diff --git a/beleidsregel/richtlijn-voor-strafvordering-wet-personenvervoer-2000/BWBR0031602/README.md b/beleidsregel/richtlijn-voor-strafvordering-wet-personenvervoer-2000/BWBR0031602/README.md new file mode 100644 index 00000000000..a032e35cd1c --- /dev/null +++ b/beleidsregel/richtlijn-voor-strafvordering-wet-personenvervoer-2000/BWBR0031602/README.md @@ -0,0 +1,118 @@ +--- +titel: Richtlijn voor strafvordering Wet personenvervoer 2000 +bwb_id: BWBR0031602 +type: beleidsregel +status: geldend +datum_inwerkingtreding: '2012-06-01' +bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0031602 +citeertitel: Richtlijn voor strafvordering Wet personenvervoer 2000 +--- + +# Richtlijn voor strafvordering Wet personenvervoer 2000 + +## . Samenvatting + +Deze richtlijn bevat het strafvorderingsbeleid van het OM inzake overtredingen bepaald bij of krachtens de Wet personenvervoer 2000 (Wp 2000), die in artikel 1 van de Wet op de economische delicten (WED) als economisch delict zijn aangemerkt. + +## . Achtergrond + +Deze richtlijn richt zich op de strafrechtelijk gehandhaafde bepalingen voortkomende uit de Wet personenvervoer 2000 en het Besluit personenvervoer 2000 (Bp 2000). Deze richtlijn is aangepast vanwege de wijziging van de Wp 2000 en het Bp 2000 per 1 oktober 2011waarbij regels ter bevordering van de kwaliteit in het taxivervoer zijn gesteld. + +Met het oog op de gewenste eenheid in het strafvorderingsbeleid inzake economische strafzaken heeft het College van procureurs-generaal de in deze richtlijn opgenomen tarieflijst vastgesteld die landelijk als uitgangspunt dient voor de bepaling van de bedragen, welke als transactie of als geldboete (in het kader van een OM-strafbeschikking) worden gehanteerd. + +## . Beschrijving + +De Wp 2000 is van toepassing op openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer over voor het openbaar verkeer openstaande wegen. Van taxivervoer is ook sprake indien een deel van de rit plaatsvindt over niet voor het openbaar verkeer openstaande wegen.1 HR 10-12-1991, NJ 1992, 326. In enkele wetsbepalingen betreffende het taxivervoer is het begrip ‘reiziger’ vervangen door ‘consument’. Daardoor zijn die bepalingen tevens van toepassing op de consument, die nog niet in een taxi is gestapt. + +Centraal in de Wp 2000 staat de vergunningplicht voor het verrichten van beroepsmatig personenvervoer. Indien een vergunning niet is afgegeven, wordt de economische ordening van het beroepsmatige personenvervoer aangetast, ontstaat oneerlijke concurrentie en worden belangen geschaad die het stellen van de vergunningseisen van betrouwbaarheid, vakbekwaamheid en kredietwaardigheid beogen te beschermen. Het overtreden van de vergunningplicht wordt in de Wp 2000 als misdrijf gekwalificeerd, omdat het verrichten van illegaal vervoer het fundament van het beroepsmatige personenvervoer aantast.2 TK, 2002-2003, 28 802, nr. 3, pag. 3. De tarieven in deze richtlijn die gekoppeld zijn aan strafbare feiten ten aanzien van de vergunningplicht, zijn dan ook aanmerkelijk hoger dan de tarieven die als uitgangspunt gelden bij overige strafbare feiten in de Wp 2000. + +### . Boordcomputer + +Op 1 oktober 2011 is de wetgeving in werking getreden die de boordcomputer invoert in het taxivervoer. Het doel van de boordcomputer is de handmatige registratie van de ritadministratie te digitaliseren. Het gebruik van de boordcomputer is geregeld in de artikelen 79, 80 en 81 Bp 2000. + +### . Boordcomputerkaarten + +Met de invoering van de boordcomputer wordt tegelijkertijd de boordcomputerkaart ingevoerd. Deze kaart wordt in vier varianten uitgegeven: de chauffeurskaart, de ondernemerskaart, de keuringskaart en de inspectiekaart. De boordcomputerkaarten hebben verschillende gebruiksdoelen, maar zijn allemaal bestemd voor toepassing in de boordcomputer. De kaarten geven toegang tot bepaalde, voor de doelgroep relevante, gegevens die zijn opgeslagen in de boordcomputer. De verschillende boordcomputerkaarten zijn nodig om de ritadministratie en de arbeids- en rusttijdengegevens van de boordcomputer te kunnen inlezen of te kunnen registreren. De boordcomputer registreert deze gegevens ook zonder een ingebrachte chauffeurskaart. Indien de chauffeurskaart als controlemiddel ontbreekt, kunnen de gegevens door een toezichthouder in bezit van een inspectiekaart worden gelezen. + +### . Chauffeurskaart + +De chauffeurskaart vervangt de chauffeurspas. Dit betekent dat de eisen om in het bezit te komen van een chauffeurskaart gelijk zijn aan de eisen voor een chauffeurspas. + +Op de persoonsgebonden chauffeurskaart worden de persoonlijke arbeids- en rusttijden bijgehouden, ongeacht de taxi waarin is gereden. De chauffeur moet de kaart aan het begin van zijn werkzaamheden in de boordcomputer plaatsen en zijn pincode invoeren. Bij beëindiging van zijn werkzaamheden met het voertuig moet de chauffeur de kaartsessie beëindigen en de beëindiging moet met het invoeren van de pincode worden bevestigd. Daarna moet de kaart uit de boordcomputer worden genomen. + +### . Ondernemerskaart + +Met de ondernemerskaart kunnen de gegevens over de ritadministratie en de arbeids- en rusttijden aan het betreffende bedrijf worden toegewezen. Dit betekent dat zowel de gegevens van de chauffeur in de boordcomputer als de daarop geregistreerde ritadministratie alleen toegankelijk zijn voor het bedrijf waaraan de boordcomputer is gekoppeld. In principe heeft een taxivervoerder slechts één ondernemerskaart nodig. Met één kaart kunnen meerdere boordcomputers «gekoppeld» worden aan een vervoerder + +### . Keuringskaart + +De keuringskaart is een instrument voor erkende werkplaatsen om een boordcomputer te activeren en te keuren voordat deze wordt in gebruik genomen, periodiek onderzocht of getest. Met de kaart kunnen ook gegevens uit een defecte boordcomputer worden opgeslagen en worden doorgegeven aan de werkgever of eigenaar/houder van de taxi. + +### . Inspectiekaart + +De inspectiekaart is een hulpmiddel voor toezichthouders bij het toezicht op de naleving van ritadministratie en de arbeids- en rusttijden in het taxivervoer. De kaart identificeert de toezichthouder en verschaft toegang tot het geheugen van de boordcomputer. Met de inspectiekaart kunnen gegevens uit de boordcomputer worden ingezien en opgeslagen in het bestand van de toezichthouder voor verder gebruik in het kader van de handhaving. + +### . Overgangsrecht + +Bij de wijziging van het Besluit personenvervoer 2000 (Stb. 2009, 472) is in artikel IV overgangsrecht met betrekking tot de boordcomputer opgenomen. In beginsel hebben vervoerders tot twee jaar na inwerkingtreding van het besluit de tijd om hun auto's te voorzien van een boordcomputer. Voor vervoerders die contractvervoer verrichten (taxidiensten waarbij gedurende een bepaalde periode meermalen taxivervoer wordt verricht volgens een schriftelijke overeenkomst waarin tarieven zijn vastgelegd) wordt voorzien in een langere overgangstermijn, nl. een termijn van 40 maanden. Gedurende de overgangstermijn mogen vervoerders kiezen welk registratiemiddel wordt gebruikt. Daarbij mag gekozen worden voor digitale registratie middels de boordcomputer of voor de handmatige registratie in de werkmap en rittenstaat. + +Indien wordt gekozen voor de digitale registratie middels de boordcomputer dan is op het gebruik de nieuwe regelgeving van toepassing. + +Het oude recht zoals geregeld in de artikelen 127 Bp 2000 en 2.4.2 ATB vervoer blijft van toepassing gedurende de overgangstermijn indien gebruik wordt gemaakt van de werkmap en de rittenstaat. + +Indien een vervoerder noch via de boordcomputer noch op handmatige wijze registreert is het nieuwe recht op deze situatie van toepassing. Die vervoerder valt immers niet onder de in het overgangsrecht geformuleerde uitzondering op de hoofdregel. De hoofdregel houdt in dat via de boordcomputer de gegevens, bedoeld in artikel 79, derde en vierde lid, Wp 2000, worden bijgehouden. + +## . Toezicht + +Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wp 2000 zijn ingevolge artikel 87 van deze wet belast de ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)3 De Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) is per 1 januari 2012 gefuseerd met de VROM-inspectie. Samen vormen zij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), ), Stcrt. 30 december 2011, 23871. en de opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering. De ILT kan namens de Minister van Infrastructuur en Milieu (IenM) bestuursdwang toepassen op basis van artikel 93 Wp 2000. In het Besluit mandaat toepassing bestuursdwang van 10 april 2002 wordt de bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen door de Minister van IenM eveneens gemandateerd aan de korpschef van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland. In de ‘Beleidsregels last onder dwangsom personenvervoer over de weg’ is een aantal strafbare feiten opgenomen dat voor de last onder dwangsom in aanmerking komt.5Stcrt 27 december 2005, 251. In de praktijk legt de ILT meestal een last onder dwangsom op indien er een kans bestaat op recidive. Indien na overtreding van de Wp 2000 strafrechtelijk wordt opgetreden en tevens een last onder dwangsom wordt opgelegd, wordt het OM door de ILT daarvan in kennis gesteld. Bestuursdwang in plaats van het opleggen van een last onder dwangsom wordt volgens de eerder genoemde beleidsregel slechts in bijzondere omstandigheden toegepast, bijvoorbeeld in gevallen waarbij sprake is van ernstige hinder, gevaar voor derden of ernstige verstoring van marktverhoudingen en direct handelen is vereist. Hiervan is in ieder geval sprake bij vervoer van personen met een ongekeurde bus, recidive van bus- of taxivervoer zonder vergunning, oneigenlijke doorstart na faillissement of een chauffeur zonder geneeskundige verklaring. + +## . Opsporing + +Met de opsporing van de bij of krachtens de Wp 2000 strafbaar gestelde feiten zijn ingevolge artikel 89 van deze wet de buitengewoon opsporingsambtenaren van de ILT en de opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering belast. Sinds eind 2011 zijn alle op deze wetgeving betrekking hebbende overtredingen aangemerkt als economische delict en derhalve kunnen de opsporingsbevoegdheden uit Titel III van de WED worden toegepast. Indien er ernstige bezwaren zijn tegen de overtreder en onmiddellijk ingrijpen is vereist, kan de officier van justitie zolang de behandeling van de zaak ter terechtzitting nog niet is aangevangen op grond van artikel 28 WED een voorlopige maatregel opleggen. + +## . Vervolging/Transigering + +### . Normadressaat + +Het merendeel van de onderscheiden bepalingen van de Wp 2000 en het Bp 2000 benoemt de vervoerder als normadressaat. Artikel 1 Wp 2000 definieert de vervoerder als degene die openbaar vervoer of besloten busvervoer verricht, niet in de hoedanigheid van bestuurder (chauffeur). In artikel 75. tweede lid, Wp 2000 is dit op een gelijke wijze bepaald voor de vervoerder die taxivervoer verricht. De vervoerder is meestal een bedrijf/onderneming. Het is echter mogelijk dat degene onder wiens leiding en verantwoordelijkheid het vervoer plaatsvindt (de vervoerder), tevens een bus of taxi bestuurt, bijvoorbeeld als zelfstandig ondernemer. In dat geval is hij zowel de vervoerder als de bestuurder. Indien sprake is van een dergelijke situatie wordt de bestuurder uitsluitend als vervoerder vervolgd. + +Incidenteel beschouwt de wetgever uitsluitend de bestuurder als normadressaat van een wetsbepaling. In een enkel geval wordt zowel de onderneming als de bestuurder als normadressaat aangeduid. In dit laatste geval geldt het uitgangspunt dat aan elk van de normadressaten een transactie wordt aangeboden dan wel een strafbeschikking wordt uitgevaardigd. De tarieflijst in de bijlage vermeldt zoveel mogelijk de normadressaat. + +### . Relatieve bevoegdheid + +Een proces-verbaal wordt in beginsel ingezonden aan het parket waarbinnen: + +– de N.V. of B.V de statutaire vestigingsplaats heeft; +– het adres van de VOF/CV of Stichting is geregistreerd in het uittreksel van de Kamer van Koophandel; +– de woonplaats van een eigenaar van een eenmanszaak of de bestuurder (chauffeur) is gelegen. + +Het is derhalve de regel dat vervolging wordt ingesteld in het arrondissement waar de verdachte woont (natuurlijke persoon) of statutair gevestigd is (rechtspersoon). + +### . Recidive + +#### a. Recidivetermijn + +Van recidive is alleen sprake indien een soortgelijke overtreding wordt begaan *binnen vijf jaar* na afdoening6 Afdoening houdt in: een onherroepelijke strafbeschikking, een onherroepelijk vonnis óf een betaalde transactie. van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive. + +#### b. Sanctie bij recidive + +Bij overtredingen van de Wp 2000 wordt in beginsel zonder beperking een geldtransactie aangeboden of een strafbeschikking uitgevaardigd waarmee een geldboete wordt opgelegd, ongeacht de mate van recidive. In afwijking daarop wordt de verdachte gedagvaard indien er bij misdrijven drie keer of vaker recidive plaatsvindt (artikel 103 Wp 2000). Indien er sprake is van éénmaal recidive wordt bij werkgevers/zelfstandigen het aantal punten verhoogd met 50% en bij meermalen recidive met 100%. Voor werknemers geldt een ophogingspercentage van 10% bij éénmaal recidive en 20% bij meermalen recidive. De eis ter terechtzitting wordt vastgesteld aan de hand van het transactiebedrag vermeerderd met 20%. Indien sprake is van een strafbeschikking wordt voor de eis ter terechtzitting geen hoger tarief gehanteerd tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat verzet uitsluitend is gedaan ter uitstel van de executie of om de procesgang te vertragen. Een dergelijke situatie kan voorkomen wanneer de bestrafte in het verzetschrift geen inhoudelijke gronden heeft aangegeven en eveneens zonder geldige reden verstek laat gaan ter terechtzitting, dan wel verschijnt maar geen inhoudelijk verweer voert. In deze gevallen kan een tot maximaal 20% hogere straf worden gevorderd7 Zie eveneens Aanwijzing OM-afdoening.. + +NB Op de overtredingen die feitgecodeerd met een politiestrafbeschikking kunnen worden afgedaan is de recidiveregeling niet van toepassing. + +### . Polarissystematiek + +Het gehanteerde puntensysteem sluit aan bij de Polarissystematiek. Indien sprake is van meer te beoordelen feiten in één strafdossier, dan worden de strafpunten van de afzonderlijke feiten opgeteld om tot een totaal aantal strafpunten te komen. Ingevolge de Aanwijzing kader voor strafvordering geldt de afnemend-strafnut regeling, gelet op de aard van de delicten, niet voor economische delicten. Binnen de door de wet gestelde grenzen kan worden afgeweken van de aangegeven bedragen, hetzij naar beneden, hetzij naar boven, indien de omstandigheden waaronder het delict is gepleegd daartoe aanleiding geven. Bij grote bedrijven, ernstige overtredingen, onrechtmatig genoten voordeel dat uitgaat boven het tarief dat vastgesteld is voor de overtreding kan een hoger tarief geïndiceerd zijn. Bij economische delicten kan de draagkracht van de rechtspersoon of natuurlijke persoon mede bepalend zijn voor de hoogte van de transactie, de strafbeschikking of eis ter terechtzitting.8 Aanwijzing kader voor strafvordering. Bij het aanbieden van een transactie of het uitvaardigen van een strafbeschikking kan tevens rekening worden gehouden met de eventuele verbeurdverklaring van een last onder dwangsom. Hiertoe bestaat echter geen verplichting, immers een dwangsom dient om uitvoering van de last te bewerkstelligen, en het verbeuren daarvan - en dus ook de invordering - betreffen alleen het niet-nakomen van de last, en vormen geen (punitieve) sanctie op de nadien geconstateerde normschendingen9 HR, 20 maart 2007, LJN: AZ7078.. + +## . Overgangsrecht + +De beleidsregels in deze richtlijn hebben onmiddellijke gelding op de datum van inwerkingtreding. + +## Bijlage 1. : Tarieflijst + +^1 Zoals dit luidt per 3 december 2011 (Stb. 2011, 565). + +^2 + Regeling maximum tarief en bekendmaking tarieven taxivervoer (RMBTT). + +## Bijlage 2. : Definities met betrekking tot het cabotagevervoer en internationaal vervoer per bus en auto Staatsblad 2000, nr. 563.