2004-10-01 | BWBR0010629 | Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart

This commit is contained in:
Coornhert 2004-10-01 12:00:00 +00:00
parent 35a2ce2c48
commit 0294b470d8

View file

@ -18,33 +18,57 @@ citeertitel: Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. AFIS: onderdeel van luchtverkeersdienstverlening dat voorziet in het geven van inlichtingen die tot doel hebben een veilig en geregeld verloop van het luchtvaartterreinverkeer op daartoe door Onze Minister bij ministeriële regeling aangewezen luchtvaartterreinen (Aerodrome Flight Information Service);
b. AFISO: persoon die op grond van dit besluit bevoegd is AFIS te verlenen en daartoe opdracht heeft gekregen van een der in artikel 5.13 van de wet aangewezen instanties (AFIS-operator);
c. AML: bewijs van bevoegdheid voor onderhoudstechnicus (Aircraft Maintenance Licence);
d. ATPL: bewijs van bevoegdheid voor verkeersvlieger (Airline Transport Pilot Licence);
e. CFEL: bewijs van bevoegdheid voor boordwerktuigkundige (Cockpit Flight Engineer Licence);
f. CRI: klassebevoegdverklaring instructeur (Class Rating Instructor);
g. CPL: bewijs van bevoegdheid voor beroepsvlieger (Commercial Pilot Licence);
h. CSR: bevoegdverklaring voor landbouwvliegen (Crop Spraying Rating);
i. DA: bevoegdverklaring voor het vliegen tijdens luchtvaartvertoningen (Display Authorisation);
j. FI: bevoegdverklaring vlieginstructeur (Flight Instructor);
k. helikopter: gemotoriseerd luchtvaartuig met rotorbladen, zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht gehouden kan worden door aërodynamische reactiekrachten op zijn rotorbladen;
l. IFR-vlucht: vlucht als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van het Luchtverkeersreglement;
m. IR: bevoegdverklaring instrumentvliegen (Instrument Rating);
n. IRI: instructeur instrumentvliegen (Instrument Rating Instructor);
o. JAA: Joint Aviation Authorities;
p. JAA-land: land waarvan de burgerluchtvaartautoriteit de JAA-overeenkomst van 11 september 1990 heeft getekend;
q. JAR: Joint Aviation Requirements;
r. JAR-FCL 1: regeling inzake bewijzen van bevoegdheid voor bestuurders van vliegtuigen, opgesteld door de JAA;
s. JAR-FCL 2: regeling inzake bewijzen van bevoegdheid voor bestuurders van helikopters, opgesteld door de JAA;
t. JAR-FCL 3: regeling inzake medische eisen voor bemanningen van luchtvaartuigen, opgesteld door de JAA;
u. JAR-FCL 4: regeling inzake bewijzen van bevoegdheid voor boordwerktuigkundigen van vliegtuigen, opgesteld door de JAA;
v. JAR-66: JAR betreffende onderhoudspersoneel, dat namens een JAR-145-erkend bedrijf tot het afgeven van certificaten van vrijgave voor gebruik is gerechtigd, opgesteld door de JAA;
w. JAR-66-AML: bewijs van bevoegdheid krachtens JAR-66;
x. JAR-145: JAR betreffende erkende onderhoudsbedrijven, opgesteld door de JAA;
y. luchtschip: luchtvaartuig, lichter dan lucht, dat is voorzien van een voortstuwingsinrichting en een besturingsinrichting;
z. luchtvaartgrondstation: een radiozend- en ontvangstation op een vaste plaats op de grond dat werkt in de luchtvaartmobiele of luchtvaartnavigatiefrequentiebanden;
aa. luchtvaartterreininformatie:
AFIS: onderdeel van luchtverkeersdienstverlening dat voorziet in het geven van inlichtingen die tot doel hebben een veilig en geregeld verloop van het luchtvaartterreinverkeer op daartoe door Onze Minister bij ministeriële regeling aangewezen luchtvaartterreinen (Aerodrome Flight Information Service);
AFISO: persoon die op grond van dit besluit bevoegd is AFIS te verlenen en daartoe opdracht heeft gekregen van een der in artikel 5.13 van de wet aangewezen instanties (AFIS-operator);
AML: bewijs van bevoegdheid voor onderhoudstechnicus (Aircraft Maintenance Licence);
ATPL: bewijs van bevoegdheid voor verkeersvlieger (Airline Transport Pilot Licence);
CFEL: bewijs van bevoegdheid voor boordwerktuigkundige (Cockpit Flight Engineer Licence);
CRI: klassebevoegdverklaring instructeur (Class Rating Instructor);
CPL: bewijs van bevoegdheid voor beroepsvlieger (Commercial Pilot Licence);
CSR: bevoegdverklaring voor landbouwvliegen (Crop Spraying Rating);
FI: bevoegdverklaring vlieginstructeur (Flight Instructor);
helikopter: gemotoriseerd luchtvaartuig met rotorbladen, zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht gehouden kan worden door aërodynamische reactiekrachten op zijn rotorbladen;
IFR-vlucht: vlucht als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van het Luchtverkeersreglement;
IR: bevoegdverklaring instrumentvliegen (Instrument Rating);
IRI: instructeur instrumentvliegen (Instrument Rating Instructor);
JAA: Joint Aviation Authorities;
JAA-land: land waarvan de burgerluchtvaartautoriteit de JAA-overeenkomst van 11 september 1990 heeft getekend;
JAR: Joint Aviation Requirements;
JAR-FCL 1: regeling inzake bewijzen van bevoegdheid voor bestuurders van vliegtuigen, opgesteld door de JAA;
JAR-FCL 2: regeling inzake bewijzen van bevoegdheid voor bestuurders van helikopters, opgesteld door de JAA;
JAR-FCL 3: regeling inzake medische eisen voor bemanningen van luchtvaartuigen, opgesteld door de JAA;
JAR-FCL 4: regeling inzake bewijzen van bevoegdheid voor boordwerktuigkundigen van vliegtuigen, opgesteld door de JAA;
JAR-66: JAR betreffende onderhoudspersoneel, dat namens een JAR-145-erkend bedrijf tot het afgeven van certificaten van vrijgave voor gebruik is gerechtigd, opgesteld door de JAA;
JAR-66-AML: bewijs van bevoegdheid krachtens JAR-66;
JAR-145: JAR betreffende erkende onderhoudsbedrijven, opgesteld door de JAA;
luchtschip: luchtvaartuig, lichter dan lucht, dat is voorzien van een voortstuwingsinrichting en een besturingsinrichting;
luchtvaartgrondstation: een radiozend- en ontvangstation op een vaste plaats op de grond dat werkt in de luchtvaartmobiele of luchtvaartnavigatiefrequentiebanden;
luchtvaartterreininformatie:
1. informatie overeenkomend met de betekenis van de in de Regeling seinen opgenomen grondtekens die op het luchtvaartterrein zijn uitgelegd,
2. informatie van windrichting of sterkte, verkregen uit ter beschikking staande middelen, zoals windmeter en windzak,
@ -52,10 +76,16 @@ aa. luchtvaartterreininformatie:
4. informatie over luchtverkeersactiviteiten op en in de nabijheid van het luchtvaartterrein,
5. informatie over de te volgen taxiprocedures, of
6. informatie over de te gebruiken parkeerplaatsen;
ab. luchtvaartterreininformatieverstrekker: persoon die op grond van dit besluit bevoegd is luchtvaartterreininformatie te verstrekken;
ac. ME: meermotorig (Multi Engine);
ad. MCC: vluchtuitvoering door een meerhoofdige bemanning die samenwerkt als team en geleid wordt door de eerste bestuurder (Multi-Crew Co-operation);
ae. MLA: land-, amfibie- of watervliegtuig met niet meer dan twee zitplaatsen, een overtreksnelheid die niet hoger is dan 35.1 knopen gekalibreerde luchtsnelheid, en een maximum startmassa van niet meer dan:
luchtvaartterreininformatieverstrekker: persoon die op grond van dit besluit bevoegd is luchtvaartterreininformatie te verstrekken;
ME: meermotorig (Multi Engine);
MCC: vluchtuitvoering door een meerhoofdige bemanning die samenwerkt als team en geleid wordt door de eerste bestuurder (Multi-Crew Co-operation);
MCCI: Multi-Crew Co-operation Instructor;
MLA: land-, amfibie- of watervliegtuig met niet meer dan twee zitplaatsen, een overtreksnelheid die niet hoger is dan 35.1 knopen gekalibreerde luchtsnelheid, en een maximum startmassa van niet meer dan:
300 kg voor een landvliegtuig, eenzitter;
@ -64,29 +94,52 @@ ae. MLA: land-, amfibie- of watervliegtuig met niet meer dan twee zitplaatsen, e
330 kg voor een amfibie- of watervliegtuig, eenzitter, of
495 kg voor een amfibie- of watervliegtuig, tweezitter, mits een micro light die als watervliegtuig en als landvliegtuig gebruikt kan worden binnen beide daarvoor geldende massalimieten valt (Micro Light Aeroplane)
af. mobiel luchtvaartstation: een radiozend- en ontvangstation op de grond, niet op een vaste plaats, dat werkt in de luchtvaartmobiele of luchtvaartnavigatiefrequentiebanden;
ag. multi-pilot: gecertificeerd voor ten minste twee bestuurders;
ah. night qualification: bevoegdverklaring VFR-nachtvliegen;
ai. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
aj. PPL: bewijs van bevoegdheid voor privévlieger (Private Pilot Licence);
ak. RFI: bevoegdverklaring recreatief vlieginstructeur (Recreational Flight Instructor);
al. RPL: bewijs van bevoegdheid voor recreatief vlieger (Recreational Pilot Licence);
am. RT: bevoegdverklaring radiotelefonie;
an. R.T.L.: Regeling Toezicht Luchtvaart;
ao. schermvliegtuig: zweeftoestel zonder starre hoofdstructuur, dat kan worden gedragen en slechts gestart en geland kan worden door gebruik te maken van de benen van de bestuurder;
ap. SE: eenmotorig (Single-Engine);
aq. SFI: instructeur STD (Synthetic Flight Instructor);
ar. single-pilot: gecertificeerd voor één bestuurder;
as. TMG: motorzweefvliegtuig met een integraal gemonteerde niet intrekbare motor en een niet intrekbare propeller, dat in staat is om op eigen kracht op te stijgen en te klimmen (Touring Motor Glider);
at. TRI: typebevoegdverklaring instructeur (Type Rating Instructor);
au. verdrag: Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973. 109);
av. VFR-vlucht: vlucht als bedoeld in artikel 1, onderdeel ae van het Luchtverkeersreglement;
aw. vliegtuig: gemotoriseerd luchtvaartuig met vaste vleugels, zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht gehouden kan worden door aërodynamische reactiekrachten op zijn vleugels;
ax. vrije ballon: luchtvaartuig, lichter dan lucht, niet voorzien van een voortstuwingsinstallatie en ingericht en bestemd om ten minste één persoon te vervoeren;
ay. wet: Wet luchtvaart;
az. zeilvliegtuig: zweeftoestel met starre hoofdstructuur, dat kan worden gedragen en slechts gestart en geland kan worden door gebruik te maken van de benen van de bestuurder;
ba. zweeftoestel: luchtvaartuig niet zijnde een TMG, zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht kan worden gehouden door aerodynamische reactiekrachten en waarvan de vrije vlucht niet afhankelijk is van een motor;
bb. zweefvliegtuig: zweeftoestel met vaste vleugel.
mobiel luchtvaartstation: een radiozend- en ontvangstation op de grond, niet op een vaste plaats, dat werkt in de luchtvaartmobiele of luchtvaartnavigatiefrequentiebanden;
multi-pilot: gecertificeerd voor ten minste twee bestuurders;
night qualification: bevoegdverklaring VFR-nachtvliegen;
Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
PPL: bewijs van bevoegdheid voor privévlieger (Private Pilot Licence);
RFI: bevoegdverklaring recreatief vlieginstructeur (Recreational Flight Instructor);
RPL: bewijs van bevoegdheid voor recreatief vlieger (Recreational Pilot Licence);
RT: bevoegdverklaring radiotelefonie;
R.T.L.: Regeling Toezicht Luchtvaart;
schermvliegtuig: zweeftoestel zonder starre hoofdstructuur, dat kan worden gedragen en slechts gestart en geland kan worden door gebruik te maken van de benen van de bestuurder;
SE: eenmotorig (Single-Engine);
SFI: instructeur STD (Synthetic Flight Instructor);
single-pilot: gecertificeerd voor één bestuurder;
TMG: motorzweefvliegtuig met een integraal gemonteerde niet intrekbare motor en een niet intrekbare propeller, dat in staat is om op eigen kracht op te stijgen en te klimmen (Touring Motor Glider);
TRI: typebevoegdverklaring instructeur (Type Rating Instructor);
verdrag: Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973. 109);
VFR-vlucht: vlucht als bedoeld in artikel 1, onderdeel ae van het Luchtverkeersreglement;
vliegtuig: gemotoriseerd luchtvaartuig met vaste vleugels, zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht gehouden kan worden door aërodynamische reactiekrachten op zijn vleugels;
vrije ballon: luchtvaartuig, lichter dan lucht, niet voorzien van een voortstuwingsinstallatie en ingericht en bestemd om ten minste één persoon te vervoeren;
wet: Wet luchtvaart;
zeilvliegtuig: zweeftoestel met starre hoofdstructuur, dat kan worden gedragen en slechts gestart en geland kan worden door gebruik te maken van de benen van de bestuurder;
zweeftoestel: luchtvaartuig niet zijnde een TMG, zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht kan worden gehouden door aerodynamische reactiekrachten en waarvan de vrije vlucht niet afhankelijk is van een motor;
zweefvliegtuig: zweeftoestel met vaste vleugel.
**2.** Een wijziging van JAR-FCL 1 tot en met 4 gaat voor de toepassing van dit besluit en de krachtens dit besluit vastgestelde regelingen gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
@ -130,7 +183,7 @@ Een bewijs van bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid, kan worden afgegeven v
| | vliegtuigen | helikopters | zweeftoestellen | vrije ballonnen | luchtschepen | andere categorieën luchtvaartuigen |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| | (A) | (H) | (G) | (FB) | (AS) | (OA) |
| RPL | x | x | x | x | x | x |
| RPL | x | x | | | x | x |
| PPL | x | x | | | | x |
| CPL | x | x | | x | x | x |
| ATPL | x | x | | | | x |
@ -140,29 +193,22 @@ Een bewijs van bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid, kan worden afgegeven v
**3.** Indien een bewijs van bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c of d, wordt aangevraagd of afgegeven voor de categorie helikopters, zijn de overeenkomstige artikelen uit JAR-FCL 2 van toepassing.
**4.** De bewijzen van bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid, onderdelen f en g, worden afgegeven wanneer ten minste één bijzondere bevoegdverklaring daarop wordt weergegeven.
**4.**
**5.** De bevoegdheden die voortvloeien uit een bewijs van bevoegdheid zijn steeds beperkt tot die typen of klassen luchtvaartuigen of tot die werkzaamheden waarvoor een bijzondere bevoegdverklaring is afgegeven.
Een voor de categorie vrije ballonnen afgegeven CPL geeft de bevoegdheid tegen vergoeding op te treden als bestuurder van een vrije ballon die luchtwaardig is bevonden, onder de volgende beperkingen:
**6.** De bewijzen van bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid worden afgegeven voor onbepaalde duur.
a. alleen tijdens VFR-vluchten, en
b. vaart bij nacht is slechts toegestaan, indien de houder ten minste twee opstijgingen bij nacht met een gemiddelde duur van twee uur elk onder toezicht van een bevoegde houder die reeds de nodige ervaring in nachtvaren bezit, heeft uitgevoerd.
**5.** De bewijzen van bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid, onderdelen f en g, worden afgegeven wanneer ten minste één bijzondere bevoegdverklaring daarop wordt weergegeven.
**6.** De bevoegdheden die voortvloeien uit een bewijs van bevoegdheid zijn steeds beperkt tot die typen of klassen luchtvaartuigen of tot die werkzaamheden waarvoor een bijzondere bevoegdverklaring is afgegeven.
**7.** De bewijzen van bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid worden afgegeven voor onbepaalde duur.
### Artikel 2a
**1.**
Onze Minister kan tot 1 oktober 2004 de volgende bewijzen van bevoegdheid afgeven:
a. RPL(G), dat de bevoegdheid geeft niet tegen vergoeding op te treden als bestuurder van een zweefvliegtuig tijdens vluchten zonder baat;
b. RPL(FB), dat de bevoegdheid geeft niet tegen vergoeding op te treden als bestuurder van een vrije ballon, die luchtwaardig is bevonden voor maximaal vier inzittenden tijdens vluchten zonder baat.
**2.**
De in dit besluit opgenomen bepalingen en beperkingen met betrekking tot het RPL zijn van toepassing, met dien verstande, dat artikel 2, eerste lid, onderdeel a, 2°, niet van toepassing is en dat met betrekking tot:
1°. RPL(G) artikel 2, eerste lid, onderdeel a, 3°, wordt gelezen: 3°. niet met passagiers, tenzij de houder vluchten met een gezamenlijke vliegtijd van ten minste tien uren met een zweefvliegtuig heeft uitgevoerd;
2°. RPL(FB) artikel 2, eerste lid, onderdeel a, 3°, wordt gelezen: 3°. vaart bij nacht, indien de houder ten minste twee opstijgingen bij nacht met een gemiddelde duur van twee uur elk onder toezicht van een bevoegde houder, die reeds de nodige ervaring in nachtvaren bezit, heeft uitgevoerd.
**3.** De in het eerste lid bedoelde bewijzen van bevoegdheid verliezen hun geldigheid uiterlijk op 1 januari 2005.
Vervallen
### Artikel 3
@ -171,16 +217,10 @@ De in dit besluit opgenomen bepalingen en beperkingen met betrekking tot het RPL
Aan houders van een RPL kan, onder de krachtens artikel 2.2 van de wet genoemde bijzondere bevoegdverklaringen, al dan niet onder beperkingen naar soort vlucht of ervaring, één of meer van de volgende algemene bevoegdverklaringen worden afgegeven:
a. RT, dat de bevoegdheid geeft om radiocontact met de luchtverkeersdienst, als bedoeld in artikel 1, onderdeel q , van het Luchtverkeersreglement, of met bestuurders van andere luchtvaartuigen te onderhouden;
b. DA, dat de bevoegdheid geeft een luchtvaartuig te bedienen tijdens een luchtvaartvertoning;
c. RFI, dat de bevoegdheid geeft om vliegonderricht te geven voor de afgifte van een:
b. RFI, dat de bevoegdheid geeft om vliegonderricht te geven voor de afgifte van een:
1. RPL, of
2. bijzondere bevoegdverklaring in een RPL;
d. RFI(G), dat de bevoegdheid geeft onderricht te geven in het besturen van zweefvliegtuigen ter verkrijging van een RPL(G), met de volgende bevoegdheden:
1. bevoegdheid A: sololesmethode met startmethode rubberkabels, rijdende auto, lier of vliegtuigsleep;
2. bevoegdheid B: dubbelbesturingsonderricht met startmethode rijdende auto of lier; of
3. bevoegdheid C: dubbelbesturingsonderricht met startmethode vliegtuigsleep.
**2.**
@ -190,8 +230,7 @@ a. RT, dat de bevoegdheid geeft om radiocontact met de luchtverkeersdienst, als
b. IR-SE, dat de bevoegdheid geeft om op te treden als bestuurder gedurende IFR-vluchten op SE-luchtvaartuigen;
c. IR-ME, dat de bevoegdheid geeft om op te treden als bestuurder gedurende IFR-vluchten op ME-luchtvaartuigen;
d. CSR, dat de bevoegdheid geeft om een luchtvaartuig te bedienen waarmee stoffen ter bescherming of bevordering van het milieu of de land-, tuin-, of bosbouw vanuit de lucht worden verspreid;
e. DA, dat de bevoegdheid geeft een luchtvaartuig te bedienen tijdens een luchtvaartvertoning;
f. FI, dat de bevoegdheid geeft van RFI en om, onder de beperkingen als bedoeld in JAR-FCL 1.310, onderdeel a, en JAR-FCL 1.330, vliegonderricht te geven voor:
e. FI, dat de bevoegdheid geeft van RFI en om, onder de beperkingen als bedoeld in JAR-FCL 1.310, onderdeel a, en JAR-FCL 1.330, vliegonderricht te geven voor:
1. de afgifte van een PPL en bijzondere bevoegdverklaringen voor SE-luchtvaartuigen,
@ -204,27 +243,38 @@ f. FI, dat de bevoegdheid geeft van RFI en om, onder de beperkingen als bedoeld
5. de afgifte van bijzondere bevoegdverklaringen voor single-pilot ME-luchtvaartuigen,
6. de afgifte van een FI;
g. TRI, dat de bevoegdheid geeft om, onder de beperkingen als bedoeld onder JAR-FCL 1.310, onderdeel a, en JAR-FCL 1.365, aan houders van een bewijs van bevoegdheid vliegonderricht te geven voor de afgifte van een bijzondere bevoegdverklaring voor een multi-pilot luchtvaartuig, inclusief onderricht benodigd voor MCC;
h. CRI, dat de bevoegdheid geeft om, onder de beperkingen als bedoeld in JAR-FCL 1.310, onderdeel a, en JAR-FCL 1.380, aan houders van een bewijs van bevoegdheid vliegonderricht te geven voor de afgifte van een bijzondere bevoegdverklaring voor een single-pilot luchtvaartuig;
i. IRI, dat de bevoegdheid geeft om, onder de beperkingen als bedoeld JAR-FCL 1.310, onderdeel a, en JAR-FCL 1.395, aan houders van een bewijs van bevoegdheid vliegonderricht te geven voor de afgifte van een IR;
f. TRI, dat de bevoegdheid geeft om, onder de beperkingen als bedoeld in JAR-FCL 1.310, onderdeel a, JAR-FCL 1.360 en JAR-FCL 1.365, aan houders van een bewijs van bevoegdheid vliegonderricht te geven voor de afgifte van een bijzondere bevoegdverklaring voor een multi-pilot luchtvaartuig, inclusief onderricht benodigd voor MCC;
g. CRI, dat de bevoegdheid geeft om, onder de beperkingen als bedoeld in JAR-FCL 1.310, onderdeel a, en JAR-FCL 1.380, aan houders van een bewijs van bevoegdheid vliegonderricht te geven voor de afgifte van een bijzondere bevoegdverklaring voor een single-pilot luchtvaartuig;
h. IRI, dat de bevoegdheid geeft om, onder de beperkingen als bedoeld in JAR-FCL 1.310, onderdeel a, JAR-FCL 1.390 en JAR-FCL 1.395, aan houders van een bewijs van bevoegdheid vliegonderricht te geven voor de afgifte van een IR;
i. MCCI, dat de bevoegdheid geeft om onderricht te geven voor het praktijkgedeelte van MCC-opleidingen, wanneer dit niet wordt gecombineerd met onderricht voor een typebevoegdverklaring voor een luchtvaartuig.
j. SFI, dat de bevoegdheid geeft om, onder de beperkingen als bedoeld in JAR-FCL 1.310, onderdeela, en JAR-FCL 1.410, vliegonderricht te geven op een STD voor de afgifte van een bijzonderebevoegdverklaring voor een multi-pilot luchtvaartuig;
k. night qualification, dat de bevoegdheid geeft om de bevoegdheden van het bewijs van bevoegdheid waarvoor de bevoegdverklaring wordt afgegeven 's nachts uit te voeren Deze bevoegdverklaring wordt uitsluitend afgegeven aan de houder van een PPL of CPL.
**3.** Indien een algemene bevoegdverklaring als bedoeld in het tweede lid, de onderdelen a tot en met g en i tot en met k, wordt aangevraagd of afgegeven voor de categorie helikopters, zijn de overeenkomstige artikelen uit JAR-FCL 2 van toepassing, met dien verstande dat bij IR geen onderscheid wordt gemaakt in SE en ME.
**3.** Indien een algemene bevoegdverklaring als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a tot en met f en h en k, wordt aangevraagd of afgegeven voor de categorie helikopters, zijn de overeenkomstige artikelen uit JAR-FCL 2 van toepassing, met dien verstande dat bij IR geen onderscheid wordt gemaakt in SE en ME.
**4.** De bevoegdheden die voortvloeien uit een RT zijn steeds beperkt tot het overeenkomende bewijs van bevoegdheid van de houder.
**5.** De bevoegdheden die voortvloeien uit een algemene bevoegdverklaring, met uitzondering van de RT, zijn steeds beperkt tot die categorie luchtvaartuigen waarvoor de bevoegdverklaring is afgegeven.
**6.**
Onverminderd het tweede lid, onderdelen a en k, kan aan houders van een CPL(FB) de algemene bevoegdverklaring FI(FB) worden afgegeven dat de bevoegdheid geeft onderricht te geven in het besturen van vrije ballonnen voor:
a. de afgifte van een CPL(FB);
b. VFR-nachtvliegen;
c. de afgifte van een FI(FB).
### Artikel 4
**1.** De in artikel 3, eerste en tweede lid, onderdeel a, genoemde bevoegdverklaring wordt voor onbepaalde duur afgegeven.
**2.** De in artikel 3, tweede lid, onderdeel b en c, genoemde bevoegdverklaringen worden voor de duur van ten hoogste een jaar afgegeven.
**3.** De in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel d en e, genoemde bevoegdverklaringen worden voor de duur van ten hoogste twee jaar afgegeven.
**3.** De in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel d, genoemde bevoegdverklaringen worden voor de duur van ten hoogste twee jaar afgegeven.
**4.** De in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, onderdeel f tot en met j, genoemde bevoegdverklaringen worden voor de duur van ten hoogste drie jaar afgegeven.
**4.** De in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, tweede lid, onderdelen e tot en met j, en zesde lid, genoemde bevoegdverklaringen worden voor de duur van ten hoogste drie jaar afgegeven.
**5.** De geldigheidsduur, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, wordt, indien de bevoegdverklaring niet is afgegeven per de eerste dag van de maand van afgifte, berekend vanaf de eerste dag van de maand, volgend op de maand van afgifte.
### Artikel 5
@ -248,13 +298,6 @@ g. JAR-66-AML: 18 jaar.
**2.** De leeftijd, welke moet zijn bereikt om voor een instructeursbevoegdverklaring in aanmerking te komen, bedraagt 18 jaar.
**3.**
In afwijking van artikel 2a, tweede lid, juncto het eerste en tweede lid van dit artikel bedraagt de leeftijd, welke moet zijn bereikt om voor een bewijs van bevoegdheid in aanmerking te komen voor:
RPL(FB): 17 jaar;
RFI(G): 21 jaar.
### Artikel 7
**1.** Met uitzondering van het tweede lid is de houder van een bewijs van bevoegdheid, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c en d, die de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt, niet bevoegd op te treden als bestuurder van een luchtvaartuig tijdens verkeersvluchten.
@ -292,6 +335,8 @@ De bevoegdverklaringen, genoemd in artikel 3 en 5, worden verlengd indien de hou
### Artikel 11
**1.**
Artikel 2.1, eerste en tweede lid, van de wet is niet van toepassing op:
a. het bedienen van een modelvliegtuig, waarvan de totale massa ten hoogste 25 kg bedraagt;
@ -300,16 +345,29 @@ c. het bedienen van een toestel, zwaarder dan lucht, en niet voorzien van een vo
d. bedienen van een luchtschip, dat op zeeniveau in de internationale standaard atmosfeer in geheel gevulde toestand een grootste afmeting heeft van 5.00 m of een inhoud van ten hoogste 4.00 kubieke m;
e. het bedienen van een toestel, zwaarder dan lucht in de vorm van een scherm met harnas, dat met een lijn of lijnen is bevestigd aan een voertuig of vaartuig, waardoor het in de lucht kan worden gehouden (valschermzweeftoestel);
f. het bedienen van een zeilvliegtuig, onder door Onze Minister bij ministeriële regeling te stellen voorschriften en beperkingen;
g. het bedienen van een schermvliegtuig, uitsluitend binnen de gebieden, die door Onze Minister bij ministeriële regeling zijn aangewezen en onder in die regeling te stellen voorschriften en beperkingen;
g. het bedienen van een schermvliegtuig onder door Onze Minister bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden;
h. het bedienen van een ballon, die tijdens het in de lucht houden permanent is bevestigd aan het aardoppervlak (kabelballon);
i. het bedienen van een valscherm als bedoeld in artikel 1, onderdeel a van de Regeling valschermspringen;
j. het bedienen van een luchtvaartuig onder toezicht van een instructeur, die houder is van een voor de bediening van dat luchtvaartuig en die vlucht afgegeven bewijs van bevoegdheid, waarop weergegeven de nodige bevoegdverklaringen op een zodanige wijze dat de instructeur onmiddellijk kan ingrijpen;
k. het uitvoeren van een solovlucht onder toezicht van een instructeur, die houder is van een voor de bediening van dat luchtvaartuig en die vlucht afgegeven bewijs van bevoegdheid, waarop weergegeven de nodige bevoegdverklaringen, door een bestuurder, die geen houder is van een bewijs van bevoegdheid, indien de bestuurder:
1. een solovlucht uitvoert met een zweeftoestel binnen zichtafstand tot een maximum van 5 kilometer rondom het luchtvaartterrein en de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt, of een solovlucht uitvoert met een luchtvaartuig en de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt;
2. beschikt over voldoende kennis voor de uit te voeren solovlucht;
3. beschikt over een geldige medische verklaring klasse 1 of 2; en
4. beschikt over een schriftelijke soloverklaring van de instructeur.
1. beschikt over voldoende kennis voor de uit te voeren solovlucht;
2. beschikt over een geldige medische verklaring klasse 1 of 2; en
3. beschikt over een schriftelijke soloverklaring van de instructeur;
l. het bedienen van een zweefvliegtuig;
m. het bedienen van een vrije ballon, niet tegen vergoeding, die luchtwaardig is bevonden voor maximaal vier inzittenden, tijdens vluchten zonder baat onder de in artikel 2, eerste lid, onder a, ten 1° en 2° bedoelde beperkingen;
n. het uitoefenen van de bevoegdheden die behoren bij de bevoegdverklaringen SFI respectievelijk MCCI, indien:
1°. betrokkene heeft voldaan aan de door Onze Minister vast te stellen afgifte-eisen voor de respectieve bevoegdverklaringen, en
2°. aan betrokkene door Onze Minister een autorisatiedocument is afgegeven, waarop overigens de bepalingen die bij of krachtens de Wet luchtvaart gelden met betrekking tot de bevoegdverklaringen SFI respectievelijk MCCI van kracht zijn.
**2.**
Het eerste lid, onderdelen b tot en met m, is van toepassing indien de bestuurder:
a. de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, met dien verstande, dat de bestuurder van een zweeftoestel die een solovlucht uitvoert binnen zichtafstand van het luchtvaartterrein tot een maximum van 5 kilometer rondom het luchtvaartterrein, de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt,
b. kan aantonen te beschikken over voldoende bekwaamheid om op een veilige manier deel te nemen aan het luchtverkeer, en
c. kan aantonen dat een verzekering is gesloten tegen de burgerrechtelijke aansprakelijkheid jegens derden als gevolg van het gebruik van het luchtvaartuig.
### Artikel 12
@ -379,17 +437,7 @@ c. de richtlijnen met betrekking tot het afnemen van examens.
### Artikel 15a
**1.** De examens ter verkrijging van de bewijzen van bevoegdheid, bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onder a, en van de daarbij behorende bevoegdverklaringen worden afgelegd voor een door Onze Minister daartoe in te stellen examencommissie.
**2.** Onze Minister benoemt de leden van de examencommissie telkens voor ten hoogste twee jaren. Bij die benoeming wijst hij tevens uit de leden de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter aan.
**3.** Onze Minister voegt aan de examencommissie door hem aan te wijzen ambtenaren toe als secretaris en als plaatsvervangend secretaris.
**4.** Bij afwezigheid van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden hun werkzaamheden verricht door een door de voorzitter aan te wijzen lid.
**5.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling richtlijnen vaststellen met betrekking tot het afnemen van de theoretische en praktische examens.
**6.** De examencommissie brengt zo spoedig mogelijk na afloop van het theoretisch examen schriftelijk rapport uit aan Onze Minister. In dit rapport worden de uitkomsten, bijzonderheden en opmerkingen met betrekking tot het examen vermeld.
Vervallen
### Artikel 16
@ -606,24 +654,23 @@ h. de verplichtingen van de houder van de medische verklaring of van een geneesk
**1.**
De geldigheidsduur van de medische verklaringen voor ATPL, CPL, CFEL, PPL en RPL bedraagt in maanden voor de houder van een bewijs van bevoegdheid of voor de bestuurder als bedoeld in artikel 11, onderdeel i, in dit artikel nader te noemen «bestuurder»:
De geldigheidsduur van de medische verklaringen voor ATPL, CPL, CFEL, PPL en RPL bedraagt in maanden voor de houder van een bewijs van bevoegdheid of voor de bestuurder als bedoeld in artikel 11, onderdeel k, in dit artikel nader te noemen «bestuurder»:
| a. | | |
| --- | --- | --- |
| klasse 1 | jonger dan 40 jaar | 40 jaar of ouder |
| ATPL | 12 | 6 |
| CPL | 12 | 6 |
| CPL (behoudens CPL(FB)); | 12 | 6 |
| CFEL | 12 | 6 |
| bestuurder | 12 | 6 |
| b. | | | | |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| klasse 2 | jonger dan 30 jaar | 30 tot 50 jaar | 50 tot 65 jaar | 65 jaar of ouder |
| PPL | 60* | 24 | 12 | 6 |
| RPL | 60* | 24 | 12 | 12 |
| bestuurder | 60* | 24 | 12 | 12 |
* met dien verstande dat een medische verklaring afgegeven voor het dertigste levensjaar van de houder slechts geldt tot zijn twee en dertigste jaar.
| b. | | | |
| --- | --- | --- | --- |
| **Klasse 2** | **jonger dan 30 jaar** | **30 tot 50 jaar** | **50 jaar of ouder** |
| CPL(FB) | 60* | 24 | 12 |
| PPL | 60* | 24 | 12 |
| RPL | 60* | 24 | 12 |
| Bestuurder | 60* | 24 | 12 |
**2.** Houders van een PPL of een RPL kunnen eveneens gebruik maken van een geldige medische verklaring klasse 1.
@ -685,11 +732,7 @@ Zolang in een vacature in de Adviescommissie niet is voorzien, vormen de overbli
### Artikel 37
**1.** Hoofdstuk III van de R.T.L. komt, met inachtneming van het gestelde in artikel 38, te vervallen.
**2.** Het Besluit kwalificaties luchtverkeersdienstverlening (Stb. 1993, 728) wordt ingetrokken.
**3.** Het Opleidingsbesluit Rijksluchtvaartschool wordt ingetrokken.
Vervallen
### Artikel 38
@ -706,23 +749,7 @@ f. aan een houder van een vliegbewijs A, als bedoeld in artikel 12, eerste lid,
g. aan een houder van een bijzondere bevoegdverklaring VK1A onderscheidenlijk VK2A een bijzondere bevoegdverklaring SE piston (land) onderscheidenlijk ME piston (land) wordt afgegeven, en indien genoemde houder aantoont in een voorafgaande periode van 12 maanden ten minste 10 uur vliegervaring te hebben opgedaan op een vliegtuigtype met een MTOW van maximaal 2000 kg, uitgerust met een turbinemotor, een bijzondere bevoegdverklaring voor dat betreffende vliegtuigtype wordt afgegeven;
h. aan een houder van een bevoegdverklaring blindvliegen, als bedoeld in artikel 16, onderdeel a, sub 2, van de R.T.L. of een vliegbewijs B1, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, sub 6, van de R.T.L. in de categorie luchtvaartuigen, afhankelijk van hun vliegtuigbevoegdverklaring een IR-SE of IR-ME, dan wel beide wordt afgegeven in een overeenkomende categorie luchtvaartuigen;
i. aan een houder van een beperkt vliegbewijs A, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, sub 2, van de R.T.L., een RPL wordt afgegeven in een overeenkomende categorie luchtvaartuigen met een overeenkomende bijzondere bevoegdverklaring;
j. aan een houder van een oefenbewijs, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, sub 1, van de R.T.L., in een van de in artikel 2, tweede lid, genoemde categorieën luchtvaartuigen vrijstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 11, onderdeel h van dit besluit;
k. aan een houder van een zeilvliegbrevet II of III, dat door de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart is afgegeven een RPL wordt afgegeven in de categorie zweeftoestellen met de bijzondere bevoegdverklaring zeilvliegtuigen;
l. aan een houder van een schermvliegbrevet III, dat door de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart is afgegeven een RPL wordt afgegeven in de categorie zweeftoestellen, met de bijzondere bevoegdverklaring schermzweven;
m. aan een houder van een zweefvliegbewijs, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, van de R.T.L., wordt afgegeven:
1. een RPL
1°. in plaats van de bevoegdverklaring motorzweefvliegen als bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onderdeel 4, van de R.T.L. en de bevoegdverklaring vliegonderricht als bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onderdeel 3 van de R.T.L. met de bevoegdheid B of C, bedoeld in artikel 19, vierde lid van de R.T.L.: voor de categorie vliegtuigen met de bijzondere bevoegdverklaring TMG en de algemene bevoegdverklaring RFI voor diens geldige bijzondere bevoegdverklaringen,
2°. in plaats van de bevoegdverklaring radiotelefonie als bedoeld in artikel 16, onderdeel b, sub 5, van de R.T.L.: de algemene bevoegdverklaring RT;
2. een PPL in plaats van de bevoegdverklaring motorzweefvliegen als bedoeld in artikel 16, onderdeel b, sub 4: voor de categorie vliegtuigen met de bijzondere bevoegdverklaring TMG;
n. aan een houder van een zweefvliegbewijs, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, van de R.T.L., wordt afgegeven:een RPL(G)
1°. in plaats van de bevoegdverklaring lieren, bedoeld in artikel 16, onderdeel b, sub 6, of sleepvliegen, bedoeld in artikel 16, onderdeel b, sub 2, van de R.T.L.: voor de categorie zweeftoestellen met een overeenkomende bijzondere bevoegdverklaring,
2°. in plaats van de bevoegdverklaring vliegonderricht, bedoeld in artikel 16, onderdeel b, sub 3, van de R.T.L. met de bevoegdheid B of C, bedoeld in artikel 19, vierde lid van de R.T.L.: de algemene bevoegdverklaring RFI met de bevoegdheid A, B of C.
o. aan een houder van een bewijs van bevoegdheid voor ballonvoerder een RPL(FB) wordt afgegeven in de categorie ballonnen met de overeenkomende bijzondere bevoegdverklaring, waarbij met een geldigheidsduur tot 1 januari 2005 de bevoegdheden van het CPL zijn inbegrepen;
p. aan een houder van een RPL(G), bedoeld in artikel 2a, uiterlijk drie maanden na het tijdstip, waarop het RPL(G) wordt vervangen door het RPL, een RPL wordt afgegeven met de bevoegdverklaringen en bevoegdheden, welke overeenkomen met het te vervangen RPL(G);
q. aan een houder van een RPL(FB), bedoeld in artikel 2a, uiterlijk drie maanden na het tijdstip, waarop het RPL(FB) wordt vervangen door het RPL, een RPL wordt afgegeven met de bevoegdverklaringen en bevoegdheden, welke overeenkomen met het te vervangen RPL(FB).
j. aan een houder van een oefenbewijs, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, sub 1, van de R.T.L., in een van de in artikel 2, tweede lid, genoemde categorieën luchtvaartuigen vrijstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 11, onderdeel h van dit besluit.
**2.** Aan andere dan de in het eerste lid genoemde houders van een geldig bewijs van bevoegdheid wordt, zonder dat behoeft te worden voldaan aan de bij of krachtens artikel 8, eerste lid van dit besluit genoemde eisen, een nieuw bewijs van bevoegdheid verstrekt, dat gelijkwaardig is aan hun huidige bewijs van bevoegdheid;
@ -756,21 +783,9 @@ q. aan een houder van een RPL(FB), bedoeld in artikel 2a, uiterlijk drie maanden
**4.** Na overleg van een geldig medisch keuringsrapport kan Onze Minister een gelijkwaardige medische verklaring van de bijbehorende klasse afgegeven voor de nog lopende periode van de medische verklaring.
**5.** De geneeskundige instanties en de geneeskundigen die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit op grond van artikel 32, tweede lid, R.T.L. en artsen die op grond van artikel 13, tweede lid van het Besluit kwalificaties luchtverkeersdienstverlening zijn aangewezen tot het verrichten van medische keuringen klasse 1, 2 of 3, blijven tot 1 oktober 2002 bevoegd tot het verrichten van diezelfde of gelijkwaardige keuringen en het opstellen van de hieruit volgende adviesrapportages aan Onze Minister, zonder dat een autorisatie als bedoeld in artikel 2.4, derde lid, onderdeel d, van de wet daartoe is vereist. Zij nemen daarbij de Regeling geneeskundige instanties, geneeskundigen en medische verklaringen voor de luchtvaart in acht.
### Artikel 40
**1.** Degene die voor de inwerkingtreding van dit besluit met een opleiding is begonnen ter verkrijging van een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 16 van de R.T.L., in de categorie vliegtuigen, is bevoegd deze opleiding binnen de daarvoor geldende termijnen af te ronden met dien verstande dat deze opleiding uiterlijk 1 oktober 2002 is afgerond.
**2.** Degene, die voor 1 oktober 2001 met een opleiding als bedoeld in artikel 39 van de R.T.L. ter verkrijging van een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring op grond van artikel 12, eerste lid, van de R.T.L. ten behoeve van één van de categorieën helikopters, zweeftoestellen of ballonnen dan wel van een bewijs van bevoegdheid voor boordwerktuigkundige is begonnen, is bevoegd deze opleiding binnen de daarvoor geldende termijn af te ronden met dien verstande dat deze opleiding uiterlijk 1 oktober 2004 is afgerond.
**3.** Diegene die voor de inwerkingtreding van dit besluit een opleiding is aangevangen ten behoeve van het zweefvliegbewijs als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, van de R.T.L., klasse motorzweefvliegen, wordt een PPL in de categorie vliegtuigen met de bijzondere bevoegdverklaring TMG verstrekt, indien hij deze opleiding binnen de daartoe gestelde termijnen uiterlijk 1 oktober 2002 heeft afgerond.
**4.** Een op grond van artikel 39 van de R.T.L. afgegeven erkenning van een opleiding ten behoeve van de afgifte van bewijzen van bevoegdheid met betrekking tot de categorie vliegtuigen kan na inwerkingtreding van dit besluit, tot uiterlijk 1 oktober 2002, verlengd worden.
**5.** Een op grond van artikel 39 van de R.T.L. afgegeven erkenning van een opleiding ten behoeve van de afgifte van bewijzen van bevoegdheid met betrekking tot de categorie helikopters kan na inwerkingtreding van dit besluit, tot uiterlijk 1 oktober 2004, verlengd worden.
**6.** Degene die in overeenstemming met het eerste, tweede en derde lid, met een opleiding is begonnen, komt tot de in het desbetreffende lid genoemde datum en in overeenstemming met de Vrijstellingsregeling in aanmerking voor vrijstelling van het afleggen van één of meer examens.
Vervallen
### Artikel 41