2005-11-25 | BWBR0018238 | Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid
This commit is contained in:
parent
19989239b9
commit
00d4579d1e
1 changed files with 16 additions and 8 deletions
|
|
@ -12,15 +12,17 @@ citeertitel: Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister belast met de coördinatie van het Grotestedenbeleid;
|
||||
b. G30: de gemeenten Alkmaar, Almelo, Amersfoort, Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Emmen, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo (Overijssel), ´s-Hertogenbosch, Leeuwarden, Leiden, Lelystad, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Tilburg, Utrecht, Venlo, Zaanstad en Zwolle;
|
||||
c. gemeente: een tot de G30 behorende gemeente;
|
||||
b. G31: de gemeenten Alkmaar, Almelo, Amersfoort, Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Emmen, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo (Overijssel), ´s-Hertogenbosch, Leeuwarden, Leiden, Lelystad, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Sittard-Geleen, Tilburg, Utrecht, Venlo, Zaanstad en Zwolle;
|
||||
c. gemeente: een tot de G31 behorende gemeente;
|
||||
d. GSB III periode: de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2009;
|
||||
e. uitkering: de brede doeluitkering, bedoeld in artikel 3;
|
||||
f. centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid: de G30 met uitzondering van de gemeenten Hengelo (Overijssel), Lelystad en Schiedam;
|
||||
g. centrumgemeenten voor vrouwenopvang: de G30 met uitzondering van de gemeenten Almelo, Deventer, Hengelo (Overijssel), Lelystad en Schiedam;
|
||||
f. centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid: de G31 met uitzondering van de gemeenten Hengelo (Overijssel), Lelystad, Schiedam en Sittard-Geleen;
|
||||
g. centrumgemeenten voor vrouwenopvang: de G31 met uitzondering van de gemeenten Almelo, Deventer, Hengelo (Overijssel), Lelystad, Schiedam en Sittard-Geleen;
|
||||
h. nieuwkomer: de vreemdeling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, ten eerste, en de Nederlander, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, ten tweede van de Wet inburgering nieuwkomers;
|
||||
i. oudkomer:
|
||||
|
||||
|
|
@ -34,6 +36,8 @@ n. jeugdige veelpleger: een persoon van 12 tot en met 17 jaar tegen wie meer dan
|
|||
o. inburgeringsdeel: het deel van de uitkering dat afkomstig is uit de middelen voor de inburgering van nieuwkomers en voor de inburgering van oudkomers;
|
||||
p. programmadeel: het andere deel van de uitkering dan het inburgeringsdeel.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel d, loopt de GSB III periode voor de gemeente Sittard-Geleen van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Onze Minister oefent de hem bij of krachtens dit besluit toegekende bevoegdheden uit in overeenstemming met Onze Minister of Onze Ministers wie het mede aangaat.
|
||||
|
|
@ -89,6 +93,8 @@ P: de extra middelen voor veiligheid die gedurende de GSB III periode vanuit hoo
|
|||
|
||||
**2.** De procentuele aandelen van de gemeente, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald volgens de bij regeling van Onze Minister vastgestelde berekeningswijze.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid wordt het bedrag van de aan de gemeente Sittard-Geleen te verstrekken uitkering bij regeling van Onze Minister afzonderlijk vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente dient binnen acht weken na inwerkingtreding van dit besluit een aanvraag tot verlening van de uitkering in.
|
||||
|
|
@ -215,9 +221,11 @@ d. het aantal oudkomers dat een inburgeringsprogramma voor oudkomers heeft afger
|
|||
|
||||
**1.** Indien gedurende de GSB III periode andere middelen dan bedoeld in artikel 4, eerste lid, voor de uitkering beschikbaar komen, verhoogt Onze Minister de verleende uitkering volgens bij regeling van Onze Minister te stellen regels.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat het gemeentebestuur binnen een bij die regeling te bepalen termijn met inachtneming van de bij die regeling vast te stellen indicatoren een wijziging van het ontwikkelingsprogramma bij Onze Minister indient.
|
||||
**2.** Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat het gemeentebestuur binnen een bij of krachtens die regeling te bepalen termijn met inachtneming van de bij of krachtens die regeling vast te stellen indicatoren een wijziging van het ontwikkelingsprogramma bij Onze Minister indient.
|
||||
|
||||
**3.** De verhoging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de uitkering is verleend.
|
||||
**3.** Indien in het kader van een wijziging van het ontwikkelingsprogramma, bedoeld in het tweede lid, indicatoren worden vastgesteld, is artikel 7, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** De verhoging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de uitkering is verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
|
|
@ -242,7 +250,7 @@ b. het college van burgemeester en wethouders van de centrumgemeenten voor maats
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister kan vanwege het gewijzigde ontwikkelingsprogramma het verleende programmadeel verlagen.
|
||||
|
||||
**4.** De verlaging geschiedt naar evenredigheid van de krachtens artikel 7, tweede lid en derde lid, vastgestelde verdeling over de indicatoren.
|
||||
**4.** De verlaging geschiedt naar evenredigheid van de krachtens artikel 7, tweede lid en derde lid, en artikel 16, derde lid, vastgestelde verdeling over de indicatoren.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister geeft geen toepassing aan het derde lid dan nadat hij het college van burgemeester en wethouders heeft geïnformeerd waarom hij voornemens is daartoe over te gaan en hij het college binnen een door hem te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een aangepaste wijziging op het ontwikkelingsprogramma in te zenden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -371,7 +379,7 @@ c. de gemeente verleende voorschotten voor een ander doel heeft aangewend dan vo
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister geeft geen toepassing aan het tweede lid, onderdeel a, indien de gemeente in het verslag, bedoeld in artikel 24, tweede lid, dan wel in het verslag, bedoeld in artikel 26, derde lid, naar zijn oordeel genoegzaam heeft aangetoond dat het niet volledig bereiken van de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten haar niet kan worden toegerekend.
|
||||
|
||||
**4.** De lagere vaststelling van het programmadeel ingevolge het tweede lid, onderdeel a, geschiedt naar evenredigheid van de krachtens artikel 7, tweede lid en derde lid, vastgestelde verdeling over de indicatoren.
|
||||
**4.** De lagere vaststelling van het programmadeel ingevolge het tweede lid, onderdeel a, geschiedt naar evenredigheid van de krachtens artikel 7, tweede lid en derde lid, en artikel 16, derde lid, vastgestelde verdeling over de indicatoren.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan in afwijking van het vierde lid de lagere vaststelling van het programmadeel ingevolge het tweede lid, onderdeel a, op verzoek van het gemeentebestuur, bepalen aan de hand van de relatieve verdeling van de besteding van de verleende voorschotten over de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten ten aanzien van de indicatoren, zoals die in het verslag, bedoeld in artikel 24, vierde lid, dan wel in het verslag, bedoeld in artikel 26, derde lid, is opgenomen. Ten behoeve van de lagere vaststelling past hij de hierbedoelde relatieve verdeling toe op het totaal van de verleende rijksbijdrage.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue