2007-01-01 | BWBR0020967 | Verordening varkensleveringen (PVV) 2006

This commit is contained in:
Coornhert 2007-01-01 12:00:00 +00:00
parent 7e9dd3a024
commit 02ae8baed1

View file

@ -22,28 +22,17 @@ In deze verordening wordt verstaan onder:
De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf aan als een A-bedrijf, indien:
a. a.
op het varkenshouderijbedrijf vrouwelijke varkens worden gehouden voor het bedrijfsmatig produceren van biggen;
b. b.
varkens die op het varkenshouderijbedrijf worden aangevoerd, worden gehuisvest in een van de rest van het varkenshouderijbedrijf afgescheiden toevoegstal, waarvan inrichting en gebruik voldoen aan de in bijlage I bij deze verordening opgenomen voorschriften, totdat uit een door een dierenarts na vier weken na aanvoer overeenkomstig bijlage II uitgevoerd serologisch onderzoek blijkt dat in de toevoegstal geen varkens zijn aangetroffen waarvan het bloed antilichamen tegen klassieke varkenspest of tegen de ziekte van Aujeszky bevat;
c. c.
bij het ontbreken van een toevoegstal als bedoeld in onderdeel b, tot zes weken na de laatste aanvoer van varkens geen varkens worden afgevoerd anders dan, hetzij rechtstreeks, hetzij via een verzamelcentrum, naar het slachthuis;
d. d.
op het varkenshouderijbedrijf een voorziening voor reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen voor varkens aanwezig is als bedoeld in artikel 59, tweede lid, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSEs;
e. e.
de ondernemer van het varkenshouderijbedrijf artikel 67, tweede lid, en artikel 79 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSEs naleeft;
f. f.
de ondernemer voldoet aan alle, de herkomst van de op het varkenshouderijbedrijf aanwezige varkens betreffende, krachtens artikel 96 van de wet gestelde regels;
g. g.
op het varkenshouderijbedrijf een douche aanwezig is, die is gelegen in de onmiddellijke nabijheid van de ingang van het varkenshouderijbedrijf en waarvan bezoekers van het varkenshouderijbedrijf voorafgaand aan het betreden van de stallen gebruik maken;
h. h.
het varkenshouderijbedrijf is voorzien van een erfafscheiding waardoor het betreden van het varkenshouderijbedrijf zonder de medewerking van de ondernemer niet mogelijk is;
i. i.
de ondernemer de gegevens met betrekking tot groepsmedicatie in het logboek, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Diergeneesmiddelenwet vastlegt;
j. j.
de ondernemer bij de aanvraag en vervolgens eenmaal per vier weken een verklaring van een dierenarts overlegt waarin deze verklaart dat het in bijlage II bepaalde aantal op het varkenshouderijbedrijf aanwezige varkens met een gewicht van ten minste 30 kg serologisch is onderzocht en dat geen varkens zijn aangetroffen waarvan het bloed antilichamen tegen klassieke varkenspest of tegen de ziekte van Aujeszky bevat;
k. k.
de ondernemer bij de aanvraag en bij de structurele controle een conform bijlage III opgemaakt bedrijfsrapport van een geaccrediteerde keuringsinstantie kan overleggen waaruit blijkt dat het varkenshouderijbedrijf is getoetst aan de in de onderdelen a tot en met i gestelde voorwaarden.
a. op het varkenshouderijbedrijf vrouwelijke varkens worden gehouden voor het bedrijfsmatig produceren van biggen;
b. varkens die op het varkenshouderijbedrijf worden aangevoerd, worden gehuisvest in een van de rest van het varkenshouderijbedrijf afgescheiden toevoegstal, waarvan inrichting en gebruik voldoen aan de in bijlage I bij deze verordening opgenomen voorschriften, totdat uit een door een dierenarts na vier weken na aanvoer overeenkomstig bijlage II uitgevoerd serologisch onderzoek blijkt dat in de toevoegstal geen varkens zijn aangetroffen waarvan het bloed antilichamen tegen klassieke varkenspest of tegen de ziekte van Aujeszky bevat;
c. bij het ontbreken van een toevoegstal als bedoeld in onderdeel b, tot zes weken na de laatste aanvoer van varkens geen varkens worden afgevoerd anders dan, hetzij rechtstreeks, hetzij via een verzamelcentrum, naar het slachthuis;
d. op het varkenshouderijbedrijf een voorziening voor reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen voor varkens aanwezig is als bedoeld in artikel 59, tweede lid, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSEs;
e. de ondernemer van het varkenshouderijbedrijf artikel 67, tweede lid, en artikel 79 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSEs naleeft;
f. de ondernemer voldoet aan alle, de herkomst van de op het varkenshouderijbedrijf aanwezige varkens betreffende, krachtens artikel 96 van de wet gestelde regels;
g. op het varkenshouderijbedrijf een douche aanwezig is, die is gelegen in de onmiddellijke nabijheid van de ingang van het varkenshouderijbedrijf en waarvan bezoekers van het varkenshouderijbedrijf voorafgaand aan het betreden van de stallen gebruik maken;
h. het varkenshouderijbedrijf is voorzien van een erfafscheiding waardoor het betreden van het varkenshouderijbedrijf zonder de medewerking van de ondernemer niet mogelijk is;
i. de ondernemer de gegevens met betrekking tot groepsmedicatie in het logboek, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Diergeneesmiddelenwet vastlegt;
j. de ondernemer bij de aanvraag en vervolgens eenmaal per vier weken een verklaring van een dierenarts overlegt waarin deze verklaart dat het in bijlage II bepaalde aantal op het varkenshouderijbedrijf aanwezige varkens met een gewicht van ten minste 30 kg serologisch is onderzocht en dat geen varkens zijn aangetroffen waarvan het bloed antilichamen tegen klassieke varkenspest of tegen de ziekte van Aujeszky bevat;
k. de ondernemer bij de aanvraag en bij de structurele controle een conform bijlage III opgemaakt bedrijfsrapport van een geaccrediteerde keuringsinstantie kan overleggen waaruit blijkt dat het varkenshouderijbedrijf is getoetst aan de in de onderdelen a tot en met i gestelde voorwaarden.
### Artikel 3
@ -53,19 +42,15 @@ De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf a
De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf aan als een C-bedrijf, indien:
a. a.
het varkenshouderijbedrijf voldoet aan artikel 2, onderdelen d tot en met j, en
b. b.
de ondernemer bij de aanvraag een volgens het model in bijlage III opgesteld bedrijfsrapport overlegt van een geaccrediteerde keuringsinstantie waaruit blijkt dat het varkenshouderijbedrijf is getoetst aan de in artikel 2, onderdelen d tot en met j, gestelde voorwaarden.
a. het varkenshouderijbedrijf voldoet aan artikel 2, onderdelen d tot en met j, en
b. de ondernemer bij de aanvraag een volgens het model in bijlage III opgesteld bedrijfsrapport overlegt van een geaccrediteerde keuringsinstantie waaruit blijkt dat het varkenshouderijbedrijf is getoetst aan de in artikel 2, onderdelen d tot en met j, gestelde voorwaarden.
### Artikel 5
De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf aan als een E-bedrijf, indien:
a. a.
op het varkenshouderijbedrijf speenbiggen worden gehouden, uitsluitend afkomstig van één A-bedrijf;
b. b.
het varkenshouderijbedrijf voldoet aan de criteria, gesteld in artikel 4, onder b.
a. op het varkenshouderijbedrijf speenbiggen worden gehouden, uitsluitend afkomstig van één A-bedrijf;
b. het varkenshouderijbedrijf voldoet aan de criteria, gesteld in artikel 4, onder b.
### Artikel 6
@ -83,10 +68,8 @@ De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf a
De voorzitter kan de aanwijzing als A-bedrijf, B-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of F-bedrijf met onmiddellijke ingang schorsen voor een bepaalde termijn, indien:
a. a.
het varkenshouderijbedrijf niet voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 5 onderscheidenlijk 6, en veterinaire belangen de schorsing rechtvaardigen, dan wel
b. b.
blijkt dat in een periode van twaalf maanden de ondernemer meer dan eenmaal varkens van het varkenshouderijbedrijf afvoert of doet afvoeren, dan wel op het varkenshouderijbedrijf ontvangt of aanvoert, zonder dat wordt voldaan aan de artikelen 13, 14, 15, 17 onderscheidenlijk 18.
a. het varkenshouderijbedrijf niet voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 5 onderscheidenlijk 6, en veterinaire belangen de schorsing rechtvaardigen, dan wel
b. blijkt dat in een periode van twaalf maanden de ondernemer meer dan eenmaal varkens van het varkenshouderijbedrijf afvoert of doet afvoeren, dan wel op het varkenshouderijbedrijf ontvangt of aanvoert, zonder dat wordt voldaan aan de artikelen 13, 14, 15, 17 onderscheidenlijk 18.
**2.** De voorzitter kan de schorsing, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, telkens verlengen voor een termijn van ten hoogste vier weken.
@ -96,12 +79,9 @@ b. b.
De voorzitter kan de aanwijzing als A-bedrijf, B-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of F-bedrijf intrekken, indien:
a. a.
blijkt dat het varkenshouderijbedrijf niet voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 5 onderscheidenlijk 6, terwijl de ondernemer in de gelegenheid is gesteld binnen een termijn van ten hoogste zes weken alsnog aan de eisen te voldoen en deze termijn inmiddels is verstreken, dan wel
b. b.
na afloop van de schorsing, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, blijkt dat het varkenshouderijbedrijf nog steeds niet voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 5 onderscheidenlijk 6;
c. c.
blijkt dat in een periode van twaalf maanden na de dagtekening van het besluit tot schorsen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, de ondernemer opnieuw varkens van het varkenshouderijbedrijf afvoert of doet afvoeren, dan wel op het varkenshouderijbedrijf ontvangt of aanvoert, zonder dat wordt voldaan aan de artikelen 13, 14, 15, 17 onderscheidenlijk 18.
a. blijkt dat het varkenshouderijbedrijf niet voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 5 onderscheidenlijk 6, terwijl de ondernemer in de gelegenheid is gesteld binnen een termijn van ten hoogste zes weken alsnog aan de eisen te voldoen en deze termijn inmiddels is verstreken, dan wel
b. na afloop van de schorsing, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, blijkt dat het varkenshouderijbedrijf nog steeds niet voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 5 onderscheidenlijk 6;
c. blijkt dat in een periode van twaalf maanden na de dagtekening van het besluit tot schorsen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, de ondernemer opnieuw varkens van het varkenshouderijbedrijf afvoert of doet afvoeren, dan wel op het varkenshouderijbedrijf ontvangt of aanvoert, zonder dat wordt voldaan aan de artikelen 13, 14, 15, 17 onderscheidenlijk 18.
### Artikel 9
@ -117,16 +97,11 @@ Het is de ondernemer verboden een of meer varkens te vervoeren van of naar, af t
Het verbod, bedoeld in artikel 10, is niet van toepassing op het vervoeren, afvoeren of doen afvoeren van:
a. a.
een of meer varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een slachthuis, hetzij rechtstreeks, hetzij via een verzamelcentrum, mits de varkens zijn gemerkt als slachtvarkens en uit het vervoersdocument, bedoeld in artikel 74, achtste lid, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSEs blijkt dat sprake is van vervoer van slachtdieren;
b. b.
een of meer mannelijke varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een quarantaineruimte;
c. c.
een of meer varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een onderzoeksinstituut;
d. d.
ten hoogste vier varkens per levering van een varkenshouderijbedrijf naar een locatie waar varkens worden gehouden voor recreatieve of educatieve doeleinden, of
e. e.
een of meer varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een varkenshouderijbedrijf buiten Nederland, hetzij rechtstreeks, hetzij via een verzamelcentrum.
a. een of meer varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een slachthuis, hetzij rechtstreeks, hetzij via een verzamelcentrum, mits de varkens zijn gemerkt als slachtvarkens en uit het vervoersdocument, bedoeld in artikel 74, achtste lid, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSEs blijkt dat sprake is van vervoer van slachtdieren;
b. een of meer mannelijke varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een quarantaineruimte;
c. een of meer varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een onderzoeksinstituut;
d. ten hoogste vier varkens per levering van een varkenshouderijbedrijf naar een locatie waar varkens worden gehouden voor recreatieve of educatieve doeleinden, of
e. een of meer varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een varkenshouderijbedrijf buiten Nederland, hetzij rechtstreeks, hetzij via een verzamelcentrum.
### Artikel 12
@ -138,27 +113,19 @@ Indien voor het vervoer van varkens naar een lidstaat of een derde land, nadat d
In afwijking van artikel 10 is het de ondernemer die een A-bedrijf exploiteert toegestaan een of meer varkens naar dat bedrijf te vervoeren of te doen vervoeren en op dat bedrijf aan te voeren en te ontvangen, voor zover:
a. a.
vrouwelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland;
b. b.
mannelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf, of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland, spermawincentrum of quarantaineruimte;
c. c.
het biggen betreft afkomstig van het E-bedrijf waar het A-bedrijf aan heeft geleverd;
d. d.
in een periode van ten minste vijf weken voorafgaand aan de week van aanvoer geen varkens op het A-bedrijf zijn aangevoerd;
e. e.
de aangevoerde varkens na aanvoer worden gehouden in een toevoegstal als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, totdat uit het in artikel 2, onderdeel b, bedoelde serologisch onderzoek blijkt dat geen varkens zijn aangetroffen waarvan het bloed antilichamen tegen klassieke varkenspest en ziekte van Aujeszky bevat, dan wel binnen vijf weken na aanvoer geen varkens worden afgevoerd anders dan rechtstreeks naar een slachthuis.
a. vrouwelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland;
b. mannelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf, of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland, spermawincentrum of quarantaineruimte;
c. het biggen betreft afkomstig van het E-bedrijf waar het A-bedrijf aan heeft geleverd;
d. in een periode van ten minste vijf weken voorafgaand aan de week van aanvoer geen varkens op het A-bedrijf zijn aangevoerd;
e. de aangevoerde varkens na aanvoer worden gehouden in een toevoegstal als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, totdat uit het in artikel 2, onderdeel b, bedoelde serologisch onderzoek blijkt dat geen varkens zijn aangetroffen waarvan het bloed antilichamen tegen klassieke varkenspest en ziekte van Aujeszky bevat, dan wel binnen vijf weken na aanvoer geen varkens worden afgevoerd anders dan rechtstreeks naar een slachthuis.
**2.**
In afwijking van artikel 10 is het de ondernemer die een A-bedrijf exploiteert toegestaan een of meer varkens van dat bedrijf te vervoeren, doen vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren, voor zover:
a. a.
varkens worden afgevoerd naar A-bedrijven, B-bedrijven, D-bedrijven;
b. b.
varkens worden afgevoerd naar één C-bedrijf of ten hoogste één cluster;
c. c.
varkens worden afgevoerd naar één E-bedrijf, waarbij niet meer naar een ander varkensbedrijf kan worden afgevoerd.
a. varkens worden afgevoerd naar A-bedrijven, B-bedrijven, D-bedrijven;
b. varkens worden afgevoerd naar één C-bedrijf of ten hoogste één cluster;
c. varkens worden afgevoerd naar één E-bedrijf, waarbij niet meer naar een ander varkensbedrijf kan worden afgevoerd.
**3.** De ondernemer die een A-bedrijf exploiteert kan in een periode van twaalf maanden eenmaal een ander aanvoeradres kiezen ter vervanging van het aanvoeradres, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk b.
@ -168,16 +135,11 @@ c. c.
In afwijking van artikel 10 is het de ondernemer die een B-bedrijf exploiteert toegestaan een of meer varkens naar dat bedrijf te vervoeren of te doen vervoeren en op dat bedrijf aan te voeren en te ontvangen, voor zover:
a. a.
vrouwelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C-bedrijf, F-bedrijf of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland;
b. b.
mannelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C- bedrijf, F-bedrijf of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland, spermawincentrum of quarantaineruimte;
c. c.
het biggen betreft afkomstig van het F-bedrijf waar het B-bedrijf aan heeft geleverd;
d. d.
de aan te voeren varkens een gewicht hebben van ten minste 25 kg per dier, en
e. e.
de periode tussen het aanvoeren van varkens ten minste zes weken bedraagt.
a. vrouwelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C-bedrijf, F-bedrijf of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland;
b. mannelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C- bedrijf, F-bedrijf of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland, spermawincentrum of quarantaineruimte;
c. het biggen betreft afkomstig van het F-bedrijf waar het B-bedrijf aan heeft geleverd;
d. de aan te voeren varkens een gewicht hebben van ten minste 25 kg per dier, en
e. de periode tussen het aanvoeren van varkens ten minste zes weken bedraagt.
**2.** In afwijking van artikel 10 is het de ondernemer die een B-bedrijf exploiteert toegestaan een of meer varkens van dat bedrijf te vervoeren, doen vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren, voor zover in een periode van zes weken slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste zes D-bedrijven en in een periode van vier maanden slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste twaalf D-bedrijven.,
@ -197,22 +159,11 @@ e. e.
In afwijking van artikel 10 is het de exploitant van een C-bedrijf toegestaan een of meer varkens van dat bedrijf te vervoeren, doen vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren, voor zover:
a. a.
varkens worden afgevoerd naar een A-bedrijf, of
b. b.
in een periode van twaalf maanden slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste 30 B-bedrijven en D-bedrijven gezamenlijk, dan wel;
1.
wanneer het C-bedrijf deel uitmaakt van een cluster van twee C-bedrijven, in een periode van twaalf maanden door het cluster slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste 26 B-bedrijven en D-bedrijven gezamenlijk;
2.
wanneer het C-bedrijf deel uitmaakt van een cluster van drie C-bedrijven, in een periode van twaalf maanden door het cluster slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste 22 B-bedrijven en D-bedrijven gezamenlijk.
1. 1.
wanneer het C-bedrijf deel uitmaakt van een cluster van twee C-bedrijven, in een periode van twaalf maanden door het cluster slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste 26 B-bedrijven en D-bedrijven gezamenlijk;
2. 2.
wanneer het C-bedrijf deel uitmaakt van een cluster van drie C-bedrijven, in een periode van twaalf maanden door het cluster slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste 22 B-bedrijven en D-bedrijven gezamenlijk.
a. varkens worden afgevoerd naar een A-bedrijf, of
b. in een periode van twaalf maanden slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste 30 B-bedrijven en D-bedrijven gezamenlijk, dan wel;
1. wanneer het C-bedrijf deel uitmaakt van een cluster van twee C-bedrijven, in een periode van twaalf maanden door het cluster slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste 26 B-bedrijven en D-bedrijven gezamenlijk;
2. wanneer het C-bedrijf deel uitmaakt van een cluster van drie C-bedrijven, in een periode van twaalf maanden door het cluster slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste 22 B-bedrijven en D-bedrijven gezamenlijk.
**3.** Het afvoeren van varkens van een C-bedrijf naar een D-bedrijf overeenkomstig het tweede lid is slechts toegestaan voor varkens met een gewicht van ten minste 80 kg.
@ -234,12 +185,9 @@ b. b.
In afwijking van artikel 10 is het de ondernemer die een E-bedrijf exploiteert toegestaan een of meer varkens van dat bedrijf te vervoeren, doen vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren, voor zover:
a. a.
het E-bedrijf de afvoermogelijkheden van het A-bedrijf waarvan het E-bedrijf de biggen ontvangt overneemt;
b. b.
varkens worden afgevoerd naar A-bedrijven, B-bedrijven, D-bedrijven;
c. c.
varkens worden afgevoerd naar één C-bedrijf of ten hoogste één cluster.
a. het E-bedrijf de afvoermogelijkheden van het A-bedrijf waarvan het E-bedrijf de biggen ontvangt overneemt;
b. varkens worden afgevoerd naar A-bedrijven, B-bedrijven, D-bedrijven;
c. varkens worden afgevoerd naar één C-bedrijf of ten hoogste één cluster.
**3.** Het afvoeren van varkens van een E-bedrijf naar een C-bedrijf is slechts toegestaan voor varkens met een gewicht van circa 25 kilogram die tenminste vier weken op het E-bedrijf aanwezig zijn geweest.
@ -251,12 +199,9 @@ c. c.
In afwijking van artikel 10 is het de exploitant van een F-bedrijf toegestaan een of meer varkens van dat bedrijf te vervoeren, doen vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren, voor zover:
a. a.
het F-bedrijf de afvoermogelijkheden van het B-bedrijf waarvan het F-bedrijf de speenbiggen ontvangt overneemt;
b. b.
in een periode van zes weken slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste zes D-bedrijven en in een periode van 4 maanden slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste twaalf D-bedrijven;
c. c.
het terugleveren betreft aan het B-bedrijf waarvan de speenbiggen betrokken zijn.
a. het F-bedrijf de afvoermogelijkheden van het B-bedrijf waarvan het F-bedrijf de speenbiggen ontvangt overneemt;
b. in een periode van zes weken slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste zes D-bedrijven en in een periode van 4 maanden slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste twaalf D-bedrijven;
c. het terugleveren betreft aan het B-bedrijf waarvan de speenbiggen betrokken zijn.
**3.** Het afvoeren van varkens van een F-bedrijf naar een D-bedrijf overeenkomstig het eerste lid is slechts toegestaan voor varkens met een gewicht van maximaal 35 kilogram.
@ -266,14 +211,10 @@ c. c.
Het verbod, bedoeld in artikel 10, is niet van toepassing op het, hetzij rechtstreeks, hetzij via een Nederlands verzamelcentrum, aanvoeren en ontvangen op een varkenshouderijbedrijf van een of meer varkens afkomstig van een varkenshouderijbedrijf of verzamelcentrum buiten Nederland, voor zover:
a. a.
de varkens voldoen aan alle van toepassing zijnde communautaire en overige internationale veterinaire voorschriften;
b. b.
de ondernemer van het varkenshouderijbedrijf waarop de varkens worden ontvangen, ten minste één werkdag vóór de periode van 48 uur waarbinnen de voorgenomen ontvangst zal plaatsvinden, die voorgenomen ontvangst bij het meldingsbureau meldt, op de in artikel 20, lid 1 omschreven wijze;
c. c.
bij de melding als bedoeld in onderdeel b de gegevens worden verstrekt die moeten zijn opgenomen in het gezondheidscertificaat van bijlage F, model 2, van richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121), dan wel artikel 11 van richtlijn nr. 72/462/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of vleesprodukten uit derde landen (PbEG L 302); en
d. d.
de ondernemer van het varkenshouderijbedrijf medewerking verleent aan bestemmingscontrole van de varkens op zijn bedrijf overeenkomstig artikel 5 van richtlijn nr. 90/425/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautair handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 224);
a. de varkens voldoen aan alle van toepassing zijnde communautaire en overige internationale veterinaire voorschriften;
b. de ondernemer van het varkenshouderijbedrijf waarop de varkens worden ontvangen, ten minste één werkdag vóór de periode van 48 uur waarbinnen de voorgenomen ontvangst zal plaatsvinden, die voorgenomen ontvangst bij het meldingsbureau meldt, op de in artikel 20, lid 1 omschreven wijze;
c. bij de melding als bedoeld in onderdeel b de gegevens worden verstrekt die moeten zijn opgenomen in het gezondheidscertificaat van bijlage F, model 2, van richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121), dan wel artikel 11 van richtlijn nr. 72/462/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of vleesprodukten uit derde landen (PbEG L 302); en
d. de ondernemer van het varkenshouderijbedrijf medewerking verleent aan bestemmingscontrole van de varkens op zijn bedrijf overeenkomstig artikel 5 van richtlijn nr. 90/425/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautair handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 224);
**2.** Een levering als bedoeld in het eerste lid wordt in mindering gebracht op het aantal op grond van de artikelen 13, eerste lid, 14, eerste lid, 15, eerste lid, onderscheidenlijk 16 op een varkenshouderijbedrijf toegestane leveringen.
@ -283,7 +224,7 @@ d. d.
### Artikel 20
**1.** De ondernemer die het varkenshouderijbedrijf exploiteert waarvan varkens worden afgevoerd, meldt die voorgenomen levering bij het meldingsbureau, door middel van een per fax verzonden door het meldingsbureau verstrekt en volledig ingevuld formulier, dan wel via het voice response systeem van het meldingsbureau, dan wel, indien het meldingsbureau met deze wijze van melden vooraf heeft ingestemd, via electronische data interchange of IRVL-online. De melding strekt tot aanvraag van een transportdocument. Voor de afgifte van een transportdocument is de aanvrager een retributie verschuldigd. Het transportdocument wordt uiterlijk twee weken voor de week van het voorgenomen transport aangevraagd en is alleen geldig in de week van het voorgenomen transport.
**1.** De ondernemer die het varkenshouderijbedrijf exploiteert waarvan varkens worden afgevoerd, meldt die voorgenomen levering bij het meldingsbureau, door middel van een per fax verzonden door het meldingsbureau verstrekt en volledig ingevuld formulier, dan wel via het voice response systeem van het meldingsbureau, dan wel, indien het meldingsbureau met deze wijze van melden vooraf heeft ingestemd, via electronische data interchange. Het transportdocument wordt maximaal twee weken voor het voorgenomen transport aangevraagd en heeft een geldigheidsduur van één week vanaf het moment van afgifte.
**2.** Indien de melding, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op de levering van varkens aan een D-bedrijf als bedoeld in artikel 14, derde lid, onderscheidenlijk een D-bedrijf als bedoeld in artikel 16, tweede lid, gaat de melding vergezeld van een door een geaccrediteerde keuringsinstantie opgesteld rapport waaruit blijkt dat het D-bedrijf voldoet aan artikel 14, derde lid, dan wel artikel 16, tweede lid. Bij ontbreken van een rapport van een geaccrediteerde keuringsinstantie geldt de melding als een melding ten behoeve van het vervoer van varkens, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 16 eerste lid.
@ -297,12 +238,6 @@ d. d.
**7.** Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op het wederom vervoeren, afvoeren of doen afvoeren van de niet geloste varkens als bedoeld in artikel 12.
**8.** De voorzitter kan in het geval van verdenking van een uitbraak van de Ziekte van Aujeszky bij varkens overgaan tot schorsing van de geldigheid van alle op dat moment afgegeven transportdocumenten en aanhouding van de meldingen als bedoeld in het eerste lid.
**9.** De voorzitter kan in het geval van een uitbraak van de Ziekte van Aujeszky bij varkens overgaan tot het intrekken van de op dat moment reeds uitgegeven transportdocumenten en tot het afgeven van transportdocumenten met een beperkte geldigheidsduur.
**10.** Het bestuur stelt bij besluit regels vast inzake een verplichting tot aanvragen van een transportdocument voor de afvoer naar het slachthuis in het geval van een uitbraak van de Ziekte van Aujeszky bij varkens. Dit besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
### Artikel 21
**1.** De ondernemer weigert de ontvangst van varkens indien bij de aanvoer een transportdocument met betrekking tot deze aanvoer ontbreekt.
@ -321,12 +256,9 @@ d. d.
Ondernemers zijn verplicht:
a. a.
aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
b. b.
aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot hun bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar dan wel waarin voorraden, waaronder begrepen varkens, karkassen, monsters en verpakkingsmateriaal, tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen dan wel worden vervoerd;
c. c.
te gedogen dat controleurs van de door het bestuur aangewezen dienst en de door het bestuur aangewezen personen monsters nemen uit de voorraden van het bedrijf van de ondernemer (waaronder begrepen varkens, karkassen, monsters en verpakkingsmateriaal), ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden. De ondernemer zal alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen van de door het bestuur aangewezen dienst en personen.
a. aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
b. aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot hun bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar dan wel waarin voorraden, waaronder begrepen varkens, karkassen, monsters en verpakkingsmateriaal, tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen dan wel worden vervoerd;
c. te gedogen dat controleurs van de door het bestuur aangewezen dienst en de door het bestuur aangewezen personen monsters nemen uit de voorraden van het bedrijf van de ondernemer (waaronder begrepen varkens, karkassen, monsters en verpakkingsmateriaal), ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden. De ondernemer zal alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen van de door het bestuur aangewezen dienst en personen.
**3.** De in het eerste lid bedoelde personen zijn bevoegd berechtingsrapporten ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling op te maken.
@ -356,14 +288,10 @@ Leveringen van varkens door of aan een varkenshouderijbedrijf of aan een verzame
In afwijking van artikel 10 is het de ondernemer toegestaan een of meer vrouwelijke varkens die worden gehouden voor het bedrijfsmatig produceren van biggen van zijn varkenshouderijbedrijf te vervoeren, doen vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren, indien:
a. a.
de ondernemer de exploitatie van het varkenshouderijbedrijf beëindigt;
b. b.
de vrouwelijke varkens worden afgevoerd naar ten hoogste twee A-bedrijven. B-bedrijven of D-bedrijven;
c. c.
zes weken voorafgaand aan het afvoeren geen varkens op het varkenshouderijbedrijf zijn aangevoerd, en
d. d.
uiterlijk twee weken vóór de datum waarop de varkens worden afgevoerd uit een door een dierenarts uitgevoerd serologisch onderzoek op ten minste twaalf op het varkenshouderijbedrijf aanwezige vrouwelijke varkens blijkt dat de aanwezige varkens niet zijn besmet met klassieke varkenspest of de ziekte van Aujeszky.
a. de ondernemer de exploitatie van het varkenshouderijbedrijf beëindigt;
b. de vrouwelijke varkens worden afgevoerd naar ten hoogste twee A-bedrijven. B-bedrijven of D-bedrijven;
c. zes weken voorafgaand aan het afvoeren geen varkens op het varkenshouderijbedrijf zijn aangevoerd, en
d. uiterlijk twee weken vóór de datum waarop de varkens worden afgevoerd uit een door een dierenarts uitgevoerd serologisch onderzoek op ten minste twaalf op het varkenshouderijbedrijf aanwezige vrouwelijke varkens blijkt dat de aanwezige varkens niet zijn besmet met klassieke varkenspest of de ziekte van Aujeszky.
**2.** Bij toepassing van het eerste lid is het in afwijking van artikel 10, de ondernemers die de A-bedrijven, B-bedrijven of D-bedrijven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, exploiteren toegestaan de vrouwelijke varkens te ontvangen en aan te voeren.