From 031cec2499d74e79cd05a41a4a257e6330077736 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Mar 2003 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2003-03-01 | BWBR0002380 | Bestrijdingsmiddelenwet 1962 --- .../BWBR0002380/README.md | 63 +++++++------------ 1 file changed, 21 insertions(+), 42 deletions(-) diff --git a/wet/bestrijdingsmiddelenwet-1962/BWBR0002380/README.md b/wet/bestrijdingsmiddelenwet-1962/BWBR0002380/README.md index b27536c9b1c..e11acfd6e22 100644 --- a/wet/bestrijdingsmiddelenwet-1962/BWBR0002380/README.md +++ b/wet/bestrijdingsmiddelenwet-1962/BWBR0002380/README.md @@ -57,7 +57,7 @@ b. voor wat betreft biociden alsmede gewasbeschermingsmiddelen bestemd voor plan "Onze Ministers": Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. -**3.** Onze betrokken Minister kan bij in de *Staatscourant* bekend te maken regeling deze wet ten aanzien van bepaalde bestrijdingsmiddelen of groepen van bestrijdingsmiddelen buiten toepassing verklaren. +**3.** Onze betrokken Minister kan bij regeling deze wet ten aanzien van bepaalde bestrijdingsmiddelen of groepen van bestrijdingsmiddelen buiten toepassing verklaren. **4.** @@ -218,7 +218,7 @@ Het verbod van het eerste lid geldt niet voor: a. het voorhanden of in voorraad hebben door een particuliere persoon, voor zover het betreft een biocide dat kennelijk bestemd is om door die persoon in een door hem bewoonde ruimte te worden gebruikt; b. het gebruiken van een biocide door een particuliere persoon in een door hem bewoonde ruimte. -**5.** Het college maakt in de Staatscourant bekend dat een bestrijdingsmiddel, dat niet meer is toegelaten of geregistreerd, gedurende een bij die bekendmaking bepaalde termijn in afwijking van het in het eerste lid bedoelde verbod nog mag worden afgeleverd, gebruikt dan wel in voorraad of voorhanden gehouden. Daarbij kan het voorschriften met betrekking tot het gebruik geven als bedoeld in artikel 5, tweede lid. +**5.** Het college maakt in de Staatscourant bekend dat een bestrijdingsmiddel, dat ten gevolge van de toepassing van artikel 7, eerste of tweede lid, niet meer is toegelaten of geregistreerd, gedurende een bij die bekendmaking bepaalde termijn in afwijking van het in het eerste lid bedoelde verbod nog mag worden afgeleverd, gebruikt dan wel in voorraad of voorhanden gehouden. Daarbij kan het voorschriften met betrekking tot het gebruik geven als bedoeld in artikel 5, tweede lid. De termijn, bedoeld in de eerste volzin, staat in verhouding tot de reden waarom het bestrijdingsmiddel niet meer is toegelaten of geregistreerd. **6.** Bij regeling van Onze betrokken Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de aflevering of het in voorraad of voorhanden hebben van de in het vijfde lid bedoelde bestrijdingsmiddelen. Daarbij kunnen tevens regelen worden gesteld omtrent de verwijdering binnen een daarbij te bepalen tijdvak van een niet meer toegelaten of geregistreerd bestrijdingsmiddel. @@ -390,17 +390,17 @@ b. wordt bepaald dat het verboden is aan het grote publiek biociden af te levere **6.** Het college kan, voor zover het gewasbeschermingsmiddelen betreft, op aanvraag van wetenschappelijke instanties, lichamen, organisaties en instellingen die werkzaamheden verrichten of mede verrichten op het gebied van de landbouw dan wel van organisaties van gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen onder nader door Onze betrokken Minister gestelde regelen, de doeleinden waarvoor het middel gebruikt mag worden, bedoeld in het tweede lid, uitbreiden. -**7.** +**7.** Het college kan voorts op aanvraag van de toelating- of registratiehouder onder nader door Onze betrokken Minister te stellen regelen de doeleinden waarvoor een bestrijdingsmiddel gebruikt mag worden, bedoeld in het tweede lid, uitbreiden, voor zover het een gewasbeschermingsmiddel onderscheidenlijk biocide betreft dat een werkzame stof bevat die reeds vóór 26 juli 1993, onderscheidenlijk vóór 15 mei 2000 werd afgeleverd en niet bij een in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, bedoelde communautaire maatregel is aangewezen of ten aanzien waarvan geen communautaire maatregel geldt op grond waarvan de toelating of registratie niet verleend mag worden of dient te worden ingetrokken. -Het bepaalde in artikel 4, tweede tot en met zesde, achtste en negende lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag als bedoeld in het zesde lid, met dien verstande dat de aanvrager niet voor de aflevering verantwoordelijk behoeft te zijn. +**8.** Met uitzondering van het toelatingscriterium, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, ten derde, kan bij de regelen, bedoeld in het zesde en zevende lid, voor bij die regelen aangewezen bestrijdingsmiddelen onder meer worden bepaald dat voor de beoordeling van de uitbreiding van de doeleinden, waarvoor het middel mag worden gebruikt, één of meer eisen van toepassing zijn aan de hand waarvan het betrokken middel of een ander bestrijdingsmiddel dat dezelfde werkzame stof bevat en is toegelaten of geregistreerd voor een naar het oordeel van het college vergelijkbaar doeleinde, laatstelijk is beoordeeld, en dat die beoordeling, in afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, aanhef, plaatsvindt aan de hand van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis op het tijdstip waarop het betrokken middel, dan wel een ander bestrijdingsmiddel, zoals hiervoor bedoeld, laatstelijk is beoordeeld. Het college kan, indien het belang van de volksgezondheid zich hier naar het oordeel van het college niet tegen verzet, op een daartoe gemotiveerd verzoek van de aanvrager, bepalen dat de beoordeling van de uitbreiding van de doeleinden van een bestrijdingsmiddel aan de hand van het toelatingscriterium, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, ten derde, voor zover dat toelatingscriterium betrekking heeft op de beoordeling van de uitwerking van residuen van bestrijdingsmiddelen op de gezondheid van de mens, in afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, aanhef, plaatsvindt aan de hand van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis op het tijdstip waarop het betrokken middel laatstelijk is beoordeeld. -In het geval het college overweegt een wijziging aan te brengen in de uitbreiding, bedoeld in het zesde lid, is het bepaalde in het vijfde lid, met uitzondering van de eerste volzin, van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in het zesde lid bedoelde instanties, lichamen, organisaties en instellingen, met dien verstande dat ook de toelatinghouder bij die procedure wordt betrokken. +**9.** Het bepaalde in artikel 4, tweede tot en met zesde, achtste en negende lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag als bedoeld in het zesde, onderscheidenlijk zevende lid. In het geval het college overweegt een wijziging aan te brengen in de uitbreiding, bedoeld in het zesde, onderscheidenlijk zevende lid, is het bepaalde in het vijfde lid, met uitzondering van de eerste volzin, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat, indien het een uitbreiding betreft als bedoeld in het zesde lid, ook de toelatinghouder of registratiehouder bij die procedure wordt betrokken. ### Artikel 5a **1.** -Onze betrokken Minister kan bij in de *Staatscourant* bekend te maken regeling voorschriften geven omtrent: +Onze betrokken Minister kan bij regeling voorschriften geven omtrent: a. het in acht nemen van veiligheidstermijnen bij het oogsten van met een bestrijdingsmiddel behandelde planten of bij het in het verkeer brengen van met een bestrijdingsmiddel behandelde planten of delen daarvan; b. het in acht nemen van veiligheidstermijnen bij het in het verkeer brengen van voortbrengselen van met een bestrijdingsmiddel behandelde dieren of bij het slachten van zodanige dieren; @@ -440,7 +440,7 @@ c. zulks noodzakelijk is ter uitvoering van een communautaire maatregel. **3.** Een besluit op grond van het eerste of tweede lid wordt bekend gemaakt in de *Staatscourant*. -**4.** Het besluit vermeldt de datum met ingang waarvan de intrekking van kracht wordt. De datum wordt niet vroeger gesteld dan zes maanden na de datum van het besluit, tenzij bijzondere omstandigheden onmiddellijke intrekking noodzakelijk maken. +**4.** Het besluit vermeldt de datum met ingang waarvan de intrekking van kracht wordt. **5.** Een toelating of registratie kan tijdelijk worden ingetrokken, indien het college gegronde aanwijzingen heeft dat het bestrijdingsmiddel een gevaar oplevert voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu. Het bepaalde in het derde en vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke intrekking. @@ -462,8 +462,6 @@ Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een belanghebbende beroep in **4.** Een besluit tot ambtshalve toelating of registratie, tot wijziging van de in het tweede en derde lid bedoelde voorschriften en tot intrekking van de toelating of registratie wordt in de *Staatscourant* bekend gemaakt. -**5.** Degene die een ingevolge het eerste lid toegelaten of geregistreerd bestrijdingsmiddel bereidt of invoert, is verplicht hiervan, telkens binnen 8 dagen nadat hij in enig kalenderjaar voor de eerste maal een hoeveelheid van het middel heeft afgeleverd, mededeling te doen overeenkomstig door Onze Ministers bij in de *Staatscourant* bekend te maken regeling gestelde regelen. - ### Artikel 9a **1.** De toelatinghouder of registratiehouder alsmede de instanties, lichamen, organisaties of instellingen waarvan het verzoek als bedoeld in artikel 5, zesde lid, is toegewezen, zijn verplicht terstond mededeling aan het college te doen van alle nieuwe gegevens die zij verkrijgen met betrekking tot de mogelijke gevaarlijke gevolgen van een bestrijdingsmiddel of van de residuen van een werkzame stof voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu. @@ -478,9 +476,9 @@ Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een belanghebbende beroep in ### Artikel 10 -**1.** Het is verboden te handelen in strijd met de krachtens de artikelen 5, tweede, derde, vierde en zesde lid, 5*a*, eerste en tweede lid, en 9, tweede en derde lid, vastgestelde voorschriften. +**1.** Het is verboden te handelen in strijd met de krachtens de artikelen 5, tweede, derde, vierde, zesde, zevende en achtste lid, 5*a*, eerste en tweede lid, en 9, tweede en derde lid, vastgestelde voorschriften. -**2.** Het is een ieder verboden van een door Onze betrokken Minister bij in de *Staatscourant* bekend te maken regeling aangewezen bestrijdingsmiddel een hoeveelheid voorhanden of in voorraad te hebben, tenzij die hoeveelheid bestemd is voor een gebruik waarvoor het middel is toegelaten, geregistreerd of ter aflevering. +**2.** Het is een ieder verboden van een bij regeling van Onze betrokken Minister aangewezen bestrijdingsmiddel een hoeveelheid voorhanden of in voorraad te hebben, tenzij die hoeveelheid bestemd is voor een gebruik waarvoor het middel is toegelaten, geregistreerd of ter aflevering. **3.** Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een particuliere persoon, voor zover het betreft het gebruiken van een bestrijdingsmiddel in een door hem bewoonde ruimte. @@ -590,7 +588,15 @@ b. voor zover het biociden betreft, voor zover noodzakelijk wegens een onvoorzie ### Artikel 16aa -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** + +Onze betrokken Minister kan, wanneer de belangen van de landbouw zulks dringend vereisen, vrijstelling of ontheffing verlenen van het bepaalde in de artikelen 2, eerste lid, en 10, eerste en tweede lid, ten aanzien van een gewasbeschermingsmiddel dat een werkzame stof bevat: + +a. die reeds vóór 26 juli 1993 werd afgeleverd; +b. die niet bij een in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, bedoelde communautaire maatregel is aangewezen, en +c. ten aanzien waarvan het onderzoek, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van Richtlijn nr. 91/414/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991, betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PbEG L 230), na 26 juli 2003 wordt aangevangen of voortgezet. + +**2.** Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kunnen onder beperkingen worden verleend en te allen tijde worden ingetrokken. ### Artikel 16b @@ -634,7 +640,7 @@ Vervallen ### Artikel 18 -**1.** De ambtenaar, die het monster heeft genomen, stelt dit in handen van de instelling, die voor onderzoek daarvan door Onze Minister bij in de *Staatscourant* bekend te maken regeling is aangewezen. +**1.** De ambtenaar, die het monster heeft genomen, stelt dit in handen van de instelling, die voor onderzoek daarvan bij regeling van Onze betrokken Minister is aangewezen. **2.** Het monster wordt zo spoedig mogelijk door de aangewezen instelling onderzocht. @@ -642,7 +648,7 @@ Vervallen ### Artikel 19 -Onze Ministers kunnen bij in de *Staatscourant* bekend te maken regeling regelen geven betreffende de wijze van monsterneming, het verpakken en het verzegelen der monsters. +Bij regeling van Onze Ministers kunnen regelen worden gegeven betreffende de wijze van monsterneming, het verpakken en het verzegelen der monsters. ### Paragraaf 5. Adviesinstantie @@ -743,34 +749,7 @@ b. door het college wordt vastgesteld dat: ### Artikel 25c -**1.** - -Een gewasbeschermingsmiddel waarvan op grond van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis en, met inachtneming van de regelen of beginselen, bedoeld in artikel 3a, aan de hand van onderzoek van de gegevens, bedoeld in artikel 4, tweede lid, is vastgesteld dat het middel en zijn omzettingsproducten, wanneer het overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt gebruikt, voor een doeleind uitsluitend niet voldoet aan de toelatingscriteria, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, ten negende en ten tiende, kan, in afwijking van de terzake bij of krachtens de artikelen 3 en 3a gestelde regelen of beginselen, voor dat doeleind worden toegelaten indien is vastgesteld dat: - -a. het gebruik van het middel voor dat doeleind dringend vereist is omdat voor het gebruik uit landbouwkundig of volksgezondheidsoogpunt geen geschikt alternatief bestaat in de vorm van een ander gewasbeschermingsmiddel dan wel een mechanische of biologische methode, die hetzelfde doeleind en een vergelijkbare werkzaamheid heeft en waarvan met redelijke zekerheid kan worden aangenomen dat deze aanmerkelijk minder risico's heeft voor de kwaliteit van het milieu; -b. wordt voldaan aan door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gestelde regels met betrekking tot de toepassing van onderdeel a, die betrekking hebben op de aspecten innovatie, resistentierisico en landbouwtechnische doelmatigheid, daaronder mede begrepen de kosteneffectiviteit, en met betrekking tot de toelatingscriteria, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, ten negende en ten tiende, waarbij voor de toepassing van die regels wordt uitgegaan van het gebruik van het middel overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet, en -c. op de toelating overeenkomstig dit artikel een beroep wordt gedaan, ofwel door de in artikel 4, achtste lid, bedoelde aanvrager, ofwel, indien het uitsluitend betreft een doeleind waarvoor een toegelaten gewasbeschermingsmiddel gebruikt mag worden, door de in artikel 5, zesde lid, bedoelde instanties, lichamen, organisaties of instellingen. - -**2.** - -Het eerste lid is: - -a. niet van toepassing op een gewasbeschermingsmiddel waarvan de toelating ingevolge een communautaire maatregel niet verleend mag worden; -b. niet van toepassing op een gewasbeschermingsmiddel waarvan de toelating ingevolge een communautaire maatregel dient te worden ingetrokken, vanaf het tijdstip waarop aan die maatregel uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven; -c. uitsluitend van toepassing op een gewasbeschermingsmiddel dat een werkzame stof bevat die reeds vóór 26 juli 1993 werd afgeleverd en niet bij een in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, bedoelde communautaire maatregel is aangewezen; -d. uitsluitend van toepassing op een gewasbeschermingsmiddel dat is toegelaten of toegelaten is geweest, en -e. niet van toepassing op een gewasbeschermingsmiddel waarvan de toelating is ingetrokken op verzoek van de toelatinghouder of ten aanzien waarvan geen aanvraag tot verlenging van de toelating is ingediend. - -**3.** - -Een toelating die met toepassing van het eerste lid is verleend: - -a. geldt in afwijking van artikel 5, eerste lid, voor een in het besluit tot toelating te bepalen termijn van ten hoogste twee jaren. De toelating kan eenmaal met ten hoogste twee jaren worden verlengd indien is gebleken dat nog steeds aan de voorwaarden voor toelating is voldaan, en -b. wordt in afwijking van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, ingetrokken indien niet of niet meer wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens het eerste lid, onderdeel b, artikel 3, eerste lid, onderdeel a, ten eerste tot en met ten achtste, en onderdelen b tot en met d, alsmede tweede lid, onderdeel b. - -**4.** Door Onze betrokken Minister kan worden bepaald dat het voorhanden of in voorraad hebben en het gebruik van het gewasbeschermingsmiddel vanaf een door hem te bepalen datum die niet eerder gelegen zal zijn dan 1 juli 2003 uitsluitend mag plaatsvinden door bedrijven, personen of rechtspersonen die voldoen aan door hem te stellen eisen die onder meer betrekking kunnen hebben op de certificering van die bedrijven, personen of rechtspersonen, alsmede op de voorwaarden waaronder certificering plaatsvindt en waaraan een certificerende instelling dient te voldoen. Bij de te stellen eisen, bedoeld in de eerste volzin, worden de bestaande certificeringseisen, zoals vastgelegd in het Milieu Programma Sierteelt, in Milieu Bewuste Teelt of in daarmee vergelijkbare certificeringsstelsels, in acht genomen. - -**5.** Het is verboden te handelen in strijd met de krachtens het vierde lid gegeven voorschriften. +Vervallen ### Artikel 25d