2008-04-23 | BWBR0033027 | Richtsnoeren samenwerking ondernemingen

This commit is contained in:
Coornhert 2008-04-23 12:00:00 +00:00
parent c21c8c0a1f
commit 03fecc9d00

View file

@ -50,7 +50,7 @@ citeertitel: Richtsnoeren samenwerking ondernemingen
17. De wil van de vereniging om het gedrag van haar leden op de betrokken markt te coördineren, dient uit de concrete omstandigheden per geval te worden afgeleid. In ieder geval is hiervoor vereist dat de adviezen aan de leden worden gecommuniceerd, althans het advies bij de leden kenbaar is gemaakt of bekend is. Wat betreft omstandigheden waaruit de wil tot coördineren kan blijken, valt te denken aan het gemeenschappelijk belang dat de leden van de vereniging hadden bij het vaststellen en verspreiden van de aanbeveling, de aard en de bewoordingen van de aanbeveling, het breed en regelmatig verspreiden van adviezen, de wijze waarop de aanbeveling is vastgesteld en tevens het ter beschikking stellen van modelcontracten waarin de tarieven zijn opgenomen.13 Beschikking van de Europese Commissie van 5 juni 1996, FENEX, Pb. 1996, L 181/28, ov. 34 en 35; beschikking van de Europese Commissie van 24 juni 2004, Ereloonregeling Belgische Architecten, nog niet gepubliceerd, ov. 72 en 73 en Hof van Jus titie van de Europese Gemeenschappen van 27 januari 1987, Verband der Sachversicherer, 45/85, Jur. 1987, p. 405, r.o. 29-32. Het is daarbij niet doorslaggevend in hoeverre de leden de adviezen daadwerkelijk hebben opgevolgd. Niet vereist is dat de leden daarbij werden gecontroleerd of daarbij zijn gedwongen met behulp van een sanctiemechanisme om de adviezen op te volgen.14 Beschikking van de Europese Commissie van 24 juni 2004, Ereloonregeling Belgische Architecten, nog niet gepubliceerd, ov. 70 en Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 27 januari 1987, Verband der Sachversicherer, 45/85, Jur. 1987, p. 405, r.o. 30. Evenmin is vereist dat de ondernemersvereniging bevoegd is krachtens haar statuten een dergelijk besluit te nemen.15 Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 27 januari 1987, Verband der Sachversicherer, 45/85, Jur. 1987, p. 405, r.o. 31. Indien er wel sprake is van opvolging, controle of dwang, dan wel de statutaire bevoegdheid tot het nemen van een dergelijk besluit, vormt dit evenwel een bijzonder duidelijke aanwijzing voor een dergelijke wil tot coördinatie.
18. Het kartelverbod is niet van toepassing op afspraken tussen een beperkt aantal ondernemingen met een geringe omzet. Artikel 7 Mededingingswet (de zogenaamde bagatelbepaling) bepaalt dat het kartelverbod niet geldt voor afspraken waarbij niet meer dan acht ondernemingen betrokken zijn waarvan de gezamenlijke omzet niet hoger is dan EUR 4.540.000 indien het ondernemingen betreft waarvan de activiteiten zich in hoofdzaak richten op het leveren van goederen, en niet hoger dan EUR 908.000 in alle andere gevallen, bijvoorbeeld het leveren van diensten.
18. Het kartelverbod is niet van toepassing op afspraken tussen een beperkt aantal ondernemingen met een geringe omzet en marktaandeel. Het eerste lid van artikel 7 van de Mededingingswet (de zogenaamde bagatelbepaling) bepaalt dat het kartelverbod niet geldt voor afspraken waarbij niet meer dan acht ondernemingen betrokken zijn waarvan de gezamenlijke omzet niet hoger is dan EUR 5.500.000 indien het ondernemingen betreft waarvan de activiteiten zich in hoofdzaak richten op het leveren van goederen, en niet hoger dan EUR 1.100.000 in alle andere gevallen, bijvoorbeeld het leveren van diensten. Het kartelverbod is eveneens niet van toepassing als wordt voldaan aan de twee criteria van het tweede lid van artikel 7 van de Mededingingswet. Het eerste criterium is dat het gezamenlijk marktaandeel van de bij de overeenkomst betrokken ondernemingen op geen van de relevante markten waarop de overeenkomst van invloed is, groter mag zijn dan 5%. Het tweede criterium is dat de gezamenlijke omzet in het voorafgaande kalenderjaar van de bij de overeenkomst betrokken ondernemingen voor de onder de overeenkomst vallende goederen of diensten niet hoger mag zijn dan EUR 40.000.000. Indien voldaan is aan deze beide criteria geldt het kartelverbod eveneens niet.
19. Het is mogelijk dat een mededingingsbeperking die boven de bagatelgrenzen van artikel 7 Mededingingswet uitkomt niet leidt tot een merkbare beperking van de concurrentie en derhalve toch buiten de reikwijdte van het kartelverbod van artikel 6 Mededingingswet valt.
@ -73,9 +73,9 @@ citeertitel: Richtsnoeren samenwerking ondernemingen
3. de concurrentie mag niet verder worden beperkt dan strikt noodzakelijk is;
4. er moet in de markt voldoende concurrentie overblijven.21Zie voor nadere informatie de Richtsnoeren van de Europese Commissie betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het EG-Verdrag Pb. 2004, C 101 van 27 april 2004, p. 8. Richtsnoeren van de Europese Commissie inzake de toepasselijkheid van artikel 81 van het EG-Verdrag op horizontale samenwerkingsovereenkomsten, Pb. 2001, C 3 van 6 januari 2001, p. 2, paragraaf 1.3.1.
27. Ondernemingen dienen zelf te bepalen of hun mededingingsbeperkende afspraken voldoen aan de wettelijke uitzonderingscriteria. Ondernemingen kunnen hierbij gebruik maken van de grote hoeveelheid Europese jurisprudentie die beschikbaar is over de toepassing van de mededingingsregels in vele sectoren. Daarnaast heeft de Europese Commissie door middel van verordeningen, richtsnoeren en bekendmakingen ondernemingen inzicht verschaft in de toepassing van de mededingingsregels. Op nationaal niveau heeft de NMa sinds haar oprichting in 1998 een groot aantal uitspraken gedaan. Ten slotte hebben ook de rechtbank Rotterdam en het College voor Beroep van het bedrijfsleven richtinggevende uitspraken gedaan die ondernemingen kunnen gebruiken. 22 Zie www.nmanet.nl voor nadere uitleg.
27. Ondernemingen dienen zelf te bepalen of hun mededingingsbeperkende afspraken voldoen aan de wettelijke uitzonderingscriteria. Artikel 6, vierde lid, van de Mededingingswet bepaalt dat een onderneming die zich beroept op de wettelijke uitzonderingscriteria, dient te bewijzen dat aan de criteria is voldaan. Ondernemingen kunnen hierbij gebruik maken van de grote hoeveelheid Europese jurisprudentie die beschikbaar is over de toepassing van de mededingingsregels in vele sectoren. Daarnaast heeft de Europese Commissie door middel van verordeningen, richtsnoeren en bekendmakingen ondernemingen inzicht verschaft in de toepassing van de mededingingsregels. Op nationaal niveau heeft de NMa sinds haar oprichting in 1998 een groot aantal uitspraken gedaan. Ten slotte hebben ook de rechtbank Rotterdam en het College voor Beroep van het bedrijfsleven richtinggevende uitspraken gedaan die ondernemingen kunnen gebruiken. 22 Zie www.nmanet.nl voor nadere uitleg.
28. Voor een aantal soorten afspraken, die in het bijzonder het middenen kleinbedrijf betreffen, zijn generieke vrijstellingen op grond van artikel 15 Mededingingswet vastgesteld. Het gaat hier om het Besluit vrijstelling combinatieovereenkomsten23 Besluit van 25 november 1997, Stb. 1997, 592. , het Besluit vrijstelling branchebeschermingsovereenkomsten24 Besluit van 25 november 1997, Stb. 1997, 596. en het Besluit vrijstellingen samenwerkingsovereenkomsten detailhandel25 Besluit van 12 december 1997, Stb. 1997, 704..
28. Voor een aantal soorten afspraken, die in het bijzonder het middenen kleinbedrijf betreffen, zijn generieke vrijstellingen op grond van artikel 15 Mededingingswet vastgesteld. Het gaat hier om het Besluit vrijstelling combinatieovereenkomsten23 Besluit van 25 november 1997, Stb. 1997, 592. , het Besluit vrijstelling branchebeschermingsovereenkomsten24 Besluit van 25 november 1997, Stb. 1997, 596. en het Besluit vrijstellingen samenwerkingsovereenkomsten detailhandel25 Besluit van 12 december 1997, Stb. 1997, 704.. Voorts geldt het kartelverbod op grond van artikel 16 van de Mededingingswet niet voor collectieve arbeidsovereenkomsten, voor overeenkomsten tussen werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties uitsluitend met betrekking tot pensioen en voor overeenkomsten of besluiten van een organisatie van beoefenaren van een vrij beroep houdende uitsluitend de deelname aan een beroepspensioenregeling26*Indien het arbeidsvoorwaardenoverleg resulteert in een CAO, vormt de inhoud hiervan voor het mededingingsrecht een onaantastbaar gegeven voor zover hierin geen zaken worden geregeld die in wezen buiten de sociale doelstelling liggen. Dit laatste is aan de orde bij het in de CAO opnemen van tariefbepalingen voor zelfstandigen, zoals besproken in het Visiedocument Cao-tariefbepalingen voor zelfstandigen en de Mededingingswet van december 2007, te vinden op www.nmanet.nl. Het kartelverbod kan ook van toepassing zijn in gevallen waarbij een CAO weliswaar is beoogd, maar niet tot stand is gekomen en de werkgeversorganisatie vervolgens op eigen initiatief haar leden over het arbeidsvoorwaardenbeleid adviseert. De NMa zal overigens in zon geval niet lichtvaardig tot de conclusie komen dat sprake is van een overtreding (zie Rechtbank Rotterdam van 17 oktober 2007, CNV Dienstenbond vs. NMa, MEDED 06/4638STRN).
### 2.2. Artikel 81 EG