2015-04-01 | BWBR0001950 | Algemeen Rijksambtenarenreglement

This commit is contained in:
Coornhert 2015-04-01 12:00:00 +00:00
parent 888f30271d
commit 01b5f708d5

View file

@ -1074,12 +1074,11 @@ b) indien Onze Minister gegronde redenen heeft om te twijfelen aan de goede gezo
c) indien de ambtenaar niet meer volledig geschikt is gebleken voor het verrichten van zijn arbeid;
d) ter beantwoording van de vraag of de ambtenaar tijdens het tijdvak waarin hij wegens ziekte ongeschikt is om zijn arbeid te verrichten, in het belang van zijn genezing arbeid mag verrichten en om vast te stellen welke arbeid wenselijk wordt geacht;
e) indien de ambtenaar in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge de Wet publieke gezondheid, een nominatieve aangifteplicht geldt;
f) om te beoordelen of de ambtenaar, die een functie vervult als bedoeld in artikel 97, eerste lid, lichamelijk en psychisch in staat kan worden geacht zijn functie te blijven waarnemen, nadat hij de voor zijn functie vastgestelde leeftijdsgrens heeft bereikt;
g) om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 98, derde lid, aanhef en onderdelen a en b;
h) om te beoordelen of de ambtenaar die wegens ziekte volledig ongeschikt is geweest zijn arbeid te verrichten zijn arbeid mag hervatten;
i) voorzover dit voortvloeit uit enige wettelijke verplichting;
j) indien hij in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat of hij is benoemd in een functie waarvoor bij aanstelling een geneeskundig onderzoek is vereist als bedoeld in artikel 9, vierde lid, onderdeel b;
k) om bij een verzoek als bedoeld in artikel 98, negende lid, te beoordelen of de ambtenaar lichamelijk en psychisch in staat is zijn functie te blijven vervullen.
f) om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 98, derde lid, aanhef en onderdelen a en b;
g) om te beoordelen of de ambtenaar die wegens ziekte volledig ongeschikt is geweest zijn arbeid te verrichten zijn arbeid mag hervatten;
h) voorzover dit voortvloeit uit enige wettelijke verplichting;
i) indien hij in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat of hij is benoemd in een functie waarvoor bij aanstelling een geneeskundig onderzoek is vereist als bedoeld in artikel 9, vierde lid, onderdeel b;
j) om bij een verzoek als bedoeld in artikel 98, negende lid, te beoordelen of de ambtenaar lichamelijk en psychisch in staat is zijn functie te blijven vervullen.
**2.** Onze Minister stelt de ambtenaar buiten dienst indien na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in het eerste lid, blijkt dat sprake is van een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand dat de belangen van de ambtenaar, van de dienst of van bij het verrichten van de arbeid betrokken derden zich er tegen verzetten dat de ambtenaar zijn arbeid blijft verrichten. De ambtenaar wordt niet buiten dienst gesteld indien hem andere passende werkzaamheden kunnen worden opgedragen. Indien de ambtenaar buiten dienst wordt gesteld, wordt hij geacht wegens ziekte ongeschikt te zijn tot het verrichten van zijn arbeid, in welk geval de overige bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing zijn.
@ -2186,7 +2185,7 @@ b. bij ontslag tijdens het volgen van de scholing en in bijzondere gevallen bij
### Artikel 60
Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen nadere regels worden gesteld om ambtenaren die werkzaam zijn in een substantieel bezwarende functie als bedoeld in artikel 97, eerste lid, te stimuleren na verloop van tijd de overstap te maken naar een niet substantieel bezwarende functie.
Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen nadere regels worden gesteld om ambtenaren die werkzaam zijn in een substantieel bezwarende functie als bedoeld in artikel 94b, eerste lid, te stimuleren na verloop van tijd de overstap te maken naar een niet substantieel bezwarende functie.
### Artikel 61
@ -2672,23 +2671,7 @@ Aan de ambtenaar die een benoeming tot minister of staatssecretaris aanvaardt wo
### Artikel 97
**1.** Bij besluit van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt een in categorie A en B onderverdeelde lijst met functies vastgesteld, die uit hoofde van de aard van de aan die functies verbonden werkzaamheden als substantieel bezwarend worden aangemerkt.
**2.** De ambtenaar, belast met een functie die is ingedeeld in categorie A van de in het eerste lid bedoelde lijst, wordt eervol ontslag verleend op de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij de leeftijd van 60 jaar en 8 maanden heeft bereikt. Indien onmiddellijk voorafgaande aan de vroegst mogelijke datum van ontslag geen aaneengesloten diensttijd van ten minste vijf jaar is doorgebracht in een of meer zodanige functies, wordt het ontslag uitgesteld tot de datum waarop aan deze voorwaarde is voldaan.
**3.** De ambtenaar, belast met een functie die is ingedeeld in categorie B van de in het eerste lid bedoelde lijst, wordt eervol ontslag verleend op de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt. Indien onmiddellijk voorafgaande aan de vroegst mogelijke datum van ontslag geen aaneengesloten diensttijd van ten minste vijf jaar is doorgebracht in een of meer zodanige functies, wordt het ontslag uitgesteld tot de datum waarop aan deze voorwaarde is voldaan.
**4.** Op verzoek van de ambtenaar ziet het bevoegd gezag af van het verlenen van ontslag, bedoeld in het tweede en het derde lid, voor de duur van telkens ten hoogste één jaar, indien de ambtenaar blijkens de uitslag van een door de deskundige persoon of arbodienst ingesteld arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 36a, eerste lid, onder f, lichamelijk en psychisch in staat kan worden geacht zijn functie te blijven vervullen.
**5.** Indien niet meer wordt voldaan aan de voorwaarde, genoemd in het vierde lid, wordt eervol ontslag verleend.
**6.** Het ontslag, bedoeld in het vijfde lid, wordt verleend met ingang van een dag niet vroeger dan een maand, maar niet later dan drie maanden na de dag, waarop niet langer aan de voorwaarde, genoemd in het vierde lid, wordt voldaan.
**7.** De ambtenaar, aan wie op grond van het tweede, derde of vijfde lid ontslag is verleend, heeft recht op een uitkering overeenkomstig door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te stellen regels.
**8.** Het ontslag op grond van het tweede, derde of vijfde lid wordt geacht een ontslag te zijn als bedoeld in artikel 94a, tweede lid, indien ten aanzien van dat ontslag wordt voldaan aan de in dat artikel genoemde voorwaarden.
**9.** Het tweede tot en met achtste lid zijn niet van toepassing op de ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de op grond van artikel 60 door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde regeling.
Vervallen
### Artikel 97a
@ -2704,7 +2687,7 @@ Vervallen
**1.**
Anders dan op aanvraag van de ambtenaar, bij wijze van straf of ingevolge het bepaalde bij artikel 7 van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement, de artikelen 95, 96, 96a, 96b, 96c en 97 van dit besluit en bij artikel 125e, tweede lid, van de Ambtenarenwet, kan de ambtenaar worden ontslagen op grond van:
Anders dan op aanvraag van de ambtenaar, bij wijze van straf of ingevolge het bepaalde bij artikel 7 van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement, de artikelen 94b, 94c, 95, 96, 96a, 96b en 96 van dit besluit en bij artikel 125e, tweede lid, van de Ambtenarenwet, kan de ambtenaar worden ontslagen op grond van:
a. het verlies van een vereiste voor de benoembaarheid, door het bevoegde gezag gesteld bij een regeling aan de benoeming voorafgegaan, tenzij het vereiste alleen voor de aanvang van het ambt geldt;
b. het aangaan van een graad van zwagerschap, die de benoembaarheid tot het ambt zou uitsluiten;
@ -3259,17 +3242,13 @@ Artikel 69, tweede lid, is niet van toepassing op beroepsincidenten die zich heb
### Artikel 130c
In afwijking van artikel 97, tweede lid, wordt aan de ambtenaar die is geboren voor 1950 eervol ontslag verleend op de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt.
**1.** Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst stelt bij ministeriële regeling een lijst vast met functies die op 31 maart 2015 zijn ingedeeld in categorie B van de lijst, bedoeld in artikel 97, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van dit besluit.
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels gesteld voor ambtenaren die op 31 maart 2015 werkzaam zijn in een functie als bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 130d
**1.** In afwijking van artikel 97, tweede lid, geldt voor ambtenaren die zijn geboren in de jaren 1950 tot en met 1964 als ontslagleeftijd de dag waarop hun uitkering op grond van de krachtens het zevende lid van artikel 97 vastgestelde regeling eindigt.
**2.** Gedurende de periode waarin de ambtenaar aanspraak kan maken op de in het eerste lid bedoelde uitkering, verleent het bevoegd gezag de ambtenaar buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging. Artikel 97, vierde tot en met zesde lid, is hierbij van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «ontslag» wordt gelezen: verlof.
**3.** Indien de ambtenaar op de dag van ingang van zijn verlof nog aanspraak heeft op vakantie, wordt hem voor ieder uur vakantie dat hij niet heeft opgenomen een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur dat de ambtenaar direct voorafgaand aan zijn verlof genoot. De vergoeding wordt berekend over ten hoogste twee maal de aanspraak op vakantie over een vol kalenderjaar, uitgaande van het salaris en de werktijd zoals die direct voorafgaand aan het verlof voor de ambtenaar golden en de leeftijd welke hij bereikt in het kalenderjaar waarin het verlof ingaat.
**4.** Indien op de dag van ingang van zijn verlof blijkt, dat de ambtenaar teveel vakantie heeft genoten, is hij voor ieder uur teveel genoten vakantie een bedrag schuldig ten bedrage van het salaris per uur dat de ambtenaar direct voorafgaand aan zijn verlof genoot.
Vervallen
### Artikel 131