diff --git a/wet/wet-buitengewoon-pensioen-1940-1945/BWBR0002032/README.md b/wet/wet-buitengewoon-pensioen-1940-1945/BWBR0002032/README.md index 89f48ae1785..3b677db3172 100644 --- a/wet/wet-buitengewoon-pensioen-1940-1945/BWBR0002032/README.md +++ b/wet/wet-buitengewoon-pensioen-1940-1945/BWBR0002032/README.md @@ -181,7 +181,7 @@ Tot de inkomsten van betrokkene als bedoeld in de vorige volzin worden niet gere a. inkomsten uit arbeid indien de betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; b. inkomsten uit arbeid, arbeidsvervangende inkomsten en inkomsten uit onderneming van zijn echtgenoot; -c. inkomsten uit vermogen, tot een bedrag van vijfhonderd gulden per 1 januari 2020: negenhonderddrieëntwintig euro en drieënveertig eurocent; +c. inkomsten uit vermogen, tot een bedrag van vijfhonderd gulden per 1 januari 2021: negenhonderdvierendertig euro en tweeënzeventig eurocent; met dien verstande, dat indien met zodanige inkomsten van de echtgenoot of gewezen echtgenoot of uit vermogen reeds rekening is gehouden bij de vaststelling van de pensioengrondslag, een bedrag gelijk aan het met deze inkomsten verband houdende deel van het buitengewoon pensioen op het buitengewoon pensioen in mindering wordt gebracht. Wij bepalen bij algemene maatregel van bestuur in welke gevallen van laatstgenoemde vermindering wordt afgezien. Het in of krachtens de tweede en derde volzin bepaalde vindt geen toepassing, indien zulks zou leiden tot een lager betaalbaar pensioenbedrag.