diff --git a/amvb/besluit-rechtspositie-leden-gerechtsbesturen-en-raad-voor-de-rechtspraak/BWBR0013131/README.md b/amvb/besluit-rechtspositie-leden-gerechtsbesturen-en-raad-voor-de-rechtspraak/BWBR0013131/README.md index dd88fc99672..ddc6af4ff40 100644 --- a/amvb/besluit-rechtspositie-leden-gerechtsbesturen-en-raad-voor-de-rechtspraak/BWBR0013131/README.md +++ b/amvb/besluit-rechtspositie-leden-gerechtsbesturen-en-raad-voor-de-rechtspraak/BWBR0013131/README.md @@ -16,21 +16,21 @@ citeertitel: Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechts **2.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functies van voorzitter van het bestuur van een gerechtshof, voorzitter van het bestuur van de Centrale Raad van Beroep en voorzitter van het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 3 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51. -**3.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter van het bestuur van de rechtbank Amsterdam, Den Haag, Oost-Nederland of Rotterdam is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 3 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51. +**3.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter van het bestuur van de rechtbank Amsterdam, Den Haag of Rotterdam is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 3 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51. **4.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter van het bestuur van een rechtbank, anders dan genoemd in het derde lid, is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 4 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51. -**5.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van rechterlijk lid, niet zijnde voorzitter, van het bestuur van een gerechtshof, de rechtbank Amsterdam, Den Haag, Oost-Nederland of Rotterdam, de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 5 zijn ingedeeld. +**5.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van rechterlijk lid, niet zijnde voorzitter, van het bestuur van een gerechtshof, de rechtbank Amsterdam, Den Haag of Rotterdam, de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 5 zijn ingedeeld. **6.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van rechterlijk lid, niet zijnde voorzitter, van het bestuur van een rechtbank, anders dan genoemd in het vijfde lid, is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 6 zijn ingedeeld. -**7.** Voor de niet-rechterlijke leden van de besturen van de rechtbanken Amsterdam, Den Haag, Oost-Nederland en Rotterdam geldt salarisschaal 17 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. +**7.** Voor de niet-rechterlijke leden van de besturen van de rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam geldt salarisschaal 17 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. **8.** Voor de niet-rechterlijke leden van de besturen van de gerechtshoven, de rechtbanken, anders dan die genoemd in het zevende lid, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven geldt salarisschaal 16 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. **9.** Voor de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die of het lid met rechtspraak belast dat is aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur of voor wie de arbeidsduur op basis van artikel 8b, eerste lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren is vastgesteld op meer dan gemiddeld 36 uren per week, wordt het salaris behorende bij een in het eerste tot en met zesde lid bedoelde functie vermenigvuldigd met de voor hem als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast of lid met rechtspraak belast geldende arbeidsduurfactor. -**10.** Het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 is, met uitzondering van de artikelen 1, tweede en derde lid, 5, tweede, derde en vijfde lid, onderdeel b, 5a, 7, zevende lid, 8, vierde lid, en 24 van overeenkomstige toepassing op de niet-rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak en de directeuren bedrijfsvoering bij de gerechten. +**10.** Het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 is, met uitzondering van de artikelen 1, tweede en derde lid, 5, tweede, derde en vijfde lid, onderdeel b, 5a, 7, zevende lid, 8, vierde lid, en 24 van overeenkomstige toepassing op de niet-rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak en de niet-rechterlijke leden van de besturen van de gerechten. ### Artikel 2 @@ -110,7 +110,7 @@ Voor de toepasselijkheid van artikel 16, eerste lid, vierde volzin, van de Wet o ### Artikel 9c -**1.** Te rekenen vanaf de datum waarop de benoeming van het niet-rechterlijk lid van een gerechtsbestuur, die op basis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement in vaste dienst is aangesteld, op grond van het verstrijken van de benoemingsduur van zes jaar en het achterwege blijven van een herbenoeming, is geëindigd, worden door het bestuur van het gerecht waarbij hij benoemd was als niet-rechterlijk lid, gedurende een periode van achttien maanden inspanningen verricht om te komen tot plaatsing van hem in een andere passende functie. +**1.** Te rekenen vanaf de datum waarop de benoeming van het niet-rechterlijk lid van een gerechtsbestuur, die op basis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement in vaste dienst is aangesteld, op grond van het verstrijken van de benoemingsduur en het achterwege blijven van een herbenoeming, is geëindigd, worden door het bestuur van het gerecht waarbij hij benoemd was als niet-rechterlijk lid, gedurende een periode van achttien maanden inspanningen verricht om te komen tot plaatsing van hem in een andere passende functie. **2.** Het niet-rechterlijk lid, bedoeld in het eerste lid, blijft gedurende de periode dat hij nog niet is geplaatst in een andere passende functie in het genot van het bij zijn benoeming als niet-rechterlijk lid van een gerechtsbestuur behorende salaris.