2010-03-31 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer

This commit is contained in:
Coornhert 2010-03-31 12:00:00 +00:00
parent 66ea872436
commit 0169bb91c7

View file

@ -254,6 +254,18 @@ Bij de provinciale milieuverordening worden geen regels gesteld, die het naar of
**4.** Op de voorbereiding van een beschikking krachtens het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Indien uit het oogpunt van bescherming van het milieu redelijkerwijs geen zienswijzen zijn te verwachten, kan bij de provinciale milieuverordening anders worden bepaald.
### Artikel 1.3a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 1.3b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 1.3c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 1.4
**1.** Bij de voorbereiding van het voorstel voor een provinciale milieuverordening plegen gedeputeerde staten overleg met de niet tot de provincie behorende bestuursorganen die het aangaat.
@ -1128,8 +1140,10 @@ Het achtste lid is van overeenkomstige toepassing.
Binnen een een gebied als bedoeld in het derde lid kunnen bestuursorganen die het aangaat, na een daartoe strekkende melding aan Onze Minister:
a. een of meer in het programma genoemde of beschreven maatregelen of voorgenomen besluiten vervangen door een of meer andere maatregelen of voorgenomen besluiten,
b. een of meer extra maatregelen of extra voorgenomen besluiten aan het programma toevoegen, indien bij de betreffende melding aannemelijk wordt gemaakt dat die andere of extra maatregelen of besluiten per saldo een vergelijkbaar of positiever effect op de luchtkwaliteit hebben. Bij de melding wordt aangegeven welke maatregelen dan wel besluiten het betreft, welke samenhang er tussen die maatregelen en besluiten is en op welke termijn deze worden getroffen of genomen en worden de effecten op de luchtkwaliteit met toepassing van de artikelen 5.19 en 5.20 en de daarop berustende bepalingen aangegeven. Het negende lid is van overeenkomstige toepassing.
a. een of meer in het programma genoemde of beschreven maatregelen of voorgenomen besluiten wijzigen of vervangen door een of meer andere maatregelen of voorgenomen besluiten,
b. een of meer extra maatregelen of extra voorgenomen besluiten aan het programma toevoegen,
indien bij de betreffende melding aannemelijk wordt gemaakt dat die andere of extra maatregelen of besluiten per saldo een vergelijkbaar of positiever effect op de luchtkwaliteit hebben. Bij de melding wordt aangegeven welke maatregelen dan wel besluiten het betreft, welke samenhang er tussen die maatregelen en besluiten is en op welke termijn deze worden getroffen of genomen en worden de effecten op de luchtkwaliteit met toepassing van de artikelen 5.19 en 5.20 en de daarop berustende bepalingen aangegeven. Het negende lid is van overeenkomstige toepassing.
**13.** De bij de melding, bedoeld in het twaalfde lid, aangegeven wijziging of wijzigingen behoeven de instemming van Onze Minister. Onze Minister beslist hieromtrent binnen zes weken na ontvangst van de melding. De instemming is van rechtswege gegeven indien Onze Minister niet binnen de genoemde termijn een beslissing heeft genomen.
@ -1139,6 +1153,18 @@ b. een of meer extra maatregelen of extra voorgenomen besluiten aan het programm
Indien op of na het daarbij behorende tijdstip niet wordt voldaan of dreigt te worden voldaan aan de blootstellingsconcentratieverplichting, opgenomen in voorschrift 4.6 van bijlage 2, draagt Onze Minister zorg voor het nemen van maatregelen waardoor aan die verplichting wordt voldaan. Deze maatregelen kunnen deel uitmaken van het programma, bedoeld in artikel 5.12, eerste lid.
### Artikel 5.12b
**1.** Indien krachtens enig wettelijk voorschrift een besluit is vereist voor de door of vanwege Onze Minister van Verkeer en Waterstaat met betrekking tot het hoofdwegennet, en anders dan met toepassing van artikel 4a, derde lid, van de Spoedwet wegverbreding, of artikel 15a, derde lid, van de Tracéwet, uit te voeren maatregelen als bedoeld in artikel 5.12, negende lid, zijn deze wettelijke voorschriften op die uitvoering niet van toepassing.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het vereist zijn van een besluit voortvloeit uit Europeesrechtelijke of internationaalrechtelijke verplichtingen.
**3.** Voor zover het uitvoeren van de in het eerste lid bedoelde maatregelen niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan of de beheerverordening, geldt het op die maatregelen betrekking hebbende onderdeel van het programma, bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, als een projectbesluit als bedoeld in artikel 3.29, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening onderscheidenlijk als een besluit als bedoeld in artikel 3.42, eerste lid, van die wet.
**4.** In de gevallen waarin het derde lid van toepassing is, stelt de gemeenteraad een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening vast overeenkomstig de onderdelen van het programma, bedoeld in het derde lid. Dit geschiedt binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet of, ingeval van een wijziging van dat programma die of nieuw programma dat na die datum wordt vastgesteld, binnen een jaar nadat die wijziging of dat programma onherroepelijk is geworden.
**5.** Voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in de onderdelen van het programma, bedoeld in het derde lid, kunnen zienswijzen geen betrekking hebben op dat deel van het ontwerp van het bestemmingsplan.
### Artikel 5.13
**1.** Een of meerdere bestuursorganen gezamenlijk, niet zijnde bestuursorganen van het Rijk, kunnen een programma vaststellen dat gericht is op het bereiken van een in bijlage 2 opgenomen grenswaarde in een bij dat programma aan te wijzen gebied, niet zijnde een krachtens artikel 5.12, derde lid, aangewezen of aan te wijzen gebied, waar een grenswaarde wordt overschreden of dreigt te worden overschreden.
@ -1187,7 +1213,9 @@ a. de artikelen 1.2, 7.27, 7.35, 7.42, 8.2 en 8.40, eerste lid;
b. de artikelen 13 en 16 van de Wet inzake de luchtverontreiniging;
c. de artikelen 3.1, 3.10, 3.22, 3.26, 3.27, 3.28 en 3.29 van de Wet ruimtelijke ordening;
d. artikel 15 van de Tracéwet;
e. artikel 9 van de Spoedwet wegverbreding.
e. artikel 9 van de Spoedwet wegverbreding;
f. artikel 2 van de Interimwet stad-en-milieubenadering;
g. artikel 2.3 van de Crisis- en herstelwet.
**3.** Bij de uitoefening van een bevoegdheid of toepassing van een wettelijk voorschrift als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c of d, gedurende de periode waar een programma als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, of 5.13, eerste lid, betrekking op heeft, vindt met betrekking tot de effecten van de desbetreffende ontwikkeling of het desbetreffende besluit op de luchtkwaliteit geen afzonderlijke beoordeling van de luchtkwaliteit plaats voor een in bijlage 2 opgenomen grenswaarde voor die periode, noch voor enig jaar daarna.
@ -2023,13 +2051,17 @@ c. in werking te hebben.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat ten aanzien van daarbij aangewezen categorieën van inrichtingen gedeputeerde staten van de provincie waarin de inrichting geheel of in hoofdzaak zal zijn of is gelegen, of Onze Minister bevoegd zijn te beslissen op de aanvraag om een vergunning. Een zodanige maatregel wordt slechts vastgesteld met betrekking tot categorieën van inrichtingen ten aanzien waarvan dat geboden is gezien de aard en de omvang van de gevolgen die die inrichtingen voor het milieu kunnen veroorzaken, dan wel met het oog op de doelmatige bescherming van het milieu of met betrekking tot categorieën van gevallen waarin dat geboden is met het oog op het algemeen belang.
**3.** In afwijking van het eerste en het tweede lid is Onze Minister van Economische Zaken bevoegd te beslissen op een aanvraag om een vergunning voor een inrichting die een krachtens artikel 1 van de Mijnbouwwet aangewezen mijnbouwwerk is, voorzover het niet betreft de ondergronds gelegen inrichting voor het opslaan van afvalstoffen die van buiten het betrokken mijnbouwwerk afkomstig zijn, dan wel gevaarlijke stoffen.
**3.** In afwijking van het eerste en het tweede lid is Onze Minister van Economische Zaken bevoegd te beslissen op een aanvraag om een vergunning voor een inrichting die in hoofdzaak een krachtens artikel 1 van de Mijnbouwwet aangewezen mijnbouwwerk is, voorzover het niet betreft de ondergronds gelegen inrichting voor het opslaan van afvalstoffen die van buiten het betrokken mijnbouwwerk afkomstig zijn, dan wel gevaarlijke stoffen.
**4.** In afwijking van het eerste en het tweede lid kan Onze Minister - indien dat geboden is in het belang van de veiligheid van de Staat - in overeenstemming met Onze betrokken Minister bepalen dat hij ten aanzien van een bij zijn besluit aangewezen inrichting bevoegd is te beslissen op de aanvraag om een vergunning.
### Artikel 8.2a
Vervallen
**1.** Voor zover een aanvraag betrekking heeft op een inrichting die tevens een mijnbouwwerk is, maar geen aanvraag is als bedoeld in artikel 8.2, derde lid, wordt de vergunning niet verleend dan nadat Onze Minister van Economische Zaken heeft verklaard dat hij daartegen, voor zover het de mijnbouwactiviteiten betreft, geen bedenkingen heeft.
**2.** De verklaring, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden geweigerd in het belang van de bescherming van het milieu.
**3.** De artikelen 2.27, tweede, vierde, vijfde en zesde lid, 2.29, eerste lid, 2.31, eerste lid, onderdeel a, 2.33, eerste lid, onderdeel c, 3.11 en 5.20, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor«omgevingsvergunning» telkens wordt gelezen «een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer» en voor «verklaring» telkens wordt gelezen: verklaring als bedoeld in artikel 8.2a, eerste lid, van de Wet milieubeheer.
### Artikel 8.2b
@ -2114,7 +2146,11 @@ b. de voor hem geldende, krachtens artikel 8.45 gestelde regels;
c. de voor hem geldende, krachtens artikel 8.46 gestelde regels, behoudens voor zover een aanwijzing van Onze Minister krachtens artikel 8.27 afwijking noodzakelijk maakt;
d. aanwijzingen die met betrekking tot de beslissing op de aanvraag krachtens artikel 8.27 door Onze Minister zijn gegeven.
**4.** Het bevoegd gezag geeft in de motivering van de beslissing op de aanvraag aan, op welke wijze de in het eerste lid genoemde aspecten de inhoud van het besluit hebben beïnvloed.
**4.** In afwijking van het derde lid, onderdeel a, voor zover het de geldende grenswaarden betreft, die voortvloeien uit de in dat onderdeel genoemde artikelen van de Wet geluidhinder, neemt het bevoegd gezag bij de beslissing op de aanvraag voor een vergunning voor een inrichting, gelegen op een industrieterrein waarvoor een geluidreductieplan als bedoeld in artikel 67 van de Wet geluidhinder is vastgesteld, het geldende geluidreductieplan in acht.
**5.** Het derde lid, onderdeel a, voor zover het de geldende grenswaarden betreft, die voortvloeien uit de in dat onderdeel genoemde artikelen van de Wet geluidhinder, en het vierde lid zijn niet van toepassing, indien blijkens de aanvraag de geluidsbelasting van het gehele industrieterrein niet toeneemt.
**6.** Het bevoegd gezag geeft in de motivering van de beslissing op de aanvraag aan, op welke wijze de in het eerste lid genoemde aspecten de inhoud van het besluit hebben beïnvloed. Indien toepassing wordt gegeven aan het vierde of vijfde lid, vermeldt het bevoegd gezag dit in de motivering.
### Artikel 8.9
@ -3792,8 +3828,9 @@ c. het beperken, ongedaan maken of anderszins saneren van een verontreiniging in
d. het beoordelen of inspecteren van stoffen, producten, voorzieningen of installaties;
e. het toepassen of geschikt maken voor toepassing, van stoffen, producten of afvalstoffen in een werk of het uitvoeren van een werk op of in de bodem;
f. het houden van toezicht op of het voorbereiden of begeleiden van werkzaamheden als bedoeld in de onderdelen a tot en met e;
g. bemiddelen bij, beoordelen van of adviseren of rapporteren over werkzaamheden als bedoeld in de onderdelen a tot en met f, of
h. het afgeven, wijzigen, schorsen, intrekken of weigeren van certificaten.
g. bemiddelen bij, beoordelen van of adviseren of rapporteren over werkzaamheden als bedoeld in de onderdelen a tot en met f;
h. het afgeven, wijzigen, schorsen, intrekken of weigeren van certificaten, of
i. werkzaamheden met betrekking tot een bodemenergiesysteem.
**3.**
@ -6193,6 +6230,10 @@ b. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
c. de EG-verordening PRTR;
d. de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels.
### Artikel 18.1b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 18.2
**1.**
@ -6754,17 +6795,18 @@ f. houdende een kennisgeving als bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de EG-ri
Geen beroep kan worden ingesteld tegen een beschikking:
a. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 5.23,
b. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 8.27,
c. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 8.31a,
d. houdende een verzoek als bedoeld in artikel 8.39,
e. houdende een certificaat of een accreditatie als bedoeld in artikel 11.2, derde lid, onderdeel b of c,
f. houdende een verzoek als bedoeld in artikel 17.5, eerste lid,
g. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 18.3d, eerste lid, of 18.3f, eerste lid,
h. houdende een aanwijzing van Onze Minister met toepassing van artikel 18.3f, zevende lid, aan burgemeester en wethouders of aan het dagelijks bestuur van een waterschap ter zake van de uitvoering door deze bestuursorganen van het bepaalde krachtens artikel 18.3,
i. houdende een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 18.3e, eerste lid, laatste volzin, of
j. houdende een vordering als bedoeld in artikel 18.8a, eerste lid.
b. houdende een verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 8.2a;
c. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 8.27,
d. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 8.31a,
e. houdende een verzoek als bedoeld in artikel 8.39,
f. houdende een certificaat of een accreditatie als bedoeld in artikel 11.2, derde lid, onderdeel b of c,
g. houdende een verzoek als bedoeld in artikel 17.5, eerste lid,
h. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 18.3d, eerste lid, of 18.3f, eerste lid,
i. houdende een aanwijzing van Onze Minister met toepassing van artikel 18.3f, zevende lid, aan burgemeester en wethouders of aan het dagelijks bestuur van een waterschap ter zake van de uitvoering door deze bestuursorganen van het bepaalde krachtens artikel 18.3,
j. houdende een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 18.3e, eerste lid, laatste volzin, of
k. houdende een vordering als bedoeld in artikel 18.8a, eerste lid.
**3.** In afwijking van het tweede lid kan tegen een beschikking als bedoeld in dat lid, onder a, c, d of f, beroep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk door het ten aanzien van de beschikking waarop de aanwijzing, onderscheidenlijk het verzoek betrekking heeft, bevoegde gezag.
**3.** In afwijking van het tweede lid kan tegen een beschikking als bedoeld in dat lid onder a, b, d, e of g beroep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk door het ten aanzien van de beschikking waarop de aanwijzing, onderscheidenlijk het verzoek betrekking heeft, bevoegde gezag.
**4.** In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de beroepstermijn in een geval als bedoeld in het derde lid aan met ingang van de dag na de dag waarop een exemplaar van de beschikking waarop de verklaring of het verzoek betrekking heeft, overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd.