From 03c9af333085ac1aa6af0889f2f04041f5d50593 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 10 Feb 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-02-10 | BWBR0004259 | Bekostigingsbesluit WEC --- .../BWBR0004259/README.md | 553 ++++++++++-------- 1 file changed, 298 insertions(+), 255 deletions(-) diff --git a/amvb/bekostigingsbesluit-wec/BWBR0004259/README.md b/amvb/bekostigingsbesluit-wec/BWBR0004259/README.md index 918029f4ca8..398cdcd711a 100644 --- a/amvb/bekostigingsbesluit-wec/BWBR0004259/README.md +++ b/amvb/bekostigingsbesluit-wec/BWBR0004259/README.md @@ -1,14 +1,14 @@ --- -titel: Bekostigingsbesluit WEC +titel: Besluit bekostiging WEC bwb_id: BWBR0004259 type: AMvB status: geldend datum_inwerkingtreding: '2003-08-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0004259 -citeertitel: Bekostigingsbesluit WEC +citeertitel: Besluit bekostiging WEC --- -# Bekostigingsbesluit WEC +# Besluit bekostiging WEC ## Hoofdstuk I. Algemene bepalingen @@ -18,7 +18,7 @@ citeertitel: Bekostigingsbesluit WEC In dit besluit wordt verstaan onder: -Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; +Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; wet: Wet op de expertisecentra; @@ -51,6 +51,14 @@ commissie: de commissie, bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de wet; leerling: een leerling die toelaatbaar is verklaard tot een van de onderwijssoorten die door de school worden verzorgd dan wel tot het cluster waartoe de school behoort alsmede een leerling, die toelaatbaar is verklaard tot een andere onderwijssoort binnen het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de wet dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd en die met toepassing van artikel 76a van de wet, bij de school is ingeschreven, tenzij anders bepaald; +leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: leerling: + +a. die behoort tot de Molukse bevolkingsgroep; +b. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Griekenland, Italië, het voormalige Joegoslavië, Kaapverdië, Marokko, Portugal, Spanje, Tunesië of Turkije; +c. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Suriname, de Nederlandse Antillen of Aruba; +d. van wie ten minste een van de ouders of voogden als vreemdeling rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 of 33 van de Vreemdelingenwet 2000; +e. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit een ander niet-Engelstalig land buiten Europa, echter met uitzondering van Indonesië. + schooljaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend; ambulante begeleiding: de begeleiding, bedoeld in artikel 8a, derde lid onder b, van de wet; @@ -59,9 +67,15 @@ lokaal voor motorische therapie: ruimte van 120 m^2 of minder die is bedoeld voo schoolbad: een bad voor watergewenning of bewegingstherapie; -formatiebudget: het formatiebudget, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van de wet; +accountant: een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; -accountant: een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. +formatiebasisbedrag: het formatiebasisbedrag, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a; + +formatieleeftijdsbedrag: het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b; + +basisbedrag: het basisbedrag, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel c; + +leeftijdsbedrag: het leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel d. ### Titel II. Administratieve voorschriften met betrekking tot aanvang en einde bekostiging en borgstelling @@ -75,11 +89,51 @@ Het bevoegd gezag van een school die in een plan van nieuwe scholen als bedoeld **2.** De erkenning, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op een daartoe door het bestuur der organisatie tot Onze Minister gericht verzoek waarbij moet worden overgelegd een opgave van elk bevoegd gezag waarvoor zekerheid wordt gesteld, vermeldende ten aanzien van elke school, de gemeente en nadere plaatsaanduiding in de gemeente waar de school is gevestigd, alsmede naam van de rechtspersoon onder wiens bestuur de school staat. Wijzigingen die daarin worden aangebracht, deelt het bestuur der organisatie binnen twee weken mede aan Onze Minister. Deze wijzigingen ontheffen de organisaties niet van de voor het lopende jaar aangegane borgstelling ten behoeve van een aangesloten bevoegd gezag. +### Artikel 3a + +**1.** De aanspraak op de verstrekking van bekostiging voor personeelskosten, bedoeld in de artikelen 124 en 131, eerste lid, van de wet ontstaat met ingang van 1 augustus van het schooljaar waarin de bekostiging van een nieuw geopende school begint. + +**2.** De aanspraak op de bekostiging voor de uitgaven voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding, bedoeld in artikel 128 van de wet ontstaat met ingang van 1 augustus van het schooljaar waarin de bekostiging van een nieuw geopende school begint. + +**3.** In afwijking van het eerste lid, ontstaat de aanspraak op bekostiging voor de uitgaven voor 1 lid van het personeel op 1 juni voorafgaand aan het schooljaar waarin de bekostiging van een nieuw geopende school begint. + +**4.** + +De in het derde lid bedoelde bekostiging bestaat uit de som van + +a. het basisbedrag, welk bedrag wordt verhoogd met een leeftijdsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren in het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs op 1 oktober voorafgaand aan de eerste kalenderdag van het schooljaar waarin de bekostiging van de nieuw geopende school begint; en +b. 2/12 van de aanvullende bekostiging voor de schoolleiding, bedoeld in artikel 35, gebaseerd op de daar bedoelde factor 1. + +**5.** Voor de berekening van het basisbedrag, bedoeld in het vierde lid, en het leeftijdsbedrag, bedoeld in het vierde lid, bedraagt de formatie 2/12 formatieplaats. + +**6.** Indien een school op 1 oktober van het schooljaar waarin de bekostiging van een nieuw geopende school begint geen leerlingen heeft, ontstaat in afwijking van het tweede lid, aanspraak op bekostiging voor de personeelskosten, bedoeld in artikel 131, eerste lid, van de wet met ingang van de eerste dag van de maand waarin de school een leerling heeft. Indien de eerste volzin van toepassing is, wordt de bekostiging voor het lopende schooljaar en het schooljaar daaropvolgend gebaseerd op het aantal leerlingen dat de school heeft op de eerste dag van de tweede maand volgend op de dag waarop de school de eerste leerling heeft. + +**7.** Indien een school op 1 oktober van het schooljaar waarin de bekostiging van een nieuw geopende school begint geen leerlingen heeft, ontstaat in afwijking van het zesde lid, aanspraak op bekostiging voor de personeelskosten, bedoeld in de artikelen 124 en 131, eerste lid, van de wet met ingang van de eerste dag van de maand waarin de school een leerling heeft. Indien de eerste volzin van toepassing is, wordt de bekostiging voor het lopende schooljaar en het daaropvolgende schooljaar gebaseerd op het aantal leerlingen dat de school heeft op de eerste dag van de tweede maand volgend op de dag waarop de school de eerste leerling heeft. + +### Artikel 3b + +**1.** Aan het bevoegd gezag van een nieuw geopende school wordt, in afwachting van de vaststelling van de bekostiging voor personeelskosten en de bekostiging voor de uitgaven voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding op basis van de gegevens op de teldatum, een voorschot op de bedoelde bekostiging verstrekt indien het bevoegd gezag uiterlijk op 1 juli voorafgaande aan het schooljaar waarin de bekostiging van een nieuw geopende school begint, het vermoedelijk aantal leerlingen op 1 oktober volgend op de datum van ingang van de bekostiging aan Onze Minister meldt. + +**2.** + +Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit: + +a. de bekostiging, bedoeld in artikel 131, eerste lid, van de wet berekend overeenkomstig dit besluit, met dien verstande dat wordt gerekend met het aantal leerlingen, bedoeld in het eerste lid; en +b. de bekostiging, bedoeld in artikel 128 van de wet berekend overeenkomstig dit besluit, met dien verstande dat wordt gerekend met het aantal leerlingen, bedoeld in het eerste lid. + +**3.** Op de betaling van het voorschot zijn artikel 13 en artikel 30 van overeenkomstige toepassing. + +**4.** Na vaststelling van de onderscheiden onderdelen van de bekostiging, worden de verstrekte voorschotten verrekend met de uit de respectievelijke vaststellingen voortvloeiende betalingen. + +**5.** Onze Minister kan, indien de bekostiging wegens niet aan het bevoegd gezag van een school toe te rekenen omstandigheden niet tijdig kan worden vastgesteld, in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid voorschotten verlenen. Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing. + ### Artikel 4 Het bevoegd gezag geeft binnen twee weken na beslissing tot opheffing van de school of een nevenvestiging van een instelling kennis daarvan aan Onze Minister, gedeputeerde staten, de inspecteur en, indien het een bijzondere school of een nevenvestiging van een bijzondere instelling betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de school onderscheidenlijk de nevenvestiging van de instelling is gelegen. -### Titel III. Leerlingenadministratie en leerlingentelling +### Titel III. Leerlingenadministratie, leerlingentelling, opgave gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van de school en overige bekostigingsgegevens + +#### Afdeling 1. Leerlingenadministratie ### Artikel 5 @@ -87,12 +141,12 @@ Het bevoegd gezag geeft binnen twee weken na beslissing tot opheffing van de sch De directeur van een school draagt er zorg voor dat een overzichtelijke administratie van de gegevens van de leerlingen met inbegrip van het gemeenschappelijk rapport, bedoeld in artikel 41, zesde lid, van de wet, en van hun ouders, alsmede van de inschrijving, de uitschrijving en het verzuim van de leerlingen op de school aanwezig is. In deze administratie wordt een onderverdeling gemaakt naar: -- leerlingen van de hoofdvestiging, -- leerlingen van elk van de nevenvestigingen, -- leerlingen die toelaatbaar zijn verklaard tot een van de onderwijssoorten die door de school worden verzorgd dan wel tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, van de wet, waartoe de school behoort, -- leerlingen die zijn toegelaten op basis van de formatie, bedoeld in artikel 117, zesde lid, van de wet, -- leerlingen die zijn toegelaten op basis van de formatie, bedoeld in artikel 117, achtste lid, van de wet en -- leerlingen, die toelaatbaar zijn verklaard tot een andere onderwijssoort binnen het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de wet, dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd en die op de school zijn ingeschreven met toepassing van artikel 76a van de wet. +a. leerlingen van de hoofdvestiging, +b. leerlingen van elk van de nevenvestigingen, +c. leerlingen die toelaatbaar zijn verklaard tot een van de onderwijssoorten die door de school worden verzorgd dan wel tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, van de wet, waartoe de school behoort, +d. leerlingen die zijn toegelaten op basis van de bekostiging, bedoeld in artikel 117, vijfde lid, van de wet, +e. leerlingen die zijn toegelaten op basis van de bekostiging, bedoeld in artikel 117, zevende lid, van de wet en +f. leerlingen, die toelaatbaar zijn verklaard tot een andere onderwijssoort binnen het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de wet, dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd en die op de school zijn ingeschreven met toepassing van artikel 76a van de wet. De directeur draagt er zorg voor dat de volledige administratie op de hoofdvestiging aanwezig is. @@ -126,7 +180,7 @@ c. een schriftelijke verklaring van de ouders of de leerling die meerderjarig en **1.** Onverminderd het bepaalde in artikel artikel 41, negende lid, van de wet, blijven de gegevens die in de leerlingenadministratie zijn opgenomen daarvan in ieder geval deel uitmaken gedurende 5 jaar nadat de desbetreffende leerling van de school is uitgeschreven. -**2.** Het gemeenschappelijk rapport, bedoeld in artikel 41, zesde lid, van de wet, wordt in elk geval binnen acht weken na het verstrijken van de termijn, bedoeld in het eerste lid, vernietigd. +**2.** Het gemeenschappelijk rapport, bedoeld in artikel 41, zesde lid, van de wet alsmede de gegevens die van belang zijn voor de berekening van de bekostiging voor personeelskosten worden in elk geval binnen acht weken na het verstrijken van de termijn, bedoeld in het eerste lid, vernietigd. ### Artikel 9 @@ -140,15 +194,19 @@ c. een schriftelijke verklaring van de ouders of de leerling die meerderjarig en ### Artikel 10 -**1.** Binnen 2 weken na een teldatum zendt het bevoegd gezag van een school aan Onze Minister, de inspecteur, gedeputeerde staten en, indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders, een opgave van het aantal leerlingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 9. De opgave, bedoeld in de eerste volzin dient onderverdeeld te zijn in leerlingen, bedoeld in de begripsomschrijving van leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond in artikel 1 van het Formatiebesluit WEC en overige leerlingen. Indien de school een nevenvestiging heeft, wordt de opgave tevens onderverdeeld in de leerlingen van de hoofdvestiging en de leerlingen van elk van de nevenvestigingen. +**1.** Binnen 2 weken na een teldatum zendt het bevoegd gezag van een school aan Onze Minister, de inspecteur, gedeputeerde staten en, indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders, een opgave van het aantal leerlingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 9. De opgave, bedoeld in de eerste volzin dient onderverdeeld te zijn in leerlingen, bedoeld in de begripsomschrijving van leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond en overige leerlingen. Indien de school een nevenvestiging heeft, wordt de opgave tevens onderverdeeld in de leerlingen van de hoofdvestiging en de leerlingen van elk van de nevenvestigingen. -**2.** Indien op 16 januari de formatie opnieuw wordt berekend op grond van artikel 9 van het Formatiebesluit WEC, doet het bevoegd gezag binnen 2 weken nadat de formatie opnieuw is berekend mededeling van het aantal leerlingen waarop de opnieuw berekende formatie is gebaseerd, aan Onze Minister, de inspecteur, en indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders. +**2.** Indien een school, niet zijnde een instelling, aanspraak wil maken op de bekostiging bedoeld in artikel 37, doet het bevoegd gezag binnen 2 weken na 16 januari mededeling van het aantal leerlingen op 16 januari aan Onze Minister, de inspecteur, en indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders. -**3.** Indien de datum, genoemd in het tweede lid, valt op een dag waarop geen onderwijs wordt gegeven, worden op de eerstvolgende schooldag de leerlingen geteld die op die datum stonden ingeschreven. +**3.** Gelijktijdig met de verstrekking, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, zendt het bevoegd gezag van een school waar onderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met c, f en h, j, k, m en n, van de wet, een opgave van het aantal ambulant begeleide leerlingen. De opgave, bedoeld in de eerste volzin, wordt onderverdeeld in ambulant begeleide leerlingen op een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs en een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2., eerste lid onder a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs. -**4.** Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld op welke wijze de opgave, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan. +**4.** Indien de datum, genoemd in het eerste of tweede lid, valt op een dag waarop geen onderwijs wordt gegeven, worden op de eerstvolgende schooldag de leerlingen geteld die op die datum stonden ingeschreven. -**5.** Indien als gevolg van de wijzigingen op grond van artikel 7 een wijziging optreedt in de in het eerste lid bedoelde opgave, doet het bevoegd gezag van de school waarvan de leerling is respectievelijk leerlingen zijn uitgeschreven, binnen 6 weken na de teldatum daarvan mededeling aan Onze Minister, de inspecteur, gedeputeerde staten en, indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders. +**5.** Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld op welke wijze de opgave, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan. + +**6.** Indien als gevolg van de wijzigingen op grond van artikel 7 een wijziging optreedt in de in het eerste lid bedoelde opgave, doet het bevoegd gezag van de school waarvan de leerling is respectievelijk leerlingen zijn uitgeschreven, binnen 6 weken na de teldatum daarvan mededeling aan Onze Minister, de inspecteur, gedeputeerde staten en, indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders. + +#### Afdeling 3. Verstrekken overige gegevens ### Artikel 10a @@ -156,49 +214,25 @@ c. een schriftelijke verklaring van de ouders of de leerling die meerderjarig en **2.** Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld op welke wijze de opgave, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan. +### Artikel 10b + +**1.** Het bevoegd gezag van een school doet jaarlijks voor 1 december aan Onze Minister mededeling van de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van die school op 1 oktober daaraan voorafgaand. + +**2.** Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven voor de toepassing van het eerste lid. + +### Artikel 10c + +Het bevoegd gezag verstrekt gelijktijdig met de verklaring, bedoeld in artikel 157, vierde lid, van de wet een verklaring omtrent de juistheid en tijdige aanmelding van de gegevens waarop bekostigingsbedragen zijn of worden gebaseerd. + ### Titel IV. Boekhoudvoorschriften ### Artikel 11 -**1.** Het bevoegd gezag van een bijzondere school, niet zijnde een instelling, draagt zorg voor een overzichtelijke en deugdelijke administratie van de financiële gegevens van elk van de onder zijn beheer staande scholen. - -**2.** - -De administratie van elke bijzondere school, niet zijnde een instelling, omvat alle ontvangsten, gesplitst naar de ontvangsten ingevolge de artikelen 113, 127, 128, 129, 131, en 133 tot en met 142, van de wet en de overige ontvangsten, en alle uitgaven onderscheiden naar: - -a. personele uitgaven; -b. de uitgaven voor materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding onderverdeeld in de onderdelen van de programma’s van eisen genoemd in artikel 112, eerste lid, van de wet; -c. uitgaven ten behoeve van voorzieningen in de huisvesting. - -**3.** - -De administratie van elke bijzondere school, niet zijnde een instelling, omvat een overzicht van: - -a. vorderingen, -b. schulden, -c. reserveringen. - -**4.** Aan het einde van ieder kalenderjaar wordt voor elke bijzondere school, niet zijnde een instelling, een overzicht van de in de school aanwezige inventaris opgemaakt en in de administratie opgenomen waaruit in ieder geval blijkt in welk jaar de aanschaffing heeft plaatsgevonden en welke inventaris voor eigen rekening is aangeschaft. - -**5.** Aan het einde van ieder kalenderjaar wordt voor elke bijzondere school, niet zijnde een instelling, een overzicht opgesteld en in de administratie van de school opgenomen van alle uitgaven en ontvangsten die op het desbetreffende kalenderjaar betrekking hebben volgens de in het tweede lid aangegeven verdeling. In dit overzicht dient in elk geval aangegeven te worden tot welk bedrag uitgaven ten laste van onderscheidenlijk de rijksvergoeding, gemeentelijke vergoedingen of eigen middelen zijn gedaan. - -**6.** Het bevoegd gezag van een bijzondere instelling draagt zorg voor een zodanige administratie van de financiële gegevens van elk van de onder zijn beheer staande instellingen, dat daarmee een financiële jaarverslaggeving als bedoeld in artikel 69 van de wet kan worden opgesteld. +Vervallen ### Artikel 11a -**1.** Het regionaal expertisecentrum draagt zorg voor een overzichtelijke en deugdelijke administratie van de financiële gegevens. - -**2.** De administratie omvat alle ontvangsten, gesplitst naar de ontvangsten ingevolge artikel 71a, 131, eerste lid onder b, en 133, van de wet en de overige ontvangsten, en alle uitgaven onderscheiden naar personele uitgaven, uitgaven voor materiële voorzieningen en uitgaven ten behoeve van voorzieningen in de huisvesting. - -**3.** - -De administratie omvat een overzicht van: - -- vorderingen, -- schulden en -- reserveringen. - -**4.** Aan het einde van ieder kalenderjaar wordt voor het regionaal expertisecentrum een overzicht opgesteld en in de administratie opgenomen van alle uitgaven en ontvangsten die op het desbetreffende kalenderjaar betrekking hebben volgens de in het tweede lid aangegeven verdeling. In dit overzicht dient in elk geval te worden aangegeven tot welk bedrag uitgaven ten laste van onderscheidenlijk de rijksvergoeding of eigen middelen zijn gedaan. +Vervallen ## Hoofdstuk II @@ -216,6 +250,16 @@ De administratie omvat een overzicht van: ### Titel II. Vergoeding materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van scholen +### Artikel 12a + +**1.** Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 februari de bekostiging voor dat jaar voor de scholen vast, gebaseerd op de grondslag, bedoeld in artikel 128, vierde lid, van de wet. + +**2.** Indien artikel 128, zesde lid, van de wet van toepassing is en indien het bevoegd gezag het aantal leerlingen op 16 januari van het bekostigingsjaar voor 1 februari van dat jaar heeft gemeld, stelt Onze Minister voor 1 mei de bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor dat jaar nader vast. + +**3.** Indien de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 157, vierde lid, van de wet aanleiding geeft tot wijziging van de bekostiging, bedoeld in het eerste of tweede lid, stelt Onze Minister voor 1 oktober de bekostiging voor dat jaar nader vast. + +**4.** Het Rijk verstrekt elke maand van het bekostigingsjaar in verband met de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding aan het bevoegd gezag een twaalfde gedeelte van de bekostiging, bedoeld in het eerste lid, waarop het over dat jaar recht heeft. + ### Artikel 13 **1.** Het Rijk verstrekt elke maand van het uitkeringsjaar in verband met de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding aan het bevoegd gezag van een school een twaalfde gedeelte van de vergoeding, bedoeld in artikel 128, eerste lid, van de wet, waarop het over dat jaar recht heeft. @@ -248,7 +292,7 @@ Het normatief bepaalde aantal te huisvesten groepen leerlingen, bedoeld in artik **2.** Het normatief bepaalde aantal te huisvesten groepen leerlingen, bedoeld in het eerste lid, wordt voor het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, onderscheidenlijk het onderwijs aan een afdeling, afzonderlijk berekend en de uitkomst van de afzonderlijke berekeningen wordt naar boven afgerond op een geheel getal. -**3.** Voor scholen, waaraan formatie als bedoeld in artikel 117, achtste lid, van de wet is toegekend, wordt het aantal leerlingen op basis waarvan die formatie is toegekend, voor de toepassing van dit artikel aangemerkt als leerlingen. +**3.** Voor scholen, waaraan bekostiging als bedoeld in artikel 117, zevende lid, van de wet is toegekend, wordt het aantal leerlingen op basis waarvan die bekostiging is toegekend, voor de toepassing van dit artikel aangemerkt als leerlingen. ### Artikel @@ -260,23 +304,7 @@ Het aantal groepen leerlingen bedoeld in artikel 130, derde lid, tweede volzin, ### Artikel 16 -**1.** - -Het bevoegd gezag dient jaarlijks voor 1 juli bij Onze Minister ten behoeve van de vergoeding voor dat jaar voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding, bedoeld in artikel 128, eerste lid, van de wet, in: - -a. 1°. een verklaring van het bevoegd gezag omtrent de juistheid van de gegevens waarop de vergoeding is vastgesteld, of -2°. indien de gegevens waarop de vergoeding voor dat jaar is vastgesteld naar het oordeel van het bevoegd gezag onjuist zijn, de door het bevoegd gezag gecorrigeerde gegevens, -b. een verklaring van een accountant omtrent de juistheid van de gegevens, bedoeld in onderdeel *a* onder 1° en 2°. - -**2.** Het bevoegd gezag dient jaarlijks voor 1 juli een verklaring van een accountant omtrent de rechtmatigheid van de uitgaven van het voorafgaande jaar, in. - -**3.** Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 januari een leidraad vast ten behoeve van de controle door de accountant, bedoeld in het eerste en tweede lid. - -**4.** Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 februari de vergoeding voor dat jaar vast, gebaseerd op de grondslag, bedoeld in artikel 128, vierde lid, van de wet. - -**5.** Indien artikel 128, zesde lid, van de wet van toepassing is, stelt Onze Minister jaarlijks voor 1 mei de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, voor dat jaar nader vast. - -**6.** Indien de verklaring van de accountant, bedoeld in het eerste lid onderdeel *b*, aanleiding geeft tot wijziging van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, stelt Onze Minister voor 1 oktober de vergoeding voor dat jaar nader vast. +Vervallen ### Artikel 17 @@ -292,7 +320,7 @@ De vergoeding voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding **1.** De aanspraak op vergoeding voor de uitgaven voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van een schoolbad ontstaat met ingang van de maand voorafgaand aan de melding aan Onze Minister van de ingebruikneming daarvan en eindigt met ingang van de maand volgend op de maand waarin het schoolbad buiten gebruik wordt gesteld. Binnen acht weken na de buitengebruikstelling wordt daarvan melding gemaakt aan Onze Minister. -**2.** Voor de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, van een schoolbad waarvan het gebruik niet is beëindigd ingevolge artikel 108 van de wet, zijn de artikelen 13 en 16, eerste tot en met vierde lid en zesde lid, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat waar het betreft artikel 16, vierde lid, Onze Minister binnen acht weken na de melding van ingebruikneming, bedoeld in het eerste lid, de vergoeding voor dat jaar vaststelt. +**2.** Voor de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, van een schoolbad waarvan het gebruik niet is beëindigd ingevolge artikel 108 van de wet, zijn de artikelen 12a en 13, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat waar het betreft artikel 12a, eerste lid, Onze Minister binnen acht weken na de melding van ingebruikneming, bedoeld in het eerste lid, de vergoeding voor dat jaar vaststelt. **3.** De uitgaven voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van een schoolbad hebben betrekking op de programma’s van eisen, bedoeld in artikel 112, tweede lid, van de wet en de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door de programma’s van eisen, bedoeld in artikel 111, derde lid onder b, van de wet. @@ -358,167 +386,239 @@ Vervallen **2.** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het bevoegd gezag de eigendom van het gebouw overdragen aan de gemeente. -### Titel IV +## Hoofdstuk V. Bekostiging voor de personeelskosten + +### Titel I. Algemeen ### Artikel 29 -Vervallen +**1.** Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 15 april, de bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel 131, eerste en derde lid, van de wet vast voor zover deze bedragen mede gebaseerd zijn op het aantal leerlingen op de teldatum. De bedragen hebben betrekking op een schooljaar. -## Hoofdstuk V. Vergoeding voor de uitgaven voor het personeel +**2.** Onze Minister stelt de bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel 131, eerste lid, van de wet voorzover het betreft de bekostiging, bedoeld in artikel 38, vast binnen 8 weken na ontvangst van de gegevens ten behoeve van de berekening van deze bekostiging. -### Titel I. Aanvang van de bekostiging +**3.** Indien de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 157, vierde lid, van de wet aanleiding geeft tot wijziging van de bekostiging, bedoeld in het eerste of tweede lid, stelt Onze Minister voor 1 oktober de bekostiging voor dat jaar nader vast. + +**4.** De in het eerste en tweede lid bedoelde bekostigingsbedragen kunnen door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen. ### Artikel 30 -**1.** +**1.** De betaling van de bekostigingsbedragen voor personeelskosten, bedoeld in artikel 124 en artikel 131, eerste lid, van de wet vindt maandelijks plaats op een bij ministeriële regeling vast te stellen betaalritme dat voor de verschillende onderdelen van de vergoeding verschillend kan worden vastgesteld. -De aanspraak op vergoeding voor de uitgaven voor het personeel, bestaande uit: +**2.** De betaling van de bekostiging voor personeelskosten bedoeld in artikel 131, tweede lid, van de wet vindt, tenzij bij beschikking anders wordt bepaald, plaats in een aantal gelijke maandelijkse termijnen. -a. de uitgaven voor het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget, -b. de geldswaarde van niet verbruikte formatierekeneenheden, en -c. de vergoedingen voor de kosten van vervanging van personeel en voor de kosten van werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden, bedoeld in artikel 131, eerste lid, van de wet, met uitzondering van de uitgaven voor het personeel, bedoeld in artikel 49, tweede lid, ontstaat met ingang van de eerste kalenderdag van het schooljaar waarin de bekostiging van een nieuw geopende school begint. - -**2.** Indien het bevoegd gezag voor de opening van een nieuwe school, niet zijnde een instelling, op grond van artikel 10 van het Formatiebesluit WEC aan die school een directeur heeft benoemd of aan die school de overige leden van de commissie, een administratief medewerker of een psychologisch assistent heeft verbonden en Onze Minister op grond van dat artikel niet anders heeft besloten, ontstaat, in afwijking van het eerste lid, de aanspraak op vergoeding voor de uitgaven voor die functionarissen ten hoogste acht weken voor de eerste kalenderdag van het schooljaar waarin de bekostiging begint van de nieuw geopende school. Indien het bevoegd gezag voor de opening van een nieuwe instelling werkzaamheden verricht ten behoeve van de start van de instelling ontstaat de aanspraak op de vergoeding, bedoeld in artikel 26b van het Formatiebesluit WEC, acht weken voor de eerste kalenderdag van het schooljaar waarin de bekostiging begint van de nieuw geopende instelling. - -**3.** De in het tweede lid, eerste volzin, bedoelde aanspraak op vergoeding voor de uitgaven van de daarin genoemde functionarissen, met uitzondering van de directeur, wordt gebaseerd op het aantal leerlingen dat op de eerste teldatum is ingeschreven. - -### Titel II. Voorschot +### Titel II. Bekostigingsgrondslagen ### Artikel 31 -**1.** Onze Minister verstrekt jaarlijks in de maand maart aan het bevoegd gezag van een school ten behoeve van de berekening van een voorschot op de vergoeding, bedoeld in artikel 131, eerste lid, van de wet, een overzicht van de voor die school beschikbare formatierekeneenheden met ingang van het schooljaar volgend op de maand waarin het overzicht is verstrekt. Het overzicht is gebaseerd op het door het bevoegd gezag van die school opgegeven aantal leerlingen op de teldatum. +Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: -**2.** Onze Minister verstrekt jaarlijks voor 1 juli aan het bevoegd gezag van een school een overzicht van beschikbare formatierekeneenheden, waarin de beslissingen van het bevoegd gezag met betrekking tot overdracht van formatierekeneenheden en verzilvering van niet-verbruikte formatierekeneenheden, voor zover die voor 15 mei daaraan voorafgaand aan Onze Minister zijn gemeld, zijn verwerkt. +a. formatiebasisbedrag: een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag, dat niet afhankelijk is van de leeftijd van personeel van de school; +b. formatieleeftijdsbedrag: een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag, dat vervolgens afhankelijk wordt gesteld van de leeftijd van personeel van de school; +c. basisbedrag: een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag, dat wordt bepaald door de in het desbetreffende artikel genoemde formatie te vermenigvuldigen met het formatiebasisbedrag; +d. leeftijdsbedrag: een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag, dat wordt bepaald door de in het desbetreffende artikel genoemde formatie te vermenigvuldigen met het formatieleeftijdsbedrag. ### Artikel 32 -Het Rijk verstrekt elke maand van het uitkeringsjaar in verband met de uitgaven voor het personeel aan het bevoegd gezag van een school een voorschot op de vergoeding, bedoeld in artikel 131, eerste lid, van de wet, waarvan de hoogte afhankelijk is van de te verwachten vergoeding voor die maand. +**1.** Aan elke school, niet zijnde een instelling, wordt voor de bekostiging van de personeelskosten een vast bedrag per school verstrekt. Het vaste bedrag per school bestaat uit een basisbedrag, welk bedrag wordt verhoogd met een leeftijdsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. + +**2.** Voor de berekening van het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, en het leeftijdsbedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt de formatie 1,1734 formatieplaats. + +**3.** Voor het schooljaar waarin een nieuwe school wordt geopend, wordt het leeftijdsbedrag vermenigvuldigd met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar van de leraren in het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs. ### Artikel 33 -Voor de wijze van uitkering van de voorschotten op de vergoeding voor de uitgaven voor het personeel, bedoeld in artikel 131, eerste lid, van de wet, wordt onderscheid gemaakt in: +**1.** -a. een bevoegd gezag van een school dat deelneemt aan een bij ministeriële regeling toegestaan systeem van automatisering van de salarisadministratie inzake het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2 van de wet; -b. een bevoegd gezag van een school dat niet deelneemt aan een systeem als bedoeld in onderdeel *a*. +Voor de berekening van het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 117, elfde lid, onderdeel a, van de wet, wordt de formatie leraren voor scholen, niet zijnde instellingen, per leerling vastgesteld volgens de onderstaande tabel: + +| Onderwijssoort | Speciaal onderwijs | Voortgezet speciaal onderwijs | | +| --- | --- | --- | --- | +| Jonger dan 8 jaar | 8 jaar en ouder | | | +| a. dove kinderen | 0,2141 | 0,2117 | 0,2226 | +| b. slechthorende kinderen | 0,1173 | 0,1157 | 0,2000 | +| c. kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden die niet tevens behoren tot de onder a of b bedoelde kinderen | 0,1173 | 0,1157 | | +| f. lichamelijk gehandicapte kinderen | 0,1181 | 0,1181 | 0,2019 | +| h1°. langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap | 0,1043 | 0,1021 | 0,1835 | +| h2°. langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap | 0,1273 | 0,1262 | 0,1861 | +| j. zeer moeilijk lerende kinderen | 0,1090 | 0,1090 | 0,1252 | +| k. zeer moeilijk opvoedbare kinderen | 0,1273 | 0,1262 | 0,1861 | +| m. kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten | 0,1273 | 0,1262 | 0,1861 | +| n. meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie: | | | | +| a +j | 0,4024 | 0,4007 | 0,4004 | +| b + j | 0,1999 | 0,1987 | 0,2030 | +| f + j | 0,1869 | 0,1869 | 0,2062 | + +**2.** Ten behoeve van de berekening van bekostiging voor personeelskosten bedoeld in artikel 117, eerste lid, van de wet, wordt voor het aantal leerlingen op de teldatum dat is toegelaten op basis van artikel 117, zevende lid, van de wet en dat op 31 december van het voorafgaande schooljaar jonger is dan 8 jaar tevens formatie toegerekend ter grootte van het verschil tussen de in het eerste lid aangegeven formatie in de kolom «8 jaar en ouder» en de kolom «jonger dan 8 jaar». ### Artikel 34 -**1.** Het bevoegd gezag van een school als bedoeld in artikel 33 onderdeel *a*, verstrekt bij benoeming van een personeelslid ten behoeve van de vaststelling van het voorschot op de vergoeding, bedoeld in artikel 131, eerste lid onderdeel *a*, van de wet, de gegevens die nodig zijn voor het bepalen van het voorschot. +**1.** -**2.** Ingeval in de gegevens, bedoeld in het eerste lid, wijziging optreden, doet een bevoegd gezag binnen vier weken mededeling daarvan aan het systeem waaraan het deelneemt. +Voor de berekening van het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 117, elfde lid, onderdeel b, van de wet wordt de formatie onderwijsondersteunend personeel voor scholen, niet zijnde instellingen, per leerling vastgesteld volgens de onderstaande tabel. + +| Onderwijssoort | Speciaal onderwijs | Voortgezet speciaal onderwijs | | +| --- | --- | --- | --- | +| Jonger dan 8 jaar | 8 jaar en ouder | | | +| a. dove kinderen | 0,1993 | 0,0531 | 0,0471 | +| b. slechthorende kinderen | 0,1636 | 0,0676 | 0,0663 | +| c. kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden die niet tevens behoren tot de onder a of b bedoelde kinderen | 0,1573 | 0,0613 | | +| f. lichamelijk gehandicapte kinderen | 0,2287 | 0,2287 | 0,1962 | +| h1°. langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap | 0,2087 | 0,0775 | 0,0572 | +| h2°. langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap | 0,1251 | 0,0573 | 0,0438 | +| j. zeer moeilijk lerende kinderen | 0,0892 | 0,0892 | 0,0717 | +| k. zeer moeilijk opvoedbare kinderen | 0,1251 | 0,0573 | 0,0438 | +| m. kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten | 0,1251 | 0,0573 | 0,0438 | +| n. meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie: | | | | +| a + j | 0,2066 | 0,1067 | 0,0603 | +| b + j | 0,1724 | 0,0993 | 0,0831 | +| f + j | 0,2896 | 0,2896 | 0,2892 | + +**2.** Ten behoeve van de berekening van bekostiging voor personeelskosten bedoeld in artikel 117, eerste lid, van de wet, wordt voor het aantal leerlingen op de teldatum dat is toegelaten op basis van artikel 117, zevende lid, van de wet en dat op 31 december van het voorafgaande schooljaar jonger is dan 8 jaar tevens formatie toegerekend ter grootte van het verschil tussen de in het eerste lid aangegeven formatie in de kolom «8 jaar en ouder» en de kolom «jonger dan 8 jaar». ### Artikel 35 -**1.** Het bevoegd gezag van een school als bedoeld in artikel 33 onderdeel b, verstrekt jaarlijks voor een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip, ten behoeve van de vaststelling van het voorschot op de vergoeding, bedoeld in artikel 131, eerste lid, van de wet, aan Onze Minister de gegevens betreffende het personeel. - -**2.** Ingeval in de gegevens, bedoeld in het eerste lid, wijzigingen optreden, doet het bevoegd gezag binnen vier weken mededeling daarvan aan Onze Minister. - -### Artikel 36 - -**1.** Indien de voor de bekostiging benodigde gegevens niet tijdig aan Onze Minister zijn verstrekt, kan Onze Minister bepalen dat de verstrekking van het voorschot op de vergoeding, bedoeld in artikel 131, eerste lid, van de wet geheel of gedeeltelijk wordt opgeschort. - -**2.** De verstrekking van het voorschot wordt zo spoedig mogelijk hervat, doch in ieder geval niet later dan in de tweede maand volgende op de maand, waarin de benodigde gegevens door het bevoegd gezag zijn verstrekt. Tevens wordt het gedeelte van het voorschot dat als gevolg van de toepassing van het eerste lid niet is verstrekt, ter beschikking gesteld. - -### Artikel 37 - -Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven omtrent de wijze waarop het voorschot, bedoeld in artikel 32, wordt aangevraagd, vastgesteld en verstrekt. - -### Titel III. Vergoeding - -### Artikel 38 - -De vergoeding, bedoeld in artikel 131, eerste lid, van de wet, wordt aan de hand van de totale omvang van de formatie, bedoeld in artikel 93*a* van de wet, voor de school afzonderlijk vastgesteld. - -### Artikel 39 - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel 39g - -Door vernummering vervallen. - -### Artikel 40 - -**1.** Indien het bedrag aan voorschotten als bedoeld in artikel 32 in een uitkeringsjaar hoger is dan de vergoeding, stort het bevoegd gezag onverwijld het verschil terug in ’s Rijks kas, tenzij Onze Minister bepaalt dat verrekening plaatsvindt met nog uit te keren vergoedingen. - -**2.** Indien het bedrag van de vergoedingen hoger is dan de dienaangaande verstrekte voorschotten, vergoedt het Rijk aan het bevoegd gezag onverwijld het verschil. - -**3.** Onze Minister kan voorafgaand aan het vaststellen van een vergoeding een vergoeding voorlopig vaststellen en op de voet van het eerste en het tweede lid tot voorlopige verrekening overgaan. - -### Artikel 41 - -Ten aanzien van de wijze van uitkering van de vergoeding, bedoeld in artikel 131, eerste lid, van de wet, is artikel 33 van overeenkomstige toepassing. - -### Artikel 42 - -**1.** - -Het bevoegd gezag verstrekt jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister ten behoeve van de afrekening van de vergoeding voor uitgaven voor het personeel, bedoeld in artikel 131, eerste lid, van de wet: - -a. over het voorafgaande jaar de gegevens betreffende het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget; -b. een verklaring van het bevoegd gezag omtrent de juistheid alsmede de tijdige aanmelding van de gegevens waarop de voorschotbedragen en de vergoedingsbedragen zijn of worden gebaseerd; -c. een verklaring van een accountant van de juistheid van de gegevens, bedoeld in onderdeel *b*; -d. het in het derde lid bedoelde overzicht vergezeld van een opgave van eventuele mutaties in de gegevens. +**1.** Voor de aanvullende bekostiging voor de schoolleiding, bedoeld in artikel 117, derde lid, van de wet van scholen, niet zijnde instellingen, wordt een bedrag toegekend. **2.** -Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 januari ten behoeve van de afrekening, bedoeld in dit artikel, vastgesteld: +Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is de uitkomst van de volgens de onderstaande tabel op de school van toepassing zijnde factor, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag. In de onderstaande tabel wordt onder aantal leerlingen verstaan het aantal leerlingen op de teldatum, vermeerderd met het aantal leerlingen dat bepalend is voor de bekostiging ten behoeve van leerlingen uit een residentiële instelling als bedoeld in artikel 117, zevende lid, van de wet. -a. de leidraad ten behoeve van de controle door de accountant; -b. de formulieren betreffende de verklaringen bedoeld in het eerste lid onderdelen *b* en *c*; -c. het formulier voor de verstrekking van de gegevens bedoeld in het eerste lid onderdeel *a*. +| Andere onderwijssoorten dan de hiernaast genoemde | Onderwijssoort meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie a+j, b+j of f+j | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | +| Aantal leerlingen | so of vso | sovso | so of vso | sovso | +| 1 t/m 49 | 1 | 1 | 2 | 2 | +| 50 of meer | 2 | 3 | 2 | 3 | -**3.** Ten behoeve van de afrekening van de vergoeding verstrekt Onze Minister jaarlijks voor 1 februari overzichten per school betreffende formatierekeneenheden en verstrekte voorschotten. +waarbij: -**4.** Onze Minister besluit binnen twee jaren na 1 juli van het jaar waarin de gegevens bedoeld in het eerste lid zijn ingediend, op de afrekening van de vergoeding. +so = een school voor speciaal onderwijs, -### Artikel +vso = een school voor voortgezet speciaal onderwijs, -Vervallen +sovso = een school voor speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. -### Titel IV. Overige bepalingen +### Artikel 36 + +Voor de toepassing van artikel 117 van de wet wordt de formatie, bedoeld in de artikelen 33, 34 en 35, aan de hand waarvan de bekostiging wordt bepaald, tevens berekend over het aantal leerlingen dat bepalend is voor de bekostiging ten behoeve van leerlingen van residentiële instellingen als bedoeld in artikel 117, zevende lid, van de wet. + +### Artikel 37 + +**1.** + +Aan het bevoegd gezag van een school, niet zijnde een instelling, wordt aanvullende bekostiging voor personeelskosten toegekend indien het verschil tussen + +a. het aantal leerlingen op 16 januari van het schooljaar, en +b. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar onderscheidenlijk het aantal leerlingen op de teldatum die op grond van artikel 118, tweede lid, van de wet van toepassing is, gelijk is aan of groter is dan de helft van de kleinste factor N, bedoeld in de tabel in artikel 14 die op de school van toepassing is. + +**2.** + +De aanvullende bekostiging is de uitkomst van het verschil tussen + +a. de totale personeelsbekostiging, bedoeld in artikel 131 van de wet verminderd met de bekostiging, bedoeld in artikel 35, berekend op grond van het aantal leerlingen op 16 januari van het schooljaar, en +b. de bekostiging, bedoeld in onderdeel a, berekend op basis van het aantal leerlingen op de teldatum. + +**3.** Aanspraak op de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, ontstaat met ingang van 1 augustus van het daaropvolgende schooljaar en wordt betaald in twaalf maandelijkse termijnen. + +### Artikel 38 + +**1.** + +Aan het bevoegd gezag van een school, niet zijnde een instelling, wordt aanvullende bekostiging voor personeelskosten toegekend indien het verschil tussen + +a. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar, en +b. het aantal leerlingen op de teldatum, gelijk is aan of groter is dan de kleinste factor N, bedoeld in de tabel in artikel 14 die op de school van toepassing is. + +**2.** + +Indien in het voorafgaande schooljaar toepassing is gegeven aan artikel 37, wordt in afwijking van het eerste lid aanvullende bekostiging voor personeelskosten toegekend indien het verschil tussen + +a. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar, en +b. het aantal leerlingen op 16 januari van het voorafgaande schooljaar gelijk is aan of groter is dan de kleinste factor N, bedoeld in de tabel in artikel 14, die op de school van toepassing is. + +**3.** + +De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt 7/12 deel van de uitkomst van het verschil tussen + +a. de totale personeelsbekostiging, bedoeld in artikel 131 van de wet verminderd met de bekostiging, bedoeld in artikel 35, berekend op grond van het aantal leerlingen op de teldatum, respectievelijk indien het tweede lid van toepassing is, op 16 januari van het voorafgaande schooljaar, en +b. de bekostiging, bedoeld in onderdeel a, berekend op basis van het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar. + +**4.** Aanspraak op de aanvullende bekostiging ingevolge de voorafgaande leden ontstaat met ingang van 1 januari van het schooljaar en wordt betaald in 7 maandelijkse termijnen. + +### Artikel 39 + +**1.** Voor de bekostiging van ambulante begeleiding wordt aan de bevoegd gezagsorganen van scholen waar onderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met c, f en h, j, k, m en n, van de wet voor de in het tweede lid bedoelde leerlingen per leerling een basisbedrag toegekend, welk bedrag wordt verhoogd met een leeftijdsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. + +**2.** Voor de toepassing van het eerste lid geldt het aantal leerlingen op de teldatum dat in het direct daaraan voorafgaande schooljaar was toegelaten tot de school, niet zijnde een instelling, en dat zonder dat voor hen nog een leerlinggebonden budget beschikbaar is, leerling is van een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs of de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel deelnemer is van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2., eerste lid onder a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs. + +**3.** + +Voor de berekening van het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, en het leeftijdsbedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt de formatie bepaald op de hoeveelheid formatie als aangegeven in onderstaande tabel: + +| Onderwijssoort | Terugplaatsing naar basisonderwijs, aantal formatieplaatsen | Terugplaatsing naar voortgezet onderwijs of opleiding als bedoeld in art. 7.2.2., eerste lid onder a en b van de WEB, aantal formatieplaatsen | +| --- | --- | --- | +| a. dove kinderen | 0,1892 | 0,0872 | +| b. slechthorende kinderen | 0,0851 | 0,0570 | +| c. kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden die niet tevens behoren tot de onder a of b bedoelde kinderen | 0,0851 | | +| f. lichamelijk gehandicapte kinderen | 0,0851 | 0,0872 | +| h.1° langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap | 0,0851 | 0,0570 | +| h.2° langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap | 0,0851 | 0,0570 | +| j. zeer moeilijk lerende kinderen | 0,0851 | 0,0570 | +| k. zeer moeilijk opvoedbare kinderen | 0,0851 | 0,0570 | +| m. kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten | 0,0851 | 0,0570 | +| n. meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie | | | +| a+j | | | +| b+j | | | +| f+j | 0,0851 | 0,0570 | + +### Artikel 40 + +Indien een leerling, die toelaatbaar is verklaard tot een andere onderwijssoort binnen het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de wet dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd, bij de school is ingeschreven met toepassing van artikel 76a van de wet, wordt met betrekking tot die leerling voor de berekening van de bekostiging voor personeelskosten uitgegaan van het bedrag per leerling dat behoort bij de onderwijssoort waarvoor die leerling toelaatbaar is verklaard. + +### Artikel 41 + +**1.** Voor de aanvullende bekostiging voor personeelskosten voor scholen, niet zijnde instellingen, ten behoeve van de bestrijding van onderwijsachterstanden wordt per leerling een basisbedrag toegekend, welk bedrag wordt verhoogd met een leeftijdsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. + +**2.** Voor een school met een aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond op de teldatum boven het aantal van 4, wordt per leerling boven het aantal van 4 een basisbedrag toegekend, welk bedrag wordt verhoogd met een leeftijdsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. + +**3.** Voor de berekening van het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, en het leeftijdsbedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt de formatie per leerling 0,0385 formatieplaats. + +**4.** Voor het schooljaar waarin een nieuwe school wordt geopend, wordt het leeftijdsbedrag vermenigvuldigd met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren in het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. + +**5.** Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder leerling tevens verstaan de leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond die is toegelaten op basis van bekostiging die is toegekend ten behoeve van leerlingen uit een residentiële instelling. + +### Artikel 42 + +Voor de berekening van het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 117, elfde lid, onderdeel a en b, van de wet, bedraagt de formatie per leerling tezamen 0,0546 formatieplaats. + +## Hoofdstuk VI. Correcties op de bekostiging ### Artikel 43 -**1.** Indien het verzoek, bedoeld in artikel 117, vierde lid, van de wet, van het bevoegd gezag is ingewilligd, verstrekt dit bevoegd gezag een raming van de te verwachten uitgaven. +**1.** Indien uit een op grond van artikel 161, eerste of tweede lid, van de wet ingesteld onderzoek blijkt dat de omvang van de bekostiging voor de uitgaven ten behoeve van de materiële instandhouding, de omvang van de bekostiging voor de personeelskosten, de omvang van enige bijzondere of aanvullende bekostiging onjuist is vastgesteld, kan Onze Minister tot uiterlijk één jaar na ontvangst van de bevindingen uit dat onderzoek correcties aanbrengen op de desbetreffende bekostiging. Onze Minister deelt het bevoegd gezag uiterlijk één jaar na ontvangst van deze bevindingen schriftelijk mede of en zo ja welke correcties hij aanbrengt. -**2.** Indien het bevoegd gezag verzoekt om een voorschot, zijn de artikelen 32 tot en met 40 van overeenkomstige toepassing. Voor de vaststelling van de vergoeding zijn de artikelen 38 tot en met 42 van overeenkomstige toepassing. +**2.** Indien uit het jaarverslag, bedoeld in artikel 157 van de wet, uit de in artikel 157, vierde lid, van de wet, bedoelde verklaring van de accountant of uit een op grond van artikel 161 van de wet ingesteld onderzoek blijkt dat de bekostiging voor een school onrechtmatig is besteed, kan Onze Minister bepalen dat het desbetreffende gedeelte van de bekostiging niet ten laste komt van het Rijk of dat de daarmee gemoeide bedragen in mindering worden gebracht op de bekostiging. Onze Minister doet hiervan binnen een jaar na ontvangst van het jaarverslag, respectievelijk binnen een jaar na ontvangst van de bevindingen uit dat onderzoek schriftelijk mededeling aan het bevoegd gezag. -**3.** In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan Onze Minister bepalen, dat wordt afgeweken van een maandelijkse bevoorschotting. - -## Hoofdstuk VI. VERGOEDING VOOR DE UITGAVEN VOOR NASCHOLING +**3.** Indien daarvoor naar zijn oordeel aanleiding is, kan Onze Minister de in het eerste lid bedoelde termijnen waarbinnen correcties kunnen worden aangebracht alsmede de in het tweede lid bedoelde termijn met ten hoogste een jaar verlengen. ### Artikel 44 -Vervallen +Een in artikel 43, eerste lid, bedoelde correctie wordt verrekend met de bekostiging waarop het bevoegd gezag aanspraak heeft of wordt, indien de correctie strekt tot verhoging van de bekostiging, binnen acht weken na de mededeling, bedoeld in artikel 43, eerste lid, door Onze Minister betaald. + +## Hoofdstuk VII. Voorschriften betreffende berekening van overschotten bij opheffing of beëindiging van de bekostiging van de laatste school van een bevoegd gezag ### Artikel 45 -Vervallen +**1.** + +Voor de toepassing van artikel 150a van de wet wordt onder exploitatieoverschot verstaan: + +a. het bedrag van de bekostiging, bedoeld in de artikelen 120, 128 en 131 van de wet, verminderd met de lasten over dat jaar voor zover deze als rechtmatig kunnen worden aangemerkt, +b. de reserveringen voor zover afkomstig uit ’s Rijks kas, met inbegrip van de ontvangen rentebaten, en +c. voor zover het een niet door een gemeente in stand gehouden school betreft, de niet bestede gedeelten van de uitkeringen op grond van de voorschriften inzake de gemeentelijke overschrijding. + +**2.** Het bevoegd gezag meldt het overeenkomstig het eerste lid berekende saldo, verdeeld naar de onderdelen a en b, respectievelijk c, van het eerste lid tezamen met het jaarverslag over het laatste jaar waarin de school nog geheel of gedeeltelijk voor bekostiging in aanmerking kwam. De opgave gaat vergezeld van een verklaring van een accountant omtrent de juistheid van de opgave. + +**3.** Indien het exploitatieoverschot van een niet door een gemeente in stand gehouden school mede is opgebouwd uit uitkeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en geen onderscheid kan worden gemaakt met de baten respectievelijk de lasten als bedoeld in het eerste lid onderdelen a en b, geldt als maatstaf voor de verdeling van eerstbedoeld deel van het exploitatieoverschot tussen Rijk en de desbetreffende gemeente de verhouding tussen het ontvangen bedrag aan bekostiging van het Rijk en het ontvangen bedrag aan uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, van de gemeente in een periode van vijf jaren, voorafgaand aan het jaar van de beëindiging van de bekostiging. De verdeling behoeft de goedkeuring van Onze Minister. ### Artikel 46 @@ -528,84 +628,43 @@ Vervallen Vervallen -## Hoofdstuk VII. Vergoeding voor de uitgaven van scholen, niet zijnde instellingen, voor ambulante begeleiding - -### Titel I. Reikwijdte - ### Artikel 48 -Hoofdstuk VII is niet van toepassing op instellingen. - -### Titel II. Aanvang van de bekostiging +Vervallen ### Artikel 49 -**1.** De aanspraak op vergoeding voor de uitgaven voor de ambulante begeleiding, bedoeld in artikel 11 van het Formatiebesluit WEC, ontstaat met ingang van de eerste dag van het schooljaar. - -**2.** De aanspraak op de vergoeding voor uitgaven voor ambulante begeleiding, voorzover deze niet onder het eerste lid vallen, ontstaat met ingang van de eerste dag van de maand waarin de begeleiding aanvangt. +Vervallen ### Artikel 50 -Het bevoegd gezag van een school die de ambulante begeleiding verzorgt, zendt binnen twee weken na de teldatum aan Onze Minister, de inspecteur en, indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders, een overzicht van het aantal leerlingen dat op die teldatum werd begeleid. - -### Titel III. Voorschot +Vervallen ### Artikel 51 -Op verzoek van het bevoegd gezag van een school verstrekt Onze Minister een voorschot voor de salarisuitgaven voor ambulante begeleiding. De artikelen 32 tot en met 37 zijn van overeenkomstige toepassing. - -### Titel IV. Vergoeding +Vervallen ### Artikel 52 -Voor de vaststelling van de vergoeding voor de salarisuitgaven voor de ambulante begeleiding is artikel 38 van overeenkomstige toepassing. - -### Artikel - Vervallen ### Artikel 53 -Ten aanzien van de verrekening met de vergoeding is artikel 40 van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Artikel 54 -**1.** +Vervallen -Het bevoegd gezag verstrekt jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister ten behoeve van de vaststelling van de vergoeding voor de salarisuitgaven voor de ambulante begeleiding: - -a. over het voorafgaande jaar de gegevens betreffende het personeel; -b. een verklaring van het bevoegd gezag omtrent de juistheid alsmede de tijdige aanmelding van de gegevens waarop de voorschotbedragen en de vergoedingsbedragen zijn of worden gebaseerd; -c. een verklaring van een accountant van de juistheid van de gegevens, bedoeld in onderdeel *b*; -d. het in het derde lid bedoelde overzicht vergezeld van een opgave van eventuele mutaties in de gegevens. - -**2.** - -Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 januari ten behoeve van de vaststelling van de vergoeding, bedoeld in dit artikel, vastgesteld: - -a. de leidraad ten behoeve van de controle door de accountant; -b. de formulieren betreffende de verklaringen bedoeld in het eerste lid onderdelen *b* en *c*; -c. het formulier voor de verstrekking van de gegevens bedoeld in het eerste lid onderdeel *a*. - -**3.** Ten behoeve van de afrekening van de vergoeding verstrekt Onze Minister jaarlijks voor 1 februari overzichten per school betreffende formatierekeneenheden en verstrekte voorschotten. - -## Hoofdstuk VIII. Begroting en financiële jaarverslaggeving instelling +## Hoofdstuk VIII. BEGROTING EN FINANCIËLE JAARVERSLAGGEVING INSTELLING ### Artikel 55 -**1.** Het bevoegd gezag van een instelling stelt jaarlijks, voorafgaand aan het desbetreffende begrotingsjaar, voor de instelling een begroting vast. Het begrotingsjaar valt samen met het kalenderjaar. - -**2.** De begroting behelst een raming van de inkomsten en uitgaven alsmede van de baten en lasten van de instelling en dient in evenwicht te zijn. De in de begroting voorziene inkomsten uit de rijksvergoeding sluiten aan op de voor het desbetreffende begrotingsjaar door Onze Minister geraamde, onderscheidenlijk vastgestelde en in voorkomende gevallen nader bepaalde rijksvergoeding. Uit de begroting blijkt in elk geval de mate waarin de rijksvergoeding aan onderwijsdoeleinden zal worden besteed, alsmede de voorgenomen toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. - -**3.** Het bevoegd gezag draagt zorg voor wijziging van de begroting indien de vastgestelde rijksvergoeding afwijkt van de in de begroting opgenomen geraamde rijksvergoeding, of sprake is van een nader bepaalde rijksvergoeding. - -**4.** Het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister de begroting indien deze daarom verzoekt. +Vervallen ### Artikel 56 -**1.** Het bevoegd gezag van een instelling dient jaarlijks voor 1 november bij Onze Minister een financiële jaarverslaggeving over het voorafgaande jaar in die is opgesteld overeenkomstig het model en de daarbij behorende voorschriften voor de invulling zoals opgenomen in bijlage I van dit besluit. In de financiële jaarverslaggeving wordt verantwoording afgelegd van het financiële beheer van de instelling. - -**2.** Van de financiële jaarverslaggeving maakt een jaarrekening deel uit. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door het bevoegd gezag aangewezen accountant. Bij de aanwijzing van de accountant wordt verzekerd dat aan Onze Minister op diens verzoek inzicht wordt geboden in de controlerapporten van de accountant. +Vervallen ## Hoofdstuk IX. Regionale expertisecentra @@ -653,9 +712,7 @@ Het Bekostigingsbesluit ISOVSO (*Stb.* 1985,728) wordt ingetrokken. ### Artikel 60 -**1.** Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1988, met dien verstande dat titel II van hoofdstuk II, hoofdstuk IV met uitzondering van artikel 28, en artikel 57 in werking treden op 1 januari 1989. Indien het *Staatsblad* waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 december 1987, treedt het in werking op de tweede dag na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 1988, met dien verstande dat titel II van hoofdstuk II, hoofdstuk IV met uitzondering van artikel 28, en artikel 57 in werking treden op 1 januari 1989. - -**2.** Dit besluit kan worden aangehaald als «Bekostigingsbesluit WEC». +Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bekostiging WEC. ### Artikel @@ -807,21 +864,7 @@ Vervallen ## Bijlage I. Model en voorschriften financiële jaarverslaggeving instellingen behorend bij artikel 56 -Het model financiële jaarverslaggeving voor instellingen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen bestaat uit: - -1. Jaarrekening - -Balans - -Exploitatierekening - -Toelichting op de balans en de exploitatierekening - -2. Jaarverslag - -3. Accountantsverklaring - -4. Instellingsgegevens +Vervallen ## Bijlage II