From 01df77b2a3ded1414685f8c5e7dbcede28894b75 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jan 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-01-01 | BWBR0020183 | Besluit WWB 2007 --- amvb/besluit-wwb-2007/BWBR0020183/README.md | 140 ++++++++++++-------- 1 file changed, 85 insertions(+), 55 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-wwb-2007/BWBR0020183/README.md b/amvb/besluit-wwb-2007/BWBR0020183/README.md index 4e06a6a30e0..0a4f3dc1e4d 100644 --- a/amvb/besluit-wwb-2007/BWBR0020183/README.md +++ b/amvb/besluit-wwb-2007/BWBR0020183/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit WWB 2007 bwb_id: BWBR0020183 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2009-01-01' +datum_inwerkingtreding: '2010-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020183 citeertitel: Besluit WWB 2007 --- @@ -16,14 +16,27 @@ citeertitel: Besluit WWB 2007 In dit besluit wordt verstaan onder: -a. wet: Wet werk en bijstand; -b. werkdeel: de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel a, van de wet, zoals die luidde op 31 december 2008; -c. inkomensdeel: de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet; -d. gemeentelijke bijstandslasten 2007 voor personen jonger dan 65 jaar: de volgens het verslag over de uitvoering, bedoeld in artikel 77, eerste lid, van de wet, in het jaar 2007 door het college gedane uitgaven voor personen jonger dan 65 jaar vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari 2008, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari 2007; -e. gemeentelijke bijstandslasten 2007 voor personen van 65 jaar of ouder: het saldo van de volgens het verslag over de uitvoering, bedoeld in artikel 77, eerste lid, van de wet, in het jaar 2007 door het college gedane uitgaven en de ontvangsten, in verband met de toepassing van de artikelen 48 en hoofdstuk 6, paragraaf 6.4 van de wet, voor personen van 65 jaar of ouder; -f. toetsingscommissie: de toetsingscommissie, bedoeld in artikel 73 van de wet. +a. *wet:* + Wet werk en bijstand; +b. *IOAW:* + Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; +c. *IOAZ:* + Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; +d. *WWIK:* + Wet werk en inkomen kunstenaars; +e. *Bbz 2004:* + Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004; +f. *WIJ:* + Wet investeren in jongeren; +g. *uitkering:* de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, inclusief een uitkering voor uitgaven in verband met toegekende algemene bijstand aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van het Bbz 2004; +h. *gemeentelijke bijstandslasten:* de volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld door het college gedane uitgaven voor algemene bijstand, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; +i. *gemeentelijke uitgaven op grond van de WWIK:* het saldo van de uitgaven en ontvangsten op grond van artikel 48, eerste lid, onderdeel a, van de WWIK volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, door het college van de in artikel 16, eerste lid, van het uitvoeringsbesluit WWIK genoemde gemeenten in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; +j. *gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAW:* de in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, door het college gedane uitgaven voor uitkeringen op grond van de IOAW, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; +k. *gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAZ:* de in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, door het college gedane uitgaven voor uitkeringen op grond van de IOAZ, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; +l. *gemeentelijke uitgaven op grond van het Bbz 2004:* 68% van de in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, door het college gemaakte kosten voor levensonderhoud in de vorm van algemene bijstand verleend aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Bbz 2004, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; +m. *toetsingscommissie:* de toetsingscommissie Wet werk en bijstand, bedoeld in artikel 73 van de wet. -### Paragraaf 2. Werkdeel +### Paragraaf . Werkdeel ### Artikel 2 @@ -33,84 +46,103 @@ Vervallen Vervallen -### Paragraaf 3. Inkomensdeel +### Paragraaf 2. Uitkering ### Artikel 4 **1.** -Het inkomensdeel voor een gemeente wordt berekend aan de hand van de volgende formule: +De uitkering voor een gemeente wordt berekend aan de hand van de volgende formule: -I = (G64 / TG64) × TB64 + (K65 / TK65) × TB65 +U = (G / TG) × (TBWWB +TBWIJ +TBIOAW +TBIOAZ +TBBbz +TBMAU) +(KWWIK / TKWWIK) × TBWWIK waarbij: -a. I het inkomensdeel voor de gemeente is; -b. G64 de budgetgrondslag is van de gemeente voor personen jonger dan 65 jaar; -c. TG64 het totaal van de budgetgrondslagen is voor personen jonger dan 65 jaar voor alle gemeenten samen; -d. TB64 het totale bedrag is dat beschikbaar is voor het inkomensdeel voor personen jonger dan 65 jaar; -e. K65 de gemeentelijke bijstandslasten 2007 voor personen van 65 jaar en ouder zijn; -f. TK65 het totaal is van de gemeentelijke bijstandslasten 2007 voor personen van 65 jaar en ouder voor alle gemeenten samen; -g. TB65 het totale bedrag is dat beschikbaar is voor het inkomensdeel voor personen van 65 jaar en ouder. +a. U de uitkering voor de gemeente is; +b. G de budgetgrondslag is van de gemeente; +c. TG het totaal van de budgetgrondslagen is voor alle gemeenten samen; +d. TBWWB het totale bedrag is dat beschikbaar is voor algemene bijstand; +e. TBWIJ het totale bedrag is dat beschikbaar is voor inkomensvoorzieningen op grond van de WIJ; +f. TBIOAW het totale bedrag is dat beschikbaar is voor uitkeringen op grond van de IOAW; +g. TBIOAZ het totale bedrag is dat beschikbaar is voor uitkeringen op grond van de IOAZ; +h. TBBbz het totale bedrag is dat beschikbaar is voor algemene bijstand ten behoeve van startende ondernemers op grond van het Bbz 2004; +i. TBMAU het totale bedrag is dat in een jaar nodig is voor de meerjarige aanvullende uitkeringen, bedoeld in artikel 10c; +j. KWWIK de gemeentelijke uitgaven zijn op grond van de WWIK; +k. TKWWIK het totaal is van de gemeentelijke uitgaven op grond van de WWIK; +l. TBWWIK het totale bedrag is dat beschikbaar is voor uitkeringen op grond van de WWIK. **2.** -De budgetgrondslag voor personen jonger dan 65 jaar wordt verschillend berekend voor gemeenten met: +De budgetgrondslag wordt verschillend berekend voor gemeenten met: a. 25.000 of minder inwoners; b. meer dan 25.000 en minder dan 40.000 inwoners; c. 40.000 of meer inwoners. -**3.** Voor de vaststelling van het aantal inwoners, bedoeld in het tweede lid, geldt als peildatum 1 januari 2008. +**3.** Voor de vaststelling van het aantal inwoners, bedoeld in het tweede lid, geldt als peildatum 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de uitkering wordt vastgesteld. **4.** Het aantal inwoners wordt ontleend aan de statistiek «Demografische kerncijfers per gemeente» van het Centraal Bureau voor de Statistiek. -**5.** Indien de gemeentelijke bijstandslasten 2007 voor personen van 65 jaar en ouder negatief zijn, worden die voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen e en f, op nihil gesteld. +**5.** Indien de gemeentelijke uitgaven op grond van de WWIK negatief zijn, worden deze voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen j en k op nihil gesteld. + +**6.** + +Het totale bedrag dat in een kalenderjaar nodig is voor meerjarige aanvullende uitkeringen, bedoeld in artikel 10c, wordt in mindering gebracht op de uitkering aan gemeenten waarvan de budgetgrondslag wordt berekend op grond van artikel 6 of artikel 7. Het bedrag dat in mindering wordt gebracht, wordt berekend aan de hand van de volgende formule: + +B =TBMAU * [ (m *U) / som(m *U) ] + +Waarbij: + +a. B het bedrag is dat van de uitkering aan een gemeente met meer dan 25.000 inwoners wordt afgetrokken; +b. TBMAU het bedrag is dat in een jaar aan meerjarige aanvullende uitkeringen wordt uitgekeerd; +c. m is: + +1° 1, indien de budgetgrondslag wordt berekend op grond van artikel 7; of +2° het aantal inwoners in de gemeente, verminderd met 25.000 en vervolgens gedeeld door 15.000, indien de budgetgrondslag wordt berekend op grond van artikel 6; +d. U de uitkering voor de gemeente is; +e. Som(m *U) de optelsom is van (m *U) van alle gemeenten met meer dan 25.000 inwoners. ### Artikel 5 -Voor gemeenten met 25.000 inwoners of minder is de budgetgrondslag voor personen jonger dan 65 jaar gelijk aan de gemeentelijke bijstandslasten 2007 voor personen jonger dan 65 jaar. +Voor gemeenten met 25.000 inwoners of minder is de budgetgrondslag gelijk aan de som van de gemeentelijke bijstandslasten, de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAW, de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAZ en de gemeentelijkeuitgaven op grond van het Bbz 2004. ### Artikel 6 -Voor gemeenten met meer dan 25.000 en minder dan 40.000 inwoners wordt de budgetgrondslag voor personen jonger dan 65 jaar bepaald aan de hand van de volgende formule: +Voor gemeenten met meer dan 25.000 en minder dan 40.000 inwoners wordt de budgetgrondslag bepaald aan de hand van de volgende formule: -G64 = m × O + (1-m) × K64 +G = m × O + (1-m) × (K +KIOAW +KIOAZ +KBbz) waarbij: -a. m het aantal inwoners in de gemeente is, verminderd met 25.000 en vervolgens gedeeld door 15.000; -b. O de objectief vastgestelde kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet voor personen jonger dan 65 jaar zijn; -c. K64 de gemeentelijke bijstandslasten 2007 voor personen jonger dan 65 jaar zijn. +a. G de budgetgrondslag van de gemeente is; +b. m het aantal inwoners in de gemeente is, verminderd met 25.000 en vervolgens gedeeld door 15.000; +c. O de objectief vastgestelde kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet zijn, vermeerderd met de objectief vastgestelde kosten voor algemene bijstand ten behoeve van startende ondernemers op grond van het Bbz 2004; +d. K de gemeentelijke bijstandslasten zijn. +e. KIOAW de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAW zijn; +f. KIOAZ de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAZ zijn; +g. KBbz de gemeentelijke uitgaven op grond van het Bbz 2004 zijn. ### Artikel 7 -Voor gemeenten met 40.000 inwoners of meer is de budgetgrondslag voor personen jonger dan 65 jaar gelijk aan de objectief vastgestelde kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet voor personen jonger dan 65 jaar. +Voor gemeenten met 40.000 inwoners of meer is de budgetgrondslag gelijk aan de objectief vastgestelde kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, vermeerderd met de objectief vastgestelde kosten voor algemene bijstand ten behoeve van startende ondernemers op grond van het Bbz 2004. ### Artikel 8 -**1.** Aan de hand van het verdeelmodel dat is opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit worden de objectief vastgestelde kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet voor personen jonger dan 65 jaar vastgesteld. +**1.** Aan de hand van het verdeelmodel dat is opgenomen in de bijlage bij dit besluit worden de objectief vastgestelde kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet en voor algemene bijstand ten behoeve van startende ondernemers op grond van het Bbz 2004 vastgesteld. -**2.** Het totale bedrag dat beschikbaar is voor de inkomensdelen van de gemeenten betreft: TB64 + TB65. +**2.** Het totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitkering aan de gemeenten betreft: TBWWB +TBWIJ +TBWWIK +TBIOAW +TBIOAZ +TBBbz. + +**3.** Jaarlijks worden bij ministeriële regeling voor de verdeelmaatstaven in de bijlage bij dit besluit de peiljaren, de peildata en de gewichten vastgesteld. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor artikel 4, eerste lid, artikel 5, artikel 6, artikel 7, en het objectief verdeelmodel, dat is opgenomen in de bijlage bij dit besluit, ter voorkoming van onvoorziene en ongewenste verdeeleffecten. ### Artikel 8a -**1.** Indien niet van alle gemeenten de bijlage bij de jaarrekening met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de wet over 2007, en de daarbij behorende goedkeurende verklaring van de accountant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn ontvangen uiterlijk op 15 augustus 2008 wordt voor de toepassing van de artikelen 4, eerste lid, onderdelen e en f, en vijfde lid, 5, en 6, onderdeel c, voor «de gemeentelijke bijstandslasten 2007» gelezen: de gemeentelijke bijstandslasten 2006. +**1.** Indien van een gemeente de bijlage bij de jaarrekening met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de wet, IOAW, IOAZ, Bbz 2004 en WWIK over het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, en de daarbij behorende goedkeurende verklaring van de accountant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet is ontvangen uiterlijk op 1 augustus van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, wordt voor de toepassing van de artikelen 4, eerste lid, 5, en 6, onderdeel c, voor de gemeentelijke bijstandslasten, de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAW, de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAZ, de gemeentelijke uitgaven op grond van de WWIK en de gemeentelijkeuitgaven op grond van het Bbz 2004 uitgegaan van het jaar drie jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld met correctie van deze gegevens in verband met de prijsontwikkeling en de ontwikkeling van het bijstandsvolume. -**2.** +**2.** Bij ministeriële regeling wordt een correctiefactor bij de toepassing van het eerste lid vastgelegd. -Indien het eerste lid van toepassing is en het college de uitvoering van de wet in 2006 had overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de gemeentelijke bijstandslasten 2006 voor personen jonger dan 65 jaar als bedoeld in de artikelen 5 en 6 van de desbetreffende gemeente niet beschikbaar zijn, worden deze benaderd aan de hand van de volgende formule: - -GB (G) = V(G) / V(S) x TU(S) - -waarbij: - -a. GB(G) staat voor de gemeentelijke bijstandslasten 2006 voor personen jonger dan 65 jaar van gemeente G; -b. V(G) staat voor het gemiddelde jaarvolume aan WWB-uitkeringen in gemeente G in 2006; -c. V(S) staat voor het gemiddelde jaarvolume aan WWB-uitkeringen in 2006 in het samenwerkingsverband waar gemeente G in 2006 toe behoorde; -d. TU(S) het totaal is van de historische uitgaven (of budgetten) in 2006 voor het openbaar lichaam. - -**3.** Bij het bepalen van het werkdeel 2003, bedoeld in artikel 2 van het Besluit participatiebudget, en de gemeentelijke bijstandslasten 2006 voor personen van 65 jaar of ouder is het tweede lid van overeenkomstige toepassing. +### Paragraaf 3. Incidentele en meerjarige aanvullende uitkering ### Artikel 9 @@ -123,7 +155,7 @@ De toetsingscommissie bestaat uit een voorzitter en twee leden. Onze Minister be Een incidentele aanvullende uitkering wordt slechts toegekend voorzover: a. voldaan is aan bij ministeriële regeling te stellen vormvoorschriften; -b. de gemaakte kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, het verstrekte inkomensdeel met minimaal tien procent overstijgen; +b. de gemaakte kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, de verstrekte uitkering met minimaal tien procent overstijgen; c. de uitkomst van de beoordeling van het effect van de arbeidsmarkt en van het gevoerde gemeentelijk beleid en de uitvoering daarvan alsmede de rechtmatige uitvoering van de wet daartoe aanleiding geeft. **2.** De toetsingscommissie beoordeelt of een verzoek tot een incidentele aanvullende uitkering voldoet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden en adviseert Onze Minister. Indien de toetsingscommissie van oordeel is dat een gemeente in aanmerking komt voor een incidentele aanvullende uitkering, is de hoogte van deze uitkering gelijk aan het verschil tussen de werkelijk gemaakte kosten als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet en 110% van het verstrekte inkomensdeel. @@ -141,7 +173,7 @@ b. in elk van de drie kalenderjaren voorafgaande aan het kalenderjaar waarop het Het vierde lid, onderdeel b, is niet van toepassing op gemeenten: -a. waarvoor de budgetgrondslag voor personen jonger dan 65 jaar in ten minste een van de drie kalenderjaren voorafgaande aan het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft, berekend is op grond van artikel 5; of +a. waarvoor de budgetgrondslag in ten minste een van de drie kalenderjaren voorafgaande aan het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft, berekend is op grond van artikel 5; of b. wier verzoek tot een meerjarige aanvullende uitkering is afgewezen vanwege het enkele feit dat niet is voldaan aan het vereiste, genoemd in artikel 10a, eerste lid, onderdeel e. ### Artikel 10a @@ -151,8 +183,8 @@ b. wier verzoek tot een meerjarige aanvullende uitkering is afgewezen vanwege he Tot een inhoudelijke beoordeling van een verzoek om een meerjarige aanvullende uitkering wordt overgegaan, nadat de toetsingscommissie heeft vastgesteld dat: a. voldaan is aan bij ministeriële regeling te stellen vormvoorschriften; -b. de budgetgrondslag voor personen jonger dan 65 jaar over elk van de drie kalenderjaren voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het verzoek tot een meerjarige aanvullende uitkering wordt ingediend berekend is op grond van artikel 6 of artikel 7; -c. in elk van de drie kalenderjaren voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het verzoek, bedoeld in onderdeel b, wordt ingediend de gemaakte kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, het verstrekte inkomensdeel met minimaal 2,5% overstijgen; +b. de budgetgrondslag over elk van de drie kalenderjaren voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het verzoek tot een meerjarige aanvullende uitkering wordt ingediend berekend is op grond van artikel 6 of artikel 7; +c. in elk van de drie kalenderjaren voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het verzoek, bedoeld in onderdeel b, wordt ingediend de gemaakte kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, de verstrekte uitkering met minimaal 2,5% overstijgen; d. het aannemelijk is dat een overstijging als bedoeld in onderdeel c niet geheel het gevolg is van het gemeentelijke beleid en de uitvoering daarvan; e. het aannemelijk is dat een overstijging als bedoeld in onderdeel c zich zal voordoen in het kalenderjaar waarin het verzoek, bedoeld in onderdeel b, wordt ingediend en de twee daaropvolgende kalenderjaren; f. het college een analyserapport heeft opgesteld over de mogelijke oorzaken van de overstijgingen, bedoeld in onderdeel c, en een overzicht heeft toegevoegd van de genomen en eventueel nog te treffen maatregelen ter verbetering van het gemeentelijke beleid en de uitvoering daarvan; @@ -206,8 +238,8 @@ b. B staat voor: c. C staat voor het gemiddelde toegekende inkomensdeel in euro’s in de drie kalenderjaren direct voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het verzoek wordt ingediend; en d. m staat voor: -1°. 1, indien de budgetgrondslag voor personen jonger dan 65 jaar in het kalenderjaar waarin het verzoek wordt ingediend berekend is op grond van artikel 7; dan wel -2°. het aantal inwoners in de gemeente, verminderd met 25.000 en vervolgens gedeeld door 15.000, indien de budgetgrondslag voor personen jonger dan 65 jaar in het kalenderjaar waarin het verzoek wordt ingediend berekend is op grond van artikel 6. +1°. 1, indien de budgetgrondslag in het kalenderjaar waarin het verzoek wordt ingediend berekend is op grond van artikel 7; dan wel +2°. het aantal inwoners in de gemeente, verminderd met 25.000 en vervolgens gedeeld door 15.000, indien de budgetgrondslag in het kalenderjaar waarin het verzoek wordt ingediend berekend is op grond van artikel 6. **4.** @@ -237,7 +269,7 @@ c. tweederde van U(1) respectievelijk eenderde van U(1) indien de overstijging b **1.** -Voor de verlening van bijstand op grond van de wet of inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren aan belanghebbenden zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens worden aangewezen: +Voor de verlening van bijstand op grond van de wet of inkomensvoorziening op grond van de WIJ aan belanghebbenden zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens worden aangewezen: a. de gemeenten opgenomen in de bijlage onder A van het Besluit maatschappelijke ondersteuning, en b. de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid. @@ -246,9 +278,7 @@ b. de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid, bedoel ### Artikel 11a -**1.** Het inkomensdeel voor een gemeente voor het jaar 2009 bedraagt ten minste 90 procent van het inkomensdeel dat voor de desbetreffende gemeente voor het jaar 2008 is berekend. - -**2.** Het bedrag dat nodig is voor de toepassing van het eerste lid wordt telkens in mindering gebracht op het inkomensdeel van de gemeenten waarvan het inkomensdeel niet wordt aangepast op grond van het eerste lid, naar rato van het aandeel van diens inkomensdeel op het totaal van de inkomensdelen voor de toepassing van het eerste lid. +Vervallen ### Artikel 12 @@ -270,4 +300,4 @@ Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2007. Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit WWB 2007. -## Bijlage 1. behorende bij +## Bijlage . behorende bij