2003-01-01 | BWBR0008659 | Huursubsidiewet

This commit is contained in:
Coornhert 2003-01-01 12:00:00 +00:00
parent a0f09951cc
commit 00cf2e8430

View file

@ -53,7 +53,7 @@ b. indien in het peiljaar loon wordt genoten: het hoogste van de uit de toepassi
1°. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119 en niet meer dan € 1 605;
2°. bij loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487;
c. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen kosten van woon-werkverkeer (reiskostenforfait), maar niet meer dan € 939;
d. indien in het kalenderjaar 2000 loon uit dienstbetrekking wordt genoten: het bedrag van de in dat jaar in aanmerking genomen aftrekbare kosten terzake van inkomsten uit arbeid andere dan kosten van woon- werkverkeer, na toepassing van artikel 37, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, verminderd met 12% van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking in dat jaar, maar met niet minder dan € 119 en met niet meer dan € 1 605;
d. indien in het kalenderjaar 2000 loon uit dienstbetrekking wordt genoten: het bedrag van de in dat jaar in aanmerking genomen aftrekbare kosten terzake van inkomsten uit arbeid andere dan kosten van woon-werkverkeer, na toepassing van artikel 37, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, verminderd met 12% van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking in dat jaar, maar met niet minder dan € 119 en met niet meer dan € 1 605;
e. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen renten van schulden, kosten van geldleningen daaronder begrepen, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964;
f. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen premies voor lijfrenten, maar niet meer dan € 2 804, verminderd met € 1 036, maar niet verder dan tot nihil; indien bij de echtgenoot van degene van wie het gecorrigeerd verzamelinkomen wordt berekend geen premies voor lijfrenten in aanmerking genomen zijn, worden de bedragen van € 2 804 en € 1 036 verhoogd tot € 5 608 respectievelijk € 2 072;
g. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen uitgaven tot voorziening in het levensonderhoud van kinderen en pleegkinderen van 27 jaar en ouder, alsmede andere bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn, bedoeld in artikel 46, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
@ -79,7 +79,7 @@ Met loon uit tegenwoordige dienstbetrekking wordt gelijkgesteld:
a. loon genoten wegens tijdelijke arbeidsongeschiktheid, anders dan ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen behoudens uitkeringen in verband met bevalling, en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
b. loon in de vorm van uitkeringen ingevolge de Wet financiering loopbaanonderbreking en aanvullingen daarop door degene tot wie de belastingplichtige in dienstbetrekking staat.
**6.** De inspecteur die ingevolge artikel 3 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bevoegd is tot heffing van belastingen van de huurder of van de medebewoners, bepaalt op verzoek van Onze Minister het gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon in het peiljaar van de desbetreffende huurder of medebewoners.
**6.** De inspecteur, onder wie de huurder of de medebewoners krachtens artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ressorteren voor de heffing van de inkomstenbelasting, bepaalt op verzoek van Onze Minister het gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon in het peiljaar van de desbetreffende huurder of medebewoners.
**7.** De in het zesde lid bedoelde inspecteur verstrekt de gegevens inzake het gecorrigeerde verzamelinkomen aan Onze Minister volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
@ -887,10 +887,6 @@ c. de toepassing van de artikelen 12, tweede lid, 38 en 42.
**2.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaren beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:15, 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
### Artikel 48c
Onze Minister verstrekt op verzoek aan burgemeester en wethouders de gegevens, bedoeld in artikel 30b, eerste lid, uitsluitend ten behoeve van het doen van uitkeringen uit een bij verordening op basis van artikel 108 van de Gemeentewet ingesteld gemeentelijk woonlastenfonds.
### Artikel 49
**1.** Onze Minister kan voor de huur van nader door hem aangewezen woningen of categorieën van woningen huursubsidie toekennen in afwijking van de artikelen 1, onder d en e, 11, 13 en 28 tot en met 32, ten behoeve van experimenten die naar zijn oordeel in het belang van de volkshuisvesting zijn. Onze Minister bepaalt hierbij vooraf de duur van het experiment.