2007-01-25 | BWBR0004739 | Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer

This commit is contained in:
Coornhert 2007-01-25 12:00:00 +00:00
parent 810d3b9eb2
commit 039ce37105

View file

@ -122,8 +122,8 @@ Vervallen
Onze Minister geeft aan het Interprovinciaal Overleg in het kalenderjaar 1994 een beschikking tot vaststelling van een bijdrage ten bedrage van € 453 780,22 ten behoeve van:
a. een jaarlijkse rapportage vóór 1 juli in 1995, 1996, 1997 en 1998 over de voortgang bij de provincies van het akoestisch onderzoek met betrekking tot de in artikel 3*a*, derde lid, onder *b*, bedoelde industrieterreinen, en
b. een jaarlijkse rapportage vóór 1 juli in 1999, 2000, 2001, 2002, 2003, 2004, 2005 en 2006 over de voortgang van de uitvoering van de programmas van maatregelen.
a. een jaarlijkse rapportage vóór 1 juli in 1995, 1996, 1997 en 1998 over de voortgang bij de provincies van het akoestisch onderzoek met betrekking tot de in artikel 3a, derde lid, onder b, bedoelde industrieterreinen, en
b. een jaarlijkse rapportage vóór 1 juli in 1999, 2000, 2001, 2002, 2003, 2004, 2005, 2006, 2007 en 2008 over de voortgang van de uitvoering van de programmas van maatregelen.
### Artikel 4a
@ -190,9 +190,9 @@ Voorafgaand aan de subsidievaststelling wordt geen beschikking tot subsidieverle
### Artikel 6a
**1.** Onze Minister geeft aan het provinciaal bestuur jaarlijks in de kalenderjaren 1995 tot en met 2002 ambtshalve een beschikking tot subsidievaststelling terzake van de kosten van het terugbrengen, vóór 1 januari 2003, van de geluidsbelasting vanwege alle in de provincie gelegen industrieterreinen, voor zover deze voorkomen op de in artikel 3 bedoelde lijst en het in artikel 3*b* bedoelde overzicht, van de binnen de zone rond die industrieterreinen gelegen woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen.
**1.** Onze Minister geeft aan het provinciaal bestuur jaarlijks in de kalenderjaren 1995 tot en met 2002 ambtshalve een beschikking tot subsidievaststelling terzake van de kosten van het terugbrengen, vóór 1 januari 2003, van de geluidsbelasting vanwege alle in de provincie gelegen industrieterreinen, voor zover deze voorkomen op de in artikel 3 bedoelde lijst en het in artikel 3b bedoelde overzicht, van de binnen de zone rond die industrieterreinen gelegen woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen.
**2.** De subsidie kan uitsluitend worden besteed aan kosten van uiterlijk vóór 1 januari 2006 te treffen maatregelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder *a* tot en met *e*, van het Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen 1994. Voor zover het maatregelen betreft als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b en c, van het Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen 1994 kan ten hoogste 20% van de met betrekking tot die maatregelen vastgestelde subsidie tevens worden besteed aan kosten van voorbereiding, begeleiding en toezicht van deze maatregelen.
**2.** De subsidie kan uitsluitend worden besteed aan kosten van uiterlijk vóór 1 januari 2008 te treffen maatregelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a tot en met e, van het Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen 1994. Voor zover het maatregelen betreft als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b en c, van het Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen 1994 kan ten hoogste 20% van de met betrekking tot die maatregelen vastgestelde subsidie tevens worden besteed aan kosten van voorbereiding, begeleiding en toezicht van deze maatregelen.
### Artikel 6b
@ -226,21 +226,21 @@ Onze Minister stelt ieder jaar voor 1 mei per provincie de subsidie ambtshalve v
**1.**
Onze Minister stelt de subsidie per provincie met ingang van 1 januari 2004 ambtshalve vast op het voor iedere provincie achter die provincie vermelde bedrag:
Onze Minister stelt de subsidie per provincie ambtshalve vast op het voor iedere provincie achter die provincie vermelde bedrag:
| Groningen | € 2 170 571,14 |
| --- | --- |
| Fryslân | € 2 566 576,06 |
| Drenthe | € 2 042 010,97 |
| Overijssel | € 1 509 914,74 |
| Gelderland | € 2 544 244,43 |
| Flevoland | € 381 635,21 |
| Utrecht | € 1 134 450,54 |
| Noord-Holland | € 3 959 649,86 |
| Zuid-Holland | € 6 207 955,37 |
| Zeeland | € 1 134 450,34 |
| Noord-Brabant | € 4 859 366,25 |
| Limburg | € 3 934 459,43 |
| Groningen | € | 1 668 635,95 | |
| --- | --- | --- | --- |
| Fryslân | € | 375 000,00 | |
| Drenthe | € | 1 742 582,07 | |
| Overijssel | € | 766 665,63 | |
| Gelderland | € | 2 544 244,43 | |
| Flevoland | € | 154 000,00 | |
| Utrecht | € | 3 011 379,91 | |
| Noord-Holland | € | 1 659 649,86 | |
| Zuid-Holland | € | 15 080 848,03 | |
| Zeeland | € | 53 343,67 | |
| Noord-Brabant | € | 4 545 819,54 | |
| Limburg | € | 886 115,00 | |
**2.** Voor zover het in het eerste lid vermelde bedrag lager is dan het voor de desbetreffende provincie vermelde bedrag in artikel 6b, eerste lid, is die provincie dat bedrag verschuldigd aan Onze Minister.
@ -252,7 +252,7 @@ De betaling van de voor iedere provincie voor de uitvoering van het saneringspro
### Artikel 6e
**1.** Indien uit de jaarlijkse rapportage, bedoeld in artikel 4, onder b, in 1999, 2000, 2001, 2002, 2003, 2004 of 2005 blijkt dat er nagenoeg geen kans is dat ten aanzien van alle in artikel 4*d* , tweede lid, onder *a*, bedoelde saneringsprogrammas de daarin genoemde maatregelen vóór 1 januari 2006 zijn uitgevoerd, kan Onze Minister gedeputeerde staten de verplichting opleggen om op eigen kosten, met inachtneming van door Onze Minister te stellen richtlijnen, een onderzoek in te stellen naar de factoren die de oorzaak zijn van dit dreigend tekortschieten en de mogelijkheden deze weg te nemen, dan wel daarin verbetering te brengen.
**1.** Indien uit de jaarlijkse rapportage, bedoeld in artikel 4, onder b, in 1999, 2000, 2001, 2002, 2003, 2004, 2005, 2006 of 2007 blijkt dat er nagenoeg geen kans is dat ten aanzien van alle in artikel 4d , tweede lid, onder a, bedoelde saneringsprogrammas de daarin genoemde maatregelen vóór 1 januari 2008 zijn uitgevoerd, kan Onze Minister gedeputeerde staten de verplichting opleggen om op eigen kosten, met inachtneming van door Onze Minister te stellen richtlijnen, een onderzoek in te stellen naar de factoren die de oorzaak zijn van dit dreigend tekortschieten en de mogelijkheden deze weg te nemen, dan wel daarin verbetering te brengen.
**2.** Onze Minister maakt uiterlijk binnen 12 weken na ontvangst van de rapportage gebruik van zijn bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, of van de hem toekomende bevoegdheden met betrekking tot de vastgestelde subsidie.