2008-06-13 | BWBR0008656 | Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
This commit is contained in:
parent
123e900fd7
commit
01169a4891
1 changed files with 6 additions and 0 deletions
|
|
@ -1028,6 +1028,8 @@ Bij de vaststelling van de schadevergoeding, waarop de verzekerde naar burgerlij
|
|||
|
||||
**2.** Overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in plaats van het bedrag van de periodieke verstrekkingen de contante waarde daarvan vorderen.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste lid bedoelde aansprakelijke is eveneens verplicht tot vergoeding van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gemaakte redelijke kosten ter nakoming van de verplichtingen tot inschakeling in de arbeid van de verzekerde, die op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen rusten op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen alsmede de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de daarop berustende bepalingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de verzekerde ten dienste zou hebben gestaan.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Het verstrekken van inlichtingen
|
||||
|
||||
### Artikel 70
|
||||
|
|
@ -1237,6 +1239,10 @@ De artikelen 7a, 19a, en 21a, zijn niet van toepassing op de persoon die:
|
|||
a) op 31 december 1999 op grond van de artikelen 7 dan wel 22 recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en op die dag niet in Nederland woont, en
|
||||
b) op 19 december 2005 dit recht op uitkering uitsluitend nog heeft op grond van artikel 2 van de wet van 9 december 2004, houdende goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het op 28 juni 1962 te Genève totstandgekomen Verdrag betreffende de gelijkheid van behandeling van eigen onderdanen en vreemdelingen met betrekking tot de sociale zekerheid (Verdrag Nr. 118 aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar zesenveertigste zitting; Trb. 1962, 122 en Trb. 1964, 23) (Stb. 2004, 715).
|
||||
|
||||
### Artikel 101c
|
||||
|
||||
In gedingen aangevangen voor het van toepassing worden van artikel 69, derde lid, bepaalt de rechter op verzoek van een van de partijen of ambtshalve een termijn waarbinnen partijen de gelegenheid wordt geboden hun stellingen en conclusies voor zover nodig aan te passen aan artikel 69, derde lid. Stelt de rechter partijen tot een zodanige aanpassing in de gelegenheid, dan staat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open; wijst de rechter een daartoe strekkend verzoek af, dan staat een rechtsmiddel daartegen slechts gelijktijdig met de einduitspraak open.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 102
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue