From 0116c29dd4a9dd9dd7a1ed8d1af89ce25f78d67c Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 23 Dec 2023 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2023-12-23 | BWBR0002503 | Vaststelling bewijs van verzekering voor niet-kentekenplichtige motorrijtuigen en regelen met betrekking tot bewijs van vrijstelling --- .../BWBR0002503/README.md | 20 +++++++++---------- 1 file changed, 10 insertions(+), 10 deletions(-) diff --git a/amvb/vaststelling-bewijs-van-verzekering-voor-niet-kentekenplichtige-motorrijtuigen-e/BWBR0002503/README.md b/amvb/vaststelling-bewijs-van-verzekering-voor-niet-kentekenplichtige-motorrijtuigen-e/BWBR0002503/README.md index aeaeecd1af0..934dd57378e 100644 --- a/amvb/vaststelling-bewijs-van-verzekering-voor-niet-kentekenplichtige-motorrijtuigen-e/BWBR0002503/README.md +++ b/amvb/vaststelling-bewijs-van-verzekering-voor-niet-kentekenplichtige-motorrijtuigen-e/BWBR0002503/README.md @@ -21,7 +21,7 @@ b. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat; c. motorrijtuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de wet; d. gehandicaptenvoertuig: voertuig dat is uitgerust met een motor, dat niet breder is dan 1,10 m, waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km per uur bedraagt, en dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte; e. verzekeraar: verzekeraar als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de wet; -f. weg en terrein: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de wet; +f. weg en deelneming met het motorrijtuig aan het verkeer: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de wet; g. motorrijtuig, dat gewoonlijk in het buitenland is gestald; 1°. een motorrijtuig waarvoor een kenteken met beperkte geldigheidsduur overeenkomstig een door Onze Minister aangewezen model is opgegeven; @@ -48,7 +48,7 @@ b. een document waaruit blijkt dat met betrekking tot het door hem bestuurde geh **1.** Het bewijs van verzekering, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, wordt bevestigd op het achterspatbord in verticale of nagenoeg verticale stand en in de breedterichting van het gehandicaptenvoertuig, op zodanige wijze dat de op het bewijs vermelde letters zich boven de op het bewijs vermelde cijfers bevinden en de letters en cijfers goed zichtbaar zijn. Indien het gehandicaptenvoertuig meer achterwielen heeft, behoeft slechts één bewijs van verzekering op één van de achterspatborden te worden aangebracht. Indien het gehandicaptenvoertuig is voorzien van een bak of opbouw mag het bewijs van verzekering in plaats van op het achterspatbord ook worden bevestigd op de achterzijde van de bak of opbouw, zoveel mogelijk aan de uiterste linkerzijde daarvan. -**2.** Het bewijs van verzekering kan worden gebruikt met ingang van 1 januari van het kalenderjaar dat erop staat vermeld. De geldigheidsduur van het bewijs eindigt op 30 april van het daarop volgende jaar om 24.00 uur. +**2.** Het bewijs van verzekering kan worden gebruikt met ingang van 1 januari van het kalenderjaar dat erop staat vermeld. De geldigheidsduur van het bewijs eindigt op 30 april van het daarop volgende jaar om 24.00 uur. **3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de kenmerken van het bewijs van verzekering. @@ -155,23 +155,23 @@ Het bewijs van vrijstelling kan worden gebezigd met ingang van de eerste januari ### Artikel 9 -**1.** Het is verboden om als bezitter dan wel als houder in de zin van artikel 2, tweede lid, van de wet, een gehandicaptenvoertuig, waarop ingevolge paragraaf 2 een bewijs van verzekering moet zijn bevestigd, op een weg te doen rijden of te laten staan of toe te laten dat daarmee op een weg wordt gereden of gestaan, of buiten een weg met zodanig gehandicaptenvoertuig deel te nemen of toe te laten dat daarmee wordt deelgenomen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldig bewijs van verzekering op de voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van verzekering niet goed zichtbaar zijn. Het voorgaande is niet van toepassing jegens de bezitter en de houder op wie de verplichting tot verzekering niet rust. +**1.** Het is verboden om als bezitter dan wel als houder in de zin van artikel 2, tweede lid, van de wet, een gehandicaptenvoertuig, waarop ingevolge paragraaf 2 een bewijs van verzekering moet zijn bevestigd, op een weg te doen rijden of te laten staan of toe te laten dat daarmee op een weg wordt gereden of gestaan, of buiten een weg met zodanig gehandicaptenvoertuig deel te nemen of toe te laten dat daarmee wordt deelgenomen aan het verkeer zonder dat een geldig bewijs van verzekering op de voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van verzekering niet goed zichtbaar zijn. Het voorgaande is niet van toepassing jegens de bezitter en de houder op wie de verplichting tot verzekering niet rust. -**2.** Het is verboden om als bestuurder met een gehandicaptenvoertuig, waarop ingevolge het bepaalde in paragraaf 2 een bewijs van verzekering moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanig gehandicaptenvoertuig deel te nemen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldig bewijs van verzekering op de voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van verzekering niet goed zichtbaar zijn. +**2.** Het is verboden om als bestuurder met een gehandicaptenvoertuig, waarop ingevolge het bepaalde in paragraaf 2 een bewijs van verzekering moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanig gehandicaptenvoertuig deel te nemen aan het verkeer zonder dat een geldig bewijs van verzekering op de voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van verzekering niet goed zichtbaar zijn. -**3.** Het is verboden om als bezitter dan wel als houder in de zin van artikel 2, tweede lid, van de wet, een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, waarop ingevolge paragraaf 2 een bewijs van verzekering moet zijn bevestigd, op een weg te doen rijden of te laten staan of toe te laten dat daarmee op een weg wordt gereden of gestaan, of buiten een weg met zodanige bromfiets deel te nemen of toe te laten dat daarmee wordt deelgenomen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldig bewijs van verzekering op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van verzekering niet goed zichtbaar zijn. Het voorgaande is niet van toepassing jegens de bezitter en de houder op wie de verplichting tot verzekering niet rust. +**3.** Het is verboden om als bezitter dan wel als houder in de zin van artikel 2, tweede lid, van de wet, een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, waarop ingevolge paragraaf 2 een bewijs van verzekering moet zijn bevestigd, op een weg te doen rijden of te laten staan of toe te laten dat daarmee op een weg wordt gereden of gestaan, of buiten een weg met zodanige bromfiets deel te nemen of toe te laten dat daarmee wordt deelgenomen aan het verkeer zonder dat een geldig bewijs van verzekering op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van verzekering niet goed zichtbaar zijn. Het voorgaande is niet van toepassing jegens de bezitter en de houder op wie de verplichting tot verzekering niet rust. -**4.** Het is verboden om als bestuurder met een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, waarop ingevolge het bepaalde in paragraaf 2 een bewijs van verzekering moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanige bromfiets deel te nemen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldig bewijs van verzekering op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van verzekering niet goed zichtbaar zijn. +**4.** Het is verboden om als bestuurder met een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, waarop ingevolge het bepaalde in paragraaf 2 een bewijs van verzekering moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanige bromfiets deel te nemen aan het verkeer zonder dat een geldig bewijs van verzekering op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van verzekering niet goed zichtbaar zijn. ### Artikel 10 -**1.** Het is verboden om als bezitter dan wel als houder in de zin van artikel 2, tweede lid, van de wet, een gehandicaptenvoertuig, waarop ingevolge artikel 8 een bewijs van vrijstelling moet zijn bevestigd, op een weg te doen rijden of te laten staan of toe te laten dat daarmee op een weg wordt gereden of gestaan, of buiten een weg met een zodanig gehandicaptenvoertuig deel te nemen of toe te laten dat daarmee wordt deelgenomen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldig bewijs van vrijstelling op de voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van vrijstelling niet goed zichtbaar zijn. Het voorgaande is niet van toepassing jegens de bezitter van het gehandicaptenvoertuig, indien de houder van het gehandicaptenvoertuig een houder is als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet. +**1.** Het is verboden om als bezitter dan wel als houder in de zin van artikel 2, tweede lid, van de wet, een gehandicaptenvoertuig, waarop ingevolge artikel 8 een bewijs van vrijstelling moet zijn bevestigd, op een weg te doen rijden of te laten staan of toe te laten dat daarmee op een weg wordt gereden of gestaan, of buiten een weg met een zodanig gehandicaptenvoertuig deel te nemen of toe te laten dat daarmee wordt deelgenomen aan het verkeer zonder dat een geldig bewijs van vrijstelling op de voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van vrijstelling niet goed zichtbaar zijn. Het voorgaande is niet van toepassing jegens de bezitter van het gehandicaptenvoertuig, indien de houder van het gehandicaptenvoertuig een houder is als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet. -**2.** Het is verboden om als bestuurder met een gehandicaptenvoertuig, waarop ingevolge artikel 8 een bewijs van vrijstelling moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanig gehandicaptenvoertuig deel te nemen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldig bewijs van vrijstelling op de voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van vrijstelling niet goed zichtbaar zijn. +**2.** Het is verboden om als bestuurder met een gehandicaptenvoertuig, waarop ingevolge artikel 8 een bewijs van vrijstelling moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanig gehandicaptenvoertuig deel te nemen aan het verkeer zonder dat een geldig bewijs van vrijstelling op de voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van vrijstelling niet goed zichtbaar zijn. -**3.** Het is verboden om als bezitter dan wel als houder in de zin van artikel 2, tweede lid, van de wet, een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, waarop ingevolge artikel 8 een bewijs van vrijstelling moet zijn bevestigd, op een weg te doen rijden of te laten staan of toe te laten dat daarmee op een weg wordt gereden of gestaan, of buiten een weg met een zodanige bromfiets deel te nemen of toe te laten dat daarmee wordt deelgenomen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldig bewijs van vrijstelling op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van vrijstelling niet goed zichtbaar zijn. Het voorgaande is niet van toepassing jegens de bezitter van de bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, indien de houder van de bromfiets een houder is als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet. +**3.** Het is verboden om als bezitter dan wel als houder in de zin van artikel 2, tweede lid, van de wet, een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, waarop ingevolge artikel 8 een bewijs van vrijstelling moet zijn bevestigd, op een weg te doen rijden of te laten staan of toe te laten dat daarmee op een weg wordt gereden of gestaan, of buiten een weg met een zodanige bromfiets deel te nemen of toe te laten dat daarmee wordt deelgenomen aan het verkeer zonder dat een geldig bewijs van vrijstelling op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van vrijstelling niet goed zichtbaar zijn. Het voorgaande is niet van toepassing jegens de bezitter van de bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, indien de houder van de bromfiets een houder is als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet. -**4.** Het is verboden om als bestuurder met een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, waarop ingevolge artikel 8 een bewijs van vrijstelling moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanige bromfiets deel te nemen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldig bewijs van vrijstelling op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van vrijstelling niet goed zichtbaar zijn. +**4.** Het is verboden om als bestuurder met een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, waarop ingevolge artikel 8 een bewijs van vrijstelling moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanige bromfiets deel te nemen aan het verkeer zonder dat een geldig bewijs van vrijstelling op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van vrijstelling niet goed zichtbaar zijn. ### Artikel 10a