd in de kosten van opsporingswerkzaamheden die vóór 1 augustus 1998 uitsluitend door personeel van het ministerie van Defensie werden verricht, mits de opsporing vóór 1 januari 1999 in uitvoering is genomen. De verplichtingenruimte voor opsporingen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, wordt verminderd met de verplichtingen voor deze kosten.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, is de gemeente geen bijdrage verschuldigd in de kosten van opsporingswerkzaamheden die vóór 1 augustus 1998 uitsluitend door personeel van het ministerie van Defensie werden verricht, mits de opsporing vóór 1 januari 1999 in uitvoering is genomen. De verplichtingenruimte voor opsporingen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, wordt verminderd met de verplichtingen voor deze kosten.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
|
|
@ -242,7 +265,7 @@ Bij de toepassing van artikel 12 worden opsporingen en ruimingen dan wel, naar h
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1999, met dien verstande dat artikel 22, tweede lid, terugwerkt tot en met 1 augustus 1998. Dit besluit is onverlet artikel 22, eerste lid, van toepassing op opsporingen en ruimingen die in 1999 in uitvoering zijn genomen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue