2007-01-01 | BWBR0015711 | Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004

This commit is contained in:
Coornhert 2007-01-01 12:00:00 +00:00
parent 98ee365e7e
commit 014a3742e0

View file

@ -29,7 +29,7 @@ f. bruto inkomen: het over het boekjaar verworven inkomen, bedoeld in hoofdstuk
g. jaarnorm: de tot een bedrag per boekjaar omgerekende som van de bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 en 3.3 van de wet, verhoogd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet en de verleende bijzondere bijstand;
h. totaal vermogen: het vermogen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de wet, zonder aftrek van de aanwezige schulden en zonder de in artikel 34, tweede lid, onderdelen a en e, van de wet, bedoelde bezittingen in aanmerking te nemen;
i. eigen vermogen: het verschil tussen het totaal vermogen en de aanwezige schulden;
j. bank: kredietinstelling die is ingeschreven in de afdelingen I, onderafdeling 1, 2, 3, 5 of 6 of afdeling III van het register, bedoeld in artikel 52, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992;
j. bank: bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
k. ondernemer in de binnenvaart: de zelfstandige die arbeid verricht door:
a. het vervoeren of opslaan van goederen met behulp van een schip dat bestemd is of gebruikt wordt voor het vervoer van goederen op de Nederlandse binnenwateren, stromen en riviermonden, alsmede op de Dollard, de Waddenzee en het IJsselmeer;
@ -66,10 +66,10 @@ b. is de belanghebbende verplicht mee te werken aan begeleiding door een door he
Bijstand in de vorm van een bedrag om niet als bedoeld in de artikelen 12, 19, 21 en 22:
a. wordt niet verleend indien het eigen vermogen meer bedraagt dan   156 240,00 per 25 januari 2006 en terugwerkend tot 1 januari 2006: € 162.641,00;
b. wordt, indien het eigen vermogen meer bedraagt dan   37 177,00 per 25 januari 2006 en terugwerkend tot 1 januari 2006: € 38.701,00, doch minder dan € 156 240,00 per 25 januari 2006 en terugwerkend tot 1 januari 2006: € 162.641,00 slechts verleend indien dit eigen vermogen niet meer bedraagt dan 30 procent van het totaal vermogen.
a. wordt niet verleend indien het eigen vermogen meer bedraagt dan   156 240,00 per 1 januari 2007: € 164.677,00;
b. wordt, indien het eigen vermogen meer bedraagt dan   37 177,00 per 1 januari 2007: € 39.186,00, doch minder dan € 156 240,00 per 1 januari 2007: € 164.677,00 slechts verleend indien dit eigen vermogen niet meer bedraagt dan 30 procent van het totaal vermogen.
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt aan de zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, bijstand in de vorm van een bedrag om niet als bedoeld in de artikelen 12 en 26 niet verleend, indien het eigen vermogen meer bedraagt dan  € 109 368,00 per 25 januari 2006 en terugwerkend tot 1 januari 2006: € 113.849,00.
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt aan de zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, bijstand in de vorm van een bedrag om niet als bedoeld in de artikelen 12 en 26 niet verleend, indien het eigen vermogen meer bedraagt dan  € 109 368,00 per 1 januari 2007: € 115.275,00.
### Artikel 4
@ -85,7 +85,7 @@ De algemene bijstand wordt per boekjaar vastgesteld.
**1.** In afwijking van artikel 32, eerste lid, onderdeel b, van de wet wordt bij de bijstandsverlening aan een zelfstandige rekening gehouden met het inkomen over een boekjaar. Een teruggave van inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen wordt bij een zelfstandige niet als inkomen aangemerkt.
**2.** Bij de bijstandsverlening aan een zelfstandige worden de verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen over inkomen waarover geen loonbelasting is geheven gesteld op 20 procent per 25 januari 2006 en terugwerkend tot 1 januari 2006: 19 procent van dat inkomen.
**2.** Bij de bijstandsverlening aan een zelfstandige worden de verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen over inkomen waarover geen loonbelasting is geheven gesteld op 20 procent per 1 januari 2007: 18 procent van dat inkomen.
### Paragraaf 3. Vermogen
@ -200,7 +200,7 @@ c. het vermogen van de zelfstandige, het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste li
### Artikel 20
**1.** Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, kan ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening of borgtocht worden verleend tot een bedrag van ten hoogste   162 344,00 per 25 januari 2006 en terugwerkend tot 1 januari 2006: € 168.995,00. Dit bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep.
**1.** Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, kan ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening of borgtocht worden verleend tot een bedrag van ten hoogste   162 344,00 per 1 januari 2007: € 171.111,00. Dit bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep.
**2.** Indien aan een zelfstandige, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bijstand wordt verleend zowel ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal als ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan wordt de bijstand verleend met toepassing van het eerste lid.
@ -216,7 +216,7 @@ c. het vermogen van de zelfstandige, het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste li
### Artikel 22
Bijstand in de behoefte aan bedrijfskapitaal kan aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, worden verleend in de vorm van een bedrag om niet tot ten hoogste   8 117,00 per 25 januari 2006 en terugwerkend tot 1 januari 2006: € 8.450,00, indien het inkomen van de zelfstandige duurzaam lager is dan de som van de bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 en 3.3, van de wet, en de verleende bijzondere bijstand en diens vermogen de grens genoemd in artikel 3, eerste lid, niet te boven gaat. Deze bijstand gaat niet samen met bijstand als bedoeld in artikel 20.
Bijstand in de behoefte aan bedrijfskapitaal kan aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, worden verleend in de vorm van een bedrag om niet tot ten hoogste   8 117,00 per 1 januari 2007: € 8.556,00, indien het inkomen van de zelfstandige duurzaam lager is dan de som van de bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 en 3.3, van de wet, en de verleende bijzondere bijstand en diens vermogen de grens genoemd in artikel 3, eerste lid, niet te boven gaat. Deze bijstand gaat niet samen met bijstand als bedoeld in artikel 20.
### Paragraaf 2. Beginnende zelfstandigen
@ -235,17 +235,17 @@ b. bij verlenging van de toekenning van algemene bijstand om redenen van medisch
### Artikel 24
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, kan ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal uitsluitend bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening of borgtocht worden verleend tot een bedrag van ten hoogste   29 889,00 per 25 januari 2006 en terugwerkend tot 1 januari 2006: € 31.113,00. Dit bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep.
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, kan ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal uitsluitend bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening of borgtocht worden verleend tot een bedrag van ten hoogste   29 889,00 per 1 januari 2007: € 31.502,00. Dit bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep.
### Paragraaf 3. Oudere zelfstandigen
### Artikel 25
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, wordt algemene bijstand verleend voor de duur dat hij uit het bedrijf of zelfstandig beroep naar verwachting een bruto inkomen zal behalen dat gemiddeld minstens   6 447,00 per 25 januari 2006 en terugwerkend tot 1 januari 2006: € 6.712,00 per boekjaar bedraagt.
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, wordt algemene bijstand verleend voor de duur dat hij uit het bedrijf of zelfstandig beroep naar verwachting een bruto inkomen zal behalen dat gemiddeld minstens   6 447,00 per 1 januari 2007: € 6.796,00 per boekjaar bedraagt.
### Artikel 26
Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt aan de zelfstandige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, slechts verleend tot ten hoogste € 8 117,00 per 25 januari 2006 en terugwerkend tot 1 januari 2006: € 8.450,00. Deze bijstand wordt verstrekt in de vorm van een bedrag om niet of, voor zover het eigen vermogen meer bedraagt dan het bedrag, genoemd in artikel 3, tweede lid, in de vorm van een renteloze lening. Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing.
Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt aan de zelfstandige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, slechts verleend tot ten hoogste € 8 117,00 per 1 januari 2007: € 8.556,00. Deze bijstand wordt verstrekt in de vorm van een bedrag om niet of, voor zover het eigen vermogen meer bedraagt dan het bedrag, genoemd in artikel 3, tweede lid, in de vorm van een renteloze lening. Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing.
### Paragraaf 4. Beëindigende zelfstandigen
@ -263,7 +263,7 @@ Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, wordt al
### Artikel 29
**1.** Aan een persoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, kan bijstand worden verleend in de met de voorbereiding samenhangende kosten, bedoeld in artikel 2, derde lid, tot een bedrag van ten hoogste   2 469,00 per 25 januari 2006 en terugwerkend tot 1 januari 2006: € 2.570,00.
**1.** Aan een persoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, kan bijstand worden verleend in de met de voorbereiding samenhangende kosten, bedoeld in artikel 2, derde lid, tot een bedrag van ten hoogste   2 469,00 per 1 januari 2007: € 2.603,00.
**2.** Deze bijstand heeft voorlopig de vorm van een renteloze geldlening.
@ -498,9 +498,9 @@ c. de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 52.
### Artikel 54
**1.** Onze Minister stelt de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in de artikelen 48 en 50, de vergoeding, bedoeld in artikel 48, en de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 52, vast, binnen een jaar na ontvangst van het verslag en daarop betrekking hebbende verklaring, bedoeld in artikel 54 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 54 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
**1.** Onze Minister stelt de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in de artikelen 48 en 50, de vergoeding, bedoeld in artikel 48, en de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 52, vast binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
**2.** Indien het verslag niet is ontvangen binnen 18 maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft of niet is voorzien van een daarop betrekking hebbende verklaring worden de ten laste van de gemeente gebleven kosten ambtshalve vastgesteld.
**2.** Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, niet binnen achttien maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft is ontvangen door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden de ten laste van de gemeente gebleven kosten ambtshalve door Onze Minister vastgesteld.
### Artikel 55
@ -544,9 +544,9 @@ c. 90% van de kosten van aan derden opgedragen begeleiding van personen aan wie
### Artikel 58
**1.** Onze Minister stelt de vergoeding, bedoeld in artikel 56, vast binnen een jaar na ontvangst van het verslag en daarop betrekking hebbende verklaring, bedoeld in artikel 54 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 54 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
**1.** Onze Minister stelt de vergoeding, bedoeld in artikel 56, vast binnen één jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
**2.** Indien het verslag niet is ontvangen binnen 18 maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft of niet is voorzien van een daarop betrekking hebbende verklaring wordt de vergoeding ambtshalve vastgesteld.
**2.** Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, niet binnen achttien maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft is ontvangen door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt de vergoeding ambtshalve door Onze Minister vastgesteld.
### Artikel 59