diff --git a/wet/wet-werk-en-inkomen-kunstenaars/BWBR0017837/README.md b/wet/wet-werk-en-inkomen-kunstenaars/BWBR0017837/README.md index e5115f6e307..863ab450672 100644 --- a/wet/wet-werk-en-inkomen-kunstenaars/BWBR0017837/README.md +++ b/wet/wet-werk-en-inkomen-kunstenaars/BWBR0017837/README.md @@ -180,9 +180,9 @@ De kunstenaar heeft recht op uitkering indien hij, of voorzover van toepassing z a. niet over in aanmerking te nemen vermogen beschikt en het in aanmerking te nemen inkomen per maand: -1°. van een alleenstaande lager is dan € 1.024,10 per 1 januari 2011: € 1.168,36; -2°. van een alleenstaande ouder lager is dan € 1.207,43 per 1 januari 2011: € 1.459,13; -3°. van gehuwden lager is dan € 1.349,13 per 1 januari 2011: € 1.538,35, en +1°. van een alleenstaande lager is dan € 1.024,10 per 1 juli 2011: € 1.175,56; +2°. van een alleenstaande ouder lager is dan € 1.207,43 per 1 juli 2011: € 1.468,28; +3°. van gehuwden lager is dan € 1.349,13 per 1 juli 2011: € 1.550,01, en b. gedurende een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen periode als kunstenaar werkzaam is geweest en in die periode met die werkzaamheden een bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen bruto-inkomen heeft verworven, of c. de aanvraag op grond van deze wet heeft ingediend binnen 12 maanden nadat hij met goed gevolg een opleiding op het gebied van de kunst, een voortgezette opleiding op het gebied van de kunst, of een voortgezette opleiding bouwkunst als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek heeft voltooid, voorzover deze opleiding gericht is op de uitoefening van het kunstenaarschap, dan wel een daarmee vergelijkbare, door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij ministeriële regeling aan te wijzen, opleiding heeft voltooid. @@ -263,9 +263,9 @@ De uitkering wordt per kalendermaand om niet verleend en betaald en per kalender De uitkering bedraagt per kalendermaand voor: -a. een alleenstaande: € 648,04 per 1 januari 2011: € 741,04; -b. een alleenstaande ouder: € 828,31 per 1 januari 2011: € 1028,64; -c. gehuwden: € 954,73 per 1 januari 2011: € 1.095,77. +a. een alleenstaande: € 648,04 per 1 juli 2011: € 745,39; +b. een alleenstaande ouder: € 828,31 per 1 juli 2011: € 1034,28; +c. gehuwden: € 954,73 per 1 juli 2011: € 1.103,51. **2.** Indien de echtgenoot van de kunstenaar in een omstandigheid verkeert als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, b, c of d, wordt de hoogte van de uitkering vastgesteld op het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder. @@ -282,9 +282,9 @@ Bij de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering wordt van het vol a. over de periode in het kalenderjaar waarin geen uitkering is ontvangen wordt niet in aanmerking genomen het bruto-inkomen tot een maximum per maand van het in artikel 8, onderdeel a, genoemde van toepassing zijnde bedrag, vermeerderd met de door de kunstenaar of zijn gezin verschuldigde inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, voor zover deze hen niet op grond van artikel 46 van de Zorgverzekeringswet zijn vergoed; b. het na toepassing van onderdeel a overblijvende meerinkomen wordt in aanmerking genomen over de periode waarin in het betreffende kalenderjaar uitkering is verleend, voorzover dat tezamen met het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in artikel 15, eerste lid, over deze periode per maand meer bedraagt dan: -1°. € 1.355,98 per 1 januari 2011: € 1.539,71 voor een alleenstaande; -2°. € 1.673,05 per 1 januari 2011: € 1.998,25 voor een alleenstaande ouder; -3°. € 1.871,42 per 1 januari 2011: € 2.136,81 voor gehuwden. +1°. € 1.355,98 per 1 juli 2011: € 1.550,63 voor een alleenstaande; +2°. € 1.673,05 per 1 juli 2011: € 2.010,67 voor een alleenstaande ouder; +3°. € 1.871,42 per 1 juli 2011: € 2.149,97 voor gehuwden. **3.** In afwijking van het eerste en tweede lid en artikel 5, eerste lid, onderdeel b, wordt bij een kunstenaar wiens uitkering is beëindigd in verband met het bereiken van de maximale uitkeringsduur op grond van artikel 19, het inkomen van de kunstenaar of zijn gezin slechts in aanmerking genomen over de periode van het kalenderjaar voorafgaand aan het tijdstip met ingang waarop de uitkering is beëindigd, voorzover dat inkomen tezamen met het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in artikel 15, eerste lid, over deze periode per kalendermaand meer bedraagt dan het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in het tweede lid, onderdeel b. @@ -920,9 +920,7 @@ De artikelen 2, zesde en zevende lid, en 3, tweede lid, zijn niet van toepassing ### Artikel 78g -**1.** Ten aanzien van de kunstenaar wiens recht op uitkering voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van artikel XXI, onderdeel C, van de Verzamelwet SZW 2011 al is ingegaan en die zich op die dag onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de toepassing van artikel 10, eerste lid, onderdeel d, als eerste dag waarop hij zich aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel onttrekt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel XXI, onderdeel C, van de Verzamelwet SZW 2011 en eindigt het recht op uitkering, in afwijking van artikel 10, eerste lid, onderdeel d, vanaf de dag dat het onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zes maanden heeft geduurd. - -**2.** Dit artikel vervalt zes maanden na de dag van zijn inwerkingtreding. +Vervallen ### Artikel 79