2013-01-01 | BWBR0031659 | Wet bekostiging financieel toezicht
This commit is contained in:
parent
73b6cccc76
commit
026acb8f03
1 changed files with 320 additions and 0 deletions
320
wet/wet-bekostiging-financieel-toezicht/BWBR0031659/README.md
Normal file
320
wet/wet-bekostiging-financieel-toezicht/BWBR0031659/README.md
Normal file
|
|
@ -0,0 +1,320 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Wet bekostiging financieel toezicht
|
||||
bwb_id: BWBR0031659
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2013-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0031659
|
||||
citeertitel: Wet bekostiging financieel toezicht
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Wet bekostiging financieel toezicht
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *Autoriteit Financiële Markten:* Stichting Autoriteit Financiële Markten;
|
||||
b. *de Nederlandsche Bank:* De Nederlandsche Bank N.V.;
|
||||
c. *de toezichthouder:* Autoriteit Financiële Markten of de Nederlandsche Bank, ieder voor zover betrokken bij het toezicht ingevolge:
|
||||
|
||||
1° de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet;
|
||||
2° de Pensioenwet;
|
||||
3° de Pensioenwet BES;
|
||||
4° de Sanctiewet 1977;
|
||||
5° de Wet bekostiging financieel toezicht;
|
||||
6° de Wet financiële markten BES;
|
||||
7° de Wet giraal effectenverkeer;
|
||||
8° de Wet handhaving consumentenbescherming;
|
||||
9° de Wet inzake de geldtransactiekantoren;
|
||||
10° de Wet op het financieel toezicht;
|
||||
11° de Wet op het notarisambt;
|
||||
12° de Wet privatisering ABP;
|
||||
13° de Wet privatisering FVP;
|
||||
14° de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
|
||||
15° de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES;
|
||||
16° de Wet toezicht accountantsorganisaties;
|
||||
17° de Wet toezicht effectenverkeer 1995;
|
||||
18° de Wet toezicht financiële verslaggeving;
|
||||
19° de Wet toezicht trustkantoren;
|
||||
20° de Wet verplichte beroepspensioenregeling;
|
||||
21° de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000;
|
||||
22° EU-rechtshandelingen;
|
||||
d. *eenmalige toezichthandeling:* een in bijlage I genoemde handeling van de toezichthouder, welke handeling plaatsvindt krachtens een van de wetten en besluiten, bedoeld in onderdeel c, uitgezonderd de onder 6° en 15° bedoelde wetten;
|
||||
e. *Onze Ministers:* Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
f. *overige kosten:* alle kosten van de toezichthouder, uitgezonderd:
|
||||
|
||||
1° de kosten van eenmalige toezichthandelingen;
|
||||
2° de kosten verband houdend met de betrokkenheid van de toezichthouder bij de wetten, bedoeld in onderdeel c, onder 6° en 15°;
|
||||
g. *personen:* natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen, waaronder personenvennootschappen, of daarmee vergelijkbare lichamen of samenwerkingsverbanden;
|
||||
h. *toezicht:* de betrokkenheid van de toezichthouder bij de wetten en bindende besluiten, bedoeld in onderdeel c, alsmede de betrokkenheid van de toezichthouder bij de totstandkoming van nieuwe wetten en bindende besluiten aangaande het toezicht op de financiële markten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** De toezichthouder zendt de begroting, bedoeld in artikel 26 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, jaarlijks voor 1 december aan Onze Ministers.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In de begroting brengt de toezichthouder een onderscheid aan naar:
|
||||
|
||||
a. de kosten van eenmalige toezichthandelingen;
|
||||
b. de kosten verband houdend met zijn betrokkenheid bij het toezicht ingevolge de wetten, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° en 15°;
|
||||
c. de overige kosten.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van artikel 27, vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen wordt met betrekking tot de begroting van de Nederlandsche Bank voor «laatst goedgekeurde jaarrekening» gelezen: laatst goedgekeurde verantwoording als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Wet bekostiging financieel toezicht.
|
||||
|
||||
**4.** De begroting van de Nederlandsche Bank heeft slechts betrekking op het toezicht.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Goedkeuring als bedoeld in artikel 29 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen wordt niet onthouden dan nadat de toezichthouder in de gelegenheid is gesteld de begroting aan te passen, binnen een door Onze Ministers gezamenlijk te stellen redelijke termijn.
|
||||
|
||||
**2.** De toezichthouder doet na goedkeuring van de begroting onverwijld mededeling van de begroting in de Staatscourant en houdt de begroting gedurende ten minste twee jaar na goedkeuring op elektronische wijze ter inzage.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de begroting niet voor 1 januari van het begrotingsjaar waarop zij betrekking heeft, is goedgekeurd, kan de toezichthouder, zolang de begroting niet is goedgekeurd, voor het aangaan van verplichtingen en het verrichten van uitgaven beschikken over ten hoogste vier twaalfde gedeelten van de bedragen die bij de overeenkomstige onderdelen van de begroting van het voorafgaande jaar waren toegestaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling van Onze Ministers gezamenlijk kunnen regels worden gesteld voor de inrichting van de begroting.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** De Autoriteit Financiële Markten stelt de jaarrekening, bedoeld in artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, jaarlijks voor 15 maart op.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank stelt jaarlijks voor 15 maart een verantwoording op, waarin met betrekking tot het toezicht rekening en verantwoording wordt afgelegd van het financieel beheer en van de geleverde prestaties over het verstreken boekjaar. De artikelen 34, tweede en derde lid, en 35, tweede tot en met vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van artikel 35, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen gaat de jaarrekening van de Autoriteit Financiële Markten vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de Autoriteit Financiële Markten aangewezen registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, derde lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten, die niet werkzaam is bij of verbonden is aan een accountantsorganisatie.
|
||||
|
||||
**4.** De toezichthouder zendt de jaarrekening of verantwoording na goedkeuring door de Raad van toezicht, onderscheidenlijk de Raad van commissarissen, onverwijld aan Onze Ministers.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Goedkeuring als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen wordt niet onthouden dan nadat de toezichthouder in de gelegenheid is gesteld de jaarrekening of verantwoording aan te passen, binnen een door Onze Ministers gezamenlijk te stellen redelijke termijn.
|
||||
|
||||
**2.** De toezichthouder doet na goedkeuring van de jaarrekening, onderscheidenlijk de verantwoording, onverwijld mededeling van die jaarrekening of verantwoording in de Staatscourant en houdt de jaarrekening of verantwoording gedurende ten minste vijf jaar na goedkeuring op elektronische wijze ter inzage.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** De jaarrekening, bedoeld in artikel 5, eerste lid, en de verantwoording, bedoeld in artikel 5, tweede lid, bevatten een opgave van het over het desbetreffende jaar gerealiseerde exploitatiesaldo, welk saldo overeenkomt met het verschil tussen de gerealiseerde baten en lasten.
|
||||
|
||||
**2.** In de opgave, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgelegd het deel van het exploitatiesaldo dat voortkomt uit de betrokkenheid van de toezichthouder bij het toezicht ingevolge de wetten bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° en 15°.
|
||||
|
||||
**3.** Tot de in enig jaar gerealiseerde baten, bedoeld in het eerste lid, worden mede gerekend de in het desbetreffende jaar onherroepelijk verkregen opbrengsten uit hoofde van geïncasseerde boetes en dwangsommen.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 18, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen stelt de toezichthouder het in dat artikel bedoelde jaarverslag jaarlijks voor 15 maart op.
|
||||
|
||||
**2.** Het jaarverslag van de Nederlandsche Bank heeft slechts betrekking op het toezicht.
|
||||
|
||||
**3.** De toezichthouder houdt het jaarverslag gedurende ten minste vijf jaren op elektronische wijze ter inzage.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling van Onze Ministers gezamenlijk kunnen nadere regels worden gesteld voor de inrichting van het jaarverslag.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** De toezichthouder organiseert tweemaal per jaar overleg met een daarvoor in aanmerking komende representatieve vertegenwoordiging van de onder zijn toezicht staande personen. De toezichthouder kan tevens daarvoor in aanmerking komende cliëntenorganisaties toelaten tot het overleg. Ambtenaren kunnen namens Onze Ministers het overleg bijwonen.
|
||||
|
||||
**2.** De toezichthouder maakt het verslag van het overleg binnen een redelijke termijn na het overleg openbaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** De Staat der Nederlanden draagt jaarlijks bij in de financiering van het toezicht met uitzondering van de kosten die voortkomen uit de betrokkenheid van de toezichthouder bij het toezicht ingevolge de wetten bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° en 15°.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De hoogte van de in het eerste lid bedoelde bijdrage is voor het jaar van inwerkingtreding van deze wet als volgt vastgesteld:
|
||||
|
||||
a. voor de Autoriteit Financiële Markten € 20 000 000;
|
||||
b. voor de Nederlandsche Bank € 18 800 000.
|
||||
|
||||
**3.** De in het tweede lid bedoelde bedragen worden jaarlijks bijgesteld vanwege binnen de rijksbegroting verwerkte loon- en prijsmutaties en opgelegde taakstellingen. Vaststelling van de bijgestelde bedragen geschiedt via hoofdstuk IXB van de rijksbegroting.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De toezichthouder brengt de kosten van het toezicht, uitgezonderd de kosten van zijn betrokkenheid bij de in artikel 1, onderdeel c, onder 6° en 15° bedoelde wetten, in rekening bij:
|
||||
|
||||
a. personen die bij hem een aanvraag of melding hebben gedaan als gevolg waarvan de toezichthouder overgaat tot het verrichten van een eenmalige toezichthandeling zoals vastgelegd in bijlage I;
|
||||
b. personen die behoren tot een der categorieën, genoemd in bijlage II.
|
||||
|
||||
**2.** Tot de in rekening te brengen kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren mede de kosten die de toezichthouder maakt ter voorbereiding op een taak voordat deze aan hem werd opgedragen en de kosten die aan de toezichthouder zijn doorberekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** De door de toezichthouder te hanteren tarieven voor eenmalige toezichthandelingen zijn vastgelegd in bijlage I.
|
||||
|
||||
**2.** De toezichthouder brengt het tarief, bedoeld in het eerste lid, voor zover mogelijk direct na ontvangst van de aanvraag of melding in rekening.
|
||||
|
||||
**3.** De toezichthouder kan het tweede lid buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang van een reële en rechtvaardige kostendoorberekening, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het tweede en derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** De toezichthouder brengt jaarlijks een bedrag in rekening aan de personen die behoren tot een van de in bijlage II opgenomen toezichtcategorieën.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De kosten die aan de in bijlage II bedoelde personen worden doorberekend, zijn in enig jaar gelijk aan de som van:
|
||||
|
||||
a. het totaal van de overige kosten zoals opgenomen in de door de toezichthouder voor het desbetreffende jaar opgestelde begroting, waarmee Onze Ministers gezamenlijk hebben ingestemd, en
|
||||
b. het exploitatiesaldo, bedoeld in artikel 7, eerste lid, over het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de in onderdeel a bedoelde begroting betrekking heeft,
|
||||
|
||||
verminderd met:
|
||||
c. het deel van het exploitatiesaldo, bedoeld in artikel 7, tweede lid;
|
||||
d. de voor het desbetreffende jaar door de Staat der Nederlanden te verstrekken bijdrage, bedoeld in artikel 10.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onze Ministers kunnen, gehoord hebbende de toezichthouder, gezamenlijk besluiten het exploitatiesaldo na aftrek van het deel van het exploitatiesaldo, bedoeld in artikel 7, tweede lid, geheel of ten dele niet te betrekken bij de berekening, bedoeld in het tweede lid, in welk geval de toezichthouder het niet bij de berekening betrokken deel van het exploitatiesaldo betrekt bij de vaststelling van het exploitatiesaldo over het eerstvolgende boekjaar. Van het gezamenlijke besluit van Onze Ministers wordt in de Staatscourant mededeling gedaan.
|
||||
|
||||
De in de vorige volzin bedoelde bevoegdheid van Onze Ministers is beperkt tot het deel van het exploitatiesaldo, ongeacht of dit saldo positief of negatief is, dat, in absolute bedragen, de € 5 000 000 niet te boven gaat.
|
||||
|
||||
**4.** De kosten, bedoeld in het tweede lid, worden aan de hand van de procentuele aandelen, zoals vastgesteld in bijlage II, toegerekend aan de toezichtcategorieën, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**5.** De hoogte van een jaarlijks in rekening te brengen bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald aan de hand van de maatstaven zoals vastgelegd in bijlage II.
|
||||
|
||||
**6.** Uiterlijk per 1 juni van ieder jaar worden, op voorstel van de toezichthouder, bij ministeriële regeling van Onze Ministers gezamenlijk, voor iedere te onderscheiden toezichtcategorie de bandbreedtes en tarieven vastgesteld. Bij de vaststelling van de bandbreedtes en de tarieven wordt rekening gehouden met het bedrag dat op grond van het vierde lid is toegerekend aan de desbetreffende categorie.
|
||||
|
||||
**7.** Het in het eerste lid bedoelde bedrag is evenredig met de overeenkomstig het achtste tot en met het elfde lid te bepalen periode dat de betrokkene in het desbetreffende jaar deel uitmaakt van een van de in bijlage II opgenomen toezichtcategorieën.
|
||||
|
||||
**8.** Met uitzondering van de toezichtcategorieën «Effectenuitgevende instellingen: markt» en «Effectenuitgevende instellingen: verslaggeving» is de periode, bedoeld in het zevende lid, gelijk aan de tijdsduur dat die persoon over een door de toezichthouder afgegeven vergunning of verklaring van ondertoezichtstelling beschikt dan wel dat die persoon op grond van een wettelijke verplichting bij de toezichthouder is geregistreerd.
|
||||
|
||||
**9.** Voor een persoon die behoort tot de in bijlage II opgenomen toezichtcategorie «Effectenuitgevende instellingen: markt» is de periode, bedoeld in het zevende lid, gelijk aan de tijdsduur waarin zijn effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, of op een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
|
||||
**10.** Voor een persoon die op enig moment in een jaar behoort tot de in bijlage II opgenomen toezichtcategorie «Effectenuitgevende instellingen: verslaggeving», is de periode , bedoeld in het zevende lid, gelijk aan een heel kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**11.**
|
||||
|
||||
Een persoon behoort in enig kalenderjaar tot de in bijlage II opgenomen toezichtcategorie «Effectenuitgevende instellingen: verslaggeving», indien:
|
||||
|
||||
a. in dat jaar zijn jaarrekening is vastgesteld en tevens door hem uitgegeven effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of de handel op een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; of
|
||||
b. hij in dat jaar op grond van artikel 5:25m, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht, een persbericht heeft uitgebracht over het algemeen verkrijgbaar gesteld zijn van de door hem opgemaakte jaarlijkse financiële verslaggeving, bedoeld in artikel 5:25c van de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
|
||||
**12.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en zesde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Wijzigt de Pensioenwet.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Wijzigt de Pensioenwet BES.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet financiële markten BES.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet giraal effectenverkeer.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Wijzigt Wet inzake de geldtransactiekantoren.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet toezicht accountantsorganisaties.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet toezicht effectenverkeer 1995.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet toezicht financiële verslaggeving.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet toezicht trustkantoren.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
Wijzigt de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet privatisering FVP.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Wijzigt deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Van een op het moment van inwerkingtreding van deze wet nog niet verrekend exploitatiesaldo van de toezichthouder, wordt:
|
||||
|
||||
a. het op grond van het voormalige bekostigingssysteem aan de Staat der Nederlanden toe te rekenen deel van het exploitatiesaldo alsnog met de Staat der Nederlanden verrekend;
|
||||
b. het op grond van het voormalige bekostigingssysteem aan personen toe te rekenen deel van het exploitatiesaldo alsnog met deze personen verrekend.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Financiën kan beslissen om het eerste lid, onderdeel b, niet van toepassing te verklaren op een door hem nader aan te duiden deel van het exploitatiesaldo dat op grond van het voormalige bekostigingssysteem voor toerekening aan personen in aanmerking zou komen, in welk geval dat nader aangeduide deel wordt verrekend met de Staat der Nederlanden.
|
||||
|
||||
**3.** De toezichthouder brengt de kosten van eenmalige toezichthandelingen waarvoor de aanvraag dan wel de melding is ontvangen voor het moment van inwerkingtreding van deze wet overeenkomstig het voormalige bekostigingssysteem in rekening.
|
||||
|
||||
**4.** De toezichthouder brengt zijn kosten, niet zijnde de kosten, bedoeld in het derde lid, die betrekking hebben op een periode die voorafgaat aan het jaar waarin deze wet in werking treedt, overeenkomstig het voormalige bekostigingssysteem in rekening.
|
||||
|
||||
**5.** De bedragen die de toezichthouder op grond van gemaakte afspraken gespreid over meerdere jaren met onder toezicht staande ondernemingen verrekent, worden voor zover zij bij de inwerkingtreding van deze wet nog niet zijn verrekend, verrekend op een wijze zoals oorspronkelijk is afgesproken.
|
||||
|
||||
**6.** Ingeval een gerechtelijke uitspraak leidt tot een onherroepelijke neerwaartse bijstelling van een door de toezichthouder opgelegde heffing, zal de toezichthouder het als gevolg van die uitspraak te restitueren bedrag verrekenen met de Staat der Nederlanden ingeval de heffing betrekking heeft op een periode die gelegen is voor het tijdstip waarop deze wet in werking treedt.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
Deze wet wordt aangehaald als: Wet bekostiging financieel toezicht.
|
||||
|
||||
## Bijlage I. Behorend bij de
|
||||
|
||||
^1
|
||||
Verordening (EG) nr. 809/2004
|
||||
|
||||
## Bijlage II. Behorend bij de
|
||||
|
||||
Verklaring van de gebruikte afkortingen:
|
||||
|
||||
*Pw : Pensioenwet*
|
||||
|
||||
*Wft : Wet op het financieel toezicht*
|
||||
|
||||
*Wftv : Wet toezicht financiële verslaggeving*
|
||||
|
||||
*Wta : Wet toezicht accountantsorganisaties*
|
||||
|
||||
*Wvb : Wet verplichte beroepspensioenregeling*
|
||||
|
||||
Verklaring van de gebruikte afkortingen:
|
||||
|
||||
Pw: *Pensioenwet*
|
||||
|
||||
Pw BES: *Pensioenwet BES*
|
||||
|
||||
Wft: *Wet op het financieel toezicht*
|
||||
|
||||
Wgt: *Wet inzake de geldtransactiekantoren*
|
||||
|
||||
Wtt: *Wet toezicht trustkantoren*
|
||||
|
||||
Wvb: *Wet verplichte beroepspensioenregeling*
|
||||
Loading…
Add table
Reference in a new issue