2011-11-09 | BWBV0004900 | Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat ter voorkoming van dubbele belasting op het gebied van belastingen van het inkomen en van het vermogen
This commit is contained in:
parent
d17c4f4922
commit
00fe272ba9
1 changed files with 17 additions and 103 deletions
|
|
@ -5,7 +5,7 @@ titel: Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat
|
|||
bwb_id: BWBV0004900
|
||||
type: verdrag
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '1952-01-09'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2011-11-09'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBV0004900
|
||||
citeertitel: Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat
|
||||
ter voorkoming van dubbele belasting op het gebied van belastingen van het inkomen
|
||||
|
|
@ -16,150 +16,64 @@ citeertitel: Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bonds
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
**1).**
|
||||
|
||||
Dit Verdrag heeft ten doel de belastingplichtigen van de beide Staten te beschermen tegen de dubbele belasting, die zou kunnen voortvloeien uit de gelijktijdige toepassing van de Nederlandse en Zwitserse wetten betreffende:
|
||||
|
||||
a. de directe belastingen op het inkomen (algemene inkomstenbelasting en belastingen op bestanddelen van het inkomen) en op het vermogen (algemene belasting op het vermogen en belastingen op bestanddelen van het vermogen). Dit Verdrag verstaat onder deze uitdrukking eveneens de belastingen van vervreemdingswinsten op vermogensbestanddelen en op onroerend goed, van waardevermeerdering en van vermogensaanwas;
|
||||
b. de belastingen welke bij wijze van inhouding bij de bron worden geheven van de opbrengst van roerend kapitaal.
|
||||
|
||||
**2).** Het Verdrag is van toepassing op de belastingen geheven voor rekening van een van de beide Staten, provinciën, kantons, districten, kringen, gemeenten, groepen van gemeenten en gemeentefondsen, maar in het bijzonder op de belastingen voorkomende in de bijlagen I (Zwitserse wetgeving) en II (Nederlandse wetgeving), alsmede op de belastingen van gelijke of gelijksoortige aard, welke in de toekomst aan deze belastingen zullen worden toegevoegd of welke deze vervangen. Het strekt zich mede uit tot de belastingen, welke in de vorm van opcenten worden geheven.
|
||||
|
||||
**3).** Onverminderd het bepaalde in artikel 12, is dit Verdrag voor zoveel het Koninkrijk der Nederlanden betreft, slechts van toepassing op het grondgebied in Europa.
|
||||
|
||||
**4).** Behoudens de aanvullende bepalingen, die vervat zijn in het Aanvullende Protocol hetwelk een integrerend deel van het Verdrag uitmaakt en op dezelfde dag is getekend, is het Verdrag eveneens van toepassing op de Nederlandse vermogensheffing ineens (Wet van 11 Juli 1947) en op de buitengewone Nederlandse vermogensaanwasbelasting (Wet van 19 September 1946), alsmede op de federale oorlogswinstbelasting (Bondsraadbesluit van 12 Januari 1940/19 Juli 1944).
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1).** Voor zover in dit Verdrag niet anders is bepaald, zijn het vermogen en het inkomen slechts belastbaar in de Staat waar de persoon, aan wie dit vermogen toebehoort of die dit inkomen geniet, zijn woonplaats heeft.
|
||||
|
||||
**2).** Een natuurlijk persoon heeft zijn woonplaats, in de zin van dit Verdrag, ter plaatse waar hij een duurzame woongelegenheid heeft. Indien er verschillende dergelijke plaatsen bestaan, wordt als woonplaats beschouwd de plaats, waarmede de persoonlijke betrekkingen het nauwst zijn (middelpunt van de levensbelangen). Indien het niet mogelijk is overeenstemming te verkrijgen omtrent het middelpunt van de levensbelangen, wordt de woonplaats bepaald volgens het derde lid.
|
||||
|
||||
**3).** Indien een natuurlijk persoon in geen van de beide Staten een blijvende woongelegenheid heeft, wordt hij geacht daar zijn woonplaats te hebben waar hij duurzaam verblijft. Iemand verblijft duurzaam in de zin van deze bepaling, daar waar hij verblijft onder omstandigheden, waaruit de bedoeling valt af te leiden om ter plaatse niet slechts tijdelijk te vertoeven. Indien een natuurlijk persoon in die zin in geen van de beide Staten duurzaam verblijft, wordt hij geacht zijn woonplaats te hebben in die Staat, waarvan hij de nationaliteit bezit, mits de wetgeving van die Staat hem krachtens zijn woonplaats aan de directe belastingen onderwerpt. Indien een natuurlijk persoon ingevolge de vorenstaande bepalingen in beide Staten woonplaats heeft, zullen de hoogste administratieve autoriteiten zich te dezer zake in elk bijzonder geval verstaan.
|
||||
|
||||
**4).** Voor de toepassing van dit Verdrag wordt de woonplaats van een rechtspersoon bepaald volgens de belastingwetgeving van elk van de beide Staten. Indien daaruit een woonplaats in de beide Staten voortvloeit, wordt de rechtspersoon geacht zijn woonplaats te hebben in de Staat, waar hij zijn statutaire zetel heeft.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1).** Onroerende goederen (daaronder begrepen hun toebehoren, zomede de dode of levende have, welke dient voor een landbouw- of bosbedrijf) en de inkomsten, die er uit voortvloeien (daaronder begrepen de voordelen van elk landbouwbedrijf of bosbedrijf) zijn slechts belastbaar in de Staat waar deze goederen zijn gelegen,
|
||||
|
||||
**2).** Met onroerende goederen worden gelijkgesteld de rechten waarop van toepassing zijn de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom of de rechten van vruchtgebruik op onroerende zaken.
|
||||
|
||||
**3).** Schuldvorderingen tot zekerheid waarvan een onroerende zaak verbonden is (daaronder begrepen obligaties) en de inkomsten die er uit voortvloeien zijn belastbaar volgens de artikelen 2 en 9.
|
||||
|
||||
**4).** De begrippen: onroerend goed en hun toebehoren, recht gelijkgesteld met onroerend goed en vruchtgebruik, hebben de betekenis welke zij hebben volgens de wetten van de Staat waarin het voorwerp waarvan sprake is, is gelegen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1).** Handels-, nijverheids- of handwerksondernemingen van elke aard, alsmede de inkomsten daaruit voortvloeiende, met inbegrip van de winsten verkregen bij gehele of gedeeltelijke vervreemding van de onderneming, zijn slechts belastbaar in die van de beide Staten waar de onderneming een vaste inrichting heeft. Dit geldt zelfs, indien de onderneming haar werkzaamheden uitstrekt op het grondgebied van de andere Staat zonder aldaar een vaste inrichting te hebben.
|
||||
|
||||
**2).** Als vaste inrichting in de zin van dit Verdrag wordt beschouwd een duurzame inrichting van de onderneming waar de werkzaamheden van deze onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend. Als vaste inrichtingen moeten derhalve worden beschouwd: de zetel van de onderneming, de zetel van de leiding, de filialen, de fabrieken en werkplaatsen, de verkoopkantoren, de in bedrijf zijnde groeven, mijnen en bronnen, alsmede de vaste vertegenwoordigingen.
|
||||
|
||||
**3).** Indien de onderneming vaste bedrijfsinrichtingen in beide Staten onderhoudt, zal ieder van hen slechts belasten het vermogen dat dient voor de vaste inrichting, gelegen op zijn grondgebied en geen andere inkomsten dan die welke deze inrichting oplevert.
|
||||
|
||||
**4).** Met ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, worden gelijkgesteld de deelnemingen in ondernemingen opgericht in de vorm van een vennootschap, met uitzondering van de deelnemingen in de vorm van aandelen, van lidmaatschapsrechten in coöperatieve verenigingen of van deelgerechtigdheid in „sociétés à responsabilité limitée”, en voorts met uitzondering van winstbewijzen, winstdelende obligatiën en soortgelijke effecten.
|
||||
|
||||
**5).** Ondernemingen, die de internationale zeescheepvaart, binnenvaart of luchtvaart uitoefenen, alsmede de inkomsten die hieruit voortvloeien, zijn slechts belastbaar in de Staat, waar zich de leiding van de onderneming bevindt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1).** De inkomsten uit vrije beroepen uitgeoefend door personen die hun woonplaats in één van de beide Staten hebben, zijn, behoudens artikel 7, in de andere Staat slechts belastbaar, indien de desbetreffende persoon aldaar zijn persoonlijke, op voordeel gerichte werkzaamheden uitoefent met behulp van een vaste inrichting waarover hij regelmatig beschikt.
|
||||
|
||||
**2).** In afwijking van het eerste lid zijn de beroepsinkomsten verkregen in één van de beide Staten door toneelspelers (schouwburg, radio, film), musici, artisten, enz. aldaar belastbaar ongeacht het bestaan van een vaste inrichting, waarover degene, die de op voordeel gerichte werkzaamheid uitoefent, regelmatig beschikt.
|
||||
|
||||
**3).** Roerende zaken welke behoren bij vaste inrichtingen en dienen voor de uitoefening van een vrij beroep zijn slechts belastbaar in de Staat waar deze inrichtingen zich bevinden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1).** Onverminderd het bepaalde in de artikelen 7 en 8, zijn de inkomsten voortvloeiende uit op voordeel gerichte niet-zelfstandige werkzaamheid slechts belastbaar in de Staat op welks grondgebied de persoonlijke werkzaamheid wordt uitgeoefend waaruit deze inkomsten voortvloeien.
|
||||
|
||||
**2).** Nochtans zal een persoon die zijn betrekking gewoonlijk uitoefent in één van de beide Staten en uit dien hoofde slechts voorbijgaand verblijft op het grondgebied van de andere Staat, daar te lande zijn vrijgesteld van de belasting op de inkomsten uit zijn arbeid, zelfs van inhouding bij de bron, indien hij zijn op voordeel gerichte werkzaamheid uitoefent voor rekening van een werkgever die zijn woonplaats niet in deze (laatstbedoelde) Staat heeft. In dat geval behoort het recht tot belastingheffing toe aan de Staat waar die persoon zijn betrekking gewoonlijk uitoefent.
|
||||
|
||||
**3).** Onverminderd het bepaalde in artikel 8 zijn de pensioenen, weduwen- of wezenpensioenen en andere uitkeringen of op geld waardeerbare voordelen, die zijn toegekend wegens vroegere diensten van een persoon, die een niet-zelfstandige op voordeel gerichte werkzaamheid heeft verricht, slechts belastbaar in de Staat, waar de genieter zijn woonplaats heeft.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1).** Tantièmes, presentiegelden, vaste vergoedingen en andere uitkeringen die door in Zwitserland gevestigde naamloze vennootschappen, commanditaire vennootschappen op aandelen of coöperatieve verenigingen worden toegekend aan de leden van hun raad van beheer of van hun raad van toezicht, of die door in Zwitserland gevestigde „sociétés a responsabilité limitée” worden betaald aan hun bestuurders, zijn slechts in Zwitserland belastbaar.
|
||||
|
||||
**2).** Tantièmes, presentiegelden, vaste vergoedingen en andere uitkeringen die door in Nederland gevestigde naamloze vennootschappen, commanditaire vennootschappen op aandelen of coöperatieve verenigingen worden toegekend aan hun bestuurders of commissarissen, zijn slechts in Nederland belastbaar. Lonen en salarissen, die door de bedoelde vennootschappen of verenigingen worden betaald aan hun bestuurders die hun woonplaats in Zwitserland hebben, zijn voor de helft in Nederland en voor de helft in Zwitserland belastbaar.
|
||||
|
||||
**3).** De uitkeringen ter zake van diensten, die de personen bedoeld in het eerste en het tweede lid daadwerkelijk in een andere hoedanigheid ontvangen, zijn volgens artikel 5 of artikel 6 belastbaar.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1).** Traktementen, salarissen, pensioenen, weduwen- of wezenpensioenen en andere uitkeringen of op geld waardeerbare voordelen, die zijn toegekend door een van de beide Staten, door een publiekrechtelijke rechtspersoon van deze Staat, of door een fonds opgericht door deze Staat of door een publiekrechtelijke rechtspersoon van die Staat, wegens tegenwoordige of vroegere administratieve diensten of werkzaamheden, zullen slechts belastbaar zijn in de Staat vanwaar die inkomsten opkomen.
|
||||
|
||||
**2).** Of een rechtspersoon publiekrechtelijk is, wordt bepaald door de wetgeving van de Staat waar de rechtspersoon is opgericht.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1).** Onverminderd het in het tweede lid bepaalde wordt het recht van elk van beide Staten om de inkomsten uit roerend kapitaal bij wege van inhouding aan de bron te belasten, niet beperkt door het feit dat deze inkomsten aan de directe belastingen slechts onderworpen zijn in de Staat bedoeld in artikel 2, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2).**
|
||||
|
||||
Ten aanzien van de belasting op de inkomsten uit roerend kapitaal welke een van de beide Staten heft bij wege van inhouding bij de bron, kan de genieter van deze inkomsten die zijn woonplaats in de andere Staat heeft, binnen een termijn van twee jaren, door tussenkomst van de Staat waar hij woont, op grond van een ambtelijke verklaring aangaande de woonplaats en aangaande het feit dat hij in de Staat waar hij woont aan de directe belastingen onderworpen is, de terugbetaling vragen:
|
||||
|
||||
a. wat betreft dividenden:
|
||||
|
||||
(i) van het gehele bedrag van de belasting in geval de genieter van de dividenden een lichaam is, waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld en dat tenminste 25 percent bezit van het maatschappelijke kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt, mits de verhouding tussen de beide lichamen niet in het leven is geroepen of wordt gehandhaafd in de eerste plaats met het doel het voordeel van de gehele terugbetaling te genieten;
|
||||
(ii) van het bedrag van de belasting dat 15 percent van de dividenden overschrijdt, in alle andere gevallen;
|
||||
b. wat betreft de andere inkomsten uit roerend kapitaal: van het bedrag van de belasting dat 5 percent van de kapitaalopbrengst overschrijdt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1).** Onderdanen van een van de beide Staten worden in de andere Staat niet aan enige belastingheffing of daarmede verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder zou zijn dan de belastingheffing en daarmede verband houdende verplichtingen, waaraan onderdanen van die andere Staat onder dezelfde omstandigheden zijn of kunnen worden onderworpen.
|
||||
|
||||
**2).**
|
||||
|
||||
De uitdrukking „onderdanen” betekent:
|
||||
|
||||
a. alle natuurlijke personen die de nationaliteit van een van de beide Staten bezitten;
|
||||
b. alle rechtspersonen, vennootschappen en verenigingen die hun rechtspositie als zodanig ontlenen aan de wetgeving die in een van de beide Staten van kracht is.
|
||||
|
||||
**3).**
|
||||
|
||||
De belastingheffing van een vaste inrichting die een onderneming van een van de beide Staten in de andere Staat heeft, mag in die andere Staat niet ongunstiger zijn dan de belastingheffing van ondernemingen van die andere Staat die dezelfde werkzaamheden uitoefenen.
|
||||
|
||||
Deze bepaling mag niet aldus worden uitgelegd, dat een van de beide Staten verplicht zou zijn aan personen die hun woonplaats in de andere Staat hebben bij de belastingheffing de persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en verminderingen uit hoofde van burgerlijke staat of gezinslasten te verlenen, die eerstbedoelde Staat verleent aan personen die op zijn grondgebied hun woonplaats hebben.
|
||||
|
||||
**4).** Ondernemingen van een van de beide Staten, waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, in het bezit is van of wordt beheerst door een of meer personen met woonplaats in de andere Staat, worden in de eerstbedoelde Staat niet aan enige belastingheffing of daarmede verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder zou zijn dan de belastingheffing of daarmede verband houdende verplichtingen, waaraan andere soortgelijke ondernemingen van die eerstbedoelde Staat zijn of kunnen worden onderworpen.
|
||||
|
||||
**5).** In dit artikel ziet de uitdrukking „belastingheffing” op belastingen van elke soort en benaming.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10A
|
||||
|
||||
De bepalingen van dit Verdrag beperken niet de voordelen, die de wetgeving van elk van de beide Staten aan de belastingplichtigen toekent.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1).** Indien een belastingplichtige aantoont, dat de maatregelen van de belastingautoriteiten van de beide Staten voor hem leiden tot dubbele belasting, heeft hij het recht een bezwaar in te dienen bij de Staat waar hij woonachtig is. Indien het bezwaar gegrond wordt bevonden, moet de hoogste administratieve autoriteit van deze Staat, indien zij niet van haar eigen belastingvordering wil afzien, zich trachten te verstaan met de hoogste administratieve autoriteit van de andere Staat teneinde op een billijke wijze de dubbele belasting te voorkomen.
|
||||
|
||||
**2).** De hoogste administratieve autoriteiten van de beide Staten zullen zich eveneens kunnen verstaan om de dubbele belasting ongedaan te maken in gevallen, welke door dit Verdrag niet geregeld zijn, alsmede in gevallen waarin de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag aanleiding geeft tot moeilijkheden of twijfel.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1).** Dit Verdrag zal, ongewijzigd of met overeengekomen wijzigingen, kunnen worden uitgebreid tot een der Nederlandse Overzeese Gebieden, indien dit gebied belastingen heft van in wezen gelijksoortige aard met de belastingen genoemd in artikel 1. Over zodanige uitbreiding zullen de beide Hoge Verdragsluitende Partijen zich verstaan door een notawisseling; zij zullen daarin vastleggen de datum van het in werking treden, de wijzigingen en de voorwaarden (daaronder begrepen die, welke betrekking hebben op de opzegging).
|
||||
|
||||
**2).** Tenzij de beide Hoge Verdragsluitende Partijen uitdrukkelijk anders zijn overeengekomen, zal de opzegging van dit Verdrag krachtens artikel 15 voor zoveel betreft Nederland of Zwitserland een einde maken aan de toepassing van dit Verdrag met betrekking tot ieder gebied waartoe het zal zijn uitgebreid onder de voorwaarden genoemd in dit artikel.
|
||||
|
||||
**3).** De Nederlandse gebieden waarop dit artikel van toepassing zal zijn, zijn behalve het Koninkrijk der Nederlanden in Europa, de gebieden voor welker buitenlandse betrekkingen de Nederlandse Regering verantwoordelijk is.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Dit Verdrag is voor de eerste maal van toepassing:
|
||||
|
||||
a. op de directe belastingen van het inkomen en van het vermogen, welke geheven worden voor het tijdvak volgend op 31 December 1948, en bovendien op de belastingen welke geheven worden voor een vroeger tijdvak, maar waarvan de aanslag nog niet kracht van gewijsde heeft verkregen op het tijdstip van in werking treden van dit Verdrag;
|
||||
b. op de bij wege van inhouding bij de bron geheven belastingen van de opbrengst van kapitaal welke in het kalenderjaar 1949 vervallen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Indien de opzegging heeft plaats gevonden binnen de termijnen bedoeld in artikel 15 is dit Verdrag voor de laatste maal van toepassing:
|
||||
|
||||
a. op de directe belastingen van het inkomen en van het vermogen, welke geheven worden voor het tijdvak, voorafgaande aan het aflopen van het kalenderjaar tegen het einde waarvan de opzegging heeft plaats gevonden;
|
||||
b. op de bij wege van inhouding bij de bron geheven belastingen van de opbrengst van kapitaal welke vervallen in het kalenderjaar tegen het einde waarvan de opzegging heeft plaats gevonden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1).** Dit Verdrag zal worden bekrachtigd en de bekrachtigingsoorkonden zullen zo spoedig mogelijk te Bern worden uitgewisseld.
|
||||
|
||||
**2).** Het Verdrag zal in werking treden op de dag van de uitwisseling van de bekrachtigingsoorkonden; het kan, met inachtneming van een opzeggingstermijn van ten minste zes maanden, door elk van de beide Hoge Verdragsluitende Partijen worden opgezegd tegen het einde van een kalenderjaar.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue