2004-10-01 | BWBR0006622 | Wegenverkeerswet 1994
This commit is contained in:
parent
fcb4a61916
commit
01e741146b
1 changed files with 16 additions and 12 deletions
|
|
@ -1647,7 +1647,7 @@ c. indien het rijbewijs is afgegeven aan een houder die op de datum van afgifte
|
|||
|
||||
### Artikel 110
|
||||
|
||||
**1.** Motorrijtuigen mogen slechts worden bestuurd door personen die de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.
|
||||
**1.** Motorrijtuigen mogen slechts worden bestuurd door personen die de leeftijd van achttien jaren of, voor zover het betreft motorrijtuigen, al dan niet met aanhangwagen, die zijn ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen, de leeftijd van eenentwintig jaren hebben bereikt.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan een lagere minimumleeftijd dan die in het eerste lid genoemd, worden vastgesteld voor het besturen van bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, landbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid, niet zijnde stoom- en motorwalsen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1672,13 +1672,13 @@ b. in het kader van een door of vanwege de overheid ingesteld onderzoek naar de
|
|||
|
||||
Het is degene die rijonderricht in de zin van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 geeft, verboden zodanig rijonderricht te geven indien:
|
||||
|
||||
a. het motorrijtuig waarmee rijonderricht wordt gegeven, niet voldoet aan de daaraan ingevolge artikel 110*a* gestelde eisen;
|
||||
b. degene aan wie rijonderricht wordt gegeven, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;
|
||||
a. het motorrijtuig waarmee rijonderricht wordt gegeven, niet voldoet aan de daaraan ingevolge artikel 110a gestelde eisen;
|
||||
b. degene aan wie rijonderricht wordt gegeven, de leeftijd van achttien jaren of, voor zover het betreft motorrijtuigen, al dan niet met aanhangwagen, die zijn ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen, de leeftijd van eenentwintig jaren nog niet heeft bereikt;
|
||||
c. niet wordt voldaan aan de overigens bij algemene maatregel van bestuur ten aanzien van het geven van rijonderricht gestelde eisen.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid geldt niet voor zover het rijonderricht aan bestuurders van bromfietsen betreft.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid, aanhef en onderdeel *b*, geldt niet voor zover het rijonderricht betreft dat plaatsvindt in het kader van een opleiding voor beroepschauffeur, mits is voldaan aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden.
|
||||
**3.** Het eerste lid, aanhef en onderdeel b, geldt niet voor zover het rijonderricht betreft dat plaatsvindt in het kader van een opleiding voor beroepschauffeur, mits is voldaan aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Algemene voorwaarden met betrekking tot de verkrijging van rijbewijzen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1688,7 +1688,7 @@ c. niet wordt voldaan aan de overigens bij algemene maatregel van bestuur ten aa
|
|||
|
||||
Een rijbewijs wordt op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief, slechts afgegeven aan degene die:
|
||||
|
||||
a. de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt en
|
||||
a. de leeftijd van achttien jaren of, voor zover het betreft een rijbewijs voor het besturen van motorrijtuigen, al dan niet met aanhangwagen, die zijn ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen, de leeftijd van eenentwintig jaren heeft bereikt en
|
||||
b. blijkens een overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels door of vanwege de overheid ingesteld onderzoek dan wel blijkens een eerder aan hem afgegeven rijbewijs of een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs dat voldoet aan de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen, beschikt over een voldoende mate van rijvaardigheid en geschiktheid.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvrager van een rijbewijs dient zich te legitimeren met een op zijn naam gesteld reisdocument als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, van de Paspoortwet, met een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 2°, van de Wet op de identificatieplicht dan wel met een eerder aan hem afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur. Gelijke verplichting geldt voor degene ten aanzien van wie een onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt ingesteld.
|
||||
|
|
@ -1732,11 +1732,13 @@ Het is verboden voor het verkrijgen van een rijbewijs opzettelijk onjuiste opgav
|
|||
|
||||
### Artikel 115
|
||||
|
||||
**1.** Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen, en die in het kader van de aanvraag van een nieuw rijbewijs of een vervangend rijbewijs de beschikking krijgt over een rijbewijs waarvan ingevolge een der artikelen 130, tweede lid, of 164 de overgifte is gevorderd, waarvan ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de inlevering is gevorderd of ten aanzien waarvan ingevolge een der artikelen 120, derde lid, 124, vierde lid, 131, derde lid, onderdeel *b*, 132, vijfde lid, of 180, derde lid, van deze wet een verplichting tot inlevering bestaat, is bevoegd dat rijbewijs in te nemen en het door te begeleiden naar het betrokken parket van het openbaar ministerie dan wel naar degene bij wie de houder dat rijbewijs had dienen in te leveren.
|
||||
**1.** Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen, en die in het kader van de aanvraag van een nieuw rijbewijs of een vervangend rijbewijs de beschikking krijgt over een rijbewijs waarvan ingevolge een der artikelen 130, tweede lid, of 164 de overgifte is gevorderd, waarvan ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de inlevering is gevorderd of ten aanzien waarvan ingevolge een der artikelen 120, derde lid, 124, vierde lid, 131, derde lid, onderdeel b, 132, vijfde lid, of 180, derde lid, van deze wet een verplichting tot inlevering bestaat, is bevoegd dat rijbewijs in te nemen en het door te begeleiden naar het betrokken parket van het openbaar ministerie dan wel naar degene bij wie de houder dat rijbewijs had dienen in te leveren.
|
||||
|
||||
**2.** Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen, en die in het kader van de aanvraag van een nieuw rijbewijs of een vervangend rijbewijs de beschikking krijgt over een rijbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren ingevolge artikel 123, eerste lid, aanhef en onderdeel *d*, is bevoegd dat rijbewijs in te nemen en door te geleiden naar de instantie die het heeft afgegeven.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld ter uitvoering van het eerste en het tweede lid.
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt onder een rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld ter uitvoering van het eerste en het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Afgifte van rijbewijzen
|
||||
|
||||
|
|
@ -2227,9 +2229,11 @@ e. indien hem ter zake van een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift
|
|||
|
||||
**2.** De in artikel 159, onderdeel a, bedoelde personen die bij de uitoefening van de bij of krachtens deze wet aan hen verleende bevoegdheden de beschikking krijgen over een rijbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren ingevolge artikel 123, eerste lid, aanhef en onderdeel d, zijn bevoegd dat rijbewijs in te nemen en door te geleiden naar de instantie die het heeft afgegeven.
|
||||
|
||||
**3.** De in artikel 159, onderdeel a, bedoelde personen die bij de uitoefening van de bij of krachtens deze wet aan hen verleende bevoegdheden de beschikking krijgen over een bromfietscertificaat ten aanzien waarvan ingevolge artikel 141, derde lid, een verplichting tot inlevering bestaat, zijn bevoegd dat certificaat in te nemen en het door te geleiden naar degene bij wie de houder dat certificaat had dienen in te leveren.
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt onder een rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden vastgesteld ter uitvoering van het eerste, tweede en derde lid.
|
||||
**4.** De in artikel 159, onderdeel a, bedoelde personen die bij de uitoefening van de bij of krachtens deze wet aan hen verleende bevoegdheden de beschikking krijgen over een bromfietscertificaat ten aanzien waarvan ingevolge artikel 141, derde lid, een verplichting tot inlevering bestaat, zijn bevoegd dat certificaat in te nemen en het door te geleiden naar degene bij wie de houder dat certificaat had dienen in te leveren.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden vastgesteld ter uitvoering van het eerste tot en met vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 162
|
||||
|
||||
|
|
@ -2275,13 +2279,13 @@ c. overschrijding van een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid met vi
|
|||
|
||||
**3.** De in het eerste lid bedoelde vordering kan worden gedaan indien door de overtreding de veiligheid op de weg ernstig in gevaar is gebracht.
|
||||
|
||||
**4.** De ingevorderde bewijzen worden tegelijk met het proces-verbaal onverwijld opgezonden aan de officier van justitie. Indien bij het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde onderzoek is gebleken of, bij ontbreken van een dergelijk onderzoek, een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van de bestuurder hoger was dan zevenhonderdvijfentachtig microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, onderscheidenlijk het alcoholgehalte van het bloed van de bestuurder hoger blijkt te zijn dan 1,8 milligram alcohol per milliliter bloed, indien de maximumsnelheid met zeventig kilometer of meer is overschreden, dan wel indien op grond van andere feiten of omstandigheden ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de bestuurder opnieuw een feit als bedoeld in het tweede of derde lid zal begaan, is de officier van justitie bevoegd de ingevorderde bewijzen onder zich te houden, totdat de rechterlijke uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan of, indien bij die uitspraak de bestuurder de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen onvoorwaardelijk is ontzegd, tot het tijdstip waarop de ontzegging ingaat. In het laatste geval levert de officier van justitie, na het bovenbedoelde tijdstip, het rijbewijs of de rijbewijzen in bij degene die dat bewijs of die bewijzen heeft afgegeven.
|
||||
**4.** De ingevorderde bewijzen worden tegelijk met het proces-verbaal onverwijld opgezonden aan de officier van justitie. Indien bij het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde onderzoek is gebleken of, bij ontbreken van een dergelijk onderzoek, een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van de bestuurder hoger was dan zevenhonderdvijfentachtig microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, onderscheidenlijk het alcoholgehalte van het bloed van de bestuurder hoger blijkt te zijn dan 1,8 milligram alcohol per milliliter bloed, indien de maximumsnelheid met zeventig kilometer of meer is overschreden, dan wel indien op grond van andere feiten of omstandigheden ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de bestuurder opnieuw een feit als bedoeld in het tweede of derde lid zal begaan, is de officier van justitie bevoegd de ingevorderde bewijzen onder zich te houden, totdat de rechterlijke uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan of, indien bij die uitspraak de bestuurder de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen onvoorwaardelijk is ontzegd, tot het tijdstip waarop de ontzegging is verstreken.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De officier van justitie is bevoegd de toepassing van de in het vierde lid bedoelde bevoegdheid te schorsen indien:
|
||||
|
||||
a. de geldigheid van de bewijzen ingevolge artikel 131, derde lid, onderdeel *a*, voor alle categorieën van motorrijtuigen waarvoor zij zijn afgegeven, wordt geschorst;
|
||||
a. de geldigheid van de bewijzen ingevolge artikel 131, derde lid, onderdeel a, voor alle categorieën van motorrijtuigen waarvoor zij zijn afgegeven, wordt geschorst;
|
||||
b. de bewijzen ingevolge artikel 124 voor alle categorieën van motorrijtuigen waarvoor zij zijn afgegeven, ongeldig worden verklaard voor een bepaald deel van de geldigheidsduur;
|
||||
c. een rechterlijke uitspraak waarbij de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd, voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2289,7 +2293,7 @@ De schorsing duurt voort zolang de bewijzen ingevolge de onderdelen *a*, *b* en
|
|||
|
||||
**6.** Indien de officier van justitie binnen tien dagen na de dag van invordering niet gebruik maakt van de in het vierde lid bedoelde bevoegdheid, geeft hij de ingevorderde bewijzen onverwijld terug aan de houder. Teruggave vindt eveneens plaats, indien ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de houder in geval van veroordeling geen onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen zal worden opgelegd, dan wel geen onvoorwaardelijke ontzegging van langere duur dan de tijd gedurende welke de bewijzen zijn ingevorderd of ingehouden geweest, of indien het onderzoek van de zaak op de terechtzitting niet binnen zes maanden na de dag van invordering is aangevangen.
|
||||
|
||||
**7.** In geval van toepassing van het eerste lid kan het motorrijtuig, voor zover geen andere bestuurder beschikbaar is of de bestuurder niet aanstonds voldoet aan de vordering, onder toezicht of, voor zover degene die het proces-verbaal opmaakt zulks nodig oordeelt, in bewaring worden gesteld. In het laatste geval zijn de artikelen 170, tweede lid, tweede en derde volzin, vierde en vijfde lid, 171, 172 en 173, eerste lid, van deze wet en de artikelen 5:25, eerste lid, 5:26, 5:29, tweede en derde lid, 5:30, eerste, tweede en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. Teruggave van het motorrijtuig vindt slechts plaats, indien aan de vordering is voldaan.
|
||||
**7.** In geval van toepassing van het eerste lid kan het motorrijtuig, voor zover geen andere bestuurder beschikbaar is of de bestuurder niet aanstonds voldoet aan de vordering, onder toezicht of, voor zover degene die het proces-verbaal opmaakt zulks nodig oordeelt, in bewaring worden gesteld. In het laatste geval zijn de artikelen 170, tweede lid, tweede en derde volzin, vierde en vijfde lid, 171, 172 en 173, eerste lid, van deze wet en de artikelen 5:25, eerste lid, 5:26, 5:29, tweede en derde lid, 5:30, eerste, tweede en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. Teruggave van het motorrijtuig vindt slechts plaats indien aan de vordering is voldaan of indien de officier van justitie zich niet langer tegen de teruggave verzet.
|
||||
|
||||
**8.** In geval van toepassing van het eerste of vierde lid kan elke belanghebbende bij klaagschrift daartegen opkomen. Zolang in de zaak nog geen vervolging is ingesteld, wordt het klaagschrift ingediend ter griffie van de rechtbank in het arrondissement waar het in het eerste lid bedoelde feit werd begaan, en anders ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg waarvoor de vervolging plaatsvindt, dan wel het laatst plaatsvond. Artikel 552a, derde en vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering is verder van overeenkomstige toepassing. De raadkamer van het gerecht geeft zo spoedig mogelijk, na de belanghebbende, desverlangd bijgestaan door diens raadsman, te hebben gehoord, althans opgeroepen, zijn met redenen omklede beslissing, welke onverwijld aan de belanghebbende wordt betekend. Tegen de beslissing kan door het openbaar ministerie binnen veertien dagen daarna en door de belanghebbende binnen veertien dagen na de betekening beroep in cassatie worden ingesteld. De Hoge Raad beslist zo spoedig mogelijk.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue