2017-12-16 | BWBR0004045 | Werkloosheidswet

This commit is contained in:
Coornhert 2017-12-16 12:00:00 +00:00
parent e28d314421
commit 01f54dfca6

View file

@ -523,7 +523,7 @@ c. met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarin de werknemer niet me
### Artikel 21
**1.** Indien het recht op uitkering op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel a of c, is geëindigd en vervolgens de omstandigheid die tot dat eindigen heeft geleid heeft opgehouden te bestaan, herleeft het recht op uitkering met inachtneming van het tweede lid, de in artikel 8 en het derde lid genoemde termijnen en de op grond van het vierde lid gestelde regels.
**1.** Indien het recht op uitkering op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel a of c, is geëindigd en vervolgens de omstandigheid die tot dat eindigen heeft geleid heeft opgehouden te bestaan, herleeft het recht op uitkering met inachtneming van het tweede lid, de in artikel 8 en het derde lid genoemde termijnen, het vierde lid en de op grond van het vijfde lid gestelde regels.
**2.**
@ -536,9 +536,11 @@ b. een recht op uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermog
Een recht op uitkering dat is geëindigd:
a. wegens een omstandigheid als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel e, g, h, k of n; of
b. op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel c, als gevolg van het minder beschikbaar zijn voor arbeid dan zijn gemiddeld aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, tweede lid, wegens andere omstandigheden dan ziekte of arbeidsongeschiktheid of het volgen van scholing of opleiding, terzake waarvan de werknemer een uitkering ontvangt als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdelen a, b, c of d; of
c. wegens een combinatie van de hier bedoelde omstandigheden, kan, ook indien deze omstandigheden zich aaneensluitend voordoen, slechts herleven indien de periode tussen de eindiging van het recht en het vervallen van de omstandigheid of omstandigheden als hier bedoeld niet langer is dan zes maanden.
a. wegens een omstandigheid als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel e, g, h, k of n;
b. op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel c, als gevolg van het minder beschikbaar zijn voor arbeid dan zijn gemiddeld aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, tweede lid, wegens andere omstandigheden dan ziekte of arbeidsongeschiktheid of het volgen van scholing of opleiding, terzake waarvan de werknemer een uitkering ontvangt als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdelen a, b, c of d;
c. wegens een combinatie van de hier bedoelde omstandigheden;
kan, ook indien deze omstandigheden zich aaneensluitend voordoen, slechts herleven indien de periode tussen de eindiging van het recht en het vervallen van de omstandigheid of omstandigheden als hier bedoeld niet langer is dan zes maanden.
**4.** Een recht op uitkering dat is geëindigd op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel c, doordat inkomen wordt genoten dat uitsluitend in verband met het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in artikel 8, vierde lid, meer bedraagt dan 87,5% van het maandloon kan slechts herleven, indien de periode tussen de eindiging van het recht en het vervallen van de omstandigheid als hier bedoeld niet langer is dan de resterende uitkeringsduur bij de eindiging van het recht.
@ -1004,7 +1006,7 @@ b. dagen waarover een persoon een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III
**2.** Voor de toepassing van artikel 42 worden niet reeds in aanmerking genomen kalenderjaren waarin een persoon recht heeft op kinderbijslag op grond van artikel 7 van de Algemene Kinderbijslagwet of een andere gezinsbijslag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel j, van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166) voor een tot zijn huishouden behorend kind dat bij de aanvang van dat kalenderjaar de leeftijd van vijf jaar niet heeft bereikt, voor de helft gelijkgesteld met kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen, respectievelijk over 208 of meer uren loon is ontvangen. De in de eerste zin bedoelde persoon wordt aangemerkt als verzorgend persoon.
**3.** Voor de toepassing van artikel 42 worden niet reeds in aanmerking genomen kalenderjaren vanaf en met in begrip van een bij ministeriële regeling nader te bepalen kalenderjaar, waarin een persoon inkomsten ontvangt voor het verlenen van zorg op grond van een regeling voor persoonsgebonden budget, die is gegrond op artikel 3.3.3 van de Wet langdurige zorg dan wel voor het verlenen van ondersteuning ten laste van een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 2.3.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, voor de helft gelijkgesteld met kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen, respectievelijk over 208 of meer uren loon is ontvangen, tenzij hij deze inkomsten ontvangt uit arbeid als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e. De eerste zin is uitsluitend van toepassing indien de in de eerste zin bedoelde persoon aantoont dat deze zorgverlening aan deze voorwaarden voldoet of heeft voldaan. Die persoon wordt aangemerkt als verzorgend persoon. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van dit lid.
**3.** Voor de toepassing van artikel 42 worden niet reeds in aanmerking genomen kalenderjaren vanaf en met in begrip van een bij ministeriële regeling nader te bepalen kalenderjaar, waarin een persoon inkomsten ontvangt voor het verlenen van zorg op grond van een regeling voor persoonsgebonden budget, die is gegrond op artikel 3.3.3 van de Wet langdurige zorg dan wel voor het verlenen van ondersteuning ten laste van een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 2.3.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, voor de helft gelijkgesteld met kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen, respectievelijk over 208 of meer uren loon is ontvangen, tenzij de zorg of ondersteuning wordt verleend als zelfstandige. De eerste zin is uitsluitend van toepassing indien de in de eerste zin bedoelde persoon aantoont dat deze zorgverlening aan deze voorwaarden voldoet of heeft voldaan. Die persoon wordt aangemerkt als verzorgend persoon. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van dit lid.
**4.** Het tweede en derde lid vinden geen toepassing indien de verzorgende persoon in een kalenderjaar voor een periode langer dan een half jaar als werknemer in de zin van een wettelijke regeling inzake werkloosheid recht heeft op een uitkering ter zake van werkloosheid of op de loongerelateerde uitkering op grond van hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
@ -1167,7 +1169,7 @@ c. die Nederlander is en die is uitgezonden om, in of buiten Nederland, werkzaam
d. die in Nederland woont, en buiten Nederland een dienstbetrekking vervult; of
e. die Nederlander is en buiten Nederland werkzaamheden verricht die worden bekostigd door het Rijk en die tevens in opdracht van het Rijk worden verricht in het kader van een wettelijke taakomschrijving of ter uitvoering van een internationaal verdrag dan wel een daarmee gelijk te stellen overeenkomst of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie.
**2.** Het UWV laat, op zijn verzoek, tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering toe de persoon, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, wiens arbeidsverhouding op grond van artikel 6, onderdeel c, niet als dienstbetrekking wordt beschouwd.
**2.** Het UWV laat, op zijn verzoek, tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering toe de persoon, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, wiens arbeidsverhouding op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel c, niet als dienstbetrekking wordt beschouwd.
**3.** Voorafgaand aan het vervullen van een dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dient de persoon gedurende een aaneengesloten periode van tenminste één jaar de hoedanigheid van werknemer te bezitten.
@ -1935,7 +1937,7 @@ b. is artikel 35ab niet van toepassing.
### Artikel 130bb
**1.** Deze wet en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voor de datum waarop artikel XXVI, onderdeel S, van de Wet werk en zekerheid inwerking is getreden, blijven van toepassing op een recht op uitkering op grond van artikel 18 dat is ontstaan voor de inwerkingtreding van artikel XXVI, onderdeel C, van de Wet werk en zekerheid. In afwijking van de eerste volzin blijft artikel 6, eerste lid, van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen, zoals dat luidde op de dag voor de datum waarop artikel XXVI, onderdeel S, van de Wet werk en zekerheid in werking is getreden, van toepassing, met dien verstande dat voor de dagloonvaststelling van een werknemer die in een aangiftetijdvak geen of minder loon heeft genoten omdat hij de bedongen arbeid niet heeft verricht wegens ziekte, in aanmerking genomen wordt het loon in het aangiftetijdvak waarin die ziekte heeft plaatsgevonden.
**1.** Deze wet en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voor de datum waarop artikel XXVI, onderdeel S, van de Wet werk en zekerheid inwerking is getreden, blijven van toepassing op een recht op uitkering op grond van artikel 18 dat is ontstaan voor de inwerkingtreding van artikel XXVI, onderdeel C, van de Wet werk en zekerheid.
**2.** Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
@ -1947,7 +1949,7 @@ b. is artikel 35ab niet van toepassing.
### Artikel 130dd
**1.** Deze wet en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voor de datum waarop artikel XXVI, onderdeel S, van de Wet werk en zekerheid in werking is getreden, blijven van toepassing op een uitkering ontstaan voor inwerkingtreding van artikel XXVI, onderdeel C, van de Wet werk en zekerheid indien de werkloosheid is ingetreden in verband met het verlenen van een ontheffing van het verbod de werktijd te verkorten krachtens artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 en als gevolg daarvan een uitkering wordt ontvangen op grond van hoofdstuk II van deze wet. In afwijking van de eerste volzin blijft artikel 6, eerste lid, van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen, zoals dat luidde op de dag voor de datum waarop artikel XXVI, onderdeel S, van de Wet werk en zekerheid in werking is getreden, van toepassing, met dien verstande dat voor de dagloonvaststelling van een werknemer die in een aangiftetijdvak geen of minder loon heeft genoten omdat hij de bedongen arbeid niet heeft verricht wegens ziekte, in aanmerking genomen wordt het loon in het aangiftetijdvak waarin die ziekte heeft plaatsgevonden.
**1.** Deze wet en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voor de datum waarop artikel XXVI, onderdeel S, van de Wet werk en zekerheid in werking is getreden, blijven van toepassing op een uitkering ontstaan voor inwerkingtreding van artikel XXVI, onderdeel C, van de Wet werk en zekerheid indien de werkloosheid is ingetreden in verband met het verlenen van een ontheffing van het verbod de werktijd te verkorten krachtens artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 en als gevolg daarvan een uitkering wordt ontvangen op grond van hoofdstuk II van deze wet.
**2.** Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.