2024-07-01 | BWBR0022735 | Besluit stimulering duurzame energieproductie

This commit is contained in:
Coornhert 2024-07-01 12:00:00 +00:00
parent f15f46fa4f
commit 0300e94722

View file

@ -40,13 +40,12 @@ s. samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, besta
t. innovatiekavel: kavel als bedoeld in artikel 1 van de Wet windenergie op zee, dat bestemd is voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee met de bijzondere en risicovolle inzet van een innovatieve productie-installatie;
u. broeikasgas: koolstofdioxide en andere gascomponenten van zowel menselijke als natuurlijke oorsprong die warmtestraling van de aarde en de wolken naar de atmosfeer absorberen of terugkaatsen en daarmee bijdragen aan opwarming van de aarde gecorrigeerd naar koolstofdioxide-equivalenten;
v. primair product: meetbare eenheid die de productie-installatie ter vermindering van broeikasgas produceert die daarbij een bron van opbrengsten is voor de producent;
w. rangschikkingsbedrag: bedrag bestaande uit het verschil tussen, afhankelijk van de aanvraag, het fasebedrag of basisbedrag en, afhankelijk van de categorie productie-installaties, de langetermijnenergieprijs of basisenergieprijs dan wel het langetermijnbroeikasgasbedrag of basisbroeikasgasbedrag;
x. subsidiabele productie: de meetbare prestatie waarvoor aan de subsidie-ontvanger subsidie wordt verstrekt;
y. vermindering van broeikasgas: vermindering van broeikasgas in de atmosfeer door middel van de afvang en opslag, afvang en hergebruik dan wel vermindering of vermijding van de uitstoot van broeikasgas;
z. conformiteitsbeoordelingsverklaring: verklaring dat een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de daarin gespecificeerde biomassa is geproduceerd op een wijze die voldoet aan de daarop van toepassing zijnde eisen die in de verklaring zijn gespecificeerd;
aa. erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie: rechtspersoon die door Onze Minister is erkend voor het uitvoeren van een werkzaamheid en op basis daarvan is gerechtigd tot het afgeven van een conformiteitsbeoordelingsverklaring;
bb. verificatieprotocol: normdocument met eisen voor de wijze waarop en op grond waarvan een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie de conformiteitsbeoordeling verricht;
cc. garantie van oorsprong voor niet-netlevering: garantie van oorsprong voor duurzame elektriciteit die op een productie-installatie of op een directe lijn, als bedoeld in artikel 1, onderdeel ar, van de Elektriciteitswet 1998, wordt ingevoed.
w. subsidiabele productie: de meetbare prestatie waarvoor aan de subsidie-ontvanger subsidie wordt verstrekt;
x. vermindering van broeikasgas: vermindering van broeikasgas in de atmosfeer door middel van de afvang en opslag, afvang en hergebruik dan wel vermindering of vermijding van de uitstoot van broeikasgas;
y. conformiteitsbeoordelingsverklaring: verklaring dat een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de daarin gespecificeerde biomassa is geproduceerd op een wijze die voldoet aan de daarop van toepassing zijnde eisen die in de verklaring zijn gespecificeerd;
z. erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie: rechtspersoon die door Onze Minister is erkend voor het uitvoeren van een werkzaamheid en op basis daarvan is gerechtigd tot het afgeven van een conformiteitsbeoordelingsverklaring;
aa. verificatieprotocol: normdocument met eisen voor de wijze waarop en op grond waarvan een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie de conformiteitsbeoordeling verricht;
bb. garantie van oorsprong voor niet-netlevering: garantie van oorsprong voor duurzame elektriciteit die op een productie-installatie of op een directe lijn, als bedoeld in artikel 1, onderdeel ar, van de Elektriciteitswet 1998, wordt ingevoed.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen andere hernieuwbare energiebronnen dan genoemd in het eerste lid, onderdeel a, worden aangewezen.
@ -96,38 +95,35 @@ d. voor andere eenheden die van invloed zijn op de berekening van de verminderin
**1.**
Geen subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt verstrekt indien voor dezelfde productie-installatie reeds op grond van de MEP of de OV-MEP subsidie van meer dan € 0,00 is verstrekt, tenzij:
Geen subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt verstrekt indien:
a. het een productie-installatie betreft waarmee hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd door middel van biomassa en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties;
b. de productie-installatie ingrijpend wordt uitgebreid in capaciteit of geheel wordt vervangen;
c. het een productie-installatie betreft die ingrijpend wordt gerenoveerd en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie te renoveren productie-installaties;
d. het een productie-installatie betreft waarvan voor het eerst geproduceerde hernieuwbare warmte nuttig zal worden gebruikt en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties.
a. het een op het tijdstip van indiening van de subsidieaanvraag bestaande productie-installatie betreft; of
b. op het tijdstip van indiening van de subsidieaanvraag onomkeerbare investeringsverplichtingen zijn aangegaan voor de op dat tijdstip nog niet-bestaande productie-installatie.
**2.**
Geen subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt verstrekt indien voor dezelfde productie-installatie reeds op grond van dit besluit subsidie is verstrekt, tenzij:
In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan subsidie worden verstrekt indien:
a. het een productie-installatie betreft waarmee hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd door middel van biomassa of broeikasgas wordt verminderd en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties;
b. de productie-installatie ingrijpend wordt uitgebreid in capaciteit of geheel wordt vervangen;
c. het een productie-installatie betreft die ingrijpend wordt gerenoveerd en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie te renoveren productie-installaties;
d. de productie-installatie niet in gebruik is genomen, er tenminste drie jaren zijn verstreken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening en die beschikking door Onze Minister is ingetrokken.
a. aan de productie-installatie een extra faciliteit voor de productie van additionele hernieuwbare elektriciteit, additionele hernieuwbare warmte of additioneel hernieuwbaar gas of voor de additionele vermindering van broeikasgas wordt toegevoegd, voor die toevoeging op het tijdstip van indiening van de subsidieaanvraag geen onomkeerbare investeringsverplichtingen zijn aangegaan en de productie-installatie behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties;
b. de productie-installatie wordt voortgezet, de renovatie- en exploitatiekosten van de productie-installatie ertoe leiden dat die voortzetting onrendabel is en de productie-installatie behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties.
**3.**
Geen subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt verstrekt indien de productie-installatie in gebruik is genomen voor de datum waarop de subsidie is aangevraagd en waarvoor geen subsidie op grond van de MEP, de OV-MEP of dit besluit is verstrekt, tenzij:
Geen subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt verstrekt indien eerder op grond dit besluit of het Besluit stimulering duurzame energieproductie subsidie is verstrekt:
a. het een bestaande productie-installatie betreft die voor het eerst gebruik zal maken van hernieuwbare energiebronnen of die voor het eerst dient ter vermindering van broeikasgas en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties;
b. de productie-installatie ingrijpend wordt uitgebreid in capaciteit of geheel wordt vervangen;
c. het een productie-installatie betreft die ingrijpend wordt gerenoveerd en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie te renoveren productie-installaties;
d. het een bestaande productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit betreft die voor het eerst de warmte nuttig zal gebruiken en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties.
a. voor de aangevraagde productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte of de aangevraagde vermindering van broeikasgas door de productie-installatie;
b. voor de aangevraagde productie van additionele hernieuwbare elektriciteit, additioneel hernieuwbaar gas of additionele hernieuwbare warmte of de aangevraagde additionele vermindering van broeikasgas door de extra faciliteit, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a;
c. voor de aangevraagde productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte of de aangevraagde vermindering van broeikasgas door de voorzetting, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.
**4.** Geen subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt verstrekt indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, tenzij het een productie-installatie betreft die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties.
**4.** In afwijking van het derde lid kan subsidie worden verstrekt indien de eerdere beschikking tot subsidieverlening is ingetrokken, daarbij is bepaald dat de intrekking terugwerkt tot het tijdstip waarop de subsidie is verleend en ten minste drie jaar is verstreken sinds dat tijdstip.
**5.** Geen subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt verstrekt indien de productie-installatie hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare warmte opwekt uit een hernieuwbare energiebron die geheel of gedeeltelijk bestaat uit hernieuwbaar gas dat afkomstig is uit een of meerdere productie-installaties waaraan op grond van dit besluit subsidie is verstrekt.
**5.** Geen subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt verstrekt indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, tenzij het een productie-installatie betreft die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties.
**6.** Een productie-installatie die, zonder dat daarvoor een technische aanpassing nodig is, tegelijkertijd ingezet wordt voor permanente opslag van broeikasgas en gebruik van broeikasgas wordt aangemerkt als twee afzonderlijke productie-installaties.
**6.** Geen subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt verstrekt indien de productie-installatie hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare warmte opwekt uit een hernieuwbare energiebron die geheel of gedeeltelijk bestaat uit hernieuwbaar gas dat afkomstig is uit een of meerdere productie-installaties waaraan op grond van dit besluit subsidie is verstrekt.
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het tweede tot en met het zesde lid.
**7.** Een productie-installatie die, zonder dat daarvoor een technische aanpassing nodig is, tegelijkertijd ingezet wordt voor permanente opslag van broeikasgas en gebruik van broeikasgas wordt aangemerkt als twee afzonderlijke productie-installaties.
**8.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het eerste tot en met zevende lid.
### Artikel 4
@ -135,32 +131,30 @@ d. het een bestaande productie-installatie voor de productie van hernieuwbare wa
**2.**
De beschikking tot verlenen van een subsidie voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte met een nominaal vermogen gelijk aan of groter dan 250 MW, dan wel voor een productie-installatie voor de vermindering van broeikasgas:
Indien sprake is van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte of voor de vermindering van broeikasgas door een productie-installatie en de productie-installatie behoort tot een categorie productie-installaties waarvoor geen eindbeslissing van de Europese Commissie voorhanden is die aangeeft dat de voorgenomen steun volgens artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie verenigbaar is met de interne markt, kan de beschikking tot subsidieverlening:
a. kan worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat goedkeuring wordt verkregen van de Europese Commissie in het kader van staatssteun;
b. kan worden gewijzigd ter verkrijging van de goedkeuring van de Europese Commissie in het kader van staatssteun.
a. worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat goedkeuring wordt verkregen van de Europese Commissie in het kader van staatssteun;
b. worden gewijzigd ter verkrijging van de goedkeuring van de Europese Commissie in het kader van staatssteun.
### Artikel 5
Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, tweede lid, onderdeel b of derde lid, onderdeel b, komt uitsluitend hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte, dan wel de vermindering van broeikasgas die als gevolg van deze uitbreiding extra is geproduceerd respectievelijk is gerealiseerd voor subsidie in aanmerking.
Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, komt uitsluitend hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte, dan wel de vermindering van broeikasgas die als gevolg van deze uitbreiding extra is geproduceerd respectievelijk is gerealiseerd voor subsidie in aanmerking.
### Artikel 5a
Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, en er daardoor voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, twee of meer beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie of dezelfde vorm van vermindering van broeikasgas, wordt in een kalenderjaar de hernieuwbare elektriciteit, het hernieuwbare gas of de hernieuwbare warmte dan wel de vermindering van broeikasgas die onder een later afgegeven beschikking extra wordt geproduceerd respectievelijk is verminderd, subsidiabel indien de subsidiabele productie van de eerder afgegeven beschikking of beschikkingen volledig is benut.
Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, en er daardoor voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, twee of meer beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie of dezelfde vorm van vermindering van broeikasgas, wordt in een kalenderjaar de hernieuwbare elektriciteit, het hernieuwbare gas of de hernieuwbare warmte dan wel de vermindering van broeikasgas die onder een later afgegeven beschikking extra wordt geproduceerd respectievelijk is verminderd, subsidiabel indien de subsidiabele productie van de eerder afgegeven beschikking of beschikkingen volledig is benut.
### Artikel 6
**1.** De periode waarover subsidie wordt verstrekt vangt aan op de door de subsidie-ontvanger in de aanvraag aangegeven datum, met dien verstande dat de periode waarover subsidie wordt verstrekt niet later aanvangt dan binnen de op grond van artikel 61, eerste lid, vastgestelde termijn waarbinnen de productie-installatie, in voorkomend geval na uitbreiding of renovatie, in gebruik moet worden genomen.
**1.** De periode waarover subsidie wordt verstrekt vangt aan op de datum van ingebruikname van de productie-installatie, met dien verstande dat de periode waarover subsidie wordt verstrekt niet later aanvangt dan binnen de op grond van artikel 61, eerste lid, vastgestelde termijn waarbinnen de productie-installatie, in voorkomend geval na voortzetting, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, of de extra faciliteit, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, in gebruik moet worden genomen.
**2.** Onze Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger het tijdstip van aanvang van de periode waarover subsidie wordt verstrekt maximaal driemaal wijzigen met dien verstande dat dit verzoek niet later wordt ingediend dan de datum van ingebruikname van de productie-installatie, en dat dit tijdstip niet later wordt vastgesteld, dan binnen de op grond van artikel 61, eerste lid, vastgestelde termijn.
**3.** Onze Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger, voor een project voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met een nominaal vermogen gelijk aan of groter dan 100 MW en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties, bepalen dat het tijdstip van aanvang van de periode waarover subsidie wordt verstrekt voor maximaal vijf gedeelten van de beschikking tot subsidieverlening verschilt. Tussen de startdata zit een periode van tenminste twee maanden.
**2.** In afwijking van het eerste lid vangt de periode waarover subsidie wordt verstrekt voor een project voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met een nominaal vermogen gelijk aan of groter dan 100 MW en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties aan op de door de subsidie-ontvanger in de aanvraag aangegeven datum, met dien verstande dat de periode waarover subsidie wordt verstrekt niet later aanvangt dan binnen de op grond van artikel 61, eerste lid, vastgestelde termijn waarbinnen de productie-installatie, in voorkomend geval na voortzetting, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, of de extra faciliteit, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, in gebruik moet worden genomen. Onze Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger bepalen dat het tijdstip van aanvang van de periode waarover subsidie wordt verstrekt voor maximaal vijf gedeelten van de beschikking tot subsidieverlening verschilt. Tussen de startdatums zit een periode van tenminste twee maanden.
### Artikel 7
**1.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald over welke periode voor een categorie productie-installaties subsidie wordt verstrekt. Deze periode kan verschillen voor verschillende categorieën productie-installaties of verschillende wijzen van verdeling van het beschikbare bedrag.
**2.** Indien een categorie productie-installaties bij ministeriële regeling is aangewezen als een categorie productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, derde lid, 23, derde lid, 32, derde lid, 40, derde lid, 48, derde lid, 55, derde lid, 55j, derde lid, of 55q, derde lid, kan Onze Minister op verzoek van de subsidie-ontvanger de periode waarover subsidie wordt verstrekt met ten hoogste een jaar verlengen om het ongebruikte aantal kWh of kg broeikasgas dat voor subsidie in aanmerking komt, te produceren onderscheidenlijk te verminderen.
**2.** Indien een categorie productie-installaties bij ministeriële regeling is aangewezen als een categorie productie-installaties als bedoeld in artikel 15, derde lid, artikel 15a, derde lid, jo. artikel 15, derde lid, artikel 23, derde lid, artikel 32, derde lid, artikel 32a, derde lid, jo. artikel 32, derde lid, artikel 40, derde lid, artikel 48, derde lid, artikel 48a, derde lid, jo. artikel 48, derde lid, artikel 55, derde lid, artikel 55j, derde lid, artikel 55 ja, derde lid, jo. artikel 55j, derde lid, of artikel 55q, derde lid, kan Onze Minister de periode waarover subsidie wordt verstrekt met ten hoogste een jaar verlengen om het ongebruikte aantal kWh of kg broeikasgas dat voor subsidie in aanmerking komt, te produceren onderscheidenlijk te verminderen.
### Paragraaf 3. Subsidie voor hernieuwbare elektriciteit
@ -180,7 +174,7 @@ De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 2, derde lid, wo
### Artikel 10
**1.** Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per fase een fasebedrag per kWh vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit.
**1.** Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, kan per fase een fasebedrag per kWh worden vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit.
**2.** Voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit geldt het fasebedrag per kWh dat is vastgesteld voor de fase waarin de subsidie-aanvrager zijn aanvraag indient, tenzij dat fasebedrag hoger is dan het basisbedrag vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties, bedoeld in artikel 11, in welk geval dit basisbedrag geldt.
@ -210,9 +204,15 @@ c. het rendement van de productie-installatie.
**4.** Indien op grond van het eerste lid een aparte basiselektriciteitsprijs per kWh wordt vastgesteld voor elektriciteit die niet op een elektriciteitsnet wordt ingevoed dan geldt voor het aantal kWh dat niet op een elektriciteitsnet is ingevoed bij de toepassing van het derde lid en de artikelen 13, 14, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, en 16 de basiselektriciteitsprijs of elektriciteitsprijs voor niet op een elektriciteitsnet ingevoede elektriciteit.
### Artikel 12a
**1.** Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties waarvoor een gerede kans bestaat dat de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare elektriciteit op enig moment gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt lager zal zijn dan de gemiddelde marktprijs van hernieuwbare elektriciteit, een opbrengstgrensbedrag per kWh voor het bepalen van de subsidie worden vastgesteld, dat kan verschillen per categorie productie-installaties.
**2.** Het opbrengstgrensbedrag is hoger dan het basisbedrag dat is vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties.
### Artikel 13
Het fasebedrag, bedoeld in artikel 10, of het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
Het fasebedrag, bedoeld in artikel 10, of het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, en het opbrengstgrensbedrag, bedoeld in artikel 12a, die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
### Artikel 14
@ -260,6 +260,23 @@ b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van
**6.** Indien een subsidie-ontvanger hernieuwbare elektriciteit opwekt met een bij ministeriële regeling aangewezen productie-installatie, wordt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op een installatie heeft ingevoed.
### Artikel 15a
**1.**
In afwijking van artikel 15 wordt de subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt die hernieuwbare elektriciteit produceert met een productie-installatie die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 12a een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, bepaald door:
a. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbare elektriciteit in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op een elektriciteitsnet heeft ingevoed, te vermenigvuldigen met:
1°. het fasebedrag of basisbedrag, verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van artikel 14, vierde lid, indien deze som lager is dan het fasebedrag of basisbedrag;
2°. nul, indien de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van artikel 14, vierde lid, gelijk is aan of hoger is dan het fasebedrag of basisbedrag en lager is dan of gelijk is aan het opbrengstgrensbedrag; of
3°. het opbrengstgrensbedrag verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van artikel 14, vierde lid, indien deze som hoger is dan het opbrengstgrensbedrag; en
b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
**2.** Indien het volgens het eerste lid, onderdeel b, berekende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
**3.** Artikel 15, tweede, derde, vijfde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de berekening, bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 16
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het fasebedrag, bedoeld in artikel 10, of het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
@ -388,7 +405,7 @@ De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 2, derde lid, wo
### Artikel 27
**1.** Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per fase een fasebedrag per kWh vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbaar gas.
**1.** Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, kan per fase een fasebedrag per kWh worden vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbaar gas.
**2.** Voor de subsidie voor de productie van hernieuwbaar gas geldt het fasebedrag per kWh dat is vastgesteld voor de fase waarin de subsidie-aanvrager zijn aanvraag indient, tenzij dat fasebedrag hoger is dan het basisbedrag vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties, bedoeld in artikel 28, in welk geval dit basisbedrag geldt.
@ -414,9 +431,15 @@ c. het rendement van de productie-installatie.
**2.** De hoogte van de basisenergieprijs bedraagt tweederde van de lange termijn gasprijs voor de betreffende toepassing van het gas.
### Artikel 29a
**1.** Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties waarvoor een gerede kans bestaat dat de gemiddelde kostprijs van hernieuwbaar gas op enig moment gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt lager zal zijn dan de gemiddelde marktprijs van hernieuwbaar gas, een opbrengstgrensbedrag per kWh voor het bepalen van de subsidie worden vastgesteld, dat kan verschillen per categorie productie-installaties.
**2.** Het opbrengstgrensbedrag is hoger dan het basisbedrag dat is vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties.
### Artikel 30
Het fasebedrag, bedoeld in artikel 27, of het basisbedrag, bedoeld in artikel 28, en de basisenergieprijs, bedoeld in artikel 29, die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
Het fasebedrag, bedoeld in artikel 27, of het basisbedrag, bedoeld in artikel 28, de basisenergieprijs, bedoeld in artikel 29, en het opbrengstgrensbedrag, bedoeld in artikel 29a, die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
### Artikel 31
@ -471,6 +494,25 @@ Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden
a. waarmee hernieuwbare warmte is geproduceerd die nuttig is gebruikt of
b. waarmee hernieuwbare warmte die nuttig is gebruikt en hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd, waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd en op een elektriciteitsnet is ingevoed of een hoeveelheid hernieuwbare warmte is geproduceerd en nuttig is gebruikt, of waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt die aantonen dat in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd en op een installatie is ingevoed.
**8.** Bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, wordt het aantal kWh waarvoor de verstrekte garanties van oorsprong zijn ingezet in het systeem van eenheden, bedoeld in artikel 9.7.3.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, niet meegerekend.
### Artikel 32a
**1.**
In afwijking van artikel 32 wordt de subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt die hernieuwbaar gas produceert met een productie-installatie die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 29a een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, bepaald door:
a. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbaar gas in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbaar gas heeft geproduceerd en op een gasnet heeft ingevoed, te vermenigvuldigen met:
1°. het fasebedrag of basisbedrag, verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van artikel 31, vierde lid, indien deze som lager is dan het fasebedrag of basisbedrag
2°. nul, indien de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van artikel 31, vierde lid, gelijk is aan of hoger is dan het fasebedrag of basisbedrag en lager is dan of gelijk is aan het opbrengstgrensbedrag; of
3°. het opbrengstgrensbedrag verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van artikel 31, vierde lid, indien deze som hoger is dan het opbrengstgrensbedrag; en
b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt, bij elkaar op te tellen.
**2.** Indien het volgens het eerste lid, onderdeel b, berekende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
**3.** Artikel 32, tweede, derde, vijfde, zesde, zevende en achtste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de berekening, bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 33
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het fasebedrag, bedoeld in artikel 27, of het basisbedrag, bedoeld in artikel 28, en de basisenergieprijs, bedoeld in artikel 29, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
@ -554,6 +596,8 @@ Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden
a. waarmee hernieuwbare warmte is geproduceerd die nuttig is gebruikt of
b. waarmee hernieuwbare warmte die nuttig is gebruikt en hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd, waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd en op een elektriciteitsnet is ingevoed of een hoeveelheid hernieuwbare warmte is geproduceerd en nuttig is gebruikt, of waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt die aantonen dat in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd en op een installatie is ingevoed.
**8.** Bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, wordt het aantal kWh waarvoor de verstrekte garanties van oorsprong zijn ingezet in het systeem van eenheden, bedoeld in artikel 9.7.3.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, niet meegerekend.
### Artikel 41
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in artikel 36, en de basisenergieprijs, bedoeld in artikel 37, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
@ -574,7 +618,7 @@ De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 2, derde lid, wo
### Artikel 43a
**1.** Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per fase een fasebedrag per kWh vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit.
**1.** Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, kan per fase een fasebedrag per kWh worden vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit.
**2.** Voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit geldt het fasebedrag per kWh dat is vastgesteld voor de fase waarin de subsidie-aanvrager zijn al dan niet volledige aanvraag indient, tenzij dat fasebedrag hoger is dan het basisbedrag vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties, bedoeld in artikel 44, in welk geval dit basisbedrag geldt.
@ -602,6 +646,12 @@ c. het rendement van de productie-installatie.
**3.** Indien op grond van het eerste lid aparte basisprijzen per kWh worden vastgesteld per soort toepassing van energie geldt voor het aantal kWh met een soort toepassing bij de toepassing van de artikelen 46, 47, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, en 49 de basisenergieprijs of energieprijs voor de betreffende soort toepassing.
### Artikel 45a
**1.** Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties waarvoor een gerede kans bestaat dat de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit op enig moment gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt lager zal zijn dan de gemiddelde marktprijs van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit, een opbrengstgrensbedrag per kWh voor het bepalen van de subsidie worden vastgesteld, dat kan verschillen per categorie productie-installaties.
**2.** Het opbrengstgrensbedrag is hoger dan het basisbedrag dat is vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties.
### Artikel 46
Het fasebedrag, bedoeld in artikel 43a, of het basisbedrag, bedoeld in artikel 44, en de basisenergieprijs, bedoeld in artikel 45, die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
@ -654,6 +704,23 @@ b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van
**7.** Indien een subsidie-ontvanger hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit produceert met een bij ministeriële regeling aangewezen productie-installatie, wordt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op de eigen installatie heeft ingevoed.
### Artikel 48a
**1.**
In afwijking van artikel 48 wordt de subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt die hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit produceert met een productie-installatie die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 45a een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, bepaald door:
a. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare warmte heeft geproduceerd die nuttig is gebruikt en hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op een elektriciteitsnet heeft ingevoed, te vermenigvuldigen met:
1°. het fasebedrag of basisbedrag, verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van artikel 47, vierde lid, indien deze som lager is dan het fasebedrag of basisbedrag;
2°. nul, indien de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van artikel 47, vierde lid, gelijk is aan of hoger is dan het fasebedrag of basisbedrag en lager is dan of gelijk is aan het opbrengstgrensbedrag; of
3°. het opbrengstgrensbedrag verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van artikel 47, vierde lid, indien deze som hoger is dan het opbrengstgrensbedrag; en
b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt, bij elkaar op te tellen.
**2.** Indien het volgens het eerste lid, onderdeel b, berekende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
**3.** Artikel 48, tweede, derde, vijfde, zesde en zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de berekening, bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 49
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het fasebedrag, bedoeld in artikel 43a, of het basisbedrag, bedoeld artikel 44, en de basisenergieprijs, bedoeld in artikel 45, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
@ -767,7 +834,7 @@ De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 2, derde lid, wo
### Artikel 55e
**1.** Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per fase een fasebedrag per 1000 kg broeikasgasvermindering vastgesteld voor de subsidie voor de vermindering van broeikasgas.
**1.** Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, kan per fase een fasebedrag per 1.000 kg broeikasgasvermindering worden vastgesteld voor de subsidie voor de vermindering van broeikasgas.
**2.** Voor de subsidie voor de vermindering van broeikasgas geldt het fasebedrag per 1000 kg broeikasgasvermindering dat is vastgesteld voor de fase waarin de subsidie-aanvrager zijn aanvraag indient, tenzij dat fasebedrag hoger is dan het basisbedrag vastgesteld voor de desbetreffende categorie productie-installaties, bedoeld in artikel 55f, in welk geval dit basisbedrag geldt.
@ -803,6 +870,12 @@ c. verschillen per soort toepassing van het primaire product of per soort vermin
**4.** De hoogte van het basisbroeikasgasbedrag bedraagt tweederde van het langetermijnbroeikasgasbedrag.
### Artikel 55ga
**1.** Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties waarvoor een gerede kans bestaat dat de gemiddelde kostprijs van de vermindering van broeikasgas op enig moment gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt lager zal zijn dan de som van de gemiddelde kostprijs van de uitstoot van broeikasgas en de gemiddelde marktprijs van het primaire product, een opbrengstgrensbedrag per 1.000 kg broeikasgas voor het bepalen van de subsidie worden vastgesteld, dat kan verschillen per categorie productie-installaties.
**2.** Het opbrengstgrensbedrag is hoger dan het basisbedrag dat is vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties.
### Artikel 55h
Het fasebedrag, bedoeld in artikel 55e, of het basisbedrag, bedoeld in artikel 55f, en het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in artikel 55g, die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
@ -851,6 +924,23 @@ b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het aantal kg verminderde broeikasgas moet worden vastgesteld of berekend.
### Artikel 55ja
**1.**
In afwijking van artikel 55j wordt de subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt die broeikasgas vermindert met een productie-installatie die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 55ga een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, bepaald door:
a. het aantal kg verminderde broeikasgas dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, te vermenigvuldigen met:
1°. het fasebedrag of basisbedrag, verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van artikel 55i, derde lid, indien deze som lager is dan het fasebedrag of basisbedrag;
2°. nul, indien de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van artikel 55i, derde lid, gelijk is aan of hoger is dan het fasebedrag of basisbedrag en lager is dan of gelijk is aan het opbrengstgrensbedrag; of
3°. het opbrengstgrensbedrag verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van artikel 55i, derde lid, indien deze som hoger is dan het opbrengstgrensbedrag; en
b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt, bij elkaar op te tellen.
**2.** Indien het volgens het eerste lid, onderdeel b, berekende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
**3.** Artikel 55j, tweede, derde, vijfde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de berekening, bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 55k
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het fasebedrag, bedoeld in artikel 55e, of het basisbedrag, bedoeld in artikel 55f, en het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in artikel 55g, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kg verminderde broeikasgas.
@ -983,9 +1073,25 @@ b. om een subsidie voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuw
**2.** Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond, of de maximale productie in kWh, of de maximale vermindering van broeikasgas in kg zou worden overschreden, worden steeds de aanvragen om subsidie met het laagste rangschikkingsbedrag, uitgedrukt in euro per 1000 kg vermindering van broeikasgas geacht eerder te zijn ontvangen. Indien honorering van alle aanvragen om subsidie met het laagste rangschikkingsbedrag, uitgedrukt in euro per 1000 kg vermindering van broeikasgas die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond, of de maximale productie in kWh of de maximale vermindering van broeikasgas in kg zou worden overschreden, stelt Onze Minister de volgorde van ontvangst van deze aanvragen vast door middel van loting.
**3.** Aanvragen die worden ontvangen op werkdagen na 17.00 uur of andere dagen, worden aangemerkt als ontvangen op de eerstvolgende werkdag.
**3.**
**4.**
Het rangschikkingsbedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door:
a. afhankelijk van de aanvraag, het fasebedrag of basisbedrag te verminderen met de som van:
1°. de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, of de langetermijnelektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, derde lid, en de bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare elektriciteit en de relevante gemiddelde marktprijs van elektriciteit;
2°. de basisenergieprijs, bedoeld in artikel 29, of de langetermijngasprijs, bedoeld in artikel 29, tweede lid, en de bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas;
3°. de basisenergieprijs, bedoeld in artikel 45, of de bij ministeriële regeling vast te stellen langetermijnenergieprijs, en de bij ministeriële regeling vastgestelde correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit en de relevante gemiddelde marktprijs van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit; of
4°. het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in artikel 55g, of het langetermijnbroeikasgasbedrag, bedoeld in artikel 55g, vierde lid, en de bij ministeriële regeling vastgestelde correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van de vermindering van broeikasgas en de som van de relevante gemiddelde marktprijs van de uitstoot van broeikasgas en de relevante gemiddelde marktprijs van het primaire product; en
b. de uitkomst van de berekening onder a te delen door de omrekenfactor.
**4.** De omrekenfactor, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld en kan verschillen per categorie productie-installaties.
**5.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald of bij toepassing van het derde lid, onderdeel a, de basiselektriciteitsprijs, de basisenergieprijs of het basisbroeikasgasbedrag respectievelijk de langetermijnelektriciteitsprijs, de langetermijngasprijs, de langetermijnenergieprijs of het langetermijnbroeikasgasbedrag worden gehanteerd.
**6.** Aanvragen die worden ontvangen op werkdagen na 17.00 uur of andere dagen, worden aangemerkt als ontvangen op de eerstvolgende werkdag.
**7.**
Bij de toepassing van het tweede lid:
@ -1006,7 +1112,8 @@ c. hij het onaannemelijk acht dat de realisatie van de productie-installatie:
2°. technisch haalbaar is;
3°. financieel haalbaar is;
4°. economisch haalbaar is;
d. indien van toepassing één of meer vergunningen als bedoeld in artikel 56, zesde lid, niet zijn verleend.
d. indien van toepassing één of meer vergunningen als bedoeld in artikel 56, zesde lid, niet zijn verleend;
e. de subsidie is bestemd voor een onderneming in moeilijkheden in de zin van de Richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU C 249/1).
**2.** Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat Onze Minister afwijzend beslist op een aanvraag indien geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie.
@ -1065,7 +1172,7 @@ Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels over de uitvoeringsovereenkomst
**2.** De verplichting bedoeld in het eerste lid, geldt tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.
**3.** Onze Minister kan voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van de realisatie of exploitatie van de productie-installatie in afwijking van de gegevens zoals ingediend bij de aanvraag om subsidie op voorafgaand verzoek van de subsidie-ontvanger schriftelijk ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden. Een ontheffing wordt niet verleend voor zover dit zou inhouden dat de subsidie-ontvanger de productie-installatie later in gebruik neemt dan een jaar na de dag waarop krachtens artikel 61, eerste lid, de productie-installatie in gebruik dient te zijn genomen.
**3.** Onze Minister kan voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van de realisatie of exploitatie van de productie-installatie in afwijking van de gegevens zoals ingediend bij de aanvraag om subsidie op voorafgaand verzoek van de subsidie-ontvanger schriftelijk ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden. Een ontheffing wordt niet verleend voor zover dit zou inhouden dat de subsidie-ontvanger de productie-installatie later in gebruik neemt dan twee jaar na de dag waarop krachtens artikel 61, eerste lid, de productie-installatie in gebruik dient te zijn genomen.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere verplichtingen voor de subsidie-ontvanger worden opgelegd, die kunnen verschillen per categorie of vermogen van productie-installaties.
@ -1076,6 +1183,8 @@ Bij ministeriële regeling kunnen nadere verplichtingen voor de subsidie-ontvang
a. de subsidie-aanvrager een samenwerkingsverband is;
b. een subsidie-aanvrager, krachtens artikel 56, vijfde lid, niet hoeft te voldoen aan artikel 56, vierde lid, onderdeel d.
**6.** In het geval voor een categorie productie-installaties een opbrengstgrensbedrag als bedoeld in artikel 12a, artikel 29a of artikel 45a is vastgesteld, zijn voor het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en dat binnen dat aantal kWh daadwerkelijk door de subsidie-ontvanger is geproduceerd, met inachtneming van de toepassing van artikel 15, derde lid, artikel 32, derde lid of artikel 48, derde lid, garanties van oorsprong verstrekt.
### Artikel 63
**1.**
@ -1171,18 +1280,73 @@ met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voor
**6.** Indien de meetgegevens niet beschikbaar zijn in het kalenderjaar, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt in afwijking van het eerste en derde lid het voorschot uiterlijk vastgesteld in het eerstvolgende kalenderjaar nadat de meetgegevens beschikbaar zijn.
### Artikel 67a
**1.**
In afwijking van artikel 67, eerste lid, bedraagt een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbare elektriciteit produceert met een productie-installatie die behoort tot categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 12a een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, het product van:
a. het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waarbij op verzoek van de producent het aantal kWh, bedoeld in artikel 15a, derde lid, jo. artikel 15, derde lid, opgeteld kan worden; en
b. het fasebedrag of basisbedrag verminderd met de op grond van artikel 14, vijfde lid, vastgestelde correcties, tenzij de uitkomst van deze vermindering negatief is, in dat geval bedraagt het nul,
met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld met toepassing van artikel 15a, eerste lid, onderdeel a, waarbij voor het aantal kWh wordt gehanteerd het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komende aantal kWh.
**2.**
In afwijking van artikel 67, tweede lid, bedraagt een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbaar gas produceert met een productie-installatie die behoort tot categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 29a een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, het product van:
a. het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waarbij op verzoek van de producent het aantal kWh, bedoeld in artikel 32a, derde lid, jo. artikel 32, derde lid, opgeteld kan worden; en
b. het fasebedrag of basisbedrag verminderd met de op grond van artikel 31, vijfde lid, vastgestelde correcties, tenzij de uitkomst van deze vermindering negatief is, in dat geval bedraagt het nul,
met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld met toepassing van artikel 32a, eerste lid, onderdeel a, waarbij voor het aantal kWh wordt gehanteerd het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komende aantal kWh.
**3.**
In afwijking van artikel 67, derde lid, bedraagt een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit produceert met een productie-installatie die behoort tot categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 45a een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, het product van:
a. het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waarbij op verzoek van de producent het aantal kWh, bedoeld in artikel 48a, derde lid, jo. artikel 48, derde lid, opgeteld kan worden; en
b. het fasebedrag of basisbedrag verminderd met de op grond van artikel 47, vijfde lid, vastgestelde correcties, tenzij de uitkomst van deze vermindering negatief is, in dat geval bedraagt het nul,
met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld met toepassing van artikel 48a, eerste lid, onderdeel a, waarbij voor het aantal kWh wordt gehanteerd het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komende aantal kWh.
**4.**
In afwijking van artikel 67, vierde lid, bedraagt een voorschot aan een subsidie-ontvanger die broeikasgas vermindert met een productie-installatie die behoort tot categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 55ga een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, het product van:
a. het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waarbij op verzoek van de producent het aantal kWh, bedoeld in artikel 55ja, derde lid, jo. artikel 55j, derde lid, opgeteld kan worden; en
b. het fasebedrag of basisbedrag verminderd met de op grond van artikel 55i, vierde lid, vastgestelde correcties, tenzij de uitkomst van deze vermindering negatief is, in dat geval bedraagt het nul,
met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld met toepassing van artikel 55ja, eerste lid, onderdeel a, waarbij voor het aantal kWh wordt gehanteerd het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komende aantal kWh.
**5.** Onze Minister verstrekt per jaar slechts een voorschot tot ten hoogste in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh dan wel kg broeikasgas waarbij op verzoek van de producent, het aantal kWh, bedoeld in artikel 15a, derde lid, jo. artikel 15, derde lid, artikel 32a, derde lid, jo. artikel 32, derde lid, dan wel kg broeikasgas als bedoeld in artikel 55ja, derde lid, jo. artikel 55j, derde lid, opgeteld kan worden.
**6.** Indien de meetgegevens niet beschikbaar zijn in het kalenderjaar, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt in afwijking van het eerste en derde lid het voorschot uiterlijk vastgesteld in het eerstvolgende kalenderjaar nadat de meetgegevens beschikbaar zijn.
### Artikel 68
**1.**
Onze Minister verstrekt de in artikel 67, eerste, tweede, derde en vierde lid, bedoelde voorschotten in maandelijkse bedragen, tenzij bij ministeriële regeling is bepaald dat voor een bepaalde categorie productie-installaties het voorschot in een jaarlijks bedrag wordt verstrekt. De som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag bedraagt niet meer dan 80% van het product van:
Onze Minister verstrekt de in de artikelen 67, eerste, tweede, derde en vierde lid, en 67a, eerste, tweede, derde en vierde lid, bedoelde voorschotten in maandelijkse bedragen, tenzij bij ministeriële regeling is bepaald dat voor een bepaalde categorie productie-installaties het voorschot in een jaarlijks bedrag wordt verstrekt. De som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag bedraagt niet meer dan 80% van het product van:
a. het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh dan wel maximum aantal kg broeikasgas, waar op verzoek van de producent, het aantal kWh, bedoeld in artikel 15, derde of vierde lid, 23, derde of vierde lid, 32, derde of vierde lid, 40, derde of vierde lid, 48, derde of vierde lid, of 55, derde of vierde lid, respectievelijk het aantal kg broeikasgas, bedoeld in artikel 55j, derde of vierde lid, of 55q, derde of vierde lid, bij opgeteld kan worden; en
a. het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh dan wel maximum aantal kg broeikasgas, waar op verzoek van de producent, het aantal kWh, bedoeld in artikel 15, derde of vierde lid, artikel 15a, derde lid, jo. artikel 15, derde lid, artikel 23, derde of vierde lid, artikel 32, derde of vierde lid, artikel 32a, derde lid, jo. artikel 32, derde lid, artikel 40, derde of vierde lid, artikel 48, derde of vierde lid, artikel 48a, derde lid, jo. artikel 48, derde lid, of artikel 55, derde of vierde lid, respectievelijk het aantal kg broeikasgas, bedoeld in artikel 55j, derde of vierde lid, artikel 55ja, derde lid, jo. artikel 55j, derde lid, of artikel 55q, derde of vierde lid, bij opgeteld kan worden; en
b. het basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van de artikelen 14, vijfde lid, 31, vijfde lid, of 47, vijfde lid, of artikel 55i, vierde lid, dan wel de artikelen 22, vijfde lid, 39, vijfde lid, of 54, vijfde lid, of 55p, vierde lid, vastgestelde correcties.
**2.** Indien de som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag die in een kalenderjaar zijn verstrekt minder dan wel meer bedraagt dan de hoogte van het voorschot dat na afloop van het kalenderjaar wordt vastgesteld, kan Onze Minister dit verrekenen met de nog te verstrekken maandelijkse of jaarlijkse bedragen.
**2.** Indien de som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag die in een kalenderjaar zijn verstrekt minder dan wel meer bedraagt dan de hoogte van het voorschot dat na afloop van het kalenderjaar wordt vastgesteld, kan Onze Minister na afloop van het kalenderjaar of bij het vaststellen van de subsidie terugvorderen of dit verrekenen met de nog te verstrekken maandelijkse of jaarlijkse bedragen.
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de berekening van de maandelijkse bedragen en van het jaarlijkse bedrag, bedoeld in het eerste lid, en kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de voorschotten worden verrekend, als bedoeld in het tweede lid.
**3.**
In afwijking van het tweede lid kan Onze Minister, indien het een subsidie-ontvanger betreft die hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte produceert of broeikasgas vermindert met een productie-installatie die behoort tot categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 12a, artikel 29a, artikel 45a of artikel 55ga een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld en het jaarlijkse bedrag dat in een kalenderjaar is verstrekt of de som van de maandelijkse bedragen die in een kalenderjaar zijn verstrekt meer bedraagt dan de hoogte van het voorschot dat na afloop van het betreffende kalenderjaar is vastgesteld, het te veel verstrekte bedrag terugvorderen tot ten hoogste de som van:
a. de som van de in de voorgaande kalenderjaren vastgestelde voorschotten; en
b. het in het betreffende kalenderjaar verstrekte jaarlijkse bedrag of de som van de in het betreffende kalenderjaar verstrekte maandelijkse bedragen.
**4.** Het teveel verstrekte bedrag, bedoeld in het derde lid, bedraagt het verschil tussen het jaarlijkse bedrag dat in het betreffende kalenderjaar is verstrekt of de som van de maandelijkse bedragen dat in het betreffende kalenderjaar is verstrekt en het voorschot dat na afloop van het betreffende kalenderjaar is vastgesteld.
**5.** Indien na toepassing van het derde lid nog vastgesteld voorschot verschuldigd is door de subsidieontvanger, verrekent Onze Minister het verschuldigde voorschot met de nog te verstrekken maandelijkse of jaarlijkse bedragen, tenzij het op grond van artikel 15a, tweede lid, artikel 32a, tweede lid, artikel 48a, tweede lid, of artikel 55ja, tweede lid, vastgestelde bedrag nul bedraagt.
**6.** In afwijking van het tweede lid verrekent Onze Minister, indien het een subsidie-ontvanger betreft die hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte produceert of broeikasgas vermindert met een productie-installatie die behoort tot categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 12a, artikel 29a, artikel 45a of artikel 55ga een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, en het jaarlijkse bedrag dat in een kalenderjaar is verstrekt of de som van de maandelijkse bedragen die in een kalenderjaar zijn verstrekt minder bedraagt dan de hoogte van het voorschot dat na afloop van het betreffende kalenderjaar is vastgesteld, het te weinig verstrekte voorschot met de nog te verstrekken maandelijkse of jaarlijkse bedragen.
**7.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de berekening van de maandelijkse bedragen en van het jaarlijkse bedrag, bedoeld in het eerste lid, en kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de voorschotten worden teruggevorderd of verrekend als bedoeld in het tweede, derde, vijfde en zesde lid.
### Artikel 69