2005-03-01 | BWBR0011353 | Wet inkomstenbelasting 2001

This commit is contained in:
Coornhert 2005-03-01 12:00:00 +00:00
parent 58003bc7f6
commit 0331f84485

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet inkomstenbelasting 2001
bwb_id: BWBR0011353
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2001-01-01'
datum_inwerkingtreding: '2005-02-24'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0011353
citeertitel: Wet inkomstenbelasting 2001
---
@ -80,7 +80,8 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder *pensioenreg
a. een pensioenregeling overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de loonbelasting;
b. een pensioenregeling waaraan deelneming verplicht is op grond van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, de Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds, de Wet op de kansspelen of de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling;
c. een regeling van een andere mogendheid, die volgens de belastingwetten van dat land, welke naar aard en strekking overeenkomen met de Nederlandse loonbelasting of de inkomstenbelasting, als een pensioenregeling wordt beschouwd.
c. een regeling van een andere mogendheid, die volgens de belastingwetten van dat land, welke naar aard en strekking overeenkomen met de Nederlandse loonbelasting of de inkomstenbelasting, als een pensioenregeling wordt beschouwd;
d. een pensioenregeling van een internationale organisatie.
**3.** Aanspraken op periodieke uitkeringen waarvan de uitkeringen zijn ingegaan en waarvan de hoogte van de uitkeringen niet voor de gehele uitkeringsperiode in geldeenheden is vastgesteld, worden gelijkgesteld met aanspraken op vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen indien de aanspraken en uitkeringen voldoen aan bij ministeriële regeling te stellen regels.
@ -310,14 +311,9 @@ d. van een werkgever die een met de belastingplichtige verbonden persoon is als
**2.** Gemeenschappelijke inkomensbestanddelen en bestanddelen van de rendementsgrondslag van de belastingplichtige en zijn partner worden geacht bij hen op te komen respectievelijk tot hun bezit te behoren, in de onderlinge verhouding die zij daarvoor ieder jaar bij het doen van aangifte kiezen.
**3.** De gekozen onderlinge verhoudingen kunnen door de belastingplichtige en zijn partner gezamenlijk worden herzien tot het moment dat de aanslag van de belastingplichtige of zijn partner onherroepelijk vaststaat.
**3.** Een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel wordt geacht bij de belastingplichtige en zijn partner voor de helft op te komen en een bestanddeel van de rendementsgrondslag wordt geacht bij de belastingplichtige en zijn partner voor de helft tot hun bezit te behoren voorzover zij daarvoor geen onderlinge verhouding hebben gekozen.
**4.**
Een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel wordt geacht bij de belastingplichtige en zijn partner voor de helft op te komen en een bestanddeel van de rendementsgrondslag wordt geacht bij de belastingplichtige en zijn partner voor de helft tot hun bezit te behoren indien:
1°. de gekozen onderlinge verhouding niet leidt tot een volkomen verdeling van het gemeenschappelijke inkomensbestanddeel of het bestanddeel van de rendementsgrondslag of
2°. een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel of een bestanddeel van de rendementsgrondslag niet in de aangiften van de belastingplichtige en zijn partner is opgenomen.
**4.** De voor een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel of bestanddeel van de rendementsgrondslag dan wel gedeelte daarvan tot stand gekomen onderlinge verhouding kan door de belastingplichtige en zijn partner gezamenlijk worden gewijzigd tot het moment waarop de aanslag, navorderingsaanslag, conserverende aanslag of conserverende navorderingsaanslag van een van hen waarin het desbetreffende bestanddeel of gedeelte daarvan is begrepen, onherroepelijk vaststaat.
**5.**
@ -1412,7 +1408,7 @@ Bij een winst
**3.** Artikel 3.6, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**4.** Indien op grond van artikel 23 van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen het in artikel 21, eerste lid, van die wet eerst vermelde percentage wordt verhoogd, verlaagd, of op nihil gesteld, kan bij ministeriële regeling, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken, het in het eerste lid vermelde bedrag in dezelfde mate worden verhoogd tot maximaal € 6485, worden verlaagd, of op nihil worden gesteld. Het nieuwe bedrag geldt met betrekking tot werk waarvoor een S&O-verklaring als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen is afgegeven op of na de dag waarop de wijziging in werking treedt.
**4.** Indien op grond van artikel 23 van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen het in artikel 21, eerste lid, van die wet eerst vermelde percentage wordt verhoogd, verlaagd, of op nihil gesteld, kan bij ministeriële regeling, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken, het in het eerste lid vermelde bedrag in dezelfde mate worden verhoogd tot maximaal € 13 251, worden verlaagd, of op nihil worden gesteld. Het nieuwe bedrag geldt met betrekking tot werk waarvoor een S&O-verklaring als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen is afgegeven op of na de dag waarop de wijziging in werking treedt.
### Artikel 3.78
@ -1473,7 +1469,8 @@ b. wat wordt genoten:
1°. ter vervanging van gederfd of te derven loon;
2°. ter zake van het staken of nalaten van werkzaamheden voorzover het genotene niet is aan te merken als resultaat uit overige werkzaamheden;
c. uitkeringen op grond van een pensioenregeling van een andere mogendheid als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel c, behoudens voorzover aannemelijk is dat over de aanspraken ingevolge die pensioenregeling heffing naar het inkomen heeft plaatsgevonden die naar aard en strekking overeenkomt met de loonbelasting of de inkomstenbelasting.
c. uitkeringen op grond van een pensioenregeling van een andere mogendheid als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel c, behoudens voorzover aannemelijk is dat over de aanspraken ingevolge die pensioenregeling heffing naar het inkomen heeft plaatsgevonden die naar aard en strekking overeenkomt met de loonbelasting of de inkomstenbelasting;
d. uitkeringen op grond van een pensioenregeling van een internationale organisatie, behoudens voorzover aannemelijk is dat over de aanspraken ingevolge die pensioenregeling een heffing naar het inkomen heeft plaatsgevonden die naar aard en strekking overeenkomt met de loonbelasting of de inkomstenbelasting.
### Artikel 3.83
@ -1731,7 +1728,7 @@ Aangewezen periodieke uitkeringen en verstrekkingen zijn de periodieke uitkering
a. worden ontvangen op grond van een publiekrechtelijke regeling;
b. worden ontvangen op grond van een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichting, tenzij de uitkeringen of verstrekkingen worden ontvangen van bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn;
c. in rechte vorderbaar zijn en niet de tegenwaarde voor een prestatie vormen, tenzij de uitkeringen of verstrekkingen worden ontvangen van een bloed- of aanverwant in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn dan wel de genieter behoort tot het huishouden van de belastingplichtige;
c. in rechte vorderbaar zijn en niet de tegenwaarde voor een prestatie vormen, tenzij de uitkeringen of verstrekkingen worden ontvangen van een bloed- of aanverwant in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn dan wel de genieter behoort tot het huishouden van de schuldenaar;
d. niet in rechte vorderbaar zijn en worden ontvangen van een rechtspersoon.
**2.** Indien verstrekkingen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b of c, worden ontvangen in de vorm van huisvesting ter zake van een woning of een gedeelte van een woning, worden die verstrekkingen voorzover zij afkomstig zijn van een beperkt gerechtigde tot die woning of gedeelte van die woning gesteld op de huurwaarde respectievelijk een evenredig deel van de huurwaarde berekend volgens artikel 3.112.
@ -1785,7 +1782,9 @@ h. op het inkomen van de belastingplichtige afgestemde uitkeringen die bij minis
4°. bepaalde noodzakelijke kosten die naar aard en strekking overeenkomen met kosten als bedoeld in onderdeel f;
5°. bepaalde noodzakelijke kosten van huishoudelijke hulp;
i. bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen die zijn bedoeld ter dekking van onderhoudskosten van thuiswonende gehandicapte kinderen;
j. uitkeringen op grond van buitenlandse regelingen die naar aard en strekking overeenkomen met uitkeringen als bedoeld in de onderdelen a tot en met i.
j. uitkeringen krachtens artikel 1p, eerste lid, onderdeel d, van de Ziekenfondswet ten behoeve van het inkopen van zorg als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
k. bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen die naar aard en strekking overeenkomen met uitkeringen als bedoeld in de onderdelen a tot en met i;
l. uitkeringen op grond van buitenlandse regelingen die naar aard en strekking overeenkomen met uitkeringen als bedoeld in de onderdelen a tot en met k.
### Artikel 3.105
@ -1914,32 +1913,31 @@ De voordelen uit een woning die voor twee of meer belastingplichtigen die geen *
### Artikel 3.116
**1.** Het voordeel uit kapitaalverzekering eigen woning is de rente die is begrepen in een kapitaalsuitkering uit *levensverzekering*die dient ter aflossing van schulden die zijn aangegaan ter verwerving van een *eigen woning*.
**1.** Het voordeel uit kapitaalverzekering eigen woning is de rente die is begrepen in een kapitaalsuitkering uit *levensverzekering*die dient ter aflossing van de eigenwoningschuld.
**2.**
Van een kapitaalverzekering eigen woning is sprake zolang de in het eerste lid bedoelde woning van de verzekeringnemer, zijn echtgenoot of degene met wie hij duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voert een eigen woning is en:
Van een kapitaalverzekering eigen woning is sprake zolang de in het eerste lid bedoelde woning van de verzekeringnemer, zijn echtgenoot of degene met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding voert een eigen woning is en:
a. in de overeenkomst is bepaald dat de begunstigde de uitkering zal aanwenden ter aflossing van schulden die zijn aangegaan ter verwerving van de eigen woning;
a. in de overeenkomst is bepaald dat de begunstigde de uitkering zal aanwenden ter aflossing van de eigenwoningschuld;
b. in de overeenkomst is bepaald dat ten minste 15 jaar, of tot het overlijden van de verzekerde, jaarlijks premies ter zake van de verzekering worden voldaan waarbij de hoogste premie niet meer bedraagt dan het tienvoud van de laagste premie;
c. de verzekering recht geeft op een eenmalige kapitaalsuitkering bij leven of overlijden van de verzekeringnemer, zijn echtgenoot of degene met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding voert;
c. de verzekering recht geeft op een eenmalige kapitaalsuitkering bij leven of overlijden;
d. de premies voor de verzekering verschuldigd zijn aan een verzekeraar die bevoegd is het directe verzekeringsbedrijf, bedoeld in de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, uit te oefenen en
e. in de overeenkomst is bepaald dat de in onderdeel a bedoelde woning een eigen woning is in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001.
**3.**
Indien de kapitaalverzekering eigen woning:
Een kapitaalverzekering eigen woning wordt geacht geheel tot uitkering te zijn gekomen bij de verzekeringnemer of, in geval van onherroepelijke begunstiging, bij de begunstigde, indien:
a. niet meer voldoet aan de voorwaarden van het tweede lid;
b. wordt afgekocht of vervreemd;
c. wordt ingebracht in het vermogen van een onderneming;
d. gedeeltelijk tot uitkering komt dan wel, indien de verzekering recht geeft op eenmalige uitkeringen bij leven of overlijden van meer dan een verzekerde, per verzekerde gedeeltelijk tot uitkering komt;
a. de verzekering niet meer voldoet aan de voorwaarden van het tweede lid;
b. de verzekering wordt afgekocht, behoudens voorzover sprake is van omzetting als bedoeld in artikel 3 119;
c. de verzekering wordt vervreemd, behoudens voorzover de verzekering in het kader van het aangaan of beëindigen van een huwelijk of van een duurzame gezamenlijke huishouding wordt omgezet in een of meer andere soortgelijke verzekeringen voor een of beide echtgenoten of voormalige echtgenoten of voor een of beide personen die bedoelde gezamenlijke huishouding voeren of hebben gevoerd;
d. de verzekering wordt ingebracht in het vermogen van een onderneming;
e. de verzekering gedeeltelijk tot uitkering komt dan wel, indien de verzekering recht geeft op eenmalige uitkeringen bij leven of overlijden van meer dan een verzekerde, per verzekerde gedeeltelijk tot uitkering komt;
f. niet ten minste 15 jaar, of tot het overlijden van de verzekerde, jaarlijks premies ter zake van de verzekering worden voldaan dan wel de hoogste premie meer bedraagt dan het tienvoud van de laagste premie; of
g. de verzekering een looptijd van 30 jaar heeft overschreden.
dan wel indien:
e. de in het tweede lid, onderdeel b, genoemde verplichting niet wordt nagekomen of
f. de verzekering een looptijd van 30 jaar heeft overschreden,
wordt de verzekering geacht ook en geheel tot uitkering te zijn gekomen bij de verzekeringnemer of, ingeval van een onherroepelijke begunstiging, bij de begunstigde, waarbij de hoogte van de uitkering wordt gesteld op de waarde in het economische verkeer van de verzekering.
De hoogte van de uitkering wordt voor de toepassing van de eerste volzin gesteld op de waarde in het economische verkeer van de verzekering.
**4.** Indien de verzekeringnemer of, in geval van een onherroepelijke begunstiging, de begunstigde anders dan door overlijden ophoudt binnenlands belastingplichtig te zijn, wordt de kapitaalverzekering eigen woning geacht op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip tot uitkering te zijn gekomen bij de verzekeringnemer of, in geval van een onherroepelijke begunstiging, bij de begunstigde en de hoogte van de uitkering gesteld op de waarde in het economische verkeer van de verzekering. Onder ophouden binnenlands belastingplichtig te zijn wordt mede verstaan de situatie waarin de verzekeringnemer respectievelijk de begunstigde voor de toepassing van de Belastingregeling voor het Koninkrijk of een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting wordt geacht geen inwoner van Nederland meer te zijn.
@ -1974,7 +1972,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder *levensverze
Tot het voordeel uit kapitaalverzekering eigen woning behoort niet de rente begrepen in de uitkering uit een kapitaalverzekering eigen woning voorzover de uitkering niet meer bedraagt dan € 139 500 indien:
a. de uitkering heeft gediend als aflossing van schulden die zijn aangegaan ter verwerving van de *eigen woning*;
a. de uitkering heeft gediend als aflossing van de eigenwoningschuld;
b. ter zake van de verzekering ten minste 20 jaar, of, indien de verzekering tot uitkering komt door eerder overlijden, tot het overlijden, jaarlijks premies zijn voldaan en
c. de hoogste premie niet meer heeft bedragen dan het tienvoud van de laagste.
@ -1989,7 +1987,7 @@ b. de verzekering wordt geacht tot uitkering te zijn gekomen door het ophouden b
**3.** De bedragen bepaald op grond van het eerste lid worden verminderd met het bedrag aan uitkering uit een kapitaalverzekering dat eerder ten aanzien van de belastingplichtige voor de toepassing van het eerste lid in aanmerking is genomen.
**4.** Indien op het tijdstip van de uitkering het nog niet afgeloste bedrag van de schulden die zijn aangegaan ter verwerving van de eigen woning lager is dan het op grond van het eerste en het derde lid bepaalde bedrag, wordt het in het eerste lid, in verbinding met het derde lid, bepaalde bedrag vervangen door het bedrag van de schulden.
**4.** Indien op het tijdstip van de uitkering het bedrag van de eigenwoningschuld lager is dan het op grond van het eerste en het derde lid bepaalde bedrag, wordt het in het eerste lid, in verbinding met het derde lid, bepaalde bedrag vervangen door het bedrag van de eigenwoningschuld.
**5.** Indien de belastingplichtige een levensverzekering heeft die ten aanzien van hem tot enig moment heeft voldaan aan de voorwaarden voor een kapitaalverzekering eigen woning en ter zake van die verzekering binnen drie jaren na dat moment wederom wordt voldaan aan de voorwaarden voor een kapitaalverzekering eigen woning, wordt het in het eerste lid genoemde bedrag verhoogd met een bedrag gelijk aan de in het derde lid bedoelde vermindering wegens de eerdere toepassing van het eerste lid op deze verzekering. De rente begrepen in de in de eerste volzin bedoelde verhoging, komt in mindering op het overschot, bedoeld in artikel 3.116, achtste lid.
@ -2009,7 +2007,7 @@ wordt het in het eerste lid genoemde bedrag verhoogd met een bedrag gelijk aan d
### Artikel 3.119
Indien een kapitaalverzekering eigen woning wordt omgezet in een andere soortgelijke verzekering, wordt de laatstgenoemde verzekering voor de toepassing van deze afdeling geacht een voortzetting te zijn van de eerstgenoemde verzekering.
Voorzover een kapitaalverzekering eigen woning wordt omgezet in een andere soortgelijke verzekering, wordt de laatstgenoemde verzekering voor de toepassing van deze afdeling geacht een voortzetting te zijn van de eerstgenoemde verzekering.
### Artikel 3.119a
@ -2137,8 +2135,9 @@ In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen worden kosten voor verbeteri
Uitgaven voor inkomensvoorzieningen zijn de op de belastingplichtige drukkende:
a. premies voor *lijfrenten* die dienen ter compensatie van een pensioentekort tot de in de artikelen 3.127, 3.128 en 3.129 genoemde bedragen;
b. premies voor lijfrenten waarvan de termijnen toekomen aan een meerderjarig invalide kind of kleinkind en uitsluitend eindigen bij het overlijden van de gerechtigde; en
c. premies voor aanspraken op periodieke uitkeringen en verstrekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval, waarvan de uitkeringen toekomen aan de belastingplichtige.
b. premies voor lijfrenten waarvan de termijnen toekomen aan een meerderjarig invalide kind of kleinkind en uitsluitend eindigen bij het overlijden van de gerechtigde;
c. premies voor aanspraken op periodieke uitkeringen en verstrekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval, waarvan de uitkeringen toekomen aan de belastingplichtige en
d. bijdragen ingevolge artikel 66a, derde lid, Algemene nabestaandenwet.
### Artikel 3.125
@ -3135,7 +3134,14 @@ c. schulden die corresponderen met de in de onderdelen a en b genoemde vordering
**4.** Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing bij de uitoefening van wilsrechten die inhoudelijk overeenkomen met de wilsrechten bedoeld in de artikelen 19 en 21 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek en die zijn opgekomen door een uiterste wilsbeschikking die tevens aanvankelijk voorziet in een verdeling van de nalatenschap zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
**5.** Bezittingen die zijn verkregen onder de ontbindende voorwaarde van overlijden waarop een opschortende voorwaarde ten gunste van een verwachter aansluit, worden in aanmerking genomen als waren zij onvoorwaardelijk verkregen.
**5.**
Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing ingeval:
a. een natuurlijk persoon bij plaatsvervulling tot de nalatenschap van de in het eerste lid bedoelde overleden ouder is geroepen;
b. een reeds bestaande geldvordering als bedoeld in het eerste lid dan wel een goed waarop een vruchtgebruik rust als bedoeld in het tweede lid is verkregen krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht door een bloed- of aanverwant in de rechte neergaande lijn van de in het eerste lid bedoelde overleden ouder of zijn als erfgenaam achtergelaten echtgenoot.
**6.** Bezittingen die zijn verkregen onder de ontbindende voorwaarde van overlijden waarop een opschortende voorwaarde ten gunste van een verwachter aansluit, worden in aanmerking genomen als waren zij onvoorwaardelijk verkregen.
### Artikel 5.5
@ -3447,6 +3453,8 @@ h. aftrekbare giften (afdeling 6.9).
**3.** Uitgaven als bedoeld in het tweede lid, onderdelen c, d en e, worden in aanmerking genomen voorzover de belastingplichtige zich redelijkerwijs gedrongen heeft kunnen voelen tot het doen van die uitgaven.
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen aanspraken op vergoedingen of tegemoetkomingen alsmede genoten of te genieten vergoedingen of tegemoetkomingen worden aangewezen die buiten beschouwing blijven bij de bepaling van de omvang van hetgeen op de belastingplichtige aan uitgaven drukt.
### Artikel 6.2
**1.** De persoonsgebonden aftrek vermindert het inkomen uit werk en woning van het kalenderjaar, maar niet verder dan tot nihil.
@ -3691,7 +3699,7 @@ b. de uitgaven voor de reis of het verblijf die zijn gedaan in verband met de la
**1.**
Uitgaven wegens chronische ziekte worden in aanmerking genomen indien de belastingplichtige bij het begin van het kalenderjaar jonger is dan 65 jaar, niet in aanmerking komt voor uitgaven wegens arbeidsongeschiktheid op de voet van artikel 6.20 en hij in het kalenderjaar voor hem voor meer dan € 311 aan uitgaven heeft gedaan voor:
Uitgaven wegens chronische ziekte worden in aanmerking genomen indien de belastingplichtige bij het begin van het kalenderjaar jonger is dan 65 jaar, niet in aanmerking komt voor uitgaven wegens arbeidsongeschiktheid op de voet van artikel 6.20 en hij al dan niet tezamen met zijn partner in het kalenderjaar voor hem voor meer dan € 311 aan uitgaven heeft gedaan voor:
a. hulpmiddelen met inbegrip van farmaceutische hulpmiddelen als bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, onderdeel a;
b. vervoer als bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, onderdeel a;
@ -3714,7 +3722,7 @@ h. verschuldigde bijdragen krachtens artikel 1p van de Ziekenfondswet voor uitke
**1.**
Uitgaven wegens chronische ziekte van een kind worden in aanmerking genomen indien de belastingplichtige voor een kind dat bij het begin van het kalenderjaar jonger is dan 27 jaar en dat door hem in belangrijke mate wordt onderhouden in het kalenderjaar voor meer dan € 311 aan uitgaven heeft gedaan voor:
Uitgaven wegens chronische ziekte van een kind worden in aanmerking genomen indien de belastingplichtige al dan niet tezamen met zijn partner voor een kind dat bij het begin van het kalenderjaar jonger is dan 27 jaar en dat door hem in belangrijke mate wordt onderhouden in het kalenderjaar voor meer dan € 311 aan uitgaven heeft gedaan voor:
a. hulpmiddelen met inbegrip van farmaceutische hulpmiddelen - als bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, onderdeel a;
b. vervoer als bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, onderdeel a;
@ -3963,7 +3971,7 @@ Werkzaamheden die in het kader van een onderneming worden verricht gedurende een
### Artikel 7.5
**1.** Het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap is het inkomen uit een niet tot het vermogen van een onderneming behorend aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap, verminderd met de verliezen uit aanmerkelijk belang, berekend volgens de regels van hoofdstuk 4, met uitzondering van de in artikel 4.12 genoemde persoonsgebonden aftrek. Voor de beoordeling van de vraag of er een aanmerkelijk belang is, is artikel 1.2, derde lid, onderdeel b, niet van toepassing.
**1.** Het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap is het inkomen uit een niet tot het vermogen van een onderneming behorend aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap, verminderd met de verliezen uit aanmerkelijk belang, berekend volgens de regels van hoofdstuk 4, met uitzondering van de in artikel 4.12 genoemde persoonsgebonden aftrek. Voor de beoordeling van de vraag of er een aanmerkelijk belang is, is artikel 1.2, derde lid, onderdeel b, niet van toepassing. Voor de toepassing van de eerste volzin is afdeling 4.2 van overeenkomstige toepassing.
**2.** Indien de berekening van het inkomen uit aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap leidt tot een negatief bedrag wordt dit aangemerkt als een verlies uit aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap. De verrekening van dit verlies vindt plaats overeenkomstig de regels van afdeling 4.10.
@ -4179,6 +4187,10 @@ b. hij in het kalenderjaar geen partner heeft, danwel indien hij wel een partner
**4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder partner mede verstaan een in artikel 3.91, tweede lid, onderdeel b, onder 2° tot en met 5°, bedoelde verbonden persoon.
### Artikel 8.14b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 8.15
**1.**
@ -4230,6 +4242,10 @@ b. hij in het kalenderjaar in aanmerking komt voor een uitkering als bedoeld in
**2.** De aanvullende ouderenkorting bedraagt € 287.
### Artikel 8.18a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 8.19
**1.** De korting voor maatschappelijke beleggingen geldt voor de belastingplichtige van wie maatschappelijke beleggingen zijn vrijgesteld op grond van artikel 5.13.
@ -4394,7 +4410,7 @@ Bij het begin van het kalenderjaar worden de in de artikelen 2.10, 3.15, eerste
### Artikel 10.5
**1.** Bij de berekeningen volgens de artikelen 10.3 en 10.4 worden de percentages en bedragen naar beneden afgerond tot op een vijfhonderdste respectievelijk een veelvoud van 50 nauwkeurig.
**1.** Bij de berekeningen volgens de artikelen 10.3 en 10.4 worden de percentages en bedragen naar beneden afgerond tot op vijfhonderdste respectievelijk een veelvoud van 50 nauwkeurig.
**2.** Onder indexcijfer van de woninghuren in artikel 10.3 wordt verstaan het gemiddelde van de consumentenprijsindexcijfers voor alle huishoudens voor de woninghuur, vermeld in het nummer van de Maandstatistiek van de prijzen, uitgegeven door het Centraal Bureau voor de Statistiek, waarin het indexcijfer voor de maand juli voor het eerst, al dan niet voorlopig, wordt gepubliceerd.
@ -4460,6 +4476,8 @@ Vervallen
**4.** Voor de berekening van de voorkoming van dubbele belasting bedoeld in artikel 24 van de Belastingregeling voor het Koninkrijk wordt de winst die is toe te rekenen aan de vaste inrichting die gelegen is in de Nederlandse Antillen of Aruba berekend zonder inachtneming van het eerste lid.
## Hoofdstuk 10A. Overgangsrecht ten gevolge van wijzigingswetten
## Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
### Artikel 11.1