2016-05-01 | BWBR0002093 | Advocatenwet
This commit is contained in:
parent
4065abfc7c
commit
01e9a7caef
1 changed files with 47 additions and 46 deletions
|
|
@ -103,7 +103,7 @@ De raad van de orde in het arrondissement waarbij het verzoek, bedoeld in artike
|
|||
|
||||
a. de verzoeker niet voldoet aan de in de artikelen 2 en 2a gestelde vereisten voor de inschrijving, dan wel indien hij de in deze artikelen bedoelde verklaringen of documenten niet heeft overgelegd;
|
||||
b. de gegronde vrees bestaat dat de verzoeker als advocaat inbreuk zal maken op de voor advocaten geldende wetten, verordeningen en besluiten of zich anderszins zal schuldig maken aan enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt; of
|
||||
c. de verzoeker op grond van artikel 8c, tweede lid, van het tableau is geschrapt zonder dat alsnog de daar bedoelde verklaring kan worden overgelegd en het verzoek wordt ingediend binnen een door de algemene raad nader te bepalen termijn na de schrapping.
|
||||
c. de verzoeker op grond van artikel 8c, derde lid, van het tableau is geschrapt zonder dat alsnog de daar bedoelde verklaring kan worden overgelegd en het verzoek wordt ingediend binnen een door de algemene raad nader te bepalen termijn na de schrapping.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het verzoek, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, is ingediend door een verzoeker die eerder als advocaat ingeschreven is geweest, kan de raad het verzoek tevens weigeren in behandeling te nemen indien hij van oordeel is dat de verzoeker niet voldoet aan de bij of krachtens verordening gestelde eisen om voor hernieuwde inschrijving in aanmerking te komen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -111,7 +111,7 @@ c. de verzoeker op grond van artikel 8c, tweede lid, van het tableau is geschrap
|
|||
|
||||
**4.** De in artikel 3 bedoelde beëdiging kan plaatsvinden nadat de raad niet binnen de in het derde lid bedoelde termijn heeft besloten tot weigering van het in behandeling nemen van het verzoek, of indien de raad heeft verklaard het verzoek in behandeling te nemen.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens verordening wordt bepaald in hoeverre na schrapping op grond van artikel 8c, tweede lid, nog examen in onderdelen van de opleiding kan worden afgelegd alsmede onder welke voorwaarden dit examen kan worden afgelegd.
|
||||
**5.** Bij of krachtens verordening wordt bepaald in hoeverre na schrapping op grond van artikel 8c, derde lid, nog examen in onderdelen van de opleiding kan worden afgelegd alsmede onder welke voorwaarden dit examen kan worden afgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
@ -169,7 +169,7 @@ d. artikel 8, eerste lid, onder k, voor zover het betreft een onherroepelijke be
|
|||
e. artikel 8, eerste lid, onder k, voor zover het betreft een onherroepelijke beslissing met betrekking tot een maatregel als bedoeld in artikel 48, tweede lid, onder c, en voor zover deze gelijktijdig is opgelegd met een maatregel als bedoeld in artikel 48, tweede lid, onder d of e; en
|
||||
f. artikel 8, eerste lid, onder l, voor zover het betreft een onherroepelijke beslissing met betrekking tot een schorsing of het treffen van een voorziening en voor zolang de opgelegde schorsing of getroffen voorziening van kracht is.
|
||||
|
||||
**3.** De gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder b tot en met e, voor zover deze betrekking hebben op het opleggen van de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk en een gelijktijdig daarmee opgelegde boete, kunnen door anderen dan de in het eerste lid bedoelde personen en instanties niet worden ingezien, indien tien jaren zijn verstreken na het onherroepelijk worden van de beslissing waarop de gegevens betrekking hebben. De raad van discipline of het hof van discipline kan bij zijn beslissing bepalen dat de in de eerste volzin bedoelde termijn wordt verkort, met dien verstande dat de termijn niet korter kan zijn dan de duur van de schorsing.
|
||||
**3.** Met uitzondering van de gegevens die betrekking hebben op het opleggen van de maatregel van de schrapping van het tableau kunnen de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder b tot en met e, door anderen dan de in het eerste lid bedoelde personen en instanties niet worden ingezien, indien tien jaren zijn verstreken na het onherroepelijk worden van de beslissing waarop de gegevens betrekking hebben. De raad van discipline of het hof van discipline kan bij zijn beslissing bepalen dat de in de eerste volzin bedoelde termijn wordt verkort, met dien verstande dat de termijn niet korter kan zijn dan de duur van de schorsing.
|
||||
|
||||
### Artikel 8b
|
||||
|
||||
|
|
@ -185,20 +185,22 @@ e. de datum van de beslissing waarbij de maatregel is opgelegd alsmede de datum
|
|||
|
||||
**1.** Zij die verlangen niet langer op het tableau ingeschreven te staan of enige betrekking verkrijgen waarmee het beroep van advocaat onverenigbaar is, worden op hun aangifte door de secretaris van de algemene raad van het tableau geschrapt. In het laatstbedoelde geval kan eveneens de rechtbank in het arrondissement waarin de advocaat kantoor houdt tot schrapping beslissen op requisitoir van het openbaar ministerie, de raad van de orde in het arrondissement gehoord. Van de beslissing tot schrapping wordt door de griffier van de rechtbank kennisgegeven aan de secretaris van de algemene raad met het oog op de verwerking op het tableau.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** In geval van overlijden wordt de advocaat door de secretaris van de algemene raad van het tableau geschrapt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Van het tableau worden eveneens geschrapt zij die, hetzij onafgebroken, hetzij met onderbrekingen, gedurende een tijdvak van drie jaar voorwaardelijk als advocaat ingeschreven hebben gestaan:
|
||||
|
||||
a. zonder dat de verklaring kan worden overgelegd dat met gunstig gevolg de in artikel 9b bedoelde stage is voltooid; of
|
||||
b. zonder dat het bewijs kan worden overgelegd dat met gunstig gevolg het in artikel 9c bedoelde examen is afgelegd.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het in het tweede lid bedoelde tijdvak is onderbroken en de in het tweede lid, onder a en b, bedoelde bewijzen niet kunnen worden overgelegd, kan betrokkene verzoeken om opnieuw gedurende een tijdvak van drie jaar voorwaardelijk als advocaat te worden ingeschreven. Dit verzoek kan worden ingediend binnen drie jaar na onderbreking van het tijdvak.
|
||||
**4.** Indien het in het derde lid bedoelde tijdvak is onderbroken en de in het derde lid, onder a en b, bedoelde bewijzen niet kunnen worden overgelegd, kan betrokkene verzoeken om opnieuw gedurende een tijdvak van drie jaar voorwaardelijk als advocaat te worden ingeschreven. Dit verzoek kan worden ingediend binnen drie jaar na onderbreking van het tijdvak.
|
||||
|
||||
**4.** Voor voorwaardelijk ingeschreven advocaten die in deeltijd werkzaam zijn, wordt het in het tweede lid bedoelde tijdvak naar evenredigheid verlengd, met dien verstande dat deze verlenging niet meer dan drie jaar kan bedragen. Indien de raad op grond van artikel 9b, tweede lid, de stage heeft verlengd, wordt het in het tweede lid bedoelde tijdvak verlengd met de in de beslissing opgenomen termijn, met dien verstande dat deze verlenging niet meer dan drie jaar kan bedragen.
|
||||
**5.** Voor voorwaardelijk ingeschreven advocaten die in deeltijd werkzaam zijn, wordt het in het derde lid bedoelde tijdvak naar evenredigheid verlengd, met dien verstande dat deze verlenging niet meer dan drie jaar kan bedragen. Indien de raad op grond van artikel 9b, tweede lid, de stage heeft verlengd, wordt het in het derde lid bedoelde tijdvak verlengd met de in de beslissing opgenomen termijn, met dien verstande dat deze verlenging niet meer dan drie jaar kan bedragen.
|
||||
|
||||
**5.** De in het tweede lid bedoelde schrapping geschiedt na kennisgeving door de algemene raad met ingang van een tijdstip dat ten minste twee maanden en ten hoogste zes maanden na de datum van kennisgeving gelegen is. Van de kennisgeving wordt gelijktijdig mededeling gedaan aan de betrokken advocaat, diens patroon, de raad van de orde in het arrondissement waar de advocaat kantoor houdt en aan het openbaar ministerie.
|
||||
**6.** De in het derde lid bedoelde schrapping geschiedt na kennisgeving door de algemene raad met ingang van een tijdstip dat ten minste twee maanden en ten hoogste zes maanden na de datum van kennisgeving gelegen is. Van de kennisgeving wordt gelijktijdig mededeling gedaan aan de betrokken advocaat, diens patroon, de raad van de orde in het arrondissement waar de advocaat kantoor houdt en aan het openbaar ministerie.
|
||||
|
||||
**6.** De secretaris van de algemene raad geeft van de inschrijving of de schrapping binnen acht dagen kennis aan de algemene raad, de raad van de orde in het arrondissement en het college van toezicht.
|
||||
**7.** De secretaris van de algemene raad geeft van de inschrijving of de schrapping binnen acht dagen kennis aan de algemene raad en de raad van de orde in het arrondissement.
|
||||
|
||||
### Artikel 8d
|
||||
|
||||
|
|
@ -243,7 +245,7 @@ Tot het voeren van de titel van advocaat is uitsluitend gerechtigd degene die al
|
|||
|
||||
**1.** Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst of de tuchtrechter aldaar de uitoefening van het beroep van de advocaat die zich krachtens het nationale recht van die lidstaat van de Europese Unie of de desbetreffende staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte dat uitvoering geeft aan artikel 3 van richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat, heeft laten inschrijven, tijdelijk of blijvend heeft ontzegd, beslist de raad van de orde in het arrondissement waar de betrokken advocaat kantoor houdt ambtshalve tot schorsing of schrapping van het tableau, indien er gegronde vrees bestaat dat de betrokkene als advocaat inbreuk zal maken op de voor de advocaten geldende wetten verordeningen en besluiten of zich anderszins zal schuldig maken aan enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. Het besluit treedt in werking zes weken nadat het is bekend gemaakt.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 5 tot en met 7, 8c, zesde lid, en 8f zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De artikelen 5 tot en met 7, 8c, zevende lid, en 8f zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** De secretaris van de algemene raad verwerkt de beslissing van de raad op het tableau, nadat deze onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -551,7 +553,7 @@ c. voor de orden, bestaande uit 3.000 advocaten of meer: acht afgevaardigden en
|
|||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het tweede lid is beslissend het aantal advocaten dat in een arrondissement kantoor houdt op de eerste werkdag vóór de verkiezing als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** De hoedanigheid van afgevaardigde of plaatsvervanger is niet verenigbaar met het lidmaatschap van de raad van de orde in een arrondissement.
|
||||
**4.** De hoedanigheid van afgevaardigde of plaatsvervanger is niet verenigbaar met het lidmaatschap van de raad van de orde in een arrondissement, een dienstverband bij de Nederlandse orde van advocaten of een dienstverband bij een orde in een arrondissement.
|
||||
|
||||
**5.** De plaatsvervangers treden op in volgorde van verkiezing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -591,7 +593,7 @@ De vergadering der Nederlandse orde van advocaten beraadslaagt over onderwerpen,
|
|||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
De algemene raad en de raden van toezicht bevorderen een behoorlijke uitoefening der praktijk en zijn bevoegd tot het nemen van alle maatregelen, die daartoe kunnen bijdragen. Zij komen op voor de rechten en belangen en zien toe op de naleving van de plichten van de advocaten als zodanig en vervullen de taken die hun bij verordeningen zijn opgedragen.
|
||||
De algemene raad en de raden van de orden in de arrondissementen bevorderen een behoorlijke uitoefening der praktijk en zijn bevoegd tot het nemen van alle maatregelen, die daartoe kunnen bijdragen. Zij komen op voor de rechten en belangen en zien toe op de naleving van de plichten van de advocaten als zodanig en vervullen de taken die hun bij verordeningen zijn opgedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
|
|
@ -948,6 +950,8 @@ De advocaten zijn aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of
|
|||
|
||||
**4.** Aanwijzing van een andere raad van discipline overeenkomstig het derde lid vindt ook plaats indien een klacht betrekking heeft op een deken binnen het rechtsgebied van een raad van discipline of afkomstig is van een lid-advocaat, een plaatsvervangend lid-advocaat of de griffier van een raad van discipline.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de klacht is ingediend tegen of betrekking heeft op meerdere advocaten die in verschillende ressorten kantoor houden of indien tussen klachten een zodanige samenhang bestaat dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen, kan het hof van discipline een raad van discipline aanwijzen die de klacht dan wel de klachten behandelt. Het derde lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 46b
|
||||
|
||||
**1.** Elke raad van discipline bestaat uit een voorzitter, ten hoogste dertien plaatsvervangende voorzitters, ten hoogste zestien leden-advocaten en ten hoogste 30 plaatsvervangende leden-advocaten. De voorzitter en plaatsvervangende voorzitters onderscheidenlijk de leden-advocaten en plaatsvervangende leden-advocaten van een raad van discipline zijn van rechtswege plaatsvervangende voorzitters onderscheidenlijk plaatsvervangende leden-advocaten van de overige raden van discipline.
|
||||
|
|
@ -956,7 +960,7 @@ De advocaten zijn aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of
|
|||
|
||||
**3.** De leden-advocaten en de plaatsvervangende leden-advocaten kunnen alleen zijn advocaten die kantoor houden binnen het rechtsgebied van de betrokken raad, die langer dan vijf jaar in Nederland zijn ingeschreven.
|
||||
|
||||
**4.** De leden-advocaten en de plaatsvervangende leden-advocaten worden door het college van afgevaardigden in de in artikel 19, eerste lid, bedoelde vergadering gekozen uit voordrachten van de raden van toezicht, voor de tijd van ten hoogste vier jaren. De verkiezing geschiedt met inachtneming van het streven naar een regionaal verantwoorde samenstelling van de raden van discipline.
|
||||
**4.** De leden-advocaten en de plaatsvervangende leden-advocaten worden door het college van afgevaardigden in de in artikel 19, eerste lid, bedoelde vergadering gekozen uit voordrachten van de raden van de orden in de arrondissementen, voor de tijd van ten hoogste vier jaren. De verkiezing geschiedt met inachtneming van het streven naar een regionaal verantwoorde samenstelling van de raden van discipline.
|
||||
|
||||
**5.** De voorzitter en plaatsvervangend voorzitters zijn na hun aftreden eenmaal terstond herbenoembaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1005,27 +1009,27 @@ b. de procureur-generaal niet verplicht is aan het verzoek, bedoeld in artikel 1
|
|||
|
||||
### Artikel 46d
|
||||
|
||||
**1.** De deken tracht steeds de klachten in der minne te schikken, tenzij deze overeenkomstig artikel 46c, tweede lid onmiddellijk aan de raad van discipline ter kennis wordt gebracht.
|
||||
**1.** De deken tracht steeds de klacht in der minne te schikken, tenzij deze overeenkomstig artikel 46c, tweede lid onmiddellijk aan de raad van discipline ter kennis wordt gebracht.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een minnelijke schikking mogelijk blijkt, wordt deze op schrift gesteld en door de klager, de advocaat tegen wie de klacht is ingediend en de deken ondertekend. Door een aldus vastgestelde minnelijke schikking vervalt de bevoegdheid van de klager om de terkennisbrenging van de klacht aan de raad van discipline te verlangen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien na drie maanden na de indiening van de klacht bij de deken geen minnelijke schikking is bereikt, kan de klager de deken verzoeken de klacht ter kennis van de raad van discipline te brengen. Tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 45g, eerste lid, geeft de deken in dat geval toepassing aan het vierde lid. De deken brengt de klacht steeds ter kennis van de raad van discipline indien geen toepassing wordt gegeven aan artikel 45g, eerste lid, en aannemelijk is dat een minnelijke schikking niet kan worden bereikt of indien naar zijn oordeel de inhoud van de klacht een minnelijke schikking ongewenst of onmogelijk maakt. De deken informeert de klager hierover bij de indiening van de klacht.
|
||||
|
||||
**4.** De klacht wordt door middel van een klaagschrift ingediend. De deken stelt daarvan de betrokken advocaat en de klager schriftelijk op de hoogte. Het klaagschrift kan elektronisch naar de raad van discipline worden gezonden voor zover de raad kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend. De artikelen 2:14 tot en met 2:17 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «bestuursorgaan» wordt gelezen: raad van discipline.
|
||||
**4.** De deken brengt de klacht schriftelijk ter kennis van de raad van discipline en stelt de betrokken advocaat en de klager daarvan schriftelijk op de hoogte. De klacht kan elektronisch naar de raad van discipline worden gezonden voor zover de raad kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend. De artikelen 2:14 tot en met 2:17 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «bestuursorgaan» wordt gelezen: raad van discipline.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het klaagschrift wordt gedagtekend en ondertekend en bevat ten minste:
|
||||
De klacht wordt gedagtekend en ondertekend en bevat ten minste:
|
||||
|
||||
a. de naam en het adres van de klager;
|
||||
b. de naam en het werkadres van de advocaat tegen wie de klacht zich richt, voor zover bekend bij de klager;
|
||||
c. een zo duidelijk mogelijke omschrijving van de klacht en van de feiten waarop deze rust.
|
||||
|
||||
**6.** Tegelijkertijd met het klaagschrift worden alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan de raad van discipline overgelegd.
|
||||
**6.** Tegelijkertijd met de klacht worden alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan de raad van discipline overgelegd.
|
||||
|
||||
**7.** In het klaagschrift wordt vermeld of de klacht voordien is voorgelegd aan de organisatie waarbinnen de advocaat werkzaam is of aan een klachten- of geschilleninstantie waarbij de advocaat of diens organisatie is aangesloten. Indien zulks niet het geval is geweest, wordt indien mogelijk de reden daarvoor in het klaagschrift vermeld. Indien zulks wel het geval is geweest, wordt de uitkomst van de procedure vermeld, zo mogelijk met bijvoeging van de relevante stukken.
|
||||
**7.** In de klacht wordt vermeld of de klacht voordien is voorgelegd aan de organisatie waarbinnen de advocaat werkzaam is of aan een klachten- of geschilleninstantie waarbij de advocaat of diens organisatie is aangesloten. Indien zulks niet het geval is geweest, wordt indien mogelijk de reden daarvoor in de klacht vermeld. Indien zulks wel het geval is geweest, wordt de uitkomst van de procedure vermeld, zo mogelijk met bijvoeging van de relevante stukken.
|
||||
|
||||
**8.** Indien de deken op grond van zijn onderzoek van oordeel is dat de klacht kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht is, deelt hij dat met redenen omkleed mee aan de betrokken advocaat, de klager en de raad van discipline.
|
||||
**8.** Indien de deken op grond van zijn onderzoek van oordeel is dat de klacht kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht is, kan hij dat met redenen omkleed meedelen aan de klager, de betrokken advocaat en de raad van discipline.
|
||||
|
||||
**9.** De raad van discipline kan de klacht ambtshalve aanvullen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1055,9 +1059,9 @@ Indien de deken buiten het geval van een klacht op de hoogte is gebracht van bez
|
|||
|
||||
### Artikel 46fb
|
||||
|
||||
**1.** De griffier van de raad van discipline zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van het klaagschrift, de daarbij gevoegde stukken en eventuele aanvullingen daarop aan de advocaat tegen wie de klacht zich richt en de deken van de orde waartoe de betrokken advocaat behoort.
|
||||
**1.** De griffier van de raad van discipline zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de klacht, de daarbij gevoegde stukken en eventuele aanvullingen daarop aan de advocaat tegen wie de klacht zich richt en de deken van de orde waartoe de betrokken advocaat behoort.
|
||||
|
||||
**2.** Geen afschrift hoeft te worden gezonden aan de deken voor zover het klaagschrift door hem is ingediend, of indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 46i, eerste lid.
|
||||
**2.** Geen afschrift hoeft te worden gezonden aan de deken voor zover de klacht door hem is ingediend, of indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 46i, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 46g
|
||||
|
||||
|
|
@ -1065,16 +1069,16 @@ Indien de deken buiten het geval van een klacht op de hoogte is gebracht van bez
|
|||
|
||||
Een klacht wordt door de voorzitter van de raad van discipline niet-ontvankelijk verklaard:
|
||||
|
||||
a. indien het klaagschrift wordt ingediend na verloop van drie jaren na de dag waarop de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de advocaat waarop de klacht betrekking heeft; of
|
||||
a. indien de klacht wordt ingediend na verloop van drie jaren na de dag waarop de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de advocaat waarop de klacht betrekking heeft; of
|
||||
b. voor zover deze betrekking heeft op een gedraging waarvoor een boete is opgelegd als bedoeld in artikel 45g, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van een na afloop van de in het eerste lid, onder a, bedoelde termijn ingediend klaagschrift blijft niet-ontvankelijk verklaring op grond daarvan achterwege indien de gevolgen van het handelen of nalaten redelijkerwijs pas nadien bekend zijn geworden. In dat geval verloopt de termijn voor het indienen van een klaagschrift een jaar na de datum waarop de gevolgen redelijkerwijs als bekend geworden zijn aan te merken.
|
||||
**2.** Ten aanzien van een na afloop van de in het eerste lid, onder a, bedoelde termijn ingediende klacht blijft niet-ontvankelijk verklaring op grond daarvan achterwege indien de gevolgen van het handelen of nalaten redelijkerwijs pas nadien bekend zijn geworden. In dat geval verloopt de termijn voor het indienen van een klacht een jaar na de datum waarop de gevolgen redelijkerwijs als bekend geworden zijn aan te merken.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een klacht kan niet-ontvankelijk worden verklaard:
|
||||
|
||||
a. indien niet is voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de klacht, mits de klager de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een door de voorzitter van de raad van discipline te bepalen redelijke termijn; of
|
||||
a. indien niet is voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de klacht, mits de klager de gelegenheid heeft gehad het verzuim binnen een redelijke termijn te herstellen; of
|
||||
b. indien de klacht betrekking heeft op de hoogte van een declaratie en een geschil daarover reeds is of kan worden voorgelegd aan een klachten- of geschilleninstantie als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onder b, of waarvoor deze weg heeft open gestaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 46h
|
||||
|
|
@ -1103,7 +1107,7 @@ c. gegrondverklaring van het verzet.
|
|||
|
||||
### Artikel 46i
|
||||
|
||||
**1.** Indien de klacht zich naar het oordeel van de voorzitter van de raad van discipline daartoe leent, en uit het klaagschrift blijkt dat de klacht nog niet is voorgelegd aan een instantie die bevoegd is kennis te nemen van klachten of geschillen op grond van een regeling als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onder b, kan de voorzitter besluiten de klacht in handen te stellen van de bevoegde instantie. Hij doet hiervan schriftelijk mededeling aan de klager, de betrokken advocaat en de deken.
|
||||
**1.** Indien de klacht zich naar het oordeel van de voorzitter van de raad van discipline daartoe leent, en uit de klacht blijkt dat de klacht nog niet is voorgelegd aan een instantie die bevoegd is kennis te nemen van klachten of geschillen op grond van een regeling als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onder b, kan de voorzitter besluiten de klacht in handen te stellen van de bevoegde instantie. Hij doet hiervan schriftelijk mededeling aan de klager, de betrokken advocaat en de deken.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de voorzitter toepassing geeft aan het eerste lid, stelt hij de op de zaak betrekking hebbende stukken in handen van de klachten- of geschilleninstantie. De beslissing schorst de termijn, bedoeld in artikel 46g, eerste lid, onder a. Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1126,7 +1130,7 @@ d. de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
|
|||
|
||||
### Artikel 46k
|
||||
|
||||
**1.** De voorzitter van de raad van discipline kan de betrokken advocaat in de gelegenheid stellen om binnen vier weken na de dag van verzending van het afschrift van het klaagschrift overeenkomstig artikel 46fb, eerste lid, een verweerschrift in te dienen. De griffier van de raad zendt een afschrift van het verweerschrift aan de klager en de deken.
|
||||
**1.** De voorzitter van de raad van discipline kan de betrokken advocaat in de gelegenheid stellen om binnen vier weken na de dag van verzending van het afschrift van de klacht overeenkomstig artikel 46fb, eerste lid, een verweerschrift in te dienen. De griffier van de raad zendt een afschrift van het verweerschrift aan de klager en de deken.
|
||||
|
||||
**2.** Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, kan de voorzitter de klager in de gelegenheid stellen te repliceren binnen vier weken na verzending van een afschrift van het verweerschrift. De griffier zendt een afschrift van het repliek aan de advocaat, alsmede aan de deken, voor zover deze niet de klager is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1136,7 +1140,7 @@ d. de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
|
|||
|
||||
### Artikel 46l
|
||||
|
||||
**1.** Tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 46g of 46i, kan de voorzitter van de raad van discipline, na verzending van een afschrift van het klaagschrift op grond van artikel 46fb, eerste lid, een vooronderzoek gelasten.
|
||||
**1.** Tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 46g, 46i, of 46j, kan de voorzitter van de raad van discipline, na verzending van een afschrift van de klacht op grond van artikel 46fb, eerste lid, een vooronderzoek gelasten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1147,7 +1151,7 @@ b. een plaatsvervangend voorzitter;
|
|||
c. een of meer leden of plaatsvervangende leden van de raad van discipline; of
|
||||
d. de griffier.
|
||||
|
||||
**3.** De voorzitter bepaalt de omvang van het vooronderzoek. Het vooronderzoek kan zich mede uitstrekken tot andere dan de in het klaagschrift vermelde feiten.
|
||||
**3.** De voorzitter bepaalt de omvang van het vooronderzoek. Het vooronderzoek kan zich mede uitstrekken tot andere dan de in de klacht vermelde feiten.
|
||||
|
||||
**4.** De vooronderzoeker kan de voorzitter verzoeken de omvang van het vooronderzoek te wijzigen, binnen de grenzen van de klacht zoals deze op dat moment luidt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1196,7 +1200,7 @@ Indien de klacht wordt ingetrokken, wordt de behandeling daarvan gestaakt, tenzi
|
|||
a. de betrokken advocaat schriftelijk heeft verklaard voortzetting van de behandeling te verlangen, of
|
||||
b. de raad om redenen van algemeen belang beslist dat de behandeling van de klacht wordt voortgezet.
|
||||
|
||||
**3.** De raad neemt een beslissing tot voortzetting van de behandeling van een klacht om redenen van algemeen belang niet dan nadat het de betrokken advocaat en, voor zover hij niet de klager was, de deken de gelegenheid heeft geboden tot het innemen van een standpunt hierin.
|
||||
**3.** De raad neemt een beslissing tot voortzetting van de behandeling van een klacht om redenen van algemeen belang niet dan nadat hij de betrokken advocaat en, voor zover hij niet de klager was, de deken de gelegenheid heeft geboden tot het innemen van een standpunt hierin.
|
||||
|
||||
**4.** Indien om redenen van algemeen belang wordt beslist tot voortzetting van de klacht, kan de raad bepalen dat de deken voor het vervolg van de zaak als klager wordt aangemerkt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1215,13 +1219,13 @@ b. de raad om redenen van algemeen belang beslist dat de behandeling van de klac
|
|||
Het eerste lid is niet van toepassing:
|
||||
|
||||
a. indien over het handelen of nalaten een klacht is ingediend en tevens toepassing wordt gegeven aan artikel 60ab, eerste en tweede lid;
|
||||
b. indien toepassing is gegeven aan artikel 60ab, eerste en tweede lid, en op de voet van artikel 60ab, vierde lid, alsnog een klacht over het betrokken handelen of nalaten wordt ingediend.
|
||||
b. indien toepassing is gegeven aan artikel 60ab, eerste en tweede lid, en op de voet van artikel 60ab, vijfde lid, alsnog een klacht over het betrokken handelen of nalaten wordt ingediend.
|
||||
|
||||
**3.** Indien toepassing is gegeven aan artikel 60ab en nadien de klacht gegrond wordt verklaard, wordt bij het bepalen van de maatregel als bedoeld in artikel 48, tweede lid, rekening gehouden met de reeds opgelegde schorsing in de uitoefening van de praktijk of voorlopige voorziening met betrekking tot de praktijkuitoefening.
|
||||
|
||||
### Artikel 47c
|
||||
|
||||
**1.** Indien aan een advocaat een maatregel als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onderdelen d of e, is opgelegd dan wel op grond van artikel 60ab, eerste lid, is geschorst in de uitoefening van de praktijk of tegen hem een voorlopige voorziening met betrekking tot de praktijkuitoefening is getroffen, blijft betrokkene onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten gedurende de tijd dat hij werkzaam was in de uitoefening van het beroep.
|
||||
**1.** Indien aan een advocaat een maatregel als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onderdelen d of e, is opgelegd dan wel op grond van artikel 60ab, eerste lid, of 60b, eerste lid, is geschorst in de uitoefening van de praktijk of tegen hem een voorlopige voorziening met betrekking tot de praktijkuitoefening is getroffen, blijft betrokkene onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten gedurende de tijd dat hij werkzaam was in de uitoefening van het beroep.
|
||||
|
||||
**2.** Advocaten die niet meer als zodanig zijn ingeschreven overeenkomstig artikel 1, eerste lid, blijven onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten gedurende de tijd dat zij ingeschreven waren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1335,19 +1339,16 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De griffier van de raad van discipline zendt van de beslissingen van de raad bij aangetekende brief onverwijld afschrift:
|
||||
|
||||
a. aan de betrokken advocaat;
|
||||
b. aan de klager;
|
||||
c. aan de deken van de Nederlandse orde van advocaten;
|
||||
d. aan de deken van de orde waartoe de betrokken advocaat behoort;
|
||||
e. aan het college van toezicht;
|
||||
f. indien de beslissing werd gegeven krachtens een verwijzing als bedoeld in het derde lid van artikel 46a, aan de raad van discipline der orde waarvan de betrokken advocaat deel uitmaakt;
|
||||
g. indien de betrokken advocaat is ingeschreven bij de raad voor rechtsbijstand en aan hem een maatregel als bedoeld in artikel 48, tweede lid, is opgelegd en de beslissing waarbij de maatregel is opgelegd in kracht van gewijsde is gegaan dan wel de raad van discipline toezending nodig acht: aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand.
|
||||
|
||||
**2.** Indien werd beslist naar aanleiding van een klacht als bedoeld in artikel 46c, eerste lid, wordt ook aan de klager bij aangetekende brief een afschrift van de beslissing gezonden.
|
||||
c. aan de deken van de algemene raad;
|
||||
d. aan de secretaris van de algemene raad;
|
||||
e. aan de deken van de orde waartoe de betrokken advocaat behoort;
|
||||
f. aan het college van toezicht;
|
||||
g. indien de beslissing werd gegeven krachtens een verwijzing als bedoeld in artikel 46a, derde lid, of een aanwijzing als bedoeld in artikel 46a, vijfde lid, aan de raad van discipline der orde waarvan de betrokken advocaat deel uitmaakt;
|
||||
h. indien de betrokken advocaat is ingeschreven bij de raad voor rechtsbijstand en aan hem een maatregel als bedoeld in artikel 48, tweede lid, is opgelegd en de beslissing waarbij de maatregel is opgelegd in kracht van gewijsde is gegaan dan wel de raad van discipline toezending nodig acht: aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand.
|
||||
|
||||
### Artikel 50a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1414,7 +1415,7 @@ a. de klager die ingevolge artikel 46c, eerste lid, de klacht heeft ingediend di
|
|||
b. de deken;
|
||||
c. de advocaat jegens wie de beslissing is genomen.
|
||||
|
||||
**2.** Van alle beslissingen van de raad van discipline kan voorts binnen dezelfde termijn hoger beroep worden ingesteld door de deken der Nederlandse orde van advocaten. Hij kan zich vooraf de stukken doen overleggen. Hij kan bij de uitoefening van deze bevoegdheden zich door een lid van de algemene raad doen vervangen.
|
||||
**2.** Van alle beslissingen van de raad van discipline kan voorts binnen dezelfde termijn hoger beroep worden ingesteld door de deken van de algemene raad. Hij kan zich vooraf de stukken doen overleggen. Hij kan bij de uitoefening van deze bevoegdheden zich door een lid van de algemene raad doen vervangen.
|
||||
|
||||
**3.** Het beroep wordt ingesteld bij met redenen omklede memorie, in zevenvoud in te dienen bij de griffier van het hof van discipline en vergezeld van zes afschriften van de beslissing waarvan beroep. De griffier geeft van de instelling van het beroep onverwijld kennis aan de raad van discipline die de beslissing in eerste aanleg heeft genomen en, voorzover het hoger beroep niet door hem is ingesteld, aan de deken van de orde waartoe de betrokken advocaat behoort, aan het college van toezicht, aan de betrokken advocaat en aan de klager. Op verzoek van het hof van discipline legt de deken een verklaring over waaruit blijkt of tegen de advocaat, tegen wie de klacht is ingediend, eerder tuchtrechtelijke klachten zijn ingediend. Indien de advocaat eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld, vermeldt de verklaring tevens de maatregel die is opgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1428,7 +1429,7 @@ c. de advocaat jegens wie de beslissing is genomen.
|
|||
|
||||
**1.** De voorzitter van het hof van discipline kan kennelijk niet-ontvankelijke en kennelijk ongegronde beroepen, alsmede beroepen die naar zijn oordeel niet zullen leiden tot een andere beslissing dan die van de raad van discipline, binnen dertig dagen nadat zij zijn ingesteld, bij met redenen omklede beslissing afwijzen.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 50, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat ook een afschrift van de beslissing wordt gezonden aan de deken van de algemene raad.
|
||||
**2.** Artikel 50 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** De voorzitter kan zich bij de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden doen vervangen door een plaatsvervangend voorzitter, lid van de rechterlijke macht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1461,7 +1462,7 @@ b. aan de deken van de algemene raad;
|
|||
c. aan de raad van discipline die de zaak in eerste aanleg heeft behandeld;
|
||||
d. aan de deken van de orde waartoe de betrokken advocaat behoort;
|
||||
e. aan het college van toezicht;
|
||||
f. indien de beslissing in eerste aanleg werd gegeven krachtens een verwijzing als bedoeld in het derde lid van artikel 46a, aan de voorzitter van de raad van discipline, waartoe de betrokken advocaat behoort;
|
||||
f. indien de beslissing in eerste aanleg werd gegeven krachtens een verwijzing als bedoeld in artikel 46a, derde lid, of een aanwijzing als bedoeld in artikel 46a, vijfde lid, aan de voorzitter van de raad van discipline, waartoe de betrokken advocaat behoort;
|
||||
g. indien aan de betrokken advocaat die is ingeschreven bij de raad voor rechtsbijstand, een maatregel als bedoeld in artikel 48, tweede lid, is opgelegd dan wel het hof van discipline toezending nodig acht, aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand;
|
||||
h. aan de klager.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1469,7 +1470,7 @@ h. aan de klager.
|
|||
|
||||
**1.** De maatregelen van schorsing in de uitoefening van de praktijk en van schrapping van het tableau worden, zodra de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, door de griffier van de raad van discipline medegedeeld aan de secretaris van de algemene raad met het oog op de verwerking op het tableau.
|
||||
|
||||
**2.** De deken van de orde waartoe de betrokken advocaat behoort dan wel, indien de betrokken advocaat de deken is, het college van toezicht draagt zorg voor de openbaarmaking als bedoeld in artikel 48, vijfde lid.
|
||||
**2.** De deken van de orde waartoe de betrokken advocaat behoort dan wel, indien de betrokken advocaat de deken is, het in artikel 23, eerste lid, bedoelde lid van de raad van de orde draagt zorg voor de openbaarmaking als bedoeld in artikel 48, vijfde lid.
|
||||
|
||||
**3.** In geval van toepassing van de artikelen 48a tot en met 48g geschieden de mededeling, bedoeld in het eerste lid, en de openbaarmaking, bedoeld in het tweede lid, niet dan nadat last tot tenuitvoerlegging van de beslissing of het betrokken deel daarvan is gegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1498,7 +1499,7 @@ e. ontzegging van de bevoegdheid in Nederland de in artikel 16b bedoelde werkzaa
|
|||
|
||||
### Artikel 60aa
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 46 tot en met 46d, 46g tot en met 48 en 48b tot en met 60 alsmede de artikelen 60b tot en met 60g zijn van overeenkomstige toepassing op de advocaten die hun werkzaamheden uitoefenen onder hun oorspronkelijke beroepstitel als bedoeld in artikel 16h.
|
||||
**1.** De artikelen 46 tot en met 46f, 46fb tot en met 60 alsmede de artikelen 60b tot en met 60g zijn van overeenkomstige toepassing op de advocaten die hun werkzaamheden uitoefenen onder hun oorspronkelijke beroepstitel als bedoeld in artikel 16h.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 48, tweede lid, onderdeel d, kan als maatregel worden opgelegd de schorsing gedurende ten hoogste één jaar in de bevoegdheid om in Nederland de in artikel 16h bedoelde werkzaamheden uit te oefenen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1566,7 +1567,7 @@ Zodra de beslissing van de raad van discipline op een door de deken ter kennis v
|
|||
|
||||
**2.** Op de behandeling van de zaak zijn de artikelen 47 en 49, tweede tot en met tiende lid, van overeenkomstige toepassing. De behandeling geschiedt met gesloten deuren, tenzij de betrokken advocaat behandeling in een openbare zitting wenst.
|
||||
|
||||
**3.** Op de verzending van een afschrift van de beslissingen van de raad van discipline, bedoeld in het eerste lid, is artikel 50, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Bovendien zendt de griffier van de raad van discipline bij aangetekende brief onverwijld afschrift van de beslissing inzake de schorsing van de betrokken advocaat, bedoeld in het eerste lid, aan de secretaris van de algemene raad met het oog op de verwerking op het tableau, en indien de betrokken advocaat is ingeschreven bij de raad voor rechtsbijstand, aan het bestuur van de raad.
|
||||
**3.** Op de verzending van een afschrift van de beslissingen van de raad van discipline, bedoeld in het eerste lid, is artikel 50 van overeenkomstige toepassing. Bovendien zendt de griffier van de raad van discipline bij aangetekende brief onverwijld afschrift van de beslissing inzake de schorsing van de betrokken advocaat, bedoeld in het eerste lid, aan de secretaris van de algemene raad met het oog op de verwerking op het tableau, en indien de betrokken advocaat is ingeschreven bij de raad voor rechtsbijstand, aan het bestuur van de raad.
|
||||
|
||||
**4.** Zowel de advocaat als degene die het in het eerste lid bedoelde verzoek heeft gedaan kan gedurende dertig dagen na verzending van een afschrift van de beslissing tegen de beslissing, bedoeld in het eerste lid, hoger beroep instellen bij het hof van discipline. De tweede zin van het tweede lid is van toepassing. Op de behandeling van de zaak zijn de artikelen 55, 56, tweede, derde, vierde en zesde lid van toepassing. Artikel 57 met uitzondering van de verwijzing in het tweede lid naar artikel 47a en het eerste lid van artikel 48 en met uitzondering van het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing. Artikel 58, eerste lid, onder a tot en met g, is van toepassing met dien verstande dat de griffier van het hof van discipline aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand bij welke de advocaat is ingeschreven uitsluitend een afschrift van de beslissing inzake de schorsing zendt. Met het oog op de verwerking op het tableau ontvangt de secretaris van de algemene raad eveneens een afschrift van de beslissing van het hof inzake de schorsing van de betrokken advocaat. Het hoger beroep schorst niet de werking van de beslissing waartegen het is gericht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1582,7 +1583,7 @@ Zodra de beslissing van de raad van discipline op een door de deken ter kennis v
|
|||
|
||||
**1.** De deken kan de voorzitter van de raad van discipline schriftelijk verzoeken tot het instellen van een onderzoek naar de toestand waarin de praktijk van een advocaat zich bevindt, indien hij aanwijzingen heeft dat een situatie als bedoeld in artikel 60b, eerste lid, zich voordoet. Het verzoekschrift bevat de gronden waarop het berust.
|
||||
|
||||
**2.** Bevoegd tot het indienen van een verzoekschrift is de deken van de orde waartoe de advocaat behoort. Indien de betrokken advocaat de deken is, is het in artikel 23, eerste lid, bedoelde lid van de raad van toezicht bevoegd. Bevoegd tot kennisneming is de voorzitter van de raad van discipline binnen wiens ressort de betrokken advocaat kantoor houdt. De voorzitter kan zich bij de uitoefening van zijn bevoegdheid door één van de plaatsvervangende voorzitters doen vervangen.
|
||||
**2.** Bevoegd tot het indienen van een verzoekschrift is de deken van de orde waartoe de advocaat behoort. Indien de betrokken advocaat de deken is, is het in artikel 23, eerste lid, bedoelde lid van de raad van de orde bevoegd. Bevoegd tot kennisneming is de voorzitter van de raad van discipline binnen wiens ressort de betrokken advocaat kantoor houdt. De voorzitter kan zich bij de uitoefening van zijn bevoegdheid door één van de plaatsvervangende voorzitters doen vervangen.
|
||||
|
||||
**3.** De voorzitter beslist op het verzoek als bedoeld in het eerste lid zo spoedig mogelijk na verhoor of behoorlijke oproeping van de deken en de betrokken advocaat. De behandeling geschiedt ter zitting met gesloten deuren, tenzij de betrokken advocaat behandeling in een openbare zitting wenst.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue