2002-12-25 | BWBR0014472 | Besluit subsidies investeringen kennisinfrastructuur
This commit is contained in:
parent
6b8ce17232
commit
041c94e38e
1 changed files with 4 additions and 4 deletions
|
|
@ -18,7 +18,7 @@ citeertitel: Besluit subsidies investeringen kennisinfrastructuur
|
|||
|
||||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. bevoegde minister: de Minister van Economische Zaken, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, van Verkeer en Waterstaat, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport die op grond van het tweede lid of in artikel 11 als bevoegd bestuursorgaan is aangewezen;
|
||||
a. bevoegde minister: de Minister van Economische Zaken, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Verkeer en Waterstaat of van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer die op grond van het tweede lid of in artikel 11 als bevoegd bestuursorgaan is aangewezen;
|
||||
b. universiteit: een onder a of b van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs, alsmede een onder i van de bijlage van die wet genoemd academisch ziekenhuis;
|
||||
c. onderzoeksinstelling: een openbare instelling zonder winstoogmerk die zelf kwalitatief hoogstaand onderzoek uitvoert;
|
||||
d. ondernemer: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;
|
||||
|
|
@ -107,7 +107,7 @@ b. een opslag voor overige algemene kosten, groot ten hoogste 50 procent van de
|
|||
|
||||
**2.** De adviezen van de commissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering en de in artikel 12, eerste lid, bedoelde beoordeling van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen en de in dat lid genoemde organisaties. Indien de commissie een advies geeft dat afwijkt van de beoordeling, wordt zulks met de redenen voor de afwijking in de motivering vermeld.
|
||||
|
||||
**3.** De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste zes andere leden. De leden zijn deskundig op het kennisgebied waarop de commissie een taak heeft en zijn geen ambtenaren, werkzaam bij de Ministeries van Economische Zaken, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, van Verkeer en Waterstaat, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer of van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
|
||||
**3.** De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste zes andere leden. De leden zijn deskundig op het kennisgebied waarop de commissie een taak heeft en zijn geen ambtenaren, werkzaam bij de Ministeries van Economische Zaken, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Verkeer en Waterstaat of van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
|
||||
|
||||
**4.** De voorzitter en de leden worden door de Minister van Economische Zaken in overeenstemming met de andere ministers die het aangaat voor een termijn van ten hoogste vijf jaar benoemd. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -319,7 +319,7 @@ De Minister van Economische Zaken stelt, in overeenstemming met de andere minist
|
|||
|
||||
**1.** Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt, kunnen op aanvraag van de subsidie-ontvanger door de bevoegde minister voorschotten worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** De bevoegde Minister verstrekt op aanvraag van de subsidie-ontvanger aan hem een voorschot naar rato van de gemaakte en betaalde kosten vermeerderd met het bedrag aan verplichtingen die door subsidie-ontvanger zijn aangegaan en die naar verwachting in het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt gedaan tot uitbetaling zullen leiden, voor zover over deze betaalde kosten en verplichtingen niet reeds eerder een voorschot is verstrekt. Geen voorschot wordt verstrekt voor zover het totaal van het gevraagde voorschot en de reeds verstrekte voorschotten, gemiddeld per kalenderjaar meer zou bedragen dan 20 procent van het bij subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag. In totaal bedraagt het bedrag aan voorschotten ten hoogste 80 procent van het bij subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag. Ten behoeve van de subsidiëring van een deelnemer aan een kennisconsortium wiens activiteiten geheel zijn afgerond, kan de Minister afwijken van het laatstgenoemde percentage.
|
||||
**2.** Jaarlijks kan op verzoek van de subsidie-ontvanger een voorschot worden verstrekt naar rato van de gemaakte en betaalde kosten vermeerderd met het bedrag aan verplichtingen die door subsidie-ontvanger zijn aangegaan en die naar verwachting in dat jaar tot uitbetaling zullen leiden, voor zover over deze betaalde kosten en verplichtingen niet reeds eerder een voorschot is verstrekt. Het op grond van dit berekende bedrag is niet groter dan 20 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag. In totaal zal het bedrag aan voorschotten niet groter zijn dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de toepassing van het tweede lid wordt de opslag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, geacht gemaakt en betaald te zijn voor zover de kosten waarover hij wordt berekend gemaakt en betaald zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -329,7 +329,7 @@ De Minister van Economische Zaken stelt, in overeenstemming met de andere minist
|
|||
|
||||
**1.** Het kennisconsortium dient een aanvraag om een voorschot in gelijktijdig met het uitbrengen van een verslag als bedoeld in artikel 16, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het kennisconsortium binnen een kalenderjaar meer dan één aanvraag om een voorschot indient en de aanvraag om die reden niet overeenkomstig het eerste lid wordt ingediend, dan wordt bij die aanvraag een kort verslag gevoegd omtrent de uitvoering van het kennisproject, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de projectkosten.
|
||||
**2.** Het kennisconsortium kan een aanvraag om een voorschot eerder indienen dan het in het eerste lid bedoelde tijdstip, indien de op het tijdstip van indiening van de aanvraag gemaakte en betaalde projectkosten meer bedragen dan een door de Minister van Economische Zaken bij ministeriële regeling te bepalen bedrag. In dat geval voegt het kennisconsortium bij de aanvraag een kort verslag omtrent de uitvoering van het kennisproject, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de projectkosten.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in bijlage 2 bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 7, eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue