From 00afc887bc53df85692cc609225efc27c1b41539 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 6 Apr 2005 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2005-04-06 | BWBR0005446 | Formatiebesluit W.V.O. --- .../formatiebesluit-wvo/BWBR0005446/README.md | 283 ++++++------------ 1 file changed, 94 insertions(+), 189 deletions(-) diff --git a/amvb/formatiebesluit-wvo/BWBR0005446/README.md b/amvb/formatiebesluit-wvo/BWBR0005446/README.md index 2a2dc50d18a..67c47fbaa2a 100644 --- a/amvb/formatiebesluit-wvo/BWBR0005446/README.md +++ b/amvb/formatiebesluit-wvo/BWBR0005446/README.md @@ -14,41 +14,23 @@ citeertitel: Formatiebesluit W.V.O. ### Artikel 1 -**1.** - In dit besluit wordt verstaan onder: -Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en wat het landbouwonderwijs betreft Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; +- **directie:** in artikel 84, eerste lid, onderdeel a, van de wet genoemde personeel; +- **formatieplaats:** betrekking met de omvang van een volledige weektaak; +- **leerwegondersteunend onderwijs:** onderwijs, bedoeld in artikel 10e van de wet; +- **Onze Minister:** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of, voorzover het betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; +- **personeelscategorie:** in artikel 84 van de wet genoemde onderscheiden personeelscategorieën; +- **ratio:** aantal formatieplaatsen van een bepaalde personeelscategorie per aantal leerlingen als bedoeld in artikel 84, tweede lid, van de wet; +- **school:** school voor voortgezet onderwijs, met uitzondering van scholen voor praktijkonderwijs die zijn aangewezen op grond van artikel 9 van het Besluit RVC's, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging; +- **scholengemeenschap:** scholengemeenschap bestaande uit twee of meer scholen; +- **schooljaar:** tijdvak van 1 augustus van enig kalenderjaar tot en met 31 juli daaraanvolgend; +- **schoolsoortgroep 1:** scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs, en scholengemeenschappen bestaande uit deze twee schoolsoorten, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs en afdelingen voor praktijkonderwijs, alsmede scholen voor praktijkonderwijs die niet zijn aangewezen op grond van artikel 9 van het Besluit RVC's, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging; +- **schoolsoortgroep 3:** scholengemeenschappen bestaande uit scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs en scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, al dan niet in combinatie met scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs; +- **schoolsoortgroep 4:** scholengemeenschappen bestaande uit scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs, al dan niet in combinatie met scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs en afdelingen voor praktijkonderwijs, en -wet: de Wet op het voortgezet onderwijs; - -school: een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, de aan de school verbonden afdelingen en het aan de school verzorgde leerwegondersteunend onderwijs daaronder begrepen, of een school voor praktijkonderwijs die niet is aangewezen op grond van artikel 9 van het Besluit RVC's, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging; - -school voor praktijkonderwijs: een school voor praktijkonderwijs die niet is aangewezen op grond van artikel 9 van het Besluit RVC's, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging, tenzij het tegendeel blijkt; - -scholengemeenschap: een scholengemeenschap bestaande uit twee of meer scholen; - -leerwegondersteunend onderwijs: het onderwijs, bedoeld in artikel 10e van de wet; praktijkonderwijs: het onderwijs, bedoeld in artikel 10f van de wet; - -schoolsoortgroep 1: scholen voor m.a.v.o., v.b.o. en scholengemeenschappen m.a.v.o.-v.b.o., inclusief het leerwegondersteunend onderwijs en afdelingen voor praktijkonderwijs, alsmede scholen voor praktijkonderwijs die niet zijn aangewezen op grond van artikel 9 van het Besluit RVC's, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging; - -schoolsoortgroep 3: scholengemeenschappen (v.w.o.-)h.a.v.o.-m.a.v.o., inclusief het leerwegondersteunend onderwijs; - -schoolsoortgroep 4: scholengemeenschappen (v.w.o.-)h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o., inclusief het leerwegondersteunend onderwijs en afdelingen voor praktijkonderwijs; - -schooljaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaropvolgend; - -personeelscategorie: de in artikel 84 van de wet genoemde onderscheiden personeelscategorieën; - -directie: het in artikel 84, eerste lid, onderdeel a, van de wet genoemde personeel; - -ratio: de ratio, bedoeld in artikel 3, eerste lid; - -gemiddelde personeelslast: de gemiddelde personeelslast, bedoeld in artikel 85, eerste lid, van de wet; - -formatieplaats: een betrekking met de omvang van een volledige weektaak. - -**2.** Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens de wet voor de vaststelling van het beleid met betrekking tot de formatie van de verschillende categorieën personeel en het bepalen van de formatie, functies en taken van het personeel, wordt in geval van een scholengemeenschap onder het personeel van de school verstaan het personeel van de scholengemeenschap. +**wet:** + Wet op het voortgezet onderwijs. ## Hoofdstuk II. De afzonderlijke elementen van de berekeningssystematiek @@ -56,142 +38,102 @@ formatieplaats: een betrekking met de omvang van een volledige weektaak. **1.** -Het in artikel 84, derde lid, van de wet bedoelde vaste aantal formatieplaatsen in verband met de personeelscategorie van de leraren bedraagt, onverminderd artikel 6, tweede lid, voor de school of scholengemeenschap het aantal volgens onderstaande tabellen. +Het in artikel 84, derde lid, van de wet bedoelde vaste aantal formatieplaatsen in verband met de personeelscategorie van de leraren bedraagt voor de school of scholengemeenschap het aantal volgens onderstaande tabellen. -**Vaste aantal formatieplaatsen categoriale school** - -| School: | Formatieplaatsen: | +| School | Formatieplaatsen | | --- | --- | -| praktijkonderwijs (niet aangewezen op grond van artikel 9 van het Besluit RVC's, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging) v.b.o. met aantal v.b.o.-afdelingen: | 1,73 | -| 1 of 2 | 1,73 | -| 3 of meer | 2,44 | -| m.a.v.o. | 1,98 | -| h.a.v.o. | 2,07 | -| atheneum | 2,07 | -| gymnasium | 2,07 | -| lyceum | 3,28 | +| praktijkonderwijs | 2,64 | +| v.b.o. | 2,64 | +| m.a.v.o. | 2,43 | +| h.a.v.o. | 2,55 | +| atheneum | 2,55 | +| gymnasium | 2,55 | +| lyceum | 2,55 | -**Vaste aantal formatieplaatsen scholengemeenschappen** - -| Scholengemeenschap: | Formatieplaatsen: | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | 2,15 | 2,68 | 3,20 | 3,41 | 3,45 | 3,89 | 3,95 | 4,67 | 4,70 | -| v.b.o.-m.a.v.o. | | | | | x | | | | | -| v.b.o.-m.a.v.o.-h.a.v.o. | | | x | | | | | | | -| v.b.o.-h.a.v.o. | | | x | | | | | | | -| v.b.o.-h.a.v.o.-v.w.o. | | | x | | | | | | | -| v.b.o.-v.w.o. | | | x | | | | | | | -| v.b.o.-m.a.v.o.-v.w.o. | | | x | | | | | | | -| v.b.o.-m.a.v.o.-h.a.v.o.-v.w.o. met aantal v.b.o.-afdelingen: | | | | | | | | | | -| – 1 of 2 | | | x | | | | | | | -| – 3, 4 of 5 | | | | | | | x | | | -| – 6 of meer | | | | | | | | | x | -| m.a.v.o.-h.a.v.o. | x | | | | | | | | | -| m.a.v.o.-h.a.v.o.-atheneum | | | | x | | | | | | -| m.a.v.o.-h.a.v.o.-gymnasium | | | | x | | | | | | -| m.a.v.o.-h.a.v.o.-lyceum | | | | | | | | x | | -| m.a.v.o.-atheneum | x | | | | | | | | | -| m.a.v.o.-gymnasium | x | | | | | | | | | -| m.a.v.o.-lyceum | | | | x | | | | | | -| h.a.v.o.-atheneum | | x | | | | | | | | -| h.a.v.o.-gymnasium | | x | | | | | | | | -| h.a.v.o.-lyceum | | | | | | x | | | | +| Scholengemeenschap | Formatieplaatsen | +| --- | --- | +| v.b.o.-m.a.v.o. | 4,24 | +| v.b.o.-m.a.v.o.-h.a.v.o. | 3,97 | +| v.b.o.-h.a.v.o. | 3,97 | +| v.b.o.-h.a.v.o.-v.w.o. | 3,97 | +| v.b.o.-v.w.o. | 3,97 | +| v.b.o.-m.a.v.o.-v.w.o. | 3,97 | +| v.b.o.-m.a.v.o.-h.a.v.o.-v.w.o met v.b.o.-afdelingen | 5,36 | +| m.a.v.o.-h.a.v.o. | 2,65 | +| m.a.v.o.-h.a.v.o.-atheneum | 4,91 | +| m.a.v.o.-h.a.v.o.-gymnasium | 4,91 | +| m.a.v.o.-h.a.v.o.-lyceum | 4,91 | +| m.a.v.o.-atheneum | 2,65 | +| m.a.v.o.-gymnasium | 2,65 | +| m.a.v.o.-lyceum | 2,65 | +| h.a.v.o.-atheneum | 4,47 | +| h.a.v.o.-gymnasium | 4,47 | +| h.a.v.o.-lyceum | 4,47 | **2.** In verband met leerwegondersteunend onderwijs dat voortkomt uit het speciaal voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel III van de wet van 25 mei 1998, Stb. 337, wordt het aantal formatieplaatsen, bedoeld in het eerste lid, voor elke voormalige school of afdeling voor speciaal voortgezet onderwijs vermeerderd als volgt: -a. schoolsoortgroep 1: 2,26 formatieplaatsen; -b. schoolsoortgroep 3: 0,31 formatieplaatsen; -c. schoolsoortgroep 4: 1,15 formatieplaatsen. +a. schoolsoortgroep 1: 2,80 formatieplaatsen; +b. schoolsoortgroep 3: 0,38 formatieplaatsen; +c. schoolsoortgroep 4: 1,43 formatieplaatsen. **3.** In verband met een afdeling voor praktijkonderwijs die is ontstaan uit het speciaal voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel III of VII van de wet van 25 mei 1998, Stb. 337, of die is ontstaan uit een school voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging, voortkomend uit dat speciaal voortgezet onderwijs, wordt het aantal formatieplaatsen, bedoeld in het eerste lid, voor elke voormalige school of afdeling voor speciaal voortgezet onderwijs vermeerderd als volgt: -a. schoolsoortgroep 1: 1,23 formatieplaatsen; -b. schoolsoortgroep 4: 0,29 formatieplaatsen. +a. schoolsoortgroep 1: 1,53 formatieplaatsen; +b. schoolsoortgroep 4: 0,36 formatieplaatsen. ### Artikel 3 -**1.** Het in artikel 84, tweede lid, onderdeel *a*, van de wet, bedoelde leerlingafhankelijke aantal formatieplaatsen wordt, onverminderd artikel 6, tweede lid, berekend door de desbetreffende ratio te vermenigvuldigen met het aantal leerlingen van de school of scholengemeenschap. Een ratio is een breuk die de normatieve relatie weergeeft tussen enerzijds een formatieplaats van een bepaalde personeelscategorie en anderzijds een aantal leerlingen. +**1.** Het in artikel 84, tweede lid, van de wet, bedoelde leerlingafhankelijke aantal formatieplaatsen wordt berekend door de desbetreffende ratio te vermenigvuldigen met het aantal leerlingen van de school of scholengemeenschap. -**2.** De ratio directie/leerling is voor alle scholen en scholengemeenschappen 1/186,64. Indien een of meer scholen een scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs vormen met een daar bedoeld regionaal opleidingencentrum, geldt een ratio adjunct-directie/leerling van 1/252,25. +**2.** De ratio directie/leerling is voor alle scholen en scholengemeenschappen 1/169,12. Indien een of meer scholen onderdeel uitmaken van een scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, geldt een ratio adjunct-directie/leerling van 1/228,57. **3.** -De ratio’s leraar/leerling zijn voor scholen en voor scholengemeenschappen: +De ratio's leraar/leerling voor scholen en voor scholengemeenschappen zijn: -| Scholen: | Ratio: | +| Scholen | Ratio | | --- | --- | -| praktijkonderwijs (niet aangewezen op grond van artikel 9 van het Besluit RVC's, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging) v.b.o. | 1/21,41 1/11,00 | -| h.a.v.o. | 1/24,63 | -| m.a.v.o. | 1/24,63 | -| atheneum | 1/24,63 | -| gymnasium | 1/24,63 | -| lyceum | 1/24,63 | +| praktijkonderwijs | 1/ 8,87 | +| v.b.o. | 1/17,14 | +| h.a.v.o. | 1/20,00 | +| m.a.v.o. | 1/20,00 | +| atheneum | 1/20,00 | +| gymnasium | 1/20,00 | +| lyceum | 1/20,00 | -| Scholengemeenschappen: | Ratio: | +| Scholengemeenschappen | Ratio | | --- | --- | -| v.b.o.-m.a.v.o. | 1/21,89 | -| v.b.o.-m.a.v.o.-h.a.v.o. | 1/21,28 | -| v.b.o.-h.a.v.o. | 1/21.28 | -| v.b.o.-h.a.v.o.-v.w.o. | 1/21,28 | -| v.b.o.-v.w.o. | 1/21,28 | -| v.b.o.-m.a.v.o.-v.w.o. | 1/21,28 | -| v.b.o.-m.a.v.o.-h.a.v.o.- | | -| v.w.o. | 1/21,28 | -| m.a.v.o.-h.a.v.o. | 1/24,60 | -| m.a.v.o.-h.a.v.o.-atheneum | 1/24,60 | -| m.a.v.o.-h.a.v.o.-gymnasium | 1/24,60 | -| m.a.v.o.-h.a.v.o.-lyceum | 1/24,60 | -| m.a.v.o.-atheneum | 1/24,60 | -| m.a.v.o.-gymnasium | 1/24,60 | -| m.a.v.o.-lyceum | 1/24,60 | -| h.a.v.o.-atheneum | 1/24,63 | -| h.a.v.o.-gymnasium | 1/24,63 | -| h.a.v.o.-lyceum | 1/24,63 | +| v.b.o.-m.a.v.o. | 1/17,14 | +| v.b.o.-m.a.v.o.-h.a.v.o. | 1/17,14 | +| v.b.o.-h.a.v.o. | 1/17,14 | +| v.b.o.-h.a.v.o.-v.w.o. | 1/17,14 | +| v.b.o.-v.w.o. | 1/17,14 | +| v.b.o.-m.a.v.o.-v.w.o. | 1/17,14 | +| v.b.o.-m.a.v.o.-h.a.v.o.-v.w.o. | 1/17,14 | +| m.a.v.o.-h.a.v.o. | 1/20,00 | +| m.a.v.o.-h.a.v.o.-atheneum | 1/20,00 | +| m.a.v.o.-h.a.v.o.-gymnasium | 1/20,00 | +| m.a.v.o.-h.a.v.o.-lyceum | 1/20,00 | +| m.a.v.o.-atheneum | 1/20,00 | +| m.a.v.o.-gymnasium | 1/20,00 | +| m.a.v.o.-lyceum | 1/20,00 | +| h.a.v.o.-atheneum | 1/20,00 | +| h.a.v.o.-gymnasium | 1/20,00 | +| h.a.v.o.-lyceum | 1/20,00 | -**4.** In afwijking van het derde lid geldt voor leerlingen met een indicatie voor leerwegondersteunend onderwijs voor wie de regionale verwijzingscommissie heeft bepaald dat zij op dit onderwijs zijn aangewezen een ratio leraar/leerling van 1/11,00. +**4.** In afwijking van het derde lid geldt voor leerlingen met een indicatie voor leerwegondersteunend onderwijs voor wie de regionale verwijzingscommissie heeft bepaald dat zij op dit onderwijs zijn aangewezen een ratio leraar/leerling van 1/ 8,87. -**5.** In afwijking van het derde lid geldt voor leerlingen van een afdeling voor praktijkonderwijs een ratio leraar/leerling van 1/11,00. +**5.** In afwijking van het derde lid geldt voor leerlingen van een afdeling voor praktijkonderwijs een ratio leraar/leerling van 1/ 8,87. -**6.** De ratio onderwijsondersteunend personeel/leerling is voor alle scholen en scholengemeenschappen 1/113,33. +**6.** De ratio onderwijsondersteunend personeel/leerling is voor alle scholen en scholengemeenschappen 1/104,38. ### Artikel 4 -**1.** - -De in artikel 84, tweede lid, onderdeel b, van de wet, bedoelde opslag vanwege herbezetting in verband met arbeidsduurverkorting bedraagt: - -a. voor de directie: 6,76% van het met toepassing van artikel 3, eerste en tweede lid, berekende aantal formatieplaatsen, -b. voor de leraren: 7,81% van de som van het met toepassing van artikel 2, artikel 3, eerste, derde, vierde en vijfde lid, alsmede het derde lid van dit artikel berekende aantal formatieplaatsen, en -c. voor het onderwijsondersteunend personeel: 4,97% van het met toepassing van artikel 3, eerste en vierde lid, berekende aantal formatieplaatsen. - -**2.** - -De in artikel 84, tweede lid, onderdeel b, van de wet, bedoelde opslag wegens formatieve fricties bedraagt 1,90% van: - -a. het met toepassing van artikel 3, eerste en tweede lid, berekende aantal formatieplaatsen wat de personeelscategorie van de directie betreft, -b. de som van het met toepassing van artikel 2, artikel 3, eerste, derde, vierde en vijfde lid, alsmede het derde lid van dit artikel berekende aantal formatieplaatsen wat de personeelscategorie van de leraren betreft, en -c. het met toepassing van artikel 3, eerste en vierde lid, berekende aantal formatieplaatsen wat de personeelscategorie van het onderwijsondersteunend personeel betreft. - -**3.** - -Behalve de in artikel 84, tweede lid, onderdeel b, van de wet, bedoelde opslagen wordt de omvang van de formatie, berekend met toepassing van artikel 2 en artikel 3, eerste, derde, vierde en vijfde lid, met uitzondering van toepassing van artikel 6, tweede lid, ten behoeve van personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie verhoogd met: - -a. 9,10% voor een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, een scholengemeenschap waarvan deel uitmaken een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs of een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, of een scholengemeenschap waarvan deel uitmaken een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs en een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs; -b. 8,50% voor een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs; -c. 8,80% voor een school voor voorbereidend beroepsonderwijs en een scholengemeenschap waarvan deel uitmaken een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en een school voor voorbereidend beroepsonderwijs; -d. 10,00% voor een scholengemeenschap waarvan deel uitmaken een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs of een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, met uitzondering van een scholengemeenschap als bedoeld in onderdeel *c*. - -**4.** - -Behalve de in artikel 84, tweede lid, onderdeel b, van de wet, bedoelde opslagen en die van het derde lid van dit artikel, wordt in verband met personeelsbeleid voor oudere personeelsleden de omvang van de formatie verhoogd met: - -a. voor de directie: 1,70 % van het met toepassing van artikel 3, eerste en tweede lid, berekende aantal formatieplaatsen, -b. voor de leraren: 1,70 % van het met toepassing van artikel 2, artikel 3, eerste, derde, vierde en vijfde lid, alsmede het derde lid van dit artikel, berekende aantal formatieplaatsen, en -c. voor het onderwijsondersteunend personeel: 1,70 % van het met toepassing van artikel 3, eerste en vierde lid, berekende aantal formatieplaatsen. +Vervallen ### Artikel 5 @@ -199,82 +141,45 @@ Vervallen ### Artikel 6 -**1.** Het in artikel 3, eerste lid, bedoelde aantal leerlingen is het aantal leerlingen van de school of scholengemeenschap dat als werkelijk schoolgaand als bedoeld in artikel 7, eerste en tweede lid, en artikel 7a, eerste en tweede lid, van het Bekostigingsbesluit W.V.O. was ingeschreven op 1 oktober van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de in artikel 85 van de wet bedoelde vergoeding wordt vastgesteld. +**1.** Het in artikel 3, eerste lid, bedoelde aantal leerlingen is het aantal leerlingen van de school of scholengemeenschap dat als werkelijk schoolgaand als bedoeld in artikel 7, eerste en tweede lid, en artikel 7a, eerste en tweede lid, van het Bekostigingsbesluit W.V.O. was ingeschreven op 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de in artikel 85 van de wet bedoelde bekostiging wordt vastgesteld. -**2.** De som van het aantal formatieplaatsen, genoemd in artikel 2, en het aantal, berekend met toepassing van artikel 3, eerste, derde en vierde lid, wordt in verband met fluctuaties in de leerlingenaantallen gedurende de achtereenvolgende schooljaren vermenigvuldigd met de uitkomst van de formule - -**3.** In het tweede lid zijn Lt-1 en Lt-2 de aantallen leerlingen van de school of scholengemeenschap die als werkelijk schoolgaand als bedoeld in artikel 7, eerste en tweede lid, en artikel 7a, eerste lid van het Bekostigingsbesluit W.V.O. waren ingeschreven op 1 oktober van het eerste schooljaar onderscheidenlijk op 1 oktober van het tweede schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de in artikel 85 van de wet bedoelde vergoeding wordt vastgesteld. - -**4.** +**2.** Bij de vaststelling van het aantal leerlingen worden niet meegeteld: a. de leerlingen die reeds met goed gevolg eindexamen aan een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of voor voorbereidend beroepsonderwijs hebben afgelegd en zich voorbereiden op het opnieuw afleggen van het eindexamen aan een gelijksoortige school, en b. de leerlingen die deelnemen aan het onderwijs in het kader van contractactiviteiten als bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de wet. -**5.** Bij de toepassing van het eerste lid juncto artikel 3, eerste en vierde lid, wordt uitgegaan van een aantal van ten minste 200 leerlingen. +**3.** Bij de toepassing van het eerste lid juncto artikel 3, eerste en zesde lid, wordt uitgegaan van een aantal van ten minste 200 leerlingen. -**6.** Bij de toepassing van het tweede lid blijft het berekende aantal formatieplaatsen voor leraren ten behoeve van de afdeling voor praktijkonderwijs buiten beschouwing. +**4.** Het derde lid, zijn niet van toepassing op een school voor praktijkonderwijs. -**7.** Bij de toepassing van het derde lid blijft het aantal leerlingen van de afdeling praktijkonderwijs buiten beschouwing. - -**8.** Het tweede, derde en vijfde lid, zijn niet van toepassing op een school voor praktijkonderwijs. - -**9.** Onze Minister kan in verband met de aanvang of beëindiging van de bekostiging van een school, van een scholengemeenschap of van een afdeling voor voorbereidend beroepsonderwijs, afwijken van het eerste tot en met vijfde lid. +**5.** Onze Minister kan in verband met de aanvang of beëindiging van de bekostiging van een school, van een scholengemeenschap of van een afdeling voor voorbereidend beroepsonderwijs, afwijken van het eerste tot en met derde lid. ### Artikel 6a -**1.** - -Het voor een school of afdeling voor praktijkonderwijs berekende aantal formatieplaatsen voor leraren wordt opnieuw berekend, indien het verschil tussen - -a. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar waarvoor de bedoelde formatieplaatsen zijn berekend en -b. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar voorafgaand aan het onder a bedoelde schooljaar, gelijk is aan of groter is dan 14. - -**2.** - -Indien in het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de in het eerste lid bedoelde formatieplaatsen zijn berekend, toepassing is gegeven aan artikel 6b, wordt in afwijking van het eerste lid dat aantal formatieplaatsen opnieuw berekend, indien het verschil tussen: - -a. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar waarvoor dat aantal formatieplaatsen is berekend en -b. het aantal leerlingen op 16 januari van het voorafgaande schooljaar, gelijk is aan of groter is dan 14. - -**3.** Aanspraak op bekostiging van het aantal formatieplaatsen berekend met het hoger aantal leerlingen, bedoeld in respectievelijk het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, onderdeel a, ontstaat met ingang van 1 januari van het schooljaar waarvoor de formatieplaatsen voor de school of afdeling voor praktijkonderwijs zijn berekend. +Vervallen ### Artikel 6b -**1.** - -Indien het verschil tussen: - -a. het aantal leerlingen op 16 januari van het schooljaar waarvoor het aantal formatieplaatsen voor leraren voor een school of afdeling voor praktijkonderwijs is berekend en -b. het aantal leerlingen op 1 oktober van het onder a bedoelde schooljaargelijk is aan of groter is dan 7, - -wordt het aantal formatieplaatsen voor leraren opnieuw berekend. - -**2.** Aanspraak op bekostiging voor het aantal formatieplaatsen voor leraren, berekend met het hogere aantal leerlingen bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, ontstaat met ingang van 1 augustus van het schooljaar volgend op het in het eerste lid bedoelde schooljaar. +Vervallen ### Artikel 7 -**1.** +Voor de berekening van de aantallen formatieplaatsen volgens de artikelen 2 tot en met 6 worden: -Ten behoeve van de berekening van de aantallen formatieplaatsen volgens de artikelen 2 tot en met 6b worden: +a. de op grond van artikel 3 berekende aantallen formatieplaatsen, en +b. de som van de op grond van de artikelen 2 en 3, eerste en derde lid, berekende aantallen formatieplaatsen, -a. de aan de hand van artikel 3 berekende aantallen formatieplaatsen, -b. de som van de krachtens de artikelen 2 en 3, eerste en derde lid, berekende aantallen formatieplaatsen, -c. de uitkomst van de in artikel 4 bedoelde vermenigvuldigingen, en -d. de uitkomst van de berekening volgens artikelen 6, tweede lid, 6a en 6b uitgedrukt in een getal dat wordt afgerond op vier decimalen, waarbij de vierde decimaal indien de vijfde decimaal 5 of meer bedraagt naar boven wordt afgerond en indien deze minder dan 5 bedraagt naar beneden wordt afgerond. - - - -**2.** De uitkomst van de in artikel 6, tweede lid, genoemde formule wordt uitgedrukt in een getal dat wordt afgerond op twee decimalen, waarbij de tweede decimaal indien de derde decimaal 5 of meer bedraagt naar boven wordt afgerond en indien deze minder dan 5 bedraagt naar beneden wordt afgerond. +uitgedrukt in een getal dat rekenkundig wordt afgerond op drie decimalen. ## Hoofdstuk III. Wijze van bepaling van de vergoeding ### Artikel 8 -**1.** De vergoeding in verband met de kosten van het personeel wordt bepaald door het met toepassing van de artikelen 2 tot en met 7 berekende aantal formatieplaatsen voor de onderscheiden personeelscategorieën te vermenigvuldigen met de desbetreffende gemiddelde personeelslast en de uitkomsten bij elkaar op te tellen. +**1.** De bekostiging in verband met de kosten van het personeel wordt bepaald door het met toepassing van de artikelen 2 tot en met 7 berekende aantal formatieplaatsen voor de onderscheiden personeelscategorieën te vermenigvuldigen met de desbetreffende gemiddelde personeelslast, bedoeld in artikel 85, eerste lid, van de wet, en de uitkomsten bij elkaar op te tellen. -**2.** De uitkomsten van deze vermenigvuldiging en de som van de bedragen voor de onderscheiden personeelscategorieën worden uitgedrukt in een bedrag dat wordt afgerond op twee decimalen, waarbij de tweede decimaal indien de derde decimaal 5 of meer bedraagt naar boven wordt afgerond en indien deze minder dan 5 bedraagt naar beneden wordt afgerond. +**2.** De uitkomsten van deze vermenigvuldiging en de som van de bedragen voor de onderscheiden personeelscategorieën worden uitgedrukt in een bedrag dat rekenkundig wordt afgerond op twee decimalen. ## Hoofdstuk IV. Aanwijzing schoolsoorten in kader vervangingsfonds @@ -290,7 +195,7 @@ Onze Minister bepaalt de wijze waarop de hoofdstukken I tot en met III, alsmede ### Artikel 11 -Ten behoeve van een school of scholengemeenschap met een bijzondere inrichting van het onderwijs kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag goedkeuren dat wordt afgeweken van de hoofdstukken I en II. Onze Minister beslist binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. +Ten behoeve van een school of scholengemeenschap met een bijzondere inrichting van het onderwijs kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag toestaan dat wordt afgeweken van de hoofdstukken I en II. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. ## Hoofdstuk VI. Overgangsbepalingen