2009-03-27 | BWBR0022735 | Besluit stimulering duurzame energieproductie
This commit is contained in:
parent
a7def119ba
commit
021fd23519
1 changed files with 130 additions and 64 deletions
|
|
@ -30,7 +30,9 @@ i. producent: een ieder die een productie-installatie in stand houdt;
|
|||
j. elektriciteitsnet: een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998 en een elektriciteitsnet dat is gelegen binnen de Nederlandse exclusieve economische zone dat is verbonden met een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998;
|
||||
k. gasnet: een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet;
|
||||
l. garantie van oorsprong: een garantie van oorsprong voor als bedoeld in artikel 1, onderdeel x, van de Elektriciteitswet 1998;
|
||||
m. certificaat voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling: een certificaat als bedoeld in artikel 31, negende lid, onderdeel c, van de Elektriciteitswet 1998.
|
||||
m. certificaat voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling: een certificaat als bedoeld in artikel 31, negende lid, onderdeel c, van de Elektriciteitswet 1998;
|
||||
n. gebundelde aanvraag: de bundeling van maximaal 250 aanvragen om subsidieverlening voor productie-installaties die behoren tot dezelfde categorie productie-installaties in één aanvraag om subsidieverlening;
|
||||
o. productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee: een productie-installatie die is opgericht op een afstand van meer dan één kilometer zeewaarts van de laagwaterlijn, bedoeld in de artikelen 1, tweede lid, en 2, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee en die niet is gelegen binnen een gemeentelijke grens, waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd met behulp van windenergie.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen andere hernieuwbare energiebronnen dan genoemd in het eerste lid, onderdeel a, worden aangewezen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -52,8 +54,9 @@ Geen subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt verstrekt indien voor dezelfde prod
|
|||
|
||||
a. subsidie wordt gevraagd op basis van zowel artikel 2, onderdeel a, als artikel 2, onderdeel c;
|
||||
b. de productie-installatie ingrijpend wordt uitgebreid of geheel wordt vervangen;
|
||||
c. het een productie-installatie betreft die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties en die ingrijpend wordt gerenoveerd;
|
||||
d. het een productie-installatie betreft die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd door middel van biomassa of waarmee elektriciteit wordt opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling.
|
||||
c. het een productie-installatie betreft die ingrijpend wordt gerenoveerd en behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie te renoveren productie-installaties;
|
||||
d. het een productie-installatie betreft die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd door middel van biomassa of waarmee elektriciteit wordt opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling;
|
||||
e. er op de datum van de aanvraag van subsidie op grond van dit besluit geen voorschotten op grond van artikel 72w van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat luidde op 31 december 2006 zijn verstrekt en de periode waarover op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat luidde op 31 december 2006 subsidie is verstrekt, is aangevangen op 31 december 2007.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -61,7 +64,7 @@ Geen subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt verstrekt indien voor dezelfde prod
|
|||
|
||||
a. subsidie wordt gevraagd op basis van zowel artikel 2, onderdeel a, als artikel 2, onderdeel c;
|
||||
b. de productie-installatie ingrijpend wordt uitgebreid of geheel wordt vervangen;
|
||||
c. het een productie-installatie betreft die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties en die ingrijpend wordt gerenoveerd.
|
||||
c. het een productie-installatie betreft die ingrijpend wordt gerenoveerd en behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie te renoveren productie-installaties.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -69,8 +72,10 @@ Geen subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt verstrekt indien voor dezelfde prod
|
|||
|
||||
a. subsidie wordt gevraagd op basis van zowel artikel 2, onderdeel a, als artikel 2, onderdeel c;
|
||||
b. de productie-installatie ingrijpend wordt uitgebreid of geheel wordt vervangen;
|
||||
c. het een productie-installatie betreft die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties die ingrijpend wordt gerenoveerd;
|
||||
d. het een productie-installatie betreft waarvoor reeds eerder subsidie op grond van dit besluit is verstrekt voor een of meer periodes van een bij ministeriële regeling te bepalen duur.
|
||||
c. het een productie-installatie betreft die ingrijpend wordt gerenoveerd en behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie te renoveren productie-installaties;
|
||||
d. het een productie-installatie betreft waarvoor reeds eerder subsidie op grond van dit besluit is verstrekt voor een of meer periodes van een bij ministeriële regeling te bepalen duur;
|
||||
e. de productie-installatie niet in gebruik is genomen, er tenminste vijf jaren zijn verstreken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening en die beschikking door Onze Minister is ingetrokken;
|
||||
f. het een productie-installatie betreft die behoort tot een op grond van artikel 15, vierde lid, of artikel 23, vierde lid, aangewezen categorie productie-installaties en die beschikking door Onze Minister is ingetrokken.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -83,7 +88,9 @@ d. het een bestaande productie-installatie voor warmtekrachtkoppeling betreft di
|
|||
|
||||
**5.** Geen subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt verstrekt indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, tenzij het een productie-installatie betreft die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het tweede tot en met het vijfde lid.
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het tweede tot en met het vijfde lid en het zevende lid.
|
||||
|
||||
**7.** Geen subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt verstrekt indien de productie-installatie hernieuwbare elektriciteit opwekt uit een hernieuwbare energiebron die geheel of gedeeltelijk bestaat uit hernieuwbaar gas dat afkomstig is uit een of meerdere productie-installaties waaraan op grond van dit besluit subsidie is verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -95,11 +102,9 @@ Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdee
|
|||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** De periode waarover subsidie wordt verstrekt vangt aan op het in de beschikking tot subsidieverlening aangegeven tijdstip van ingebruikname van de productie-installatie, met dien verstande dat de periode waarover subsidie wordt verstrekt niet later aanvangt dan drie jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.
|
||||
**1.** De periode waarover subsidie wordt verstrekt vangt aan op het door de subsidie-ontvanger in zijn aanvraag aangegeven en in de beschikking tot subsidieverlening overgenomen tijdstip, met dien verstande dat de periode waarover subsidie wordt verstrekt niet later aanvangt dan vijf jaar, of indien op grond van artikel 61, eerste lid, bij ministeriële regeling een kortere termijn wordt vastgesteld waarbinnen de productie-installatie in gebruik moet worden genomen, de in die regeling vastgestelde termijn, na de datum van de beschikking tot subsidieverlening. Indien Onze Minister op grond van artikel 62, derde lid, ontheffing aan de subsidie-ontvanger heeft verleend voor het vertragen van het projectplan, vangt de periode waarover subsidie wordt verstrekt aan op de in de ontheffing opgenomen datum.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger voorafgaand aan de periode waarover subsidie wordt verstekt, het tijdstip van aanvang van de periode waarover subsidie wordt verstrekt eenmaal wijzigen met dien verstande dat dit tijdstip niet later wordt vastgesteld dan een jaar na het oorspronkelijke tijdstip van aanvang.
|
||||
|
||||
**3.** Indien met toepassing van artikel 3 subsidie wordt verstrekt zijn voor het vaststellen van de periode waarover subsidie wordt verstrekt het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder ingebruikname van de productie-installatie wordt verstaan de ingebruikname van de ingrijpend uitgebreide, de geheel vervangen of de ingrijpend gerenoveerde productie-installatie dan wel het moment waarop voor het eerst gebruik wordt gemaakt van hernieuwbare energiebronnen of de warmte voor het eerst nuttig wordt gebruikt.
|
||||
**2.** Onze Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger voorafgaand aan de periode waarover subsidie wordt verstrekt, het tijdstip van aanvang van de periode waarover subsidie wordt verstrekt eenmaal wijzigen met dien verstande dat dit tijdstip niet later wordt vastgesteld dan een jaar na het oorspronkelijke tijdstip van aanvang.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
@ -123,7 +128,7 @@ De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 8, tweede lid, w
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit. Daarbij wordt per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond vastgesteld.
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen perioden worden vastgesteld waarbinnen de aanvragen ontvangen moeten zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -143,7 +148,11 @@ c. het rendement van de productie-installatie.
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het basisbedrag, bedoeld in artikel 14 en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in artikel 16, een basiselektriciteitsprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties.
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het basisbedrag, bedoeld in artikel 14 en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in artikel 16, een basiselektriciteitsprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties.
|
||||
|
||||
**2.** Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basiselektriciteitsprijzen gelden die gerelateerd zijn aan de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt.
|
||||
|
||||
**3.** De hoogte van de basiselektriciteitsprijs bedraagt tweederde van de lange termijn elektriciteitsprijs. Indien hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt uit wind, wordt de basiselektriciteitsprijs vermenigvuldigd met de factor 1,25.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
|
|
@ -159,17 +168,21 @@ a. de elektriciteitsprijs of, indien de elektriciteitsprijs lager is dan de in a
|
|||
b. de waarde van garanties van oorsprong;
|
||||
c. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare elektriciteit en de relevante gemiddelde marktprijs van elektriciteit en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
|
||||
|
||||
**2.** In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het basisbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh in verband met de opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.
|
||||
**2.** De elektriciteitsprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor elektriciteit, verminderd met de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en met de onbalanskosten.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en tweede lid bedoelde correcties voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
|
||||
**3.** Indien elektriciteit wordt opgewekt uit wind, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid vermenigvuldigd met de factor 1,25.
|
||||
|
||||
**4.** Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en tweede lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
|
||||
**4.** In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het basisbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh in verband met de opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende bedrag vaststellen.
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties en de in het tweede lid bedoelde profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van artikel 12 verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld.
|
||||
|
||||
**6.** Indien een productie-installatie ingrijpend wordt gerenoveerd, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende bedrag vaststellen.
|
||||
**6.** Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van artikel 12 verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 oktober tot en met 30 september voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd en voor de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten de waarden die op grond van het vierde lid zijn vastgesteld. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.
|
||||
|
||||
**7.** Indien het ingevolge het eerste, tweede, vijfde of zesde lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
|
||||
**7.** Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende bedrag vaststellen.
|
||||
|
||||
**8.** Indien een productie-installatie ingrijpend wordt gerenoveerd, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende bedrag vaststellen.
|
||||
|
||||
**9.** Indien het ingevolge het eerste, vierde, zevende of achtste lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
|
|
@ -187,6 +200,8 @@ b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van
|
|||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid, voor een categorie van productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een subsidie-ontvanger hernieuwbare elektriciteit opwekt met een bij ministeriële regeling aangewezen productie-installatie, wordt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering, bedoeld in artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op de eigen installatie heeft ingevoed.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
|
||||
|
|
@ -199,11 +214,11 @@ De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 8, tweede lid, w
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit voor in de bij die regeling vastgestelde periode ontvangen aanvragen. Daarbij wordt per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond vastgesteld.
|
||||
Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een tenderbedrag per kWh opgegeven.
|
||||
**1.** Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een tenderbedrag per kWh opgegeven. Bij een gebundelde aanvraag is het door de producent opgegeven tenderbedrag van toepassing op alle aanvragen die deel uitmaken van de gebundelde aanvraag.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een maximum tenderbedrag per kWh voor hernieuwbare elektriciteit bepaald.
|
||||
|
||||
|
|
@ -211,7 +226,11 @@ Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, e
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in artikel 22, en de vaststelling van bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in artikel 24, een basiselektriciteitsprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties.
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in artikel 22, en de vaststelling van bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in artikel 24, een basiselektriciteitsprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties.
|
||||
|
||||
**2.** Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basiselektriciteitsprijzen gelden die gerelateerd zijn aan de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt.
|
||||
|
||||
**3.** De hoogte van de basiselektriciteitsprijs bedraagt tweederde van de lange termijn elektriciteitsprijs. Indien hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt uit wind, wordt de basiselektriciteitsprijs vermenigvuldigd met de factor 1,25.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
|
|
@ -229,13 +248,17 @@ a. de elektriciteitsprijs of, indien de elektriciteitsprijs lager is dan de in a
|
|||
b. de waarde van de garanties van oorsprong;
|
||||
c. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare elektriciteit en de relevante gemiddelde marktprijs van elektriciteit en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
|
||||
|
||||
**2.** In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het tenderbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.
|
||||
**2.** De elektriciteitsprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor elektriciteit, verminderd met de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en met de onbalanskosten.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en tweede lid bedoelde correcties voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
|
||||
**3.** Indien elektriciteit wordt opgewekt uit wind, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid vermenigvuldigd met de factor 1,25.
|
||||
|
||||
**4.** Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en tweede lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
|
||||
**4.** In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het tenderbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het ingevolge het eerste of tweede lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties en de in het tweede lid bedoelde profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van artikel 20 verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld.
|
||||
|
||||
**6.** Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van artikel 20 verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 oktober tot en met 30 september voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd en voor de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten de waarden die op grond van het vierde lid zijn vastgesteld. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.
|
||||
|
||||
**7.** Indien het ingevolge het eerste of vierde lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
|
|
@ -253,10 +276,20 @@ b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van
|
|||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid voor een categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een subsidie-ontvanger hernieuwbare elektriciteit opwekt met een bij ministeriële regeling aangewezen productie-installatie, wordt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering, bedoeld in artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op de eigen installatie heeft ingevoed.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in artikel 19, en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 20, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.4. Subsidie voor innovatieve windenergie op zee
|
||||
|
||||
### Artikel 24a
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan op aanvraag aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee, aan wie een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verstrekt, subsidie verstrekken voor de bijzondere en risicovolle inzet van innovatieve windmolens.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de verstrekking van deze subsidie, waarbij in ieder geval regels worden gesteld over de productie-installaties waarvoor deze subsidie wordt verstrekt, de vorm van de subsidie, de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover, het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald, de vaststelling van de subsidie en de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Subsidie voor hernieuwbaar gas
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4.1. Algemeen
|
||||
|
|
@ -275,7 +308,7 @@ De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 25, tweede lid,
|
|||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbaar gas. Daarbij wordt per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond vastgesteld.
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbaar gas.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen perioden worden vastgesteld waarbinnen de aanvragen ontvangen moeten zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -295,7 +328,9 @@ c. het rendement van de productie-installatie.
|
|||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het basisbedrag, bedoeld in artikel 31 en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in artikel 33, een basisgasprijs per Nm^3 aardgasequivalent vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties.
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het basisbedrag, bedoeld in artikel 31 en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in artikel 33, een basisgasprijs per Nm^3 aardgasequivalent vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties.
|
||||
|
||||
**2.** De hoogte van de basisgasprijs bedraagt tweederde van de lange termijn gasprijs.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
|
|
@ -310,17 +345,19 @@ Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het basisbedrag in elk kalenderjaar van d
|
|||
a. de gasprijs of, indien de gasprijs lager is dan de in artikel 29 bedoelde basisgasprijs, de in artikel 29 bedoelde basisgasprijs;
|
||||
b. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van de hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
|
||||
|
||||
**2.** In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het basisbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per Nm^3 aardgasequivalent in verband met opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.
|
||||
**2.** De gasprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor gas.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en tweede lid bedoelde correcties voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
|
||||
**3.** In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het basisbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per Nm^3 aardgasequivalent in verband met opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
**4.** Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en tweede lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende subsidiebedrag vaststellen.
|
||||
**5.** Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties, waarbij voor de gasprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 oktober tot en met 30 september voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en derde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.
|
||||
|
||||
**6.** Indien een productie-installatie ingrijpend wordt gerenoveerd, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende subsidiebedrag vaststellen.
|
||||
**6.** Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende subsidiebedrag vaststellen.
|
||||
|
||||
**7.** Indien het ingevolge het eerste, tweede, vijfde of zesde lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
|
||||
**7.** Indien een productie-installatie ingrijpend wordt gerenoveerd, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende subsidiebedrag vaststellen.
|
||||
|
||||
**8.** Indien het ingevolge het eerste, derde, zesde of zevende lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
|
|
@ -350,11 +387,11 @@ De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 25, tweede lid,
|
|||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbaar gas voor de in bij die regeling vastgestelde periode ontvangen aanvragen. Daarbij wordt per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond vastgesteld.
|
||||
Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbaar gas.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een tenderbedrag per Nm^3 aardgasequivalent opgegeven.
|
||||
**1.** Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een tenderbedrag per Nm^3 aardgasequivalent opgegeven. Bij een gebundelde aanvraag is het door de producent opgegeven tenderbedrag van toepassing op alle aanvragen die deel uitmaken van de gebundelde aanvraag.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een maximum tenderbedrag per Nm^3 aardgasequivalent voor hernieuwbaar gas bepaald.
|
||||
|
||||
|
|
@ -362,7 +399,9 @@ Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, e
|
|||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in artikel 39, en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in artikel 41, een basisgasprijs per Nm^3 aardgasequivalent vastgesteld die kan verschillen voor verschillende categorieën productie-installaties.
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in artikel 39, en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in artikel 41, een basisgasprijs per Nm^3 aardgasequivalent vastgesteld die kan verschillen voor verschillende categorieën productie-installaties.
|
||||
|
||||
**2.** De hoogte van de basisgasprijs bedraagt tweederde van de lange termijn gasprijs.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
|
|
@ -379,13 +418,15 @@ Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het tenderbedrag in elk kalenderjaar van
|
|||
a. de gasprijs of, indien de gasprijs lager is dan de in artikel 29 bedoelde basisgasprijs is, de in artikel 29 bedoelde basisgasprijs;
|
||||
b. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van het hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
|
||||
|
||||
**2.** In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het tenderbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per Nm^3 aardgasequivalent in verband met opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.
|
||||
**2.** De gasprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor gas.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling wordt jaarlijks voor 1 april de in het eerste en tweede lid bedoelde correcties voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
|
||||
**3.** In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het tenderbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per Nm^3 aardgasequivalent in verband met opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
**4.** Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en tweede lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het ingevolge het eerste of tweede lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
|
||||
**5.** Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties, waarbij voor de gasprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 oktober tot en met 30 september voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en derde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.
|
||||
|
||||
**6.** Indien het ingevolge het eerste of derde lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
|
|
@ -425,7 +466,7 @@ De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 42, tweede lid,
|
|||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling. Daarbij wordt per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond vastgesteld.
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen perioden worden vastgesteld waarbinnen de aanvragen ontvangen moeten zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -435,7 +476,7 @@ De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 42, tweede lid,
|
|||
|
||||
**2.** Het subsidiebedrag bedraagt ten hoogste het verschil in de gemiddelde productiekosten van warmte en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling en de gemiddelde marktprijzen van warmte en elektriciteit.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de kWh die voor subsidie in aanmerking komen, kunnen verschillende bedragen gelden die zijn gerelateerd aan de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt.
|
||||
**3.** Voor de kWh die voor subsidie in aanmerking komen, kunnen verschillende bedragen gelden die zijn gerelateerd aan het aantal vollasturen van de productie-installatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
|
|
@ -481,7 +522,7 @@ De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 42, tweede lid,
|
|||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling voor de in bij die regeling vastgestelde periode ontvangen aanvragen. Daarbij wordt per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond vastgesteld.
|
||||
Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
|
|
@ -489,9 +530,9 @@ Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, e
|
|||
|
||||
**2.** Het maximum bedrag per kWh bedraagt ten hoogste het verschil in de gemiddelde productiekosten van warmte en elektriciteit door middel van warmtekrachtkoppeling en de gemiddelde marktprijzen van warmte en elektriciteit.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de kWh die voor subsidie in aanmerking komen, kunnen verschillende bedragen gelden die zijn gerelateerd aan de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt.
|
||||
**3.** Voor de kWh die voor subsidie in aanmerking komen, kunnen verschillende bedragen gelden die zijn gerelateerd aan het aantal vollasturen van de productie-installatie.
|
||||
|
||||
**4.** Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een percentage opgegeven waarmee de maximum bedragen per kWh in de beschikking tot subsidieverlening gekort zal worden.
|
||||
**4.** Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een percentage opgegeven waarmee de maximum bedragen per kWh in de beschikking tot subsidieverlening gekort zal worden. Bij een gebundelde aanvraag is het door de producent opgegeven percentage van toepassing op alle aanvragen die deel uitmaken van de gebundelde aanvraag.
|
||||
|
||||
### Artikel 53
|
||||
|
||||
|
|
@ -519,19 +560,21 @@ Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, e
|
|||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag om subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat bij ministeriële regeling is vastgesteld.
|
||||
**1.** Een aanvraag om subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat bij ministeriële regeling is vastgesteld. Bij ministeriële regeling kan een categorie productie-installaties worden aangewezen waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een aanvraag gaat, overeenkomstig hetgeen op het formulier is vermeld, vergezeld van:
|
||||
Indien dit op het formulier is vermeld, gaat een aanvraag vergezeld van:
|
||||
|
||||
a. een omschrijving van de productie-installatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
|
||||
b. een onderbouwde opgave van de hoeveelheid op te wekken en in te voeden kWh of Nm^3 per kalenderjaar gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt;
|
||||
c. indien voor de productie-installatie één of meer vergunningen op grond van de Woningwet, de Wet Milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of de Wet op de Ruimtelijke Ordening zijn vereist, de door het bevoegde gezag verleende vergunningen;
|
||||
d. een plan voor het in gebruik nemen en exploiteren van de productie-installatie;
|
||||
e. overige op het formulier aangegeven bescheiden.
|
||||
a. een omschrijving van iedere productie-installatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
|
||||
b. een onderbouwde opgave van de hoeveelheid op te wekken en in te voeden kWh of Nm^3 per kalenderjaar gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt van iedere productie-installatie;
|
||||
c. indien voor de productie-installatie één of meer vergunningen op grond van de Woningwet, de Wet Milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wet op de Ruimtelijke ordening zijn vereist, de door het bevoegd gezag verleende vergunningen;
|
||||
d. een plan voor het in gebruik nemen en exploiteren van iedere productie-installatie;
|
||||
e. een financiële onderbouwing van iedere productie-installatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
|
||||
f. indien de subsidie-aanvrager een samenwerkingsverband is, een overzicht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband;
|
||||
g. overige op het formulier aangegeven bescheiden.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen categorieën productie-installaties worden aangewezen waarop lid 2, onderdeel c, ten dele of niet van toepassing is.
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de gegevens die op grond van lid 2, onderdelen a tot en met g, overgelegd moeten worden.
|
||||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
|
|
@ -544,20 +587,26 @@ b. om een subsidie voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of elektric
|
|||
|
||||
**2.** De in het eerste lid genoemde perioden kunnen éénmaal met ten hoogste dertien weken worden verlengd.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een gebundelde aanvraag niet leidt tot subsidieverlening door Onze Minister, kan een gebundelde aanvraag worden behandeld als één aanvraag.
|
||||
|
||||
**4.** Indien Onze Minister aan de aanvrager van een gebundelde aanvraag subsidie verstrekt, verstrekt Onze Minister per productie-installatie die onderdeel is van de gebundelde aanvraag een beschikking tot subsidieverlening.
|
||||
|
||||
### Artikel 58
|
||||
|
||||
**1.** Ingeval van verdeling op volgorde van binnenkomst, verdeelt Onze Minister het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum van ontvangst geldt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond zou worden overschreden, stelt de minister de volgorde van ontvangst van deze aanvragen vast door middel van loting.
|
||||
**2.** Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond zou worden overschreden, stelt Onze Minister de volgorde van ontvangst van deze aanvragen vast door middel van loting.
|
||||
|
||||
**3.** Aanvragen die worden ontvangen op werkdagen na 17.00 uur of andere dagen, worden aangemerkt als ontvangen op de eerstvolgende werkdag.
|
||||
|
||||
**4.** In geval van loting wordt een gebundelde aanvraag behandeld als één aanvraag.
|
||||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
||||
Onze Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:
|
||||
|
||||
a. de aanvraag niet voldoet aan dit besluit en de daarop berustende bepalingen;
|
||||
b. hij het onaannemelijk acht dat de productie-installatie binnen 3 jaar in gebruik wordt genomen;
|
||||
b. hij het onaannemelijk acht dat de productie-installatie binnen vier jaar of binnen de bij of krachtens artikel 61, eerste lid, vastgestelde termijn in gebruik wordt genomen;
|
||||
c. onvoldoende vertrouwen bestaat in de economische haalbaarheid van de productie-installatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 60
|
||||
|
|
@ -581,14 +630,24 @@ b. de toepassing van de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c, d en
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking van de aanvragen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien honorering van alle aanvragen die gelijk zijn gerangschikt ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond zou worden overschreden, stelt Onze Minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast door middel van loting.
|
||||
|
||||
**5.** Een gebundelde aanvraag wordt voor de toepassing van dit artikel behandeld als één aanvraag.
|
||||
|
||||
**6.** Ten behoeve van de rangschikking van aanvragen om subsidie voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee kan Onze Minister het door de producent opgegeven tenderbedrag met een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag verminderen, dat gerelateerd is aan de afstand van een productie-installatie tot de kust.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger
|
||||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen vier jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
|
||||
**1.** De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie zo spoedig mogelijk na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. Bij ministeriële regeling wordt de periode vastgesteld waarbinnen de subsidie-ontvanger de productie-installatie in gebruik moet nemen. Deze periode kan per categorie productie-installaties verschillen en bedraagt ten hoogste vijf jaar.
|
||||
|
||||
**2.** Een subsidie-ontvanger mag, behoudens ontheffing van Onze Minister, tot de datum van ingebruikname van een productie-installatie een beschikking tot subsidieverlening niet overdragen aan een derde.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de beschikking tot subsidieverlening wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de subsidie-ontvanger verplicht is mee te werken aan het sluiten van een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 4:36, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen aan de uitvoeringsovereenkomst worden gesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Indien artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van toepassing is, verzoekt de subsidie-ontvanger binnen vier weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening Onze Minister de beschikking tot subsidieverlening op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat artikel luidde op 31 december 2006, in te trekken.
|
||||
|
||||
### Artikel 62
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie-ontvanger realiseert en exploiteert de productie-installatie overeenkomstig het plan zoals ingediend bij de aanvraag om subsidie.
|
||||
|
|
@ -601,7 +660,12 @@ b. de toepassing van de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c, d en
|
|||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
**1.** In de beschikking tot subsidieverlening kunnen aan de subsidie-ontvanger rapportageverplichtingen worden opgelegd over de duurzaamheid van biomassa waarmee hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling wordt opgewekt.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In de beschikking tot subsidieverlening kunnen aan de subsidie-ontvanger rapportageverplichtingen worden opgelegd over:
|
||||
|
||||
a. de duurzaamheid van biomassa waarmee hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling wordt opgewekt;
|
||||
b. monitorgegevens over de bouw, productie, uitval en onderhoud van de productie-installatie.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de rapportageverplichting.
|
||||
|
||||
|
|
@ -654,20 +718,22 @@ b. de op grond van artikel 45, eerste lid, vastgestelde subsidiebedragen vermind
|
|||
|
||||
**4.** Onze Minister verstrekt per jaar slechts een voorschot tot ten hoogste in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh of Nm^3 aardgasequivalent.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de meetgegevens niet beschikbaar zijn in het kalenderjaar, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt in afwijking van het eerste en derde lid het voorschot uiterlijk vastgesteld in het eerstvolgende kalenderjaar nadat de meetgegevens beschikbaar zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 68
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister verstrekt de in artikel 67, eerste en tweede lid, bedoelde voorschotten in maandelijkse bedragen met dien verstande dat de som van de maandelijkse bedragen niet meer bedraagt dan 80% van het product van:
|
||||
Onze Minister verstrekt de in artikel 67, eerste en tweede lid, bedoelde voorschotten in maandelijkse bedragen, tenzij bij ministeriële regeling is bepaald dat voor een bepaalde categorie productie-installaties het voorschot in een jaarlijks bedrag wordt verstrekt. De som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag bedraagt niet meer dan 80% van het product van:
|
||||
|
||||
a. het in de aanvraag om een voorschot vermelde aantal kWh of Nm^3 aardgasequivalent, en
|
||||
b. het basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van artikel 14, vierde lid of artikel 31, vierde lid, dan wel artikel 22, vierde lid, of artikel 39, vierde lid, vastgestelde correcties.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de som van de maandelijkse bedragen die in een kalenderjaar zijn verstrekt minder dan wel meer bedraagt dan de hoogte van het voorschot dat na afloop van het kalenderjaar wordt vastgesteld, kan Onze Minister dit verrekenen met de nog te verstrekken maandelijkse bedragen.
|
||||
**2.** Indien de som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag die in een kalenderjaar zijn verstrekt minder dan wel meer bedraagt dan de hoogte van het voorschot dat na afloop van het kalenderjaar wordt vastgesteld, kan Onze Minister dit verrekenen met de nog te verstrekken maandelijkse of jaarlijkse bedragen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister verstrekt het in artikel 67, derde lid, bedoelde voorschot in maandelijkse bedragen.
|
||||
**3.** Onze Minister verstrekt het in artikel 67, derde lid, bedoelde voorschot in maandelijkse bedragen met dien verstande dat de som van de maandelijkse bedragen niet meer bedraagt dan 80% van dat voorschot.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de berekening van de maandelijkse bedragen.
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de berekening van de maandelijkse bedragen en van het jaarlijkse bedrag.
|
||||
|
||||
### Artikel 69
|
||||
|
||||
|
|
@ -695,11 +761,11 @@ Onze Minister publiceert binnen vier jaar na de inwerkingtreding van dit besluit
|
|||
|
||||
### Artikel 73
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 3, vierde lid, kan een producent bij de eerste maal dat subsidie op grond van dit besluit kan worden aangevraagd voor een productie-installatie voor hernieuwbare elektriciteit verzoeken dat de voor subsidie in aanmerking komende periode aanvangt voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst van de aanvraag, met dien verstande dat een aanvang voor 18 augustus 2006 niet mogelijk is en dat deze aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie die na 18 augustus 2006 in gebruik is genomen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 74
|
||||
|
||||
In afwijking van het bepaalde in de artikelen 14, vierde lid, 22, vierde lid, 31, vierde lid, 39, vierde lid, 45, eerste lid en 52, eerste lid, worden de in die artikelen bedoelde correcties voor 2008 gelijktijdig met de inwerkingtreding van dit besluit vastgesteld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue