2002-05-26 | BWBR0011353 | Wet inkomstenbelasting 2001
This commit is contained in:
parent
a74efebbdc
commit
01a721a06d
1 changed files with 1 additions and 1 deletions
|
|
@ -3693,7 +3693,7 @@ Het bedrag aan buitengewone uitgaven dat op grond van het eerste lid in aanmerki
|
|||
a. met een kwart indien in het voorafgaande kalenderjaar bij de berekening van het inkomen uit werk en woning van de belastingplichtige of dat van zijn partner buitengewone uitgaven in aanmerking zijn gekomen en het verzamelinkomen van het kalenderjaar vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek het bedrag dat is genoemd in de tweede regel van de tweede kolom van de tabel in artikel 2.10 niet te boven gaat;
|
||||
b. met de helft indien in de twee voorafgaande kalenderjaren bij de berekening van het inkomen uit werk en woning van de belastingplichtige of dat van zijn partner buitengewone uitgaven in aanmerking zijn gekomen en het verzamelinkomen van het kalenderjaar vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek het bedrag dat is genoemd in de tweede regel van de tweede kolom van de tabel in artikel 2.10 niet te boven gaat.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de belastingplichtige gedurende het gehele kalenderjaar een *partner* heeft, worden de buitengewone uitgaven samengevoegd. Over deze periode geldt voor de toepassing van het eerste en het tweede lid in plaats van het verzamelinkomen voor toepassing van de persoonsgebonden aftrek het gezamenlijke bedrag van de verzamelinkomens van de belastingplichtige en zijn partner vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek en worden in het eerste lid, onderdeel a en onderdeel b, het bedrag van € 6 215 vervangen door: € 12 430 en het bedrag van € 696 door: € 1 392.
|
||||
**3.** Indien de belastingplichtige gedurende het gehele kalenderjaar een *partner* heeft, worden de buitengewone uitgaven samengevoegd. Over deze periode geldt voor de toepassing van het eerste en het tweede lid in plaats van het verzamelinkomen voor toepassing van de persoonsgebonden aftrek het gezamenlijke bedrag van de verzamelinkomens van de belastingplichtige en zijn partner vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek en worden in het eerste lid, onderdeel a en onderdeel b, het bedrag van € 6411 vervangen door: € 12 822 en het bedrag van € 718 door: € 1436.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de belastingplichtige gedurende een deel van het kalenderjaar een partner heeft en zij bij een verzoek om voorlopige teruggaaf of bij een aangifte een keuze als bedoeld in artikel 2.17, zesde lid, van deze wet hebben gemaakt, wordt de belastingplichtige voor de toepassing van het tweede en het derde lid geacht gedurende het gehele kalenderjaar een partner te hebben gehad.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue