2016-03-02 | BWBR0009386 | Arbeidstijdenbesluit vervoer

This commit is contained in:
Coornhert 2016-03-02 12:00:00 +00:00
parent 032e1d4d37
commit 018db94d61

View file

@ -30,25 +30,19 @@ Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt, v
a. *Onze Ministers:* Onze Ministers van Infrastructuur en Milieu en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. *verordening (EG) nr. 561/2006:* verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (PbEU L 102);
c. *verordening (EEG) nr. 3821/85:*
verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 betreffende de invoering van een controle-apparaat bij het wegvervoer (PbEG L 370);
d. *verordening (EG) nr. 2135/98:*
verordening (EG) nr. 2135/98 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 september 1998 (PbEG L 274) tot wijziging van verordening (EEG) nr. 3821/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van richtlijn nr. 88/599/EEG betreffende standaardprocedures voor de controle op de toepassing van verordening (EEG) nr. 3820/85 en verordening (EEG) nr. 3821/85;
e. *vrachtauto:* vrachtauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet wegvervoer goederen, alsmede een trekker als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen;
f. *bus:* motorrijtuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet personenvervoer 2000;
g. *taxi:* auto, als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Wet personenvervoer 2000 waarmee vervoer wordt verricht waarvoor een vergunning, als bedoeld in artikel 76, eerste lid, van voornoemde wet, vereist is;
h. *bijrijder:* persoon die als functie heeft in een vrachtauto mee te rijden om de bestuurder daarvan behulpzaam te zijn en in voorkomende gevallen direct met het vervoer samenhangende werkzaamheden te verrichten;
i. *controleapparaat:* controleapparaat als bedoeld in verordening (EEG) nr. 3821/85;
j. *tachograafkaart:* kaart met geheugen als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder kk, van verordening (EEG) nr. 3821/85 voor gebruik in het controleapparaat, waaronder in ieder geval wordt verstaan een bestuurderskaart, een werkplaatskaart, een bedrijfskaart of een controlekaart;
k. *bestuurderskaart:* tachograafkaart als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder t, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
l. *werkplaatskaart:* tachograafkaart als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder qq, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
m. *bedrijfskaart:* tachograafkaart als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder l, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
n. *controlekaart:* tachograafkaart, als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder o, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
o. richtlijn 2002/15/EG: richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen (PbEG L 80);
p. AETR-verdrag: de op 1 juli 1970 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het Internationale vervoer over de weg (Trb. 1994, 123).
c. *verordening (EU) nr. 165/2014:* verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en van de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PbEU 2014, L 60);
d. *vrachtauto:* vrachtauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet wegvervoer goederen, alsmede een trekker als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen;
e. *bus:* motorrijtuig als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000;
f. *taxi:* auto, als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000 waarmee vervoer wordt verricht waarvoor een vergunning, als bedoeld in artikel 76, eerste lid, van voornoemde wet, vereist is;
g. *bijrijder:* persoon die als functie heeft in een vrachtauto mee te rijden om de bestuurder daarvan behulpzaam te zijn en in voorkomende gevallen direct met het vervoer samenhangende werkzaamheden te verrichten;
h. *controleapparaat:* controleapparaat als bedoeld in verordening (EU) nr. 165/2014;
i. richtlijn 2002/15/EG: richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen (PbEG L 80);
j. AETR-verdrag: de op 1 juli 1970 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het Internationale vervoer over de weg (Trb. 1994, 123).
**2.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder «bestuurder» en «week» verstaan hetgeen onder deze begrippen wordt verstaan in artikel 4, onderdelen c en i, van verordening (EG) nr. 561/2006.
**3.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder «tachograafkaart», «bestuurderskaart», «controlekaart», «bedrijfskaart» en «werkplaatskaart» verstaan hetgeen onder deze begrippen wordt verstaan in artikel 2, onderdelen d, f en i tot en met k van verordening (EU) nr. 165/2014.
### Paragraaf 2.2. Toepassingsgebied van de wet
#### Paragraaf . Gedeeltelijke uitsluiting van de toepasselijkheid van de wet
@ -93,9 +87,9 @@ c. een taxi, niet zijnde een ambulance.
### Artikel 2.4:1
**1.** Met uitzondering van de gegevens en bescheiden, bedoeld in verordening (EEG) nr. 3821/85, bewaren de werkgever en de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, de gegevens en bescheiden met betrekking tot de in artikel 4:3 van de wet neergelegde registratieverplichting ten minste 104 weken, gerekend vanaf de datum waarop de gegevens en bescheiden betrekking hebben.
**1.** Met uitzondering van de gegevens en bescheiden, bedoeld in verordening (EU) nr. 165/2014, bewaren de werkgever en de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, de gegevens en bescheiden met betrekking tot de in artikel 4:3 van de wet neergelegde registratieverplichting ten minste 104 weken, gerekend vanaf de datum waarop de gegevens en bescheiden betrekking hebben.
**2.** De werkgever en de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, handelen in overeenstemming met artikel 14, tweede lid, van verordening (EEG) nr. 3821/85.
**2.** De werkgever en de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, handelen in overeenstemming met artikel 33, eerste en tweede lid, van verordening (EU) nr. 165/2014.
**3.** De bestuurder handelt in overeenstemming met artikel 6, vijfde lid, van verordening (EG) nr. 561/2006.
@ -117,7 +111,7 @@ c. een taxi, niet zijnde een ambulance.
### Artikel 2.4:3
**1.** Bij openbaar vervoer als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet personenvervoer 2000 dat wordt verricht met een bus, alsmede bij geregeld vervoer als bedoeld in artikel 89, onderdelen g en h, van het Besluit personenvervoer 2000, stelt de werkgever een dienstrooster op als bedoeld in artikel 16 van verordening (EG) nr. 561/2006.
**1.** Bij openbaar vervoer als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000 dat wordt verricht met een bus, alsmede bij geregeld vervoer als bedoeld in artikel 89, onderdelen e en f, van het Besluit personenvervoer 2000, stelt de werkgever een dienstrooster op als bedoeld in artikel 16 van verordening (EG) nr. 561/2006.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.4:1 en 2.4:13 en het verbod van artikel 2.4:4 wordt nageleefd.
@ -140,17 +134,19 @@ f. in het voertuig een voorziening aanwezig te hebben die voor misbruik als bedo
**2.** Dit artikel is niet van toepassing op de boordcomputer, bedoeld in artikel 2.4:2, eerste lid.
#### Paragraaf . Aanvraag en goedkeuring model tachograafkaart
#### Paragraaf . Aanwijzing autoriteiten
### Artikel 2.4:5
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu besluit ten aanzien van een aanvraag voor goedkeuring en weigering of intrekking van een model tachograafkaart overeenkomstig de artikelen 4 tot en met 8 van verordening (EEG) nr. 3821/85.
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu is bevoegd inzake de artikelen 16, vierde lid, en 26 van verordening (EU) nr. 165/2014.
**2.** De Dienst Wegverkeer is bevoegd inzake de artikelen 12 en 24 van verordening (EU) nr. 165/2014.
#### Paragraaf . Aanvraag, verlening, weigering, intrekking of schorsing tachograafkaart
### Artikel 2.4:6
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu besluit ten aanzien van de aanvraag, verlening, weigering, intrekking of schorsing van een tachograafkaart.
Met inachtneming van de artikelen 25, derde lid, en 26, zevende lid, van verordening (EU) nr. 165/2014 besluit Onze Minister van Infrastructuur en Milieu ten aanzien van de aanvraag, verlening, weigering, intrekking of schorsing van een tachograafkaart.
#### Paragraaf . Geldigheidsduur tachograafkaart
@ -164,21 +160,13 @@ Onze Minister van Infrastructuur en Milieu besluit ten aanzien van de aanvraag,
### Artikel 2.4:8
De werkgever, de werknemer of de persoon als bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, die als bestuurder rijdt op een vrachtauto of bus, die moet zijn voorzien van een controleapparaat als bedoeld in bijlage IB van verordening (EEG) nr. 3821/85, gebruikt een geldige bestuurderskaart overeenkomstig artikel 15, tweede lid, van verordening (EEG) nr. 3821/85, behoudens in geval van verlies, diefstal, beschadiging of een defect van de bestuurderskaart of het daarmee te bedienen controleapparaat.
De werkgever, de werknemer en de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, die als bestuurder rijden op een vrachtauto of bus, die is voorzien van een controleapparaat, handelen overeenkomstig de artikelen 27 onderscheidenlijk 29, vijfde lid, van verordening (EU) nr. 165/2014.
#### Paragraaf . Gebruik werkplaatskaart
### Artikel 2.4:9
**1.** De houder van een werkplaatskaart gebruikt deze kaart uitsluitend voor het installeren, onderzoeken of herstellen van een controleapparaat.
**2.**
De in een controleapparaat opgeslagen gegevens worden door de houder van een werkplaatskaart uitsluitend verwerkt indien dit noodzakelijk is voor:
a. de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden;
b. teruggaaf van de opgeslagen gegevens aan de rechthebbende werkgever of persoon als bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, of
c. toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.5:1 tot en met 2.5:8.
De houder van een werkplaatskaart handelt overeenkomstig de artikelen 22, tweede lid, derde lid, eerste volzin, vierde en vijfde lid, en 23 van verordening (EU) nr. 165/2014.
#### Paragraaf . Gebruik bedrijfskaart
@ -214,29 +202,19 @@ g. de wijze van verwerking van de op een tachograafkaart of in een controleappar
### Artikel 2.4:13
**1.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen nadere regels worden gesteld, welke voor de uitvoering van verordening (EEG) nr. 3821/85 noodzakelijk zijn.
**1.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen nadere regels worden gesteld, welke voor de uitvoering van verordening (EU) nr. 165/2014 noodzakelijk zijn.
**2.** Voor zover verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is, is het verboden te handelen in strijd met de artikelen 1, 3, eerste lid, en 13 tot en met 16 van verordening (EEG) nr. 3821/85.
**2.** Voor zover verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is, is het verboden te handelen in strijd met de artikelen 1, eerste lid, tweede alinea, 3, eerste lid, 27, 29, tweede lid, 32, eerste tot en met vierde lid, 33, eerste en tweede lid, 34, behoudens het derde lid, onder b, tweede alinea, 35, 36, eerste en tweede lid, 37, eerste lid, eerste volzin en tweede lid van verordening (EU) nr. 165/2014.
**3.** Voor zover verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is, leeft de bestuurder het voorschrift van artikel 12, tweede volzin van verordening (EG) nr. 561/2006 na.
**4.** Voor zover verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is, wordt niet gehandeld in strijd met artikel 2, eerste lid, onder a en b, van verordening (EG) nr. 2135/98.
**5.** Voor zover het AETR-verdrag van toepassing is, is het verboden te handelen in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 10 van het AETR-verdrag.
**4.** Voor zover het AETR-verdrag van toepassing is, is het verboden te handelen in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 10 van het AETR-verdrag.
#### Paragraaf . Aanwijzing autoriteiten
### Artikel 2.4:14
**1.** Onze Ministers worden aangewezen als bevoegde instantie, bedoeld in de artikelen 16, eerste lid, derde volzin, en 19, derde lid, van verordening (EEG) nr. 3821/85.
**2.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu wordt aangewezen als bevoegde instantie, bedoeld in de artikelen 7, 8, 14, derde en vierde lid, 15, eerste lid, en 16, derde lid, van verordening (EEG) nr. 3821/85, ten aanzien van tachograafkaarten.
**3.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu wordt aangewezen als instantie tot uitvoering van de artikelen 5, 6, 8, 11 en 12, eerste lid van verordening (EEG) nr. 3821/85, ten aanzien van tachograafkaarten.
**4.** De Dienst Wegverkeer wordt aangewezen als bevoegde instantie, bedoeld in de artikelen 7, 8, 9, tweede lid, en 12, eerste, tweede, derde en vijfde lid, van verordening (EEG) nr. 3821/85 , met uitzondering van tachograafkaarten.
**5.** De Dienst Wegverkeer wordt aangewezen als instantie tot uitvoering van de artikelen 5, 6, 8 en 11 van verordening (EEG) nr. 3821/85 , met uitzondering van tachograafkaarten.
Vervallen
#### Paragraaf . Maatwerkregister
@ -1509,9 +1487,9 @@ De registerloods mag na 4 aaneengesloten uren loodsen op afstand vanaf de wal pa
### Artikel 8:1
**1.** Het niet naleven van de artikelen 2.4:1, eerste tot en met vijfde lid, 2.4:2, eerste lid, 2.4:3, eerste lid, 2.4:4, 2.4:8 tot en met 2.4:10, 2.4:11, derde lid, 2.4:13, tweede tot en met vijfde lid, 2.5:1, tweede en vijfde lid, 2.5:3, 2.5:4, tweede lid, 2.5:4a, vijfde en zesde lid, 2.5:5, derde lid, 2.5:6, eerste tot en met vierde lid, 2.5:7, zesde lid, 2.5:8, vijfde en zesde lid, 2.6:1, derde lid, 2.7:1 en 2.7:4, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 2.4:1, zesde lid, 2.4:2, tweede lid, 2.4:3, derde lid, 2.4:12, onderdelen e, f en g, of 2.4:13, eerste lid, levert een overtreding op.
**1.** Het niet naleven van de artikelen 2.4:1, eerste tot en met vijfde lid, 2.4:2, eerste lid, 2.4:3, eerste lid, 2.4:4, 2.4:8 tot en met 2.4:10, 2.4:11, derde lid, 2.4:13, tweede tot en met vierde lid, 2.5:1, tweede en vijfde lid, 2.5:3, 2.5:4, tweede lid, 2.5:4a, vijfde en zesde lid, 2.5:5, derde lid, 2.5:6, eerste tot en met vierde lid, 2.5:7, zesde lid, 2.5:8, vijfde en zesde lid, 2.6:1, derde lid, 2.7:1 en 2.7:4, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 2.4:1, zesde lid, 2.4:2, tweede lid, 2.4:3, derde lid, 2.4:12, onderdelen e, f en g, of 2.4:13, eerste lid, levert een overtreding op.
**2.** Behoudens de artikelen 2.4:4 en 2.4:13, tweede tot en met vijfde lid, wordt, indien de bestuurder werknemer is, ingeval van het niet naleven van een tot de bestuurder gerichte bepaling de werkgever aangemerkt als degene die die bepaling niet heeft nageleefd.
**2.** Behoudens de artikelen 2.4:4 en 2.4:13, tweede tot en met vierde lid, wordt, indien de bestuurder werknemer is, ingeval van het niet naleven van een tot de bestuurder gerichte bepaling de werkgever aangemerkt als degene die die bepaling niet heeft nageleefd.
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing indien de werkgever aantoont dat door hem de nodige bevelen zijn gegeven, de nodige maatregelen zijn genomen, de nodige middelen zijn verschaft en het redelijkerwijs te vorderen toezicht is gehouden om de naleving van de bepaling te verzekeren.
@ -1553,7 +1531,7 @@ Het niet-naleven van de artikelen 7.3:2, 7.3:3 en 7.3:4 levert een overtreding o
### Artikel 8:6
De gevallen waarin een toezichthouder bevoegd is afgifte van een bestuurderskaart te vorderen zijn die genoemd in artikel 14, vierde lid, onder c, van verordening (EEG) nr. 3821/85.
De gevallen waarin een toezichthouder bevoegd is afgifte van een bestuurderskaart te vorderen zijn die genoemd in artikel 26, zevende lid, van verordening (EU) nr. 165/2014.
## Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen