diff --git a/pbo/verordening-heffing-bloemen-en-planten-2006/BWBR0021023/README.md b/pbo/verordening-heffing-bloemen-en-planten-2006/BWBR0021023/README.md index ed528e42f44..46f09fe9991 100644 --- a/pbo/verordening-heffing-bloemen-en-planten-2006/BWBR0021023/README.md +++ b/pbo/verordening-heffing-bloemen-en-planten-2006/BWBR0021023/README.md @@ -16,16 +16,11 @@ citeertitel: Verordening heffing bloemen en planten 2006 In deze verordening wordt overgenomen de terminologie van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel en wordt verstaan onder: -1. 1. - voorzitter: de voorzitter van het Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel; -2. 2. - HBAG Commissie bloemkwekerijproducten: de op grond van artikel 5 van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel ingestelde commissie bloemkwekerijproducten; -3. 3. - de ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft dan wel de natuurlijke personen of rechtspersonen die gezamenlijk een onderneming drijven; -4. 4. - het begrotingstijdvak: de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006; -5. 5. - het instellingsbesluit: het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel. +1. voorzitter: de voorzitter van het Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel; +2. HBAG Commissie bloemkwekerijproducten: de op grond van artikel 5 van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel ingestelde commissie bloemkwekerijproducten; +3. de ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft dan wel de natuurlijke personen of rechtspersonen die gezamenlijk een onderneming drijven; +4. het begrotingstijdvak: de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006; +5. het instellingsbesluit: het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel. ### Artikel 2 @@ -51,16 +46,11 @@ Voor het begrotingstijdvak bedraagt de heffing € 0,90 per € 1.000,– ingeko De aftrek wordt slechts toegestaan als aangetoond is dat de ondernemer de in het eerste lid bedoelde contributie heeft voldaan. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ondernemers die lid zijn van een organisatie van ondernemers die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is en die: -a. a. - krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheid kan uitstrekken tot ten minste een belangrijk gedeelte van het terrein waarop het bedrijfslichaam een taak heeft te vervullen; -b. b. - voldoet aan de kwalitatieve representativiteitscriteria, genoemd in de artikelen 3 tot en met 7 van de Verordening representativiteit organisaties; -c. c. - tot de werkingssfeer van het bedrijfslichaam behorende leden heeft, waarvan het gewogen aantal niet-onbetekenend is; -d. d. - met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van ondernemers een positie van enige betekenis inneemt binnen de groep van ondernemers die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de mate van representativiteit binnen die groep, de deelname aan het arbeidsvoorwaardenoverleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid; -e. e. - en haar activiteiten, al dan niet door middel van een federatie van gelijksoortige organisaties, landelijk ontplooit. +a. krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheid kan uitstrekken tot ten minste een belangrijk gedeelte van het terrein waarop het bedrijfslichaam een taak heeft te vervullen; +b. voldoet aan de kwalitatieve representativiteitscriteria, genoemd in de artikelen 3 tot en met 7 van de Verordening representativiteit organisaties; +c. tot de werkingssfeer van het bedrijfslichaam behorende leden heeft, waarvan het gewogen aantal niet-onbetekenend is; +d. met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van ondernemers een positie van enige betekenis inneemt binnen de groep van ondernemers die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de mate van representativiteit binnen die groep, de deelname aan het arbeidsvoorwaardenoverleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid; +e. en haar activiteiten, al dan niet door middel van een federatie van gelijksoortige organisaties, landelijk ontplooit. **4.** De in het vorige lid bedoelde aftrek wordt slechts toegestaan indien daartoe door de desbetreffende organisatie een verzoek is gedaan.