diff --git a/wet/wet-op-de-economische-delicten/BWBR0002063/README.md b/wet/wet-op-de-economische-delicten/BWBR0002063/README.md index 14ba0bd2e9f..18fca17fe6f 100644 --- a/wet/wet-op-de-economische-delicten/BWBR0002063/README.md +++ b/wet/wet-op-de-economische-delicten/BWBR0002063/README.md @@ -386,7 +386,7 @@ de Woningwet, de artikelen 1a, 1b, 7b, 14a, 16, 103 en 120, tweede lid; de Kernenergiewet, de artikelen 4, eerste lid, 36, eerste lid, en – voor zover aangeduid als strafbare feiten – 73; -de Meststoffenwet, de artikelen 4, 5, 6, 9, tweede en derde lid, 11, vijfde lid, 13, vierde lid, 15, 16, 34, 35, 36, 37, 38, derde lid, en 40; +de Meststoffenwet, de artikelen 4, 5, 6, 9, tweede en derde lid, 11, tweede en derde lid, 13, vierde lid, 15, 16, 34, 35, 36, 37, 38, derde lid, en 40; de Visserijwet 1963, de artikelen 2a, 3 en 3a, voor zover de overtreding van die voorschriften in de EU- verordening ter uitvoering waarvan zij strekken niet als ernstige inbreuk wordt aangemerkt, 4, 7, voor zover wordt gevist met meer dan twee hengels of de peur, 9, 16 en 21, voor zover wordt gevist met de hengel of de peur, dan wel overtreding van voorschriften, verbonden aan op grond van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 7 en 21 van de Visserijwet 1963 verleende schriftelijke toestemmingen en huurovereenkomsten; @@ -396,7 +396,7 @@ de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.2 en artikel 2.3, aanhef en de Wet bescherming Antarctica, de artikelen 19, tweede lid, en 33; -de Wet dieren, artikelen 3.3 tot en met 3.6, al dan niet in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid; +de Wet dieren, artikelen 2.18a, 3.3 tot en met 3.7, al dan niet in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid; de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden: de artikelen 20, tweede lid, 28, eerste lid, onderdeel e, 29, 45, 71, 72, 73, 75, 76, 77, 78, tweede lid, en 115; @@ -500,7 +500,7 @@ in zijn onderneming aanwezige voorraden onder toezicht verkoopt; en zijn medewerking verleent bij inventarisatie van die voorraden. -**2.** Onverminderd het bepaalde in artikel 577b van het Wetboek van Strafvordering kan de rechter die de bijkomende straf of maatregel heeft opgelegd, na ontvangst van een vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de veroordeelde bij latere beslissing alsnog een regeling geven als vorenbedoeld, dan wel in de reeds gegeven regeling wijziging brengen of terzake een aanvullende regeling geven. De behandeling van de zaak vindt plaats met gesloten deuren; de uitspraak geschiedt in het openbaar. De beslissing is met redenen omkleed; zij is niet aan enig rechtsmiddel onderworpen. +**2.** Onverminderd het bepaalde in de artikelen 6:4:9 en 6:6:26 van het Wetboek van Strafvordering kan de rechter die de bijkomende straf of maatregel heeft opgelegd, na ontvangst van een vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de veroordeelde bij latere beslissing alsnog een regeling geven als vorenbedoeld, dan wel in de reeds gegeven regeling wijziging brengen of terzake een aanvullende regeling geven. De behandeling van de zaak vindt plaats met gesloten deuren; de uitspraak geschiedt in het openbaar. De beslissing is met redenen omkleed; zij is niet aan enig rechtsmiddel onderworpen. **3.** Wij behouden Ons voor, nadere voorschriften te geven ter uitvoering van dit artikel. @@ -716,7 +716,7 @@ De in de artikelen 28, 29, 30 en 30a bedoelde bevelen en beschikkingen zijn dade **1.** Indien de zaak eindigt hetzij zonder oplegging van straf of maatregel, hetzij met oplegging van een zodanige straf of maatregel, dat de opgelegde voorlopige maatregel als onevenredig hard moet worden beschouwd, kan het gerecht, op verzoek van de gewezen verdachte of van zijn erfgenamen, hem of zijn erfgenamen een geldelijke tegemoetkoming ten laste van de Staat toekennen voor de schade, welke hij ten gevolge van de opgelegde voorlopige maatregel werkelijk heeft geleden. Tot deze toekenning is bevoegd het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak tijdens de beëindiging daarvan werd vervolgd of anders het laatst werd vervolgd. -**2.** De artikelen 89, derde en vierde lid, 90-91 en 93 van het Wetboek van Strafvordering vinden overeenkomstige toepassing. +**2.** De artikelen 533, derde en vierde lid, 534, 535 en 536 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing. **3.** Indien de gewezen verdachte na het indienen van zijn verzoek of na de instelling van hoger beroep overleden is, geschiedt de toekenning ten behoeve van zijn erfgenamen.