diff --git a/beleidsregel/besluit-uitbreiding-catshuisregeling-kinderopvangtoeslag/BWBR0045192/README.md b/beleidsregel/besluit-uitbreiding-catshuisregeling-kinderopvangtoeslag/BWBR0045192/README.md index b58a8fa8319..93492c3bcf6 100644 --- a/beleidsregel/besluit-uitbreiding-catshuisregeling-kinderopvangtoeslag/BWBR0045192/README.md +++ b/beleidsregel/besluit-uitbreiding-catshuisregeling-kinderopvangtoeslag/BWBR0045192/README.md @@ -10,10 +10,15 @@ citeertitel: Besluit uitbreiding Catshuisregeling Kinderopvangtoeslag # Besluit uitbreiding Catshuisregeling Kinderopvangtoeslag -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +*Dit besluit vervangt het besluit van 18 maart 2021, nr. 2021-30659 (* + *Stcrt. 2021, 14691* + *).* + * Dit besluit regelt dat de Belastingdienst/Toeslagen op korte termijn een forfaitair bedrag aan compensatie of tegemoetkoming kan uitkeren aan ouders die gedupeerd zijn door problemen rondom de kinderopvangtoeslag en dat hun toeslag- en belastingschulden kunnen worden kwijtgescholden. Daarnaast regelt dit besluit dat de doelgroep van de compensatieregeling wordt verruimd. Tevens worden met dit besluit twee compensatie-elementen toegevoegd, compensatie voor reeds afgeloste publieke schulden en compensatie voor boetes. * ## 1. Inleiding +De Belastingdienst/Toeslagen probeert in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag – belegd bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen – zo snel en zorgvuldig mogelijk alle gedupeerde ouders recht te doen door het vaststellen van compensaties, tegemoetkomingen en herzieningen van de kinderopvangtoeslag (hierna: compensatie en tegemoetkoming). Om ouders sneller recht te kunnen doen heeft het Kabinet een aantal aanvullende maatregelen aangekondigd. Een van die maatregelen betreft het uitkeren van een forfaitair bedrag van € 30.000 aan alle gedupeerde ouders die een verzoek voor herstel hebben ingediend. Tevens zullen de schulden die deze ouders hebben bij de Belastingdienst(/Toeslagen) worden kwijtgescholden. Daarnaast zal de compensatieregeling worden verbreed, zodat het onderscheid in de berekening van de compensatie en tegemoetkoming tussen de compensatieregeling en de hardheidsregeling verdwijnt. Aanvullend op deze drie maatregelen zullen ook reeds afgeloste publieke schulden, evenals bestuurlijke boetes worden gecompenseerd. Dit besluit bevat zes goedkeuringen waarmee vooruitlopend op wetgeving alvast uitvoering wordt gegeven aan deze maatregelen. + ## 2. Forfaitair bedrag aan compensatie en tegemoetkoming ### 2.1. Doelgroep @@ -48,16 +53,57 @@ Het voorgaande is tevens van toepassing op het bedrag aan aanvullende compensati ## 3. Goedkeuring kwijtschelding openstaande schulden +Het Kabinet vindt het ongewenst dat ouders het forfaitaire bedrag van € 30.000 – of een eerder of later ontvangen bedrag aan compensatie of tegemoetkoming – moeten aanwenden voor de betaling van nog openstaande toeslag- of belastingschulden. Daarom keur ik voor de ouders, bedoeld in onderdeel 2.1, die in aanmerking komen voor compensatie of tegemoetkoming op grond van (een van) de herstelregelingen, vooruitlopend op wetgeving goed dat: + +• de Belastingdienst/Toeslagen, in afwijking van artikel 31bis Awir, kwijtschelding verleent voor de op 31 december 2020 openstaande toeslagschulden, alsmede nog te betalen bestuurlijke boeten, van de ouder en van diens toeslagpartner; +• de ontvanger, in afwijking van artikel 26 Invorderingswet 1990, kwijtschelding verleent voor de op 31 december 2020 openstaande belastingschulden, alsmede nog te betalen bestuurlijke boeten, of ontslag van betalingsverplichting voor aansprakelijkheidsschulden, van de ouder en van diens toeslagpartner.4Deze goedkeuring ziet enkel op belastingschulden van de ouder of toeslagpartner als natuurlijk persoon, met uitzondering van diens eventuele zakelijke schulden. + +De hiervoor genoemde toeslagpartner betreft de partner die op datum van uitbetaling van de forfaitaire tegemoetkoming, of aanvulling tot deze forfaitaire tegemoetkoming als toeslagpartner in de zin van artikel 3 van de Awir kan worden aangemerkt. Indien er geen uitbetaling van de forfaitaire tegemoetkoming of aanvullende uitbetaling tot dit bedrag meer plaatsvindt, omdat eerder al een bedrag van € 30.000 of meer is uitbetaald, geldt als peildatum voor toeslagpartnerschap het moment van uitbetaling van dit eerdere bedrag. + +Kwijtschelding of ontslag van betalingsverplichting wordt in beginsel verleend voor alle openstaande schulden die voor 1 januari 2021 zijn geformaliseerd in een terugvorderingsbeschikking, een belastingaanslag, een boetebeschikking of een beschikking aansprakelijkstelling. Daarnaast wordt kwijtschelding in beginsel ook verleend voor alle na 31 december 2020 nog te formaliseren toeslag- en belastingschulden, voor zover deze materieel betrekking hebben op de periode tot 1 januari 2021. Kwijtschelding wordt tevens verleend voor de nog verschuldigde bedragen die verband houden met (de invordering van) toeslag- en belastingschulden, zoals belopen (invorderings-)renten of kosten van invordering. Indien na 31 december 2020 een toeslag- of belastingschuld wordt betaald die voor kwijtschelding in aanmerking komt, wordt dit betaalde bedrag terugbetaald. + +In de situatie dat de belastingschulden het gevolg zijn van ernstig misbruik, blijft kwijtschelding of ontslag van betalingsverplichting op grond van dit onderdeel achterwege. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als het ontstaan of onbetaald blijven van de openstaande belastingschuld te wijten is aan het opzettelijk handelen of nalaten van de ouder of de toeslagpartner en in verband hiermee een vergrijpboete is opgelegd van 50% of meer van het wettelijk maximum, of had kunnen worden opgelegd, maar de financiële omstandigheden van de belastingplichtige uiteindelijk tot matiging van de vergrijpboete noopten. De openstaande schuld van deze boete, alsmede de daarmee verband houdende belastingschuld komen dan niet voor kwijtschelding in aanmerking. Een ander voorbeeld waarin kwijtschelding van belastingschulden evenmin zal plaatsvinden is wanneer naar aanleiding van het ontstaan of onbetaald blijven hiervan vervolging is ingesteld op grond van het fiscale strafrecht. Dergelijke voorbeelden geven een sterke aanwijzing dat er sprake is van ernstig misbruik en kwijtschelding achterwege blijft, maar zijn niet uitputtend. + +### 3.1. Goedkeuring openstellen bezwaar + +Kwijtschelding van toeslag- en belastingschulden worden bij afzonderlijke beschikkingen vastgesteld door respectievelijk de Belastingdienst/Toeslagen en de ontvanger. + +In tegenstelling tot de Awir, gelden voor de Invorderingswet 1990 in beginsel niet de hoofdstukken van bezwaar en beroep van de Algemene wet bestuursrecht.5 Artikel 1 van de Invorderingswet 1990. Bij kwijtschelding door de ontvanger geldt nu vaak administratief beroep bij de directeur van de Belastingdienst. Om ouders in voldoende mate rechtsbescherming te bieden, vind ik het belangrijk dat niet alleen tegen kwijtscheldingsbeschikkingen van de Belastingdienst/Toeslagen, maar ook tegen kwijtscheldingsbeschikkingen van de ontvanger bezwaar en vervolgens beroep bij een onafhankelijke rechter mogelijk is. Daarom keur ik – bij uitzondering – vooruitlopend op wet- en regelgeving voor deze specifieke groep gedupeerde ouders goed dat het besluit van de ontvanger over het verlenen van kwijtschelding van een belastingaanslag (en samenhangende beschikkingen) op grond van onderdeel 3 van dit besluit, een voor bezwaar vatbare beschikking betreft waarop Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) van overeenkomstige toepassing is. Hierdoor kunnen ouders, indien zij zich niet kunnen verenigen met de beslissing, in bezwaar gaan en daarna beroep instellen bij de fiscale rechter. Het voorgaande geldt vanzelfsprekend uitsluitend voor kwijtscheldingsbeschikkingen van de ontvanger die op grond van dit besluit worden vastgesteld. + +### 3.2. Procedure + +De Belastingdienst/Toeslagen en de ontvanger zullen zoveel mogelijk ambtshalve kwijtschelding verlenen voor de in onderdeel 3 genoemde schulden, ook als het gaat om schulden die na 1 januari 2021 worden geformaliseerd. Wordt kwijtschelding niet ambtshalve verleend dan kan de ouder hier alsnog om verzoeken. + +Indien sprake is van een openstaande belastingschuld op grond van een voorlopige aanslag, wordt deze schuld niet kwijtgescholden, totdat de definitieve aanslag is opgelegd. Dit betekent dat een voorlopige aanslag ingevolge artikel 15 AWR eerst wordt verrekend met de definitieve aanslag. Als de definitieve aanslag leidt tot een te betalen bedrag, wordt ook dit te betalen bedrag vervolgens kwijtgescholden. + +Indien sprake is van een openstaande toeslagschuld die het gevolg is van een herzien voorschot, wordt deze schuld niet kwijtgescholden, totdat de toeslag over het betreffende berekeningsjaar definitief is toegekend. Dit betekent dat een verleend voorschot ingevolge artikel 24 Awir eerst wordt verrekend met de tegemoetkoming. Een eventueel resterende toeslagschuld wordt vervolgens kwijtgescholden. + ## 4. Goedkeuring compensatie voor afgeloste publieke schulden +Ouders die voorafgaand aan het besluit om gedupeerden een forfaitaire tegemoetkoming van € 30.000 toe te kennen, bedoeld in onderdeel 2.2 van dit besluit, reeds een bedrag aan compensatie of tegemoetkoming hebben ontvangen, hebben dit mogelijk aangewend om een publieke schuld (gedeeltelijk) af te lossen. Dergelijke afgeloste schulden komen vanzelfsprekend niet meer voor kwijtschelding in aanmerking. Dit betekent dat een ouder die eerder financiële compensatie heeft ontvangen dit in voorkomende gevallen minder vrij heeft kunnen besteden. In lijn met het kwijtscheldingsbeleid keur ik daarom vooruitlopend op wetgeving goed dat compensatie wordt verleend aan de ouder, bedoeld in onderdeel 2.1 van dit besluit, die voor 13 februari 2021 een bedrag aan compensatie of tegemoetkoming heeft ontvangen en kan aantonen nadien een publieke schuld te hebben afgelost die zou zijn kwijtgescholden door een publieke schuldeiser in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag indien deze schuld niet zou zijn afgelost. De hoogte van de compensatie bedraagt het bedrag van de aflossing van de publieke schuld als hiervoor bedoeld, met een maximum van het herstelbedrag dat de ouder voorafgaand aan deze aflossing heeft ontvangen. Deze compensatie maakt geen onderdeel uit van de herstelregelingen, bedoeld in onderdeel 2.1, noch van een eventuele aanvulling tot het forfaitaire bedrag van € 30.000, bedoeld in onderdeel 2.2 van dit besluit. + +### 4.1. Procedure + +Deze compensatie kan enkel op verzoek van de ouder worden toegekend. Een ouder kan tot 1 januari 2024 een verzoek hiertoe indienen. De compensatie wordt vastgesteld binnen zes maanden na indiening van het verzoek. Deze termijn kan eenmaal met zes maanden worden verlengd. + ## 5. Goedkeuring verbreding compensatieregeling Ouders die gedupeerd zijn door hardheid van het stelsel, hebben vergelijkbare gevolgen ondervonden als ouders die gedupeerd zijn door vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen en verdienen ook dezelfde regeling. Daarom keur ik vooruitlopend op wetgeving goed dat de tegemoetkoming (voortaan: compensatie) naar aanleiding van hardheid6Artikel 49 Awir en de onderdelen 2.1 en 3.1 van het Verzamelbesluit Toeslagen in de gevallen, bedoeld in onderdeel 2.1 van onderhavig besluit. – met terugwerkende kracht – op dezelfde wijze wordt berekend als de compensatie bij de compensatieregeling7Besluit Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-) zaken, (artikel 49b Awir).. Hierbij wordt uitgegaan van de gehele terugvordering die samenhangt met hardheid van het stelsel en kan ook voor hardheid een verzoek om aanvullende compensatie voor werkelijke schade – met beoordeling daarvan door de Commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade – worden ingediend. Dit betekent dat aan een grotere groep gedupeerde ouders de meest ruimhartige vorm van compensatie kan worden geboden. Het definitieve bedrag aan compensatie dat de Belastingdienst/Toeslagen uiteindelijk vaststelt – en zo nodig aanvullend zal uitkeren voor zover dit bedrag hoger is dan € 30.000 of het bedrag dat op grond van hardheid reeds is toegekend – zal voor al deze ouders worden berekend overeenkomstig de compensatieregeling. Dit heeft tevens tot gevolg dat er daarnaast geen beroep meer kan worden gedaan op de OGS-tegemoetkomingsregeling. Onverminderd de verleende kwijtschelding op grond van onderdeel 3 van dit besluit zal een terugvordering die op grond van onderdeel 5 van de compensatieregeling in mindering moet worden gebracht op de vast te stellen compensatie – in lijn met de huidige regeling – in mindering wordt gebracht op het totale bedrag aan compensatie waarop recht bestaat, teneinde dubbele compensatie te voorkomen. ## 6. Goedkeuring compensatie voor boetes +In voorkomende gevallen is aan ouders die compensatie ontvangen op grond van de compensatieregeling in het verleden een bestuurlijke boete opgelegd op grond van artikel 40 of 41 van de Awir. Indien deze boete is opgelegd in het kader van een verzuim of vergrijp inzake de kinderopvangtoeslag en de boete heeft betrekking op dezelfde periode als waarvoor compensatie geboden wordt vanwege hardheid of institutionele vooringenomenheid, vind ik het gepast dat de ouder ook voor deze boete compensatie ontvangt. Daarom keur ik vooruitlopend op wetgeving goed dat in geval een bestuurlijke boete – als hiervoor bedoeld – is opgelegd aan de ouder die onder de compensatieregeling valt, deze ouder compensatie ontvangt ter hoogte van het reeds betaalde bedrag op de boete, evenals een forfaitaire compensatie vanwege veronderstelde materiële schade van 25% van het boetebedrag dat volgt uit de boetebeschikking. + +De compensatie voor boetes vormt een zesde element van de compensatie, bedoeld in paragraaf 3.1 van de compensatieregeling en maakt daarmee onderdeel uit van de integrale beoordeling. Onderdelen 2.2 en 2.3 van dit besluit blijven onverminderd van toepassing. Dit betekent dat een eventuele uitbetaling van compensatie voor boetes in samenhang met een eventuele uitbetaling van het forfaitaire bedrag van € 30.000 moet worden bezien. In voorkomende gevallen kan dit leiden tot een nabetaling aan de ouder. + ## 7. Ingetrokken besluit +Het besluit van 18 maart 2021, nr. 2021-30659 (Stcrt. 2021, 14691) is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit. + ## 8. Inwerkingtreding +Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, met dien verstande dat onderdelen 2 en 5 terugwerken tot en met 26 januari 2021. + ## 9. Citeertitel + +Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitbreiding Catshuisregeling Kinderopvangtoeslag.