2009-10-21 | BWBR0020446 | Besluit biobrandstoffen wegverkeer 2007

This commit is contained in:
Coornhert 2009-10-21 12:00:00 +00:00
parent 9690004229
commit 00eda67129

View file

@ -25,7 +25,11 @@ h. vergunninghouder: persoon op wiens naam de vergunning is gesteld van een of m
### Artikel 2
**1.** Iedere vergunninghouder levert per kalenderjaar ten minste 3,75% van de door hem uitgeslagen hoeveelheid ongelode lichte olie en gasolie aan als biobrandstof, die voldoet aan de minimumeisen van duurzaamheid, bedoeld in artikel 4, eerste lid, indien deze minimumeisen bij ministeriële regeling tot stand zijn gekomen, waarbij zowel bij de ongelode lichte olie als bij de gasolie ten minste 3% bestaat uit biobrandstoffen.
**1.**
Iedere vergunninghouder levert per kalenderjaar ten minste 3,75% van de door hem uitgeslagen hoeveelheid ongelode lichte olie en gasolie aan als biobrandstof, waarbij zowel bij de ongelode lichte olie als bij de gasolie ten minste 3% bestaat uit biobrandstoffen.
Bij de berekening van het percentage kan op bij ministeriële regeling aan te wijzen biobrandstoffen een bij die regeling vast te stellen wegingsfactor worden toegepast. Bij die regeling kan worden bepaald dat de vergunninghouder in bepaalde gevallen aantoont dat een biobrandstof voldoet aan het in die regeling gestelde en op welke wijze dit aangetoond kan worden.
**2.** Biobrandstoffen die in aanmerking komen voor een accijnsverlaging of accijnsvrijstelling blijven buiten beschouwing bij de vaststelling van het percentage, bedoeld in het eerste lid.
@ -88,7 +92,7 @@ g. buiten Nederland is gebracht en die al dan niet is toegevoegd aan ongelode li
### Artikel 4
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen met verwijzing naar artikel 3, vierde lid, van richtlijn 2003/30/EG, minimumeisen van duurzaamheid worden vastgesteld. Bij die regeling kan worden bepaald dat de vergunninghouder in bepaalde gevallen aantoont dat een biobrandstof voldoet aan het in die regeling gestelde en op welke wijze dit aangetoond kan worden.
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen met verwijzing naar artikel 3, vierde lid, van richtlijn 2003/30/EG, minimumeisen van duurzaamheid worden vastgesteld. Artikel 2, eerste lid, derde volzin, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen ter bevordering van het gebruik van biobrandstoffen, als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van richtlijn 2003/30/EG, categorieën van biobrandstoffen, waarvan het voldoen aan de minimumeisen van duurzaamheid, bedoeld in het eerste lid, niet kan worden aangetoond, worden aangewezen die buiten beschouwing worden gelaten bij de toepassing van artikel 2, eerste lid.
@ -98,7 +102,9 @@ g. buiten Nederland is gebracht en die al dan niet is toegevoegd aan ongelode li
### Artikel 5
Wijzigt dit besluit.
Met ingang van 1 januari 2010 komt artikel 2, eerste lid, te luiden:
1. Iedere vergunninghouder levert per kalenderjaar ten minste 4,00% van de door hem uitgeslagen hoeveelheid ongelode lichte olie en gasolie aan als biobrandstof, waarbij zowel bij de ongelode lichte olie als bij de gasolie ten minste 3,5% bestaat uit biobrandstoffen. Bij de berekening van het percentage kan op bij ministeriële regeling aan te wijzen biobrandstoffen een bij die regeling vast te stellen wegingsfactor worden toegepast. Bij die regeling kan worden bepaald dat de vergunninghouder in bepaalde gevallen aantoont dat een biobrandstof voldoet aan het in die regeling gestelde en op welke wijze dit aangetoond kan worden.
### Artikel 5a