2008-08-20 | BWBR0027556 | Beleidsregel veiligheid zeeschepen

This commit is contained in:
Coornhert 2008-08-20 12:00:00 +00:00
parent c4df34c1c0
commit 00d8ef3769

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Beleidsregel veiligheid zeeschepen
bwb_id: BWBR0027556
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2010-07-29'
datum_inwerkingtreding: '2008-08-20'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0027556
citeertitel: Beleidsregel veiligheid zeeschepen
---
@ -12,7 +12,7 @@ citeertitel: Beleidsregel veiligheid zeeschepen
### Artikel 1
Bij de toepassing van de bij of krachtens de Schepenwet geldende voorschriften uit het SOLAS-verdrag1Het op 1 november 1974 te Londen totstandgekomen verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen.en de daarbij behorende Codes en verplichte resoluties, zullen de nadere invullingen, interpretaties en aanbevelingen worden gehanteerd zoals vervat in de in onderstaande tabellen 1 tot en met 3 genoemde resoluties en circulaires van de Internationale Maritieme Organisatie van de Verenigde Naties.
Bij de toepassing van de bij of krachtens de Schepenwet geldende voorschriften uit het SOLAS-verdrag1Het op 1 november 1974 te Londen totstandgekomen verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen. en de daarbij behorende codes en verplichte resoluties, zullen de nadere invullingen, interpretaties en aanbevelingen worden gehanteerd zoals vervat in de in onderstaande tabellen 1.1 tot en met 1.11 genoemde resoluties en circulaires van de Internationale Maritieme Organisatie.
### Artikel 2
@ -163,73 +163,9 @@ Voor de *watch or workstations* als hierboven genoemd wordt toegepast:
Op non-conventieschepen zonder Engine Control Room (b.v. kleine sleepboten) waar normaal gesproken op zee niet gewerkt of wachtgelopen wordt in de machinekamer, kan doorgaans worden volstaan met overlevingspakken voor het maximaal aantal opvarenden (uitrustingsgetal) plus twee extra overlevingspakken op de brug.
### Artikel 5.1
### Artikel 5
Bij het toezicht op de uitvoering van artikel 23, zesde, zevende lid en achtste lid, van de Regeling veiligheid zeeschepen passen de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie de artikelen 5.2 tot en met 5.5 toe.
### Artikel 5.2
Ten aanzien van de keuring en het onderhoud van acetyleen las- en snij-installaties en elektrische lastoestellen die deel uitmaken van de uitrusting van een schip is aan de bepalingen van artikel 23, zesde en zevende lid, van de Regeling veiligheid zeeschepen voldaan indien de kapitein er zorg voor draagt dat de acetyleen las- en snij-installaties en de elektrische lastoestellen periodiek worden gekeurd en goed worden onderhouden door een deskundige persoon of instelling conform de instructies van de leverancier of het klassenbureau.
### Artikel 5.3
**1.**
Ten aanzien van de opstelling en de inrichting van acetyleen las- en snij-installaties is aan artikel 23, zesde lid, van de Regeling veiligheid zeeschepen voldaan indien:
a. de acetyleen las- en snij-installatie, met inbegrip van het leidingsysteem, voldoet aan de desbetreffende regels van het klassenbureau;
b. de acetyleen- en zuurstofflessen gescheiden staan opgesteld, zich bevinden in een goed geventileerde omgeving en volkomen vet- en olievrij zijn;
c. de flessen beschermd staan opgesteld buiten de machinekamer en accommodatie, op het hoogste doorgaande dek, zodat in geval van nood de flessen eenvoudig overboord kunnen worden gezet;
d. de leidingsystemen niet door ongeventileerde ruimten of door bemannings- of passagiersruimten lopen;
e. de toegangsdeuren, indien nodig, voorzien zijn van waarschuwingen;
f. de leidingen in een duidelijk herkenbare kleur geverfd zijn: preferent rood voor acetyleen en blauw voor zuurstof;
g. de acetyleen las- en snij-installatie voorzien is van gebruiksaanwijzingen en veiligheidsvoorzieningen;
h. de periodieke vervanging van specifieke onderdelen, zoals reduceers en hoge druk slangen, uitgevoerd worden volgens voorschriften van de leverancier.
**2.**
In het geval van een acetyleen las- en snij-installatie met meerdere flessen is voorzien in:
a. een afsluiter met reduceer aan het einde van de hoge druk verzamelleiding;
b. een afsluiter met reduceer aan het einde van de lage druk leiding;
c. een manometer voor en na de reduceer aan het einde van de hoge druk verzamelleiding;
d. een manometer na elke reduceer aan het einde van de lage druk leiding;
e. een vlamdover direct na de lage druk reduceer voor zowel de zuurstof- als acetyleen slang;
f. een vlamdover direct na de hoge druk reduceer voor acetyleen.
**3.**
Ten aanzien van de opstelling en de inrichting van acetyleen las- en snij-installaties is aan artikel 23, zesde lid, van de Regeling veiligheid zeeschepen eveneens voldaan indien de volgende door het Nederlands Normalisatie-Institutuut te Delft uitgegeven normen zijn toegepast:
| NEN-EN 562:2003 | Apparatuur voor autogeenlassen Manometers voor gebruik bij lassen, snijden en verwante processen |
| --- | --- |
| NEN-EN 730-1:2002 | Apparatuur voor autogeenlassen Veiligheidsvoorzieningen Deel 1: Met ingebouwde vlamdover |
| NEN-EN 730-2:2002 | Apparatuur voor autogeenlassen Veiligheidsvoorzieningen Deel 2: Zonder ingebouwde vlamdover |
| NEN-EN-ISO 2503:1998 | Apparatuur voor autogeenlassen Drukregelaars voor gasflessen voor gebruik bij lassen, snijden en verwante processen tot 300 bar |
| NEN-EN-ISO 14113:1997 | Apparatuur voor autogeenlassen Slangensamenstellen van rubber en kunststof voor gecomprimeerde of vloeibare gassen met een maximale ontwerpdruk van 450 bar |
| NEN-EN-ISO 14114:1999 | Apparatuur voor autogeen lassen Verdeelsystemen voor acetyleen voor lassen, snijden en verwante processen Algemene eisen |
| NEN-ISO 9090:1992 | Gasdichtheid van apparatuur voor autogeenlassen en aanverwante processen |
| NEN-ISO 9539:1992 | Materialen voor apparatuur voor autogeenlassen, snijden en aanverwante processen |
### Artikel 5.4
Ten aanzien van de inrichting van elektrische lastoestellen is aan artikel 23, zevende lid, van de Regeling veiligheid zeeschepen voldaan indien:
a. het elektrische lastoestel is geconstrueerd volgens de door het Nederlands Normalisatie-Instituut te Delft uitgegeven norm NEN-EN-IEC 60974-1:2005 Uitrusting voor booglassen;
b. het elektrische lastoelstel gelijkspanning als nullastspanning genereert als bedoeld in de in onderdeel a genoemde norm.
c. het elektrische lastoestel is ingericht voor het gebruik in een omgeving met een verhoogd gevaar voor een elektrische schok;
d. de nullastspanning ten hoogste 113 volt piek bedraagt;
e. de lastangen, laskabels en aansluitverbindingen zodanig zijn uitgevoerd dat de onder spanning staande delen deugdelijk zijn afgeschermd. Zij voldoen aan EN-standaarden, of zijn voorzien van het CE-merkteken;
f. het elektrische lastoestel, de lastangen, laskabels en aansluitverbindingen verkeren in een goede staat van onderhoud.
### Artikel 5.5
Ten aanzien van het uitvoeren van laswerkzaamheden aan boord van schepen is aan de verplichting van artikel 23, achtste lid, van de Regeling veiligheid zeeschepen voldaan indien:
a. de kapitein er op toeziet dat de bemanning vertrouwd is met de acetyleen las- en snij-installaties en de elektrische lastoestellen aan boord van een schip en dat zij op de juiste wijze is geïnstrueerd met betrekking tot de werkzaamheden met deze las- en snij-installaties en lastoestellen. Daarbij worden de aanwijzingen in de MSC/Circ.1084 (*Principles for hot work on board of all types of ships*) in acht genomen;
b. de laswerkzaamheden slechts verricht worden door personen die met de daarbij in acht te nemen veiligheidsvoorschriften voldoende bekend zijn en door de scheepsleiding met deze werkzaamheden zijn belast;
c. bij het uitvoeren van laswerkzaamheden in geval van ongunstige omstandigheden steeds ten minste twee personen ter plaatse van het werk aanwezig zijn, de persoon die de laswerkzaamheden verricht daarbij inbegrepen;
d. de met laswerkzaamheden belaste persoon gebruik maakt van de bij deze werkzaamheden behorende beschermende kleding en beschermingsmiddelen die zijn voorzien van het CE-merkteken.
De Beleidsregel betreffende de inspectie van sloepslopers (Stcrt. 2003, nr. 37) wordt ingetrokken.
### Artikel 6