From 038f8a7c3bb88f5a169ce2a3e9b5d9f7b170632a Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 30 Nov 2016 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2016-11-30 | BWBR0004052 | Reglement Dienst Buitenlandse Zaken --- .../BWBR0004052/README.md | 82 +++++++++---------- 1 file changed, 41 insertions(+), 41 deletions(-) diff --git a/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md b/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md index e0d2b8d826c..bb1b74e44cd 100644 --- a/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md +++ b/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md @@ -622,7 +622,7 @@ Op de ambtenaar zijn de artikelen 17 tot en met 20d van het ARAR van overeenkoms **4.** Een vergoeding voor overwerk, verricht tijdens plaatsing bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland, wordt in afwijking van artikel 23 van het BBRA 1984 toegekend op grond van bij ministeriële regeling gestelde regels. Deze regels houden rekening met de bijzondere omstandigheden van het werkzaam zijn bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland. -**5.** Ingeval een plaatsing als bedoeld in artikel 27 of 29 geschiedt in een functie waaraan een lagere salarisschaal is verbonden dan de salarisschaal die voor de betrokken ambtenaar geldt, behoudt de ambtenaar, in afwijking van artikel 5, vijfde lid, onderdeel d, van het BBRA 1984, de voor hem geldende salarisschaal. Indien evenwel sprake is van de in artikel 35, vierde lid, bedoelde omstandigheid, kan aan betrokkene een lagere salarisschaal worden toegekend. +**5.** Ingeval een plaatsing als bedoeld in artikel 27 of 29 geschiedt in een functie waaraan een lagere salarisschaal is verbonden dan de salarisschaal die voor de betrokken ambtenaar geldt, behoudt de ambtenaar, in afwijking van artikel 5, vijfde lid, onderdeel d, van het BBRA 1984, de voor hem geldende salarisschaal. Indien evenwel sprake is van de in artikel 35, vierde lid, bedoelde omstandigheid, kan aan betrokkene een lagere salarisschaal worden toegekend. **6.** Met inachtneming van artikel 3, tweede lid, kan aan functies bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland het salaris worden verbonden, behorend bij de functie van directeur-generaal, genoemd in bijlage A van het BBRA 1984. @@ -638,7 +638,7 @@ Op de ambtenaar zijn de artikelen 17 tot en met 20d van het ARAR van overeenkoms **3.** Indien na 52 weken ziekte de doorbetaling van de bezoldiging op grond van artikel 54, eerste lid, wordt teruggebracht tot 70%, wordt de inhouding over die uren opgeschort voor de duur van de ziekte. -**4.** Inhouding vindt niet plaats indien de in het eerste lid bedoelde functie wordt opgedragen op grond van artikel 27 of 29, tenzij betrokkene uitsluitend zijn voorkeur heeft kenbaar gemaakt voor functies waaraan een salarisschaal verbonden is met een lager maximumsalaris dan de reeds voor hem geldende salarisschaal, ondanks de beschikbaarheid van een passende functie waaraan een salarisschaal is verbonden die ten minste gelijk is aan de salarisschaal die voor betrokkene geldt. +**4.** Inhouding vindt niet plaats indien de in het eerste lid bedoelde functie wordt opgedragen op grond van artikel 27 of 29, tenzij betrokkene uitsluitend zijn voorkeur heeft kenbaar gemaakt voor functies waaraan een salarisschaal verbonden is met een lager maximumsalaris dan de reeds voor hem geldende salarisschaal, ondanks de beschikbaarheid van een passende functie waaraan een salarisschaal is verbonden die ten minste gelijk is aan de salarisschaal die voor betrokkene geldt. **5.** In bijzondere gevallen kan geheel of gedeeltelijk van inhouding worden afzien. @@ -685,7 +685,7 @@ c. de ambtenaar die op basis van artikel 46 buitengewoon verlof van lange duur g **7.** -a. Geen dienst wordt geëist op zondagen, alsmede op de Nieuwjaarsdag, de Tweede Paasdag, de Hemelvaartsdag, de Tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd en op 5 mei. +a. Geen dienst wordt geëist op zondagen, alsmede op de Nieuwjaarsdag, de Tweede Paasdag, de Hemelvaartsdag, de Tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd en op 5 mei. b. Van onderdeel a kan slechts worden afgeweken indien het dienstbelang dit onvermijdelijk maakt en met inachtneming van het navolgende: @@ -700,7 +700,7 @@ d. Op zaterdag kan dienst worden geëist, mits de belangen van de dienst daartoe a. De ambtenaar van 18 jaar of ouder heeft een onafgebroken rusttijd van hetzij ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van zeven maal 24 uren, hetzij ten minste 72 uren in elke aaneengesloten periode van 14 maal 24 uren, welke rusttijd kan worden gesplitst in onafgebroken rustperioden van elk ten minste 32 uren. -b. De ambtenaar van 16 of 17 jaar heeft een onafgebroken rusttijd van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van zeven maal 24 uren. +b. De ambtenaar van 16 of 17 jaar heeft een onafgebroken rusttijd van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van zeven maal 24 uren. **9.** Van het voor de ambtenaar vastgestelde arbeidstijdpatroon kan slechts worden afgeweken indien het dienstbelang dit onvermijdelijk maakt en – behoudens in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden – mits ervoor wordt gezorgd, dat de ambtenaar in of over het desbetreffende tijdvak van zeven dagen een ononderbroken rusttijd van ten minste 36 uren geniet. @@ -815,7 +815,7 @@ De op grond van het vierde lid geldende aanspraak op vakantie wordt met bovenwet | van 45 tot en met 49 jaar | 7,2 uren | | van 50 tot en met 54 jaar | 14,4 uren | | van 55 tot en met 59 jaar | 21,6 uren | -| vanaf 60 jaar | 28,8 uren | +| vanaf 60 jaar | 28,8 uren | **6.** De ingevolge het vierde en vijfde lid geldende aanspraak op vakantie wordt vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven op hele uren plaats. @@ -833,7 +833,7 @@ a. genoten vakantie; b. ziekteverlof; c. zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 45a, derde en vierde lid; d. verblijf in militaire dienst wegens herhalingsoefeningen; -e. verlof verleend op basis van artikel 42a, 43a, 43c, 43d, 43e, 45, 45c of 45d van dit besluit of op basis van hoofdstuk 5, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg; +e. verlof verleend op basis van artikel 42a, 43a, 43c, 43d, 43e, 45, 45c of 45d van dit besluit of op basis van hoofdstuk 5, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg; f. het minder uren werken op basis van de in artikel 40 bedoelde regels. **11.** In afwijking van het tiende lid, onder b, heeft de ambtenaar gedurende de periode dat artikel 54f, eerste lid, onderdeel i, q of r, toepassing vindt, geen aanspraak op vakantie. @@ -868,7 +868,7 @@ f. het minder uren werken op basis van de in artikel 40 bedoelde regels. **1.** Tenzij het belang van de dienst zich daartegen verzet, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op bovenwettelijke vakantie-uren van dat kalenderjaar verlagen. -**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt voor 1 november van het lopende kalenderjaar ingediend. +**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt voor 1 november van het lopende kalenderjaar ingediend. **3.** De ambtenaar wordt een vergoeding toegekend voor elk uur waarmee zijn aanspraak op bovenwettelijke vakantie-uren overeenkomstig het eerste lid wordt verlaagd, ten bedrage van het salaris per uur dat hij geniet op de eerste dag van de maand waarin hij de aanvraag doet. @@ -882,7 +882,7 @@ f. het minder uren werken op basis van de in artikel 40 bedoelde regels. ### Artikel 41c -Indien de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 17 of 18a van het BBRA 1984, wordt die toelage gedurende zijn vakantie vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge zijn arbeidstijdpatroon zou zijn toegekend, indien hij geen vakantie zou hebben genoten. Indien de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk is, dan wordt dit bedrag vastgesteld op het gemiddelde van het bedrag dat de ambtenaar per maand aan die toelage heeft genoten over de drie kalendermaanden voorafgaande aan de kalendermaand waarin zijn vakantie een aanvang nam. +Indien de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 17 of 18a van het BBRA 1984, wordt die toelage gedurende zijn vakantie vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge zijn arbeidstijdpatroon zou zijn toegekend, indien hij geen vakantie zou hebben genoten. Indien de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk is, dan wordt dit bedrag vastgesteld op het gemiddelde van het bedrag dat de ambtenaar per maand aan die toelage heeft genoten over de drie kalendermaanden voorafgaande aan de kalendermaand waarin zijn vakantie een aanvang nam. ### Artikel 41d @@ -1102,7 +1102,7 @@ Het bevoegd gezag is tevens verplicht in te stemmen met een aanvraag van de ambt **14.** Indien het verlof op grond van het zesde lid is opgedeeld en de aanstelling eindigt voordat het verlof volledig is genoten, heeft de ambtenaar, indien hij een nieuwe aanstelling krijgt bij een ander bevoegd gezag aanspraak op de eventueel resterende deelperioden van het verlof met inachtneming van het bepaalde in dit artikel. -**15.** Op de ambtenaar die voor een kind het verlof geheel of gedeeltelijk heeft opgenomen voor 1 januari 2011, blijven het vijfde en zevende lid, van toepassing zoals die luidden op 31 december 2010 voor wat betreft zijn recht op bezoldiging tijdens de uren waarop hem ouderschapsverlof is verleend, met dien verstande dat aanvullend dertien maal de arbeidsduur per week kan worden opgenomen zonder behoud van bezoldiging. +**15.** Op de ambtenaar die voor een kind het verlof geheel of gedeeltelijk heeft opgenomen voor 1 januari 2011, blijven het vijfde en zevende lid, van toepassing zoals die luidden op 31 december 2010 voor wat betreft zijn recht op bezoldiging tijdens de uren waarop hem ouderschapsverlof is verleend, met dien verstande dat aanvullend dertien maal de arbeidsduur per week kan worden opgenomen zonder behoud van bezoldiging. ### Artikel 45c @@ -1346,7 +1346,7 @@ c. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. **7.** Gedurende een plaatsing buiten Nederland kan Onze Minister een ambtenaar, indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte naar verwachting langer dan drie maanden zal voortduren, opdracht geven tot terugkeer met zijn gezinsleden naar Nederland. -**8.** Het eerste lid, tweede volzin, is niet van toepassing op de ambtenaar die na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. +**8.** Het eerste lid, tweede volzin, is niet van toepassing op de ambtenaar die na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. ### Artikel 54a @@ -1388,7 +1388,7 @@ b. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. **7.** -In zoverre in afwijking van het derde lid, bedraagt voor de ambtenaar die na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, de aanvullende uitkering na de eerste 52 weken weken het verschil tussen: +In zoverre in afwijking van het derde lid, bedraagt voor de ambtenaar die na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, de aanvullende uitkering na de eerste 52 weken weken het verschil tussen: a. het bedrag waarop de ambtenaar op grond van artikel 76a van de Ziektewet recht zou hebben gehad indien hem geen andere functie zou zijn opgedragen, vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering; en b. zijn bezoldiging na herplaatsing, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering. @@ -1439,7 +1439,7 @@ b. zij direct voorafgaan aan of aansluiten op een periode waarin zwangerschap- o De doorbetaling van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, eindigt in ieder geval: -a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; of +a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; of b. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden. **7.** De gewezen ambtenaar die recht heeft op een WIA-uitkering ter zake van de dienstbetrekking die hij voor zijn ontslag vervulde, heeft recht op een aanvullende uitkering indien de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een beroepsincident. @@ -1466,7 +1466,7 @@ Het percentage, bedoeld in het achtste lid, onderdeel a, is afhankelijk van de m De aanvullende uitkering, bedoeld in het zevende lid, eindigt: -a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; of +a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; of b. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden. ### Artikel 54c @@ -1477,7 +1477,7 @@ b. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overlede ### Artikel 54d -De artikelen artikelen 54, vierde lid, 54a, derde tot en met het zevende lid, 54b, 54c en 77, tweede lid, zijn niet van toepassing op de ambtenaar en de gewezen ambtenaar die geen overheidswerknemer zijn als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP. +De artikelen artikelen 54, vierde lid, 54a, derde tot en met het zevende lid, 54b, 54c en 77, tweede lid, zijn niet van toepassing op de ambtenaar en de gewezen ambtenaar die geen overheidswerknemer zijn als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP. ### Artikel 54e @@ -1608,11 +1608,11 @@ b. de gewezen ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is geworden een naar aard en om ### Artikel 57a -**1.** Tenzij anders is bepaald, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk niet van toepassing in de periode van 15 april 2013 tot en met 31 december 2016. +**1.** Tenzij anders is bepaald, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk niet van toepassing in de periode van 15 april 2013 tot en met 31 december 2017. **2.** -Hoofdstuk VIIbis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is van overeenkomstige toepassing in de periode van 15 april 2013 tot en met 31 december 2016, met dien verstande dat: +Hoofdstuk VIIbis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is van overeenkomstige toepassing in de periode van 15 april 2013 tot en met 31 december 2017, met dien verstande dat: a. een ambtenaar voor wie een plaatsingsduur is vastgesteld, niet overeenkomstig hoofdstuk VIIbis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement verplichte VWNW-kandidaat wordt maar ter beschikking wordt gehouden tenzij: @@ -1675,7 +1675,7 @@ b. reeds eerder in overleg met de ambtenaar kan worden vastgesteld dat er geen m **5.** De herplaatsingskandidaat wordt geïnformeerd over het verkorten, verlengen of opschorten van de termijn, bedoeld in het tweede en het derde lid. -**6.** Op verzoek van de herplaatsingskandidaat wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, met maximaal een jaar verlengd ingeval de herplaatsingskandidaat bij het einde van de termijn, bedoeld in het eerste lid, in combinatie met de duur van de bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt en door deze verlenging recht ontstaat op een bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid, op grond van artikel 2, tweede lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk. +**6.** Op verzoek van de herplaatsingskandidaat wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, met maximaal een jaar verlengd ingeval de herplaatsingskandidaat bij het einde van de termijn, bedoeld in het eerste lid, in combinatie met de duur van de bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt en door deze verlenging recht ontstaat op een bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid, op grond van artikel 2, tweede lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk. ### Artikel 58g @@ -1709,7 +1709,7 @@ Vervallen ### Artikel 58l -**1.** Indien de toename van de reistijd voor woon-werkverkeer ten gevolge van een wijziging van de plaats van tewerkstelling in Nederland in verband met plaatsing of herplaatsing in een passende functie anders dan op eigen verzoek meer bedraagt dan 15 minuten per enkele reis, wordt de extra reistijd van de ambtenaar, voor zover deze meer is dan 15 minuten, gedurende een jaar als werktijd aangemerkt. +**1.** Indien de toename van de reistijd voor woon-werkverkeer ten gevolge van een wijziging van de plaats van tewerkstelling in Nederland in verband met plaatsing of herplaatsing in een passende functie anders dan op eigen verzoek meer bedraagt dan 15 minuten per enkele reis, wordt de extra reistijd van de ambtenaar, voor zover deze meer is dan 15 minuten, gedurende een jaar als werktijd aangemerkt. **2.** Gedurende het tweede, derde en vierde jaar wordt respectievelijk 75%, 50% en 25% van de in het eerste lid bedoelde extra reistijd als werktijd aangemerkt. @@ -1723,7 +1723,7 @@ Vervallen ### Artikel 58m -**1.** De ambtenaar die in verband met zijn herplaatsing of plaatsing in een passende functie in opdracht van Onze Minister is verhuisd, wordt eenmalig een bedrag toegekend van  € 11.637,69 bruto ter tegemoetkoming in de daarmee verband houdende kosten. +**1.** De ambtenaar die in verband met zijn herplaatsing of plaatsing in een passende functie in opdracht van Onze Minister is verhuisd, wordt eenmalig een bedrag toegekend van € 11.637,69 bruto ter tegemoetkoming in de daarmee verband houdende kosten. **2.** In de gevallen waarin de ambtenaar en zijn huwelijkspartner beiden in aanmerking komen voor het bedrag, bedoeld in het eerste lid, ontvangt elk de helft daarvan. @@ -1829,9 +1829,9 @@ b. wordt in plaats van «de wet en het plaatselijk gebruik», genoemd in het twe De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per jaar: -a. voor de basisbedrijfshulpverlener: € 231,27; -b. voor de allroundbedrijfshulpverlener: € 462,53; -c. voor de bedrijfshulpverlener die is aangewezen om leidinggevende taken met betrekking tot bedrijfshulpverlening uit te oefenen: € 693,81. +a. voor de basisbedrijfshulpverlener: € 231,27; +b. voor de allroundbedrijfshulpverlener: € 462,53; +c. voor de bedrijfshulpverlener die is aangewezen om leidinggevende taken met betrekking tot bedrijfshulpverlening uit te oefenen: € 693,81. **3.** De aanspraak op de vergoeding wordt berekend naar het bedrag van de vergoeding, bedoeld in het tweede lid, op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van het jaar waarin betrokkene bedrijfshulpverlener was. De vergoeding voor een gedeelte van een jaar wordt berekend naar evenredigheid van het aantal hele maanden dat de aanwijzing tot bedrijfshulpverlener heeft geduurd. @@ -1839,11 +1839,11 @@ c. voor de bedrijfshulpverlener die is aangewezen om leidinggevende taken met be De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, ontvangt vijf jaar na diens aanwijzing tot bedrijfshulpverlener en vervolgens elke vijf jaar daarna zolang de aanwijzing duurt, een jubileumtoeslag ten bedrage van: -a. € 378,44 na vijf jaar; -b. € 462,53 na tien jaar; -c. € 551,89 na vijftien jaar en na elke vijf jaar daaropvolgend. +a. € 378,44 na vijf jaar; +b. € 462,53 na tien jaar; +c. € 551,89 na vijftien jaar en na elke vijf jaar daaropvolgend. -**5.** In afwijking van artikel 23 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 worden taken in het kader van de bedrijfshulpverlening die in opdracht van het bevoegd gezag als overwerk worden verricht, vergoed voor alle aangewezen ambtenaren en uitsluitend met een bedrag in geld, met dien verstande dat voor elk uur overwerk een vergoeding wordt toegekend ten bedrage van 125% van het salaris per uur, behorende bij het maximumsalaris van salarisschaal 7. +**5.** In afwijking van artikel 23 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 worden taken in het kader van de bedrijfshulpverlening die in opdracht van het bevoegd gezag als overwerk worden verricht, vergoed voor alle aangewezen ambtenaren en uitsluitend met een bedrag in geld, met dien verstande dat voor elk uur overwerk een vergoeding wordt toegekend ten bedrage van 125% van het salaris per uur, behorende bij het maximumsalaris van salarisschaal 7. **6.** Indien de bedragen, bedoeld in in artikel 58a, tweede en vierde lid, van het ARAR door Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst worden aangepast, is die aanpassing van overeenkomstige toepassing op respectievelijk het tweede en vierde lid. @@ -1996,7 +1996,7 @@ g. fooien. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, bedraagt: -a. voor de functie van directeur-generaal of secretaris-generaal: € 533,33; +a. voor de functie van directeur-generaal of secretaris-generaal: € 533,33; b. voor het structurele plaatsvervangerschap van een functie als bedoeld onder a: 75% van het onder a genoemde bedrag; c. voor de functie van directeur of daarmee door Onze Minister voor de toepassing van dit artikel gelijk te stellen functie: 50% van het onder a genoemde bedrag; d. voor een andere functie waaraan representatiekosten zijn verbonden, voor zover deze functie is vermeld op een daartoe door het bevoegd gezag vastgestelde lijst: het bij die functie vermelde bedrag dat maximaal 25% van het onder a genoemde bedrag kan zijn. @@ -2041,7 +2041,7 @@ Met de ambtenaar wordt minimaal een keer per jaar door een leidinggevende functi a. de resultaten die de ambtenaar heeft behaald en de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de opgedragen werkzaamheden zijn uitgevoerd; b. de opvatting van zowel de functionaris als de ambtenaar over het onder a besprokene, op basis waarvan de functionaris tot een uiteindelijke samenvattende conclusie komt; -c. welke werkzaamheden de ambtenaar zullen worden opgedragen, de omstandigheden waaronder deze zullen worden uitgevoerd en welke resultaten daarbij behaald moeten worden; +c. welke werkzaamheden de ambtenaar zullen worden opgedragen, de omstandigheden waaronder deze zullen worden uitgevoerd en welke resultaten daarbij behaald moeten worden; d. de wijze waarop de persoonlijke ontwikkeling van de ambtenaar bevorderd kan worden. **2.** Indien de ambtenaar gedurende vijf aaneengesloten jaren dezelfde functie heeft vervuld, wordt in het gesprek als bedoeld in het eerste lid specifieke aandacht besteed aan de wenselijkheid en mogelijkheid van de continuering van de loopbaan in een andere functie. @@ -2131,7 +2131,7 @@ De disciplinaire straffen die kunnen worden opgelegd, zijn: a. schriftelijke berisping; b. buitengewone dienst op andere dagen dan zondag en de voor de ambtenaar geldende kerkelijke feestdagen, zonder beloning of tegen een lagere dan de normale beloning en wel voor ten hoogste zes uren met een maximum van drie uren per dag; c. vermindering van het recht op jaarlijkse vakantie met ten hoogste een derde gedeelte van het aantal uren, waarop in het desbetreffende kalenderjaar aanspraak bestaat; -d. geldboete van ten hoogste  € 22; +d. geldboete van ten hoogste € 22; e. gehele of gedeeltelijke inhouding van salaris tot een bedrag van ten hoogste het salaris over een halve maand; f. vaststelling van het salaris in de voor de ambtenaar geldende salarisschaal, op het bedrag behorend bij een salarisnummer dat maximaal twee salarisnummers lager is dan voor de ambtenaar geldt, of indien voor de functie waarin de ambtenaar is geplaatst geen salarisschaal geldt, vermindering van het salaris met ten hoogste 5%, een en ander voor de tijd van ten hoogste twee jaren; g. het niet toekennen van een hoger salarisnummer gedurende ten hoogste vier jaren; @@ -2327,7 +2327,7 @@ c. met de duur van het tijdvak dat het UWV op grond van artikel 25, negende lid, **8.** Indien herplaatsing als bedoeld in artikel 54a, plaatsvindt in een betrekking voor minder uren dan het aantal waarvoor de ambtenaar was aangesteld, heeft het ontslag uitsluitend betrekking op het meerdere aantal uren. -**9.** Van ontslag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, wordt op verzoek van de ambtenaar afgezien voor de duur van telkens ten hoogste één jaar, indien de ambtenaar volgens de uitslag van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 50a, eerste lid, onderdeel k, in staat is zijn functie te blijven vervullen. +**9.** Van ontslag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, wordt op verzoek van de ambtenaar afgezien voor de duur van telkens ten hoogste één jaar, indien de ambtenaar volgens de uitslag van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 50a, eerste lid, onderdeel k, in staat is zijn functie te blijven vervullen. **10.** Een verzoek als bedoeld in het negende lid wordt door de ambtenaar ten minste drie maanden voor het bereiken van de leeftijd van zeventig jaar of ouder, ingediend. @@ -2392,13 +2392,13 @@ Na het overlijden van de gewezen ambtenaar, die op de dag van zijn overlijden op Indien het overlijden van de ambtenaar is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, wordt aan degene die in verband met dit overlijden krachtens het Pensioenreglement een nabestaandenpensioen geniet, een uitkering toegekend ten bedrage van 18% van het resultaat van de vermenigvuldiging van: -a. indien het gaat om de partner, vijf zevende deel van 1,75 procent van het pensioengevend inkomen en de pensioengeldige diensttijd, zoals deze begrippen door de Stichting Pensioenfonds ABP worden gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP; -b. indien het gaat om de wees waarvan de verzorger geen recht heeft op partnerpensioen of bijzonder partnerpensioen, een zevende deel van 1,75 procent van het pensioengevend inkomen en de pensioengeldige diensttijd, zoals deze begrippen door de Stichting Pensioenfonds ABP worden gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP; -c. indien het gaat om de wees zonder verzorger als bedoeld in onderdeel b, twee zevende deel van 1,75 procent van het pensioengevend inkomen en de pensioengeldige diensttijd, zoals deze begrippen door de Stichting Pensioenfonds ABP worden gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP. +a. indien het gaat om de partner, vijf zevende deel van 1,75 procent van het pensioengevend inkomen en de pensioengeldige diensttijd, zoals deze begrippen door de Stichting Pensioenfonds ABP worden gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP; +b. indien het gaat om de wees waarvan de verzorger geen recht heeft op partnerpensioen of bijzonder partnerpensioen, een zevende deel van 1,75 procent van het pensioengevend inkomen en de pensioengeldige diensttijd, zoals deze begrippen door de Stichting Pensioenfonds ABP worden gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP; +c. indien het gaat om de wees zonder verzorger als bedoeld in onderdeel b, twee zevende deel van 1,75 procent van het pensioengevend inkomen en de pensioengeldige diensttijd, zoals deze begrippen door de Stichting Pensioenfonds ABP worden gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP. Indien de weduwe of weduwnaar een samenlevingscontract sluit dan wel een geregistreerd partnerschap aangaat, eindigt de uitkering met ingang van de maand volgende op de datum van het sluiten van het samenlevingscontract dan wel het aangaan van het geregistreerd partnerschap. -**2.** De uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de overledene de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, zou hebben bereikt, dan wel, indien de partner, zoals dit begrip door de Stichting Pensioenfonds ABP wordt gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP aan wie een pensioen werd toegekend, hertrouwt, met ingang van de maand volgende op de datum van het hertrouwen. +**2.** De uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de overledene de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, zou hebben bereikt, dan wel, indien de partner, zoals dit begrip door de Stichting Pensioenfonds ABP wordt gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP aan wie een pensioen werd toegekend, hertrouwt, met ingang van de maand volgende op de datum van het hertrouwen. **3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen ambtenaar ten aanzien van wie artikel 54b, derde lid, toepassing heeft gevonden, indien zijn overlijden het rechtstreeks gevolg is van de arbeidsongeschiktheid, bedoeld in dat artikel. @@ -2903,21 +2903,21 @@ Onze Minister kan de bevoegdheid tot het stellen van regels met een sterk techni ### Artikel 149b -**1.** Ten aanzien van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor 1 januari 2004, blijven de artikelen 28, 35, 38, 104, 105a, 108 en 109 en hoofdstuk X van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken van toepassing zoals deze luidden op 30 november 2005, met dien verstande dat voor artikel 54cb in genoemd hoofdstuk X in de plaats treedt artikel 54g zoals dat thans luidt. +**1.** Ten aanzien van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor 1 januari 2004, blijven de artikelen 28, 35, 38, 104, 105a, 108 en 109 en hoofdstuk X van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken van toepassing zoals deze luidden op 30 november 2005, met dien verstande dat voor artikel 54cb in genoemd hoofdstuk X in de plaats treedt artikel 54g zoals dat thans luidt. **2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van ongeschiktheid tot werken geacht eenzelfde, niet onderbroken periode van ongeschiktheid te vormen, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede lid en derde lid, van de Wet arbeid en zorg of een uitkering op grond van artikel 3:8, of 3:10, eerste lid, van die wet, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. ### Artikel 149c -De ambtenaar en de gewezen ambtenaar worden geacht een aanvraag te hebben ingediend als bedoeld in artikel 54c indien de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens een dienstongeval of een beroepsziekte is gelegen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 30 november 2005. +De ambtenaar en de gewezen ambtenaar worden geacht een aanvraag te hebben ingediend als bedoeld in artikel 54c indien de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens een dienstongeval of een beroepsziekte is gelegen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 30 november 2005. ### Artikel 149d -Artikel 77, tweede lid, is niet van toepassing op beroepsincidenten die zich hebben voorgedaan vóór 1 december 2005. +Artikel 77, tweede lid, is niet van toepassing op beroepsincidenten die zich hebben voorgedaan vóór 1 december 2005. ### Artikel 149e -Met uitzondering van de in artikel 22, tweede lid, genoemde ambtenaren, wordt de ambtenaar die voorafgaand aan 1 maart 2007 op grond van dit besluit bij Koninklijk Besluit is aangesteld, aangemerkt als te zijn aangesteld op grond van artikel 22, eerste lid. +Met uitzondering van de in artikel 22, tweede lid, genoemde ambtenaren, wordt de ambtenaar die voorafgaand aan 1 maart 2007 op grond van dit besluit bij Koninklijk Besluit is aangesteld, aangemerkt als te zijn aangesteld op grond van artikel 22, eerste lid. ### Artikel 149f @@ -2927,7 +2927,7 @@ Met uitzondering van de in artikel 22, tweede lid, genoemde ambtenaren, wordt de ### Artikel 149g -**1.** De ambtenaar, bedoeld in artikel 66, eerste lid, die voor de datum van inwerkingtreding van het Besluit van 26 november 2013 tot wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken in verband met de harmonisatie van enkele secundaire arbeidsvoorwaarden Rijk en het herstel van enkele technische omissies (Stb. 2013, nr. 489) is aangewezen om tevens werkzaam te zijn als bedrijfshulpverlener, ontvangt eenmalig een compensatievergoeding. +**1.** De ambtenaar, bedoeld in artikel 66, eerste lid, die voor de datum van inwerkingtreding van het Besluit van 26 november 2013 tot wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken in verband met de harmonisatie van enkele secundaire arbeidsvoorwaarden Rijk en het herstel van enkele technische omissies (Stb. 2013, nr. 489) is aangewezen om tevens werkzaam te zijn als bedrijfshulpverlener, ontvangt eenmalig een compensatievergoeding. **2.** De compensatievergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt tweemaal het positieve verschil tussen de vergoeding, bedoeld in artikel 66, eerste lid, op jaarbasis van het jaar voor inwerkingtreding en de vergoeding op jaarbasis van het jaar na inwerkingtreding van genoemd besluit. @@ -2935,9 +2935,9 @@ Met uitzondering van de in artikel 22, tweede lid, genoemde ambtenaren, wordt de ### Artikel 149h -**1.** In afwijking van artikel 41, tweede lid, wordt ten aanzien van aanspraak op vakantie-uren die vóór 1 januari 2016 is ontstaan geen onderscheid gemaakt tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantie-uren; deze aanspraak vervalt op 1 januari 2021. +**1.** In afwijking van artikel 41, tweede lid, wordt ten aanzien van aanspraak op vakantie-uren die vóór 1 januari 2016 is ontstaan geen onderscheid gemaakt tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantie-uren; deze aanspraak vervalt op 1 januari 2021. -**2.** Onverminderd artikel 41ab, eerste lid, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie-uren die vóór 1 januari 2016 is ontstaan, met ten hoogste 22 vakantie-uren per kalenderjaar verlagen indien de ambtenaar een volledige werktijd heeft. Heeft de ambtenaar een andere werktijd, dan wordt dit aantal vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor. Bij toepassing van de eerste volzin is artikel 41ab, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing +**2.** Onverminderd artikel 41ab, eerste lid, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie-uren die vóór 1 januari 2016 is ontstaan, met ten hoogste 22 vakantie-uren per kalenderjaar verlagen indien de ambtenaar een volledige werktijd heeft. Heeft de ambtenaar een andere werktijd, dan wordt dit aantal vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor. Bij toepassing van de eerste volzin is artikel 41ab, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing ### Artikel 150