2014-05-01 | BWBR0006622 | Wegenverkeerswet 1994

This commit is contained in:
Coornhert 2014-05-01 12:00:00 +00:00
parent 04813366b5
commit 02cf360088

View file

@ -3561,7 +3561,7 @@ e. een gehandicaptenparkeerkaart of een kaart ten behoeve van het vervoer van ge
### Artikel 161
**1.** De in artikel 159, onderdeel a, bedoelde personen die bij de uitoefening van de bij of krachtens deze wet, krachtens artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht dan wel krachtens artikel 5:19, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan hen verleende bevoegdheden de beschikking krijgen over een rijbewijs waarvan ingevolge een der artikelen 130, tweede lid, of 164 de overgifte is gevorderd, waarvan ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de inlevering is gevorderd of ten aanzien waarvan ingevolge een der artikelen 120, derde lid, 123b, vierde lid, 124, vierde lid, 131, tweede lid, onderdeel b, 132, vijfde lid, 132b, tweede lid, en 134, vierde lid, of 180, vierde lid, van deze wet een verplichting tot inlevering bestaat, zijn bevoegd dat rijbewijs in te nemen en het door te geleiden naar het betrokken parket van het openbaar ministerie dan wel naar degene bij wie de houder dat rijbewijs had dienen in te leveren.
**1.** De in artikel 159, onderdeel a, bedoelde personen die bij de uitoefening van de bij of krachtens deze wet, krachtens artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht dan wel krachtens artikel 5:19, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan hen verleende bevoegdheden de beschikking krijgen over een rijbewijs waarvan ingevolge een der artikelen 130, tweede lid, of 164 de overgifte is gevorderd, waarvan ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de inlevering is gevorderd of ten aanzien waarvan ingevolge een der artikelen 119, vierde lid, 120, derde lid, 123b, vierde lid, 124, vierde lid, 131, tweede lid, onderdeel b, 132, vijfde lid, 132b, tweede lid, en 134, vierde lid, of 180, vierde lid, van deze wet een verplichting tot inlevering bestaat, zijn bevoegd dat rijbewijs in te nemen en het door te geleiden naar het betrokken parket van het openbaar ministerie dan wel naar degene bij wie de houder dat rijbewijs had dienen in te leveren.
**2.** De in artikel 159, onderdeel a, bedoelde personen die bij de uitoefening van de bij of krachtens deze wet aan hen verleende bevoegdheden de beschikking krijgen over een rijbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren ingevolge artikel 123, eerste lid, aanhef en onderdeel d, zijn bevoegd dat rijbewijs in te nemen en door te geleiden naar de instantie die het heeft afgegeven.
@ -3791,7 +3791,7 @@ b. gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categor
Overtreding van:
a. de artikelen 5, 9, achtste lid, 10, eerste lid, 12, eerste lid, 33, 36, eerste tot en met vijfde lid, 40, eerste lid, 48, zevende lid, 60, eerste en tweede lid, 70a, tweede lid, 70i, eerste en tweede lid, 72, eerste en tweede lid, 107, eerste en tweede lid, 110, 110b, 123b, vierde lid, 124, vierde lid, 124a, derde lid, 130, tweede lid, 132, vijfde lid, 150, tweede lid, 151c, eerste lid, 160, 164, eerste lid, 165, eerste lid, 166, eerste lid,
a. de artikelen 5, 9, achtste lid, 10, eerste lid, 12, eerste lid, 33, 36, eerste tot en met vijfde lid, 40, eerste lid, 48, zevende lid, 60, eerste en tweede lid, 70a, tweede lid, 70i, eerste en tweede lid, 72, eerste en tweede lid, 107, eerste en tweede lid, 110, 110b, 119, vierde lid, 120, derde lid, 123b, vierde lid, 124, vierde lid, 124a, derde lid, 130, tweede lid, 132, vijfde lid, 150, tweede lid, 151c, eerste lid, 160, 164, eerste lid, 165, eerste lid, 166, eerste lid,
b. het bepaalde ingevolge de artikelen 52c, derde lid, 70i, derde lid en 131, derde lid, onderdeel b,
c. de in artikel 4, tweede en vijfde lid, bedoelde regels voor zover niet begrepen in artikel 176, vierde lid, en
d. het bepaalde krachtens deze wet, voor zover die overtreding uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangemerkt,