From 042f00951b122c114bb3122ea74e1aa6a0ddc1e9 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 21 Apr 2021 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2021-04-21 | BWBR0035217 | Besluit houders van dieren --- .../BWBR0035217/README.md | 890 +++++++++++++++++- 1 file changed, 865 insertions(+), 25 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-houders-van-dieren/BWBR0035217/README.md b/amvb/besluit-houders-van-dieren/BWBR0035217/README.md index fd151c990d2..88af749b0ba 100644 --- a/amvb/besluit-houders-van-dieren/BWBR0035217/README.md +++ b/amvb/besluit-houders-van-dieren/BWBR0035217/README.md @@ -26,10 +26,18 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - *big:* varken vanaf de geboorte tot aan het spenen; - *daarmee verband houdende activiteiten:* datgene dat daaronder wordt verstaan in artikel 2, onderdeel b, van verordening (EG) nr. 1099/2009; - *derde land:* land, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; +- *evenhoevigen:* runderen, varkens, schapen, geiten of hertachtigen; - *gezelschapsdier:* zoogdier, vogel, vis, reptiel of amfibie, kennelijk bestemd om te houden voor liefhebberij of gezelschap, met uitzondering van een dier dat behoort tot een in bijlage II bij dit besluit opgenomen diersoort of diercategorie, niet zijnde konijn, bruine rat, tamme muis, cavia, goudhamster en gerbil; - *pluimvee:* hoenderachtigen, eenden of ganzen; +- *richtlijn nr. 2003/99/EG:* + richtlijn 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 november 2003 inzake de bewaking van zoönosen en zoönoseverwekkers en houdende wijziging van Beschikking 90/424/EEG van de Raad en intrekking van Richtlijn 92/117/EEG van de Raad (PbEU 2003, L 325); +- *spermawininrichting:* inrichting voor levende producten waar sperma wordt gewonnen, geproduceerd, verwerkt of opgeslagen; - *varken:* varken dat kennelijk wordt gehouden voor de fokkerij of voor de mesterij; +- *verordening (EG) nr. 178/2002:* verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEU 2002, L 31); - *verordening (EG) nr. 1099/2009:* verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden (PbEU 2009, L 303); +- *verordening (EU) nr. 576/2013:* verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 998/2003 (PbEU 2012, L 178); +- *verordening (EU) nr. 2016/429:* verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid («diergezondheidswetgeving») (PbEU 2016, L84); +- *verzamelcentrum:* inrichting voor het verzamelen van hoefdieren of pluimvee van waaruit dieren worden verplaatst of die dieren ontvangt; - *wet:* Wet dieren; - *zeug:* varken van het vrouwelijk geslacht na de worp van haar eerste biggen, kennelijk bestemd voor de fokkerij. @@ -320,6 +328,335 @@ b. goedkeuring van tarieven en de gevallen waarin een besluit tot goedkeuring ka **3.** Artikel 5.9, derde lid, van het Besluit diergeneeskundigen is van toepassing. +### Paragraaf 7. Melding en bewaking dierziekten en zoönosen + +### Artikel 1.29 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 1.30 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 1.31 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 1.32 + +**1.** Onze Minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van richtlijn 2003/99/EG. + +**2.** + +Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de implementatie van richtlijn 2003/99/EG over de aanwezigheid van zoönosen en zoönoseverwekkers en antimicrobiële resistentie bij zoönoseverwekkers en andere verwekkers die een gevaar opleveren voor de volksgezondheid, met betrekking tot: + +a. het doen van onderzoek; +b. het bewaren van gegevens, en +c. het ter beschikking stellen van onderzoeksresultaten. + +**3.** De regels, bedoeld in het tweede lid, worden vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. + +### Artikel 1.33 + +Een exploitant van een levensmiddelenbedrijf als bedoeld in artikel 3, derde lid, van verordening (EG) nr. 178/2002, die onderzoek doet naar de aanwezigheid van zoönosen of zoönoseverwekkers die overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van richtlijn 2003/99/EG worden bewaakt: + +a. houdt de resultaten van dat onderzoek bij: +b. bewaart de onderzoeksgegevens en de relevante isolaten gedurende twee jaar, en +c. stelt de onderzoeksresultaten of relevante isolaten op verzoek ter beschikking aan Onze Minister. + +### Paragraaf 8. Bijeenbrengen van dieren + +#### Paragraaf 8.1. Algemeen + +### Artikel 1.34 + +**1.** Het is toegestaan om hoefdieren te verzamelen op een vervoermiddel als bedoeld in artikel 133, tweede lid, van verordening (EU) nr. 2016/429, indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in dat lid. + +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op varkens, met uitzondering van varkens die kennelijk bestemd zijn voor de slacht. + +### Artikel 1.35 + +**1.** + +Bij het verzamelen, bedoeld in artikel 1.34, is het toegestaan evenhoevigen ten hoogste een keer over te laden van een vervoermiddel op een bij dat vervoermiddel behorende achterwagen, indien: + +a. bij het overladen alle aanwezige dieren worden verplaatst naar de achterwagen; +b. het overladen van dieren plaatsvindt op een inrichting als bedoeld in artikel 2.10a of 2.10c of een andere inrichting die voldoet aan de krachtens artikel 2.10a gestelde regels; en +c. het lege vervoermiddel na het overladen wordt gereinigd en ontsmet. + +**2.** In afwijking van het eerste lid, aanhef is het overladen voor runderen die kennelijk bestemd zijn voor de slacht ten hoogste twee keer toegestaan en is het hierbij, in afwijking van het eerste lid, onderdelen a en c, toegestaan mannelijke runderen die kennelijk bestemd zijn voor de slacht en die ouder zijn dan 12 maanden niet te verplaatsen van de voorwagen naar de achterwagen en enkel de kritische delen van het vervoermiddel te reinigen en ontsmetten. + +### Artikel 1.36 + +De exploitant van een verzamelcentrum meldt de aanvang en het einde van de periode waarin dieren op een verzamelcentrum worden gehouden uiterlijk om 8:00 uur op de werkdag voor aanvang van die periode bij Onze Minister. + +### Artikel 1.37 + +**1.** + +Indien een vervoermiddel waarmee evenhoevigen worden vervoerd op verschillende adressen wordt geladen, onderscheidenlijk gelost, wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: + +a. het laden, onderscheidenlijk lossen van het vervoermiddel vindt telkens buiten de stal plaats; en +b. na het laden, onderscheidenlijk lossen worden telkens de kritische delen van het vervoermiddel gereinigd en ontsmet. + +**2.** + +Bij ministeriële regeling kunnen per diercategorie regels worden gesteld over: + +a. het aantal adressen waarop ten hoogste wordt geladen en gelost; +b. de inrichting waar wordt geladen en gelost; +c. de aard van het vervoermiddel. + +### Artikel 1.38 + +Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de gegevens die een vervoeder bijhoudt, bedoeld in artikel 104 en de op artikel 106 van verordening (EU) nr. 2016/429 vastgestelde gedelegeerde verordening, met betrekking tot: + +a. de termijn waarbinnen de vervoerder de gegevens bijhoudt; +b. de termijn waarbinnen de vervoerder de gegevens bewaart; +c. de wijze waarop de gegevens worden bijgehouden. + +### Artikel 1.39 + +**1.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het verblijf van evenhoevigen op een inrichting nadat die dieren of andere dieren op die inrichting zijn aangevoerd. + +**2.** + +De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op: + +a. de aard en indeling van deinrichting; +b. de minimale verblijfsduur op een inrichting; +c. de soorten of categorieën dieren. + +#### Paragraaf 8.2. Bijeenbrengen voor vervoer binnen Nederland + +### Artikel 1.40 + +Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de toepasselijkheid van artikel 97, eerste lid, onderdelen a, b, c, d en e, van verordening (EU) nr. 2016/429 en de krachtens het tweede lid, onderdelen a, c, d en e, van dat artikel vastgestelde gedelegeerde verordening op inrichtingen voor de verzameling van hoefdieren van waaruit slechts dieren worden verplaatst naar een inrichting in Nederland en die slechts dieren ontvangen van een inrichting in Nederland. + +### Artikel 1.41 + +**1.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de toepasselijkheid van de krachtens artikel 135 van verordening (EU) nr. 2016/429 vastgestelde gedelegeerde verordening op het verzamelen van uit Nederland afkomstige dieren die worden vervoerd naar een inrichting in Nederland. + +**2.** + +In aanvulling op de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld met betrekking tot: + +a. het verzamelen van bepaalde diersoorten of diercategorieën; +b. het aantal toegestane verzamelingen; +c. de herkomst, bestemming of eindbestemming van de dieren; +d. het melden van bepaalde houderijen bij Onze Minister; +e. de registratie van verplaatsing van dieren; +f. de aanvang en het einde van de periode waarin dieren op een verzamelcentrum worden gehouden; +g. de reiniging en ontsmetting na een verzamelperiode. + +### Artikel 1.42 + +Artikel 126, tweede lid, van verordening (EU) nr. 2016/429 is van overeenkomstige toepassing op het verplaatsen van evenhoevigen en pluimvee van een inrichting in Nederland naar een andere inrichting in Nederland. + +### Artikel 1.43 + +**1.** + +In aanvulling op de gegevens, bedoeld in artikel 104 van verordening (EU) nr. 2016/429, houdt een vervoerder die hoefdieren of pluimvee telkens uitsluitend binnen Nederland vervoert, over elk vervoermiddel de volgende gegevens bij: + +a. het kenteken- of registratienummer; +b. de data en de tijdstippen waarop de dieren bij de inrichting van oorsprong worden ingeladen; +c. de naam, het adres en het unieke registratie- of erkenningsnummer van elke bezochte inrichting; +d. de data en tijdstippen waarop de dieren bij de inrichting van bestemming worden uitgeladen; +e. de data en plaatsen van de reiniging, ontsmetting en desinfestatie van vervoermiddelen; +f. de referentienummers van de documenten die de dieren vergezellen. + +**2.** Een vervoerder bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, drie jaar. + +### Paragraaf 9. Houden van schapen of geiten + +### Artikel 1.44 + +**1.** Het is verboden schapen of geiten te insemineren of zo te houden dat bevruchting kan plaatsvinden van schapen of geiten die op een inrichting waar een besmetting met Q-koorts is vastgesteld aanwezig zijn geweest tussen het tijdstip waarop die besmetting is vastgesteld en 1 juni 2010. + +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing vrouwelijke dieren, geboren op of na 1 juli 2009. + +### Artikel 1.45 + +**1.** Een houder van schapen of geiten zorgt ervoor dat bezoekers niet met die dieren in contact kunnen komen ten tijde van de geboorte van hun lammeren. + +**2.** De in het eerste lid bedoelde zorgplicht houdt in ieder geval in dat de houder zorgt dat bezoekers een stal waar lammeren worden geboren niet kunnen betreden. + +**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien het bezoek noodzakelijk is in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf. + +### Artikel 1.46 + +**1.** + +Een houder van schapen of geiten laat de dieren tegen Q-koorts vaccineren in de volgende gevallen: + +a. de houder houdt meer dan 50 schapen of geiten op een inrichting ten behoeve van de bedrijfsmatige productie van melk of voor de opfok ten behoeve van die productie; +b. de houder houdt schapen of geiten op een inrichting die is opengesteld voor het publiek met het oogmerk om direct contact tussen bezoekers en dieren te faciliteren; +c. de dieren worden vervoerd naar een inrichting als bedoeld in onderdeel a of b; +d. de dieren worden vervoerd naar een tentoonstelling, keuring of ander evenement. + +**2.** + +De houder, bedoeld in het eerste lid, laat de dieren vaccineren ten minste drie weken en ten hoogste twaalf maanden voorafgaand aan: + +a. de openstelling voor het publiek van de inrichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b; +b. het dekken door, onderscheidenlijk gedekt of geïnsemineerd worden van de dieren, indien de dieren worden gehouden op een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b; +c. het vervoer van de dieren naar een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b; of +d. het vervoer van de dieren naar een tentoonstelling, keuring of ander evenement. + +**3.** De houder, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, laat de dieren opnieuw vaccineren binnen twaalf maanden na de vaccinatie, bedoeld in het tweede lid, en vervolgens elke twaalf maanden. + +**4.** + +Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op schapen of geiten die: + +a. in hun eerste levensjaar worden geslacht en die geen dieren dekken, onderscheidenlijk gedekt of geïnsemineerd worden; of +b. jonger zijn dan drie maanden. + +### Artikel 1.47 + +**1.** Een houder meldt Onze Minister binnen een week na elke vaccinatie tegen Q-koorts op welke datum een schaap of geit is gevaccineerd. + +**2.** + +De houder administreert: + +a. de hoeveelheid gebruikt vaccin; +b. het aantal gevaccineerde dieren; +c. de vaccinatiedatum; + +**3.** De gegevens, bedoeld in het tweede lid, worden voorzien van een handtekening van de houder en de dierenarts die de vaccinatie heeft uitgevoerd. + +**4.** De houder doet de melding, bedoeld in het eerste lid, via een door Onze Minister beschikbaar gesteld middel. + +**5.** De houder bewaart de gegevens, bedoeld in het tweede lid, twee jaar. + +### Paragraaf 10. Registratie en erkenning van inrichtingen + +### Artikel 1.48 + +Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de termijn waarbinnen de gegevens, bedoeld in de artikelen 84, tweede lid, 87, tweede lid, 90, tweede lid, 96, tweede lid, 172, tweede lid, of 180, tweede lid, verordening (EU) nr. 2016/429, worden verstrekt. + +### Paragraaf 11. Identificatie en registratie van dieren + +### Artikel 1.49 + +De paragraaf en de daarop berustende bepalingen berusten mede op de artikelen 34 en 37 van de Meststoffenwet, artikel 12.29, aanhef en onder e en f, van de Wet milieubeheer en artikel 13 van de Landbouwwet. + +#### Paragraaf 11.1. Algemeen + +### Artikel 1.50 + +De verantwoordelijkheid voor het identificatie- en registratiesysteem, bedoeld in artikel 108, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/429, berust bij Onze Minister. + +### Artikel 1.51 + +Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de gegevens die een exploitant ten behoeve van het identificatie- en registratiesysteem, bedoeld in artikel 108 verordening (EU) nr. 2016/429, aan Onze Minister verstrekt, in aanvulling op de artikelen 112 tot en met 115 van verordening (EU) nr. 2016/429, met betrekking tot: + +a. de door hem gehouden dieren; +b. de termijn waarbinnen en de voorwaarden waaronder de gegevens aan Onze Minister worden verstrekt; +c. het middel waarmee de gegevens worden verstrekt. + +### Artikel 1.52 + +**1.** Het identificatie- en registratiesysteem, bedoeld in artikel 108, verordening (EU) nr. 2016/429, bevat gegevens in verband met gehouden kippen, kalkoenen, parelhoenders en eenden. + +**2.** + +Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de gegevens die een exploitant die verantwoordelijk is voor de in het eerste lid bedoelde dieren aan Onze Minister verstrekt met betrekking tot: + +a. de verplaatsing van door hem gehouden dieren als bedoeld in het eerste lid; +b. de inrichting waarin de dieren, bedoeld in het eerste lid, worden gehouden; +c. de termijn waarbinnen en de voorwaarden waaronder de gegevens aan Onze Minister worden verstrekt; +d. het middel waarmee de gegevens worden verstrekt. + +### Artikel 1.53 + +Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het herstel of de intrekking van een kennisgeving, bedoeld in de artikelen 1.51 en 1.52, en de voorwaarden waaronder een kennisgeving kan worden hersteld, ingetrokken of alsnog kan worden gedaan. + +### Artikel 1.54 + +Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over gegevens die een exploitant bijhoudt, in aanvulling op artikel 102 en de op artikel 106 van verordening (EU) nr. 2016/429 gebaseerde gedelegeerde verordening met betrekking tot: + +a. de door hem gehouden dieren; +b. de op de inrichting aanwezige identificatiemiddelen; +c. de termijn waarbinnen de exploitant de gegevens bijhoudt; +d. de termijn waarbinnen de exploitant de gegevens bewaart; +e. de wijze waarop de gegevens worden bijgehouden. + +### Artikel 1.55 + +Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de identificatiedocumenten, verplaatsingsdocumenten en andere documenten, bedoeld in artikel 110, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/429, en de op de artikelen 118, eerste lid, onder b, onder ii, tweede lid, onder b, c en d, en 119 van verordening (EU) nr. 2016/429 gebaseerde uitvoerings- of gedelegeerde verordening met betrekking tot: + +a. de aanvraag en afgifte van een identificatiedocument, een duplicaat of een vervangend identificatiedocument; +b. de instantie die identificatiedocumenten voor paardachtigen uitgeeft; +c. de termijn waarbinnen aanvraag van een identificatiedocument wordt ingediend; +d. de geldigheid van een identificatie- of verplaatsingsdocument. + +#### Paragraaf 11.2. Identificatiemiddelen + +### Artikel 1.56 + +**1.** Een aanvraag voor een goedkeuring van een identificatiemiddel voor runderen, schapen, geiten, varkens, paardachtigen, kameelachtigen of hertachtigen wordt gedaan met een daartoe door Onze Minister beschikbaar gesteld middel. + +**2.** Het model van het identificatiemiddel waarvoor goedkeuring wordt gevraagd, vergezelt de aanvraag. + +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen voor de daarin te onderscheiden diersoorten of diercategorieën regels worden gesteld over de gegevens die bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt. + +**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de gevallen waarin een aanvraag als bedoeld in het eerste lid door Onze Minister wordt goedgekeurd of waarin een goedkeuring wordt ingetrokken. + +### Artikel 1.57 + +**1.** Onze Minister of de leverancier van een goedgekeurd identificatiemiddel verstrekt een identificatiemiddel uitsluitend aan een exploitant die daartoe een bestelling heeft gedaan. + +**2.** + +Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over: + +a. het middel waarmee een bestelling kan worden geplaatst bij Onze Minister; +b. de door de leverancier bij te houden administratie over bestelde en geleverde identificatiemiddelen; +c. de door de leverancier aan te leveren informatie aan Onze Minister; +d. degene aan wie een leverancier identificatiemiddelen verstrekt; +e. de identificatiemiddelen die de leverancier verstrekt. + +### Artikel 1.58 + +Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over: + +a. het aanbrengen en het gebruik van een identificatiemiddel; +b. de verwijdering, wijziging of vervanging van een identificatiemiddel; +c. de vernietiging van een elektronisch identificatiemiddel; +d. de termijn waarbinnen en de voorwaarden waaronder een identificatiemiddel wordt aangebracht. + +### Paragraaf 12. Handel + +### Artikel 1.59 + +**1.** Ingeval artikel 243, tweede lid, van verordening (EU) nr. 2016/429 van toepassing is en de regelgeving of de bevoegde autoriteit van het derde land waarvoor dieren zijn bestemd, vereist dat de dieren voldoen aan door het derde land gestelde vereisten, wordt een officieel certificaat afgegeven door Onze Minister, waaruit blijkt dat aan deze eisen is voldaan. + +**2.** Ingeval de regelgeving of de bevoegde autoriteit van een derde land, bedoeld in het eerste lid, een bepaalde gezondheidsstatus vereist van dieren, maar geen eisen stelt aan de laboratoria waarin en de wijze waarop laboratoriumanalyses, -tests en -diagnoses worden uitgevoerd, vinden deze plaats in een daartoe door Onze Minister erkend laboratorium. + +**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid ingeval er voor het onderzoek met betrekking tot een bepaalde gezondheidsstatus geen laboratorium is erkend. + +### Artikel 1.60 + +Ingeval artikel 234, derde lid, van verordening (EU) nr. 2016/429 van toepassing is, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld over het binnen Nederland brengen van dieren met betrekking tot: + +a. de gezondheidsstatus van dieren; +b. de begeleidende documenten die dieren vergezellen. + +### Paragraaf 13. Sera en entstoffen + +### Artikel 1.61 + +**1.** Het is verboden om een levende entstof toe te passen bij dieren tegen bij ministeriële regeling aangewezen ziekten. + +**2.** Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op het toepassen van een bij ministeriële regeling aangewezen levende entstof tegen een in die regeling aangewezen dierziekte. + +**3.** Het is verboden om een niet-levende entstof of serum tegen bij ministeriële regeling aangewezen ziekten toe te passen bij dieren. + +**4.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen het verbod, bedoeld in het derde lid, niet van toepassing is. + ## Hoofdstuk 2. Houden van dieren voor landbouwdoeleinden ### Paragraaf 1. Algemeen @@ -405,8 +742,86 @@ Onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 2.19, derde lid, van de wet, **2.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden ten minste drie jaar door de houder bewaard. +### Paragraaf 3a. Reinigen en ontsmetten + +### Artikel 2.10a + +**1.** Een houder van tien of meer evenhoevigen beschikt over een reinigings- en ontsmettingsplaats op de inrichting waar die evenhoevigen worden gehouden. + +**2.** + +Het eerste lid is niet van toepassing indien: + +a. op die inrichting geen evenhoevigen worden aangevoerd; of +b. de inrichting is een weide, perceel of een andere plaats zonder opstal, waar geen voorzieningen aanwezig zijn of redelijkerwijs kunnen worden aangelegd. + +**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de aanwezige voorzieningen op een reinigings- en ontsmettingsplaats. + +### Artikel 2.10b + +Een houder als bedoeld in artikel 2.10a verleent na aanvoer van evenhoevigen medewerking aan de reiniging en ontsmetting van het vervoermiddel waarmee die dieren zijn vervoerd. + +### Artikel 2.10c + +**1.** + +Onze Minister erkent een reinigings- en ontsmettingsplaats, indien: + +a. die plaats zodanig is ingericht dat deze geschikt is om vervoermiddelen voor evenhoevigen, pluimvee, broedeieren of laadkisten voor deze dieren of broedeieren deugdelijk en efficiënt te reinigen en ontsmetten, ongeacht het type vervoermiddel en onder alle klimatologische omstandigheden; +b. de exploitant de wijze van exploitatie en van reiniging en ontsmetting heeft vastgelegd in een protocol, waarin is vermeld of de plaats geschikt is voor de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen als bedoeld in onderdeel a en waarin wordt gewaarborgd dat elk van die vervoermiddelen deugdelijk en efficiënt gereinigd en ontsmet wordt en op zodanige wijze dat de bioveiligheid niet in gevaar komt. + +**2.** Onze Minister houdt een register bij van erkende reinigings- en ontsmettingsplaatsen. + +### Artikel 2.10d + +**1.** + +Een exploitant van een op grond van artikel 2.10c erkende reinigings- en ontsmettingsplaats, een slachthuis of een verzamelcentrum zorgt ervoor dat: + +a. reiniging- en ontsmetting gebeurt volgens een daartoe opgesteld protocol als bedoeld in artikel 2.10c, eerste lid, onderdeel b; +b. de exploitant of een vertegenwoordiger van die exploitant aanwezig is bij elke reiniging- en ontsmetting. + +**2.** + +De exploitant, bedoeld in het eerste lid, registreert per vervoermiddel onmiddellijk: + +a. datum en tijdstip waarop reiniging en ontsmetting heeft plaatsgevonden; +b. het kenteken van het vervoermiddel, of, indien een kenteken ontbreekt, naam, adres en woonplaats van de vervoerder. + +**3.** + +De exploitant, bedoeld in het eerste lid, geeft desgevraagd een bewijs van reiniging en ontsmetting af dat is voorzien van de gegevens van: + +a. respectievelijk de reinigings- en ontsmettingsplaats, het slachthuis of het verzamelcentrum; +b. de datum van reiniging en ontsmetting; en +c. zijn handtekening. + +**4.** De exploitant, bedoeld in het eerste lid, bewaart de gegevens, bedoeld in het tweede lid, drie jaar. + +### Artikel 2.10e + +**1.** Indien een reinigings- en ontsmettingsplaats niet langer voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikel 2.10c of 2.10d, kan Onze Minister de erkenning schorsen of intrekken. + +**2.** Onze Minister kan een schorsing beëindigen, als de exploitant heeft aangetoond aan de in het eerste lid bedoelde eisen te voldoen. + +### Artikel 2.10f + +**1.** Een vervoermiddel waarmee een of meer evenhoevigen, pluimvee of broedeieren in Nederland worden gebracht, afkomstig uit een derde land of uit een door Onze Minister aangewezen lidstaat, dat wordt gelost op een inrichting die niet beschikt over een ingevolge artikel 2.10c erkende reinigings- en ontsmettingsplaats, wordt in voorkomend geval na reiniging en ontsmetting als bedoeld in artikel 2.10b onmiddellijk vervoerd naar een ingevolge artikel 2.10c erkende reinigings- en ontsmettingsplaats, een slachthuis of een verzamelcentrum, om aldaar te worden gereinigd en ontsmet. + +**2.** Een vervoermiddel dat kennelijk is gebruikt voor het vervoeren van evenhoevigen, pluimvee of broedeieren in derde landen, of in door Onze Minister aangewezen lidstaten, en dat vanuit deze derde landen of lidstaten, anders dan in doorvoer leeg in Nederland wordt gebracht, wordt onmiddellijk gereinigd en ontsmet op een ingevolge artikel 2.10c erkende reiniging- en ontsmettingsplaats, een slachthuis of een verzamelcentrum. + +**3.** De exploitant van het vervoermiddel, bedoeld in het eerste of tweede lid, overlegt binnen 24 uur na binnenkomst in Nederland aan Onze Minister een bewijs van de reiniging en ontsmetting als bedoeld in artikel 2.10d, derde lid. + +**4.** Wanneer het vervoermiddel, bedoeld in het eerste of tweede lid, afkomstig is uit een lidstaat, meldt de exploitant aan Onze Minister in aanvulling op het derde lid binnen 24 uur na binnenkomst in Nederland het nummer van het gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 143, van verordening (EU) nr. 2016/429, dat het meest recentelijk is afgegeven. + +**5.** Een lidstaat als bedoeld in het eerste en tweede lid kan worden aangewezen indien er op het grondgebied van die lidstaat een uitbraak van een bij ministeriële regeling aangewezen besmettelijke dierziekte is bevestigd. + +**6.** Het eerste, tweede, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vervoermiddel dat afkomstig is uit een door Onze Minister aangewezen geografisch afgebakend gebied van een lidstaat waar een besmettelijke dierziekte als bedoeld in het vijfde lid bij een in het wild levend dier is bevestigd. + ### Paragraaf 4. Houden van varkens voor productie +#### Paragraaf 4.1. Begripsbepalingen + ### Artikel 2.11 In deze paragraaf wordt verstaan onder: @@ -420,6 +835,8 @@ In deze paragraaf wordt verstaan onder: - *volwassen beer:* beer van 18 maanden of ouder; - *zogende zeug:* zeug tot aan het spenen van de biggen. +#### Paragraaf 4.2. Welzijnsvoorschriften + ### Artikel 2.12 Als handelingen als bedoeld in artikel 2.9, derde lid, van de wet worden aangewezen het door de houder van het varken: @@ -608,8 +1025,236 @@ Indien varkens in een groep worden gehouden en niet ad libitum of via een automa De invoer van varkens die vanuit een derde land via Nederland voor het eerst op het grondgebied van de Europese Unie worden gebracht, is slechts toegestaan indien de varkens vergezeld gaan van een geldig, door de bevoegde autoriteit van dat derde land afgegeven, volledig ingevuld en gedagtekend certificaat als bedoeld in artikel 9 van richtlijn 2008/120/EG van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van varkens (Gecodificeerde versie; PbEG 2009, L 47). +#### Paragraaf 4.3. Gezondheidsvoorschriften + +##### Paragraaf 4.3.1. Vervoer van en naar inrichtingen met varkens + +### Artikel 2.27a + +In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: + +a. *A-bedrijf:* inrichting als bedoeld in artikel 2.27b, eerste lid, onderdeel a; +b. *B-bedrijf:* inrichting als bedoeld in artikel 2.27b, eerste lid, onderdeel b; +c. *C-bedrijf:* inrichting als bedoeld in artikel 2.27b, eerste lid, onderdeel c; +d. *D-bedrijf:* inrichting als bedoeld in artikel 2.27b, tweede lid; +e. *E-bedrijf:* inrichting als bedoeld in artikel 2.27b, eerste lid, onderdeel d; +f. *F-bedrijf:* inrichting als bedoeld in artikel 2.27b, eerste lid, onderdeel e; +g. *onderzoeksinstituut:* onderzoeksinstituut dat beschikt over een instellingsvergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de dierproeven; +h. *RE-bedrijf:* inrichting als bedoeld in artikel 2.27b, eerste lid, onderdeel f. + +### Artikel 2.27b + +**1.** + +Onze Minister registreert op aanvraag een inrichting waar varkens worden gehouden en waar slechts één varkenshouder actief is als: + +a. A-bedrijf, indien op de inrichting vrouwelijke varkens worden gehouden voor het produceren van biggen en wordt voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels; +b. B-bedrijf, indien op de inrichting vrouwelijke varkens worden gehouden voor het produceren van biggen; +c. C-bedrijf, indien op de inrichting gespeende varkens of gebruiksvarkens worden opgefokt tot beer of gelt en wordt voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels; +d. E-bedrijf, indien op de inrichting gespeende varkens worden opgefokt tot gebruiksvarkens, slechts gespeende varkens worden aangevoerd die uitsluitend afkomstig zijn van hetzelfde A-bedrijf en wordt voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels; +e. F-bedrijf, indien op de inrichting gespeende varkens worden opgefokt tot gebruiksvarkens en slechts gespeende varkens worden aangevoerd die uitsluitend afkomstig zijn van hetzelfde B-bedrijf; +f. RE-bedrijf, indien op de inrichting op elk moment ten hoogste vier of minder varkens en hun eventuele biggen worden gehouden. + +**2.** Onze Minister registreert een inrichting waar varkens worden gehouden als D-bedrijf, indien ten aanzien van die inrichting niet is voldaan aan de criteria, bedoeld in het eerste lid. + +**3.** + +De regels, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, c en d, kunnen betrekking hebben op: + +a. de ruimte en het terrein waar dieren worden gehouden; +b. de aanwezige voorzieningen; +c. de te verrichten onderzoeken bij dieren naar de aanwezigheid van besmettelijke dierziekten of zoönosen en de informatie die daarover aan Onze Minister wordt verstrekt. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid te voegen informatie. + +### Artikel 2.27c + +Artikel 2.27b is niet van toepassing op: + +a. een onderzoeksinstituut; +b. een slachthuis; +c. een spermawininrichting; +d. een verzamelcentrum in Nederland. + +### Artikel 2.27d + +**1.** + +Ten hoogste drie houders van varkens die zijn geregistreerd als C-bedrijf kunnen zich bij Onze Minister registreren als cluster, indien dat cluster: + +a. varkens afneemt van telkens hetzelfde A-bedrijf of E-bedrijf, en +b. varkens afvoert naar ten hoogste 30 B-bedrijven of D-bedrijven per twaalf maanden. + +**2.** + +Bij de registratie melden de houders via een door Onze Minister beschikbaar gesteld middel: + +a. naam en adresgegevens van de betreffende houders; +b. de verdeling van het aantal afleveradressen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. + +**3.** De samenstelling van een cluster en de verdeling van het aantal afleveradressen kunnen éénmaal per twaalf maanden worden gewijzigd via een daartoe door Onze Minister beschikbaar gesteld middel. + +### Artikel 2.27e + +**1.** + +Twee houders van varkens die zijn geregistreerd als F-bedrijf kunnen zich bij Onze Minister registreren als cluster, indien dat cluster: + +a. varkens afneemt van uitsluitend een en hetzelfde B-bedrijf, en +b. varkens afvoert naar uitsluitend het B-bedrijf, bedoeld in onderdeel a, of naar ten hoogste: + +1°. zes D-bedrijven per periode van zes weken, en +2°. twaalf D-bedrijven per periode van zestien weken. + +**2.** Bij de registratie melden de houders via een door Onze Minister beschikbaar gesteld middel de naam en adresgegevens van de betreffende houders. + +**3.** De samenstelling van een cluster kan éénmaal per twaalf maanden worden gewijzigd via een daartoe door Onze Minister beschikbaar gesteld middel. + +### Artikel 2.27f + +Onze Minister kan een registratie als bedoeld in artikel 2.27b, eerste lid, schorsen of intrekken, indien de houder: + +a. niet langer voldoet aan de registratievoorwaarden; of +b. in strijd handelt met de vervoersbepalingen, bedoeld in de artikelen 2.27g tot en met 2.27n. + +### Artikel 2.27g + +**1.** Varkens worden slechts vervoerd vanaf of naar een inrichting die is geregistreerd op grond van artikel 2.27b, indien dat vervoer is toegestaan op grond van de artikelen 2.27h tot en met 2.27n. + +**2.** + +Het eerste lid is niet van toepassing, indien een houder varkens: + +a. afvoert naar een slachthuis, al dan niet via een verzamelcentrum; +b. afvoert naar een spermawininrichting; +c. afvoert naar een onderzoeksinstituut; +d. afvoert naar een RE-bedrijf; +e. aanvoert van of afvoert naar een inrichting in het buitenland, al dan niet via een verzamelcentrum. + +### Artikel 2.27h + +**1.** + +Het is toegestaan om varkens aan te voeren op een A-bedrijf, indien: + +a. het aanvoer betreft van: + +1°. gelten of zeugen respectievelijk beren die afkomstig zijn van telkens hetzelfde A-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of spermawininrichting; of +2°. gespeende varkens vanaf een E-bedrijf en die varkens oorspronkelijk van dat A-bedrijf afkomstig waren; +b. die varkens na aanvoer worden gehouden in een stal, afgescheiden van de overige stallen, totdat onderzoek van bloedmonsters is uitgevoerd waaruit blijkt dat in die monsters geen antilichamen zijn aangetroffen tegen klassieke varkenspest en geen gB-antilichamen tegen de ziekte van Aujeszky; of +c. vanaf dat bedrijf in de zes weken na de dag waarop die varkens zijn aangevoerd slechts varkens worden afgevoerd naar een slachthuis, al dan niet via een verzamelcentrum. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de stal waarin varkens worden gehouden en het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. + +**3.** + +Het is toegestaan om varkens af te voeren van een A-bedrijf, indien die afvoer plaatsvindt naar: + +a. een A-bedrijf, B-bedrijf of D-bedrijf; +b. telkens hetzelfde C-bedrijf of cluster van C-bedrijven als bedoeld in artikel 2.27d; of +c. telkens hetzelfde E-bedrijf. + +### Artikel 2.27i + +**1.** + +Het is toegestaan om varkens aan te voeren op een B-bedrijf, indien het aanvoer betreft van: + +a. gelten of zeugen respectievelijk beren die afkomstig zijn van telkens hetzelfde A-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of spermawininrichting, of +b. gespeende varkens of gelten vanaf een F-bedrijf en die varkens oorspronkelijk van dat B-bedrijf afkomstig waren. + +**2.** + +Het is toegestaan om varkens af te voeren van een B-bedrijf, indien afvoer plaatsvindt naar: + +a. een D-bedrijf al dan niet via hetzelfde F-bedrijf, waarbij per periode van: + +1°. zes weken afvoer is toegestaan naar ten hoogste zes D-bedrijven, en +2°. zestien weken afvoer is toegestaan naar ten hoogste twaalf D-bedrijven; +b. uitsluitend hetzelfde cluster van F-bedrijven. + +### Artikel 2.27j + +**1.** Het is toegestaan om varkens aan te voeren op een C-bedrijf, indien aanvoer plaatsvindt vanaf telkens hetzelfde A-bedrijf of E-bedrijf. + +**2.** + +Het is toegestaan om varkens af te voeren van een C-bedrijf, indien die afvoer plaatsvindt naar: + +a. een A-bedrijf; +b. een B-bedrijf of D-bedrijf, waarbij: + +1°. per twaalf maanden naar ten hoogste 40 bedrijven wordt afgevoerd; of +2°. voor zover het C-bedrijf onderdeel is van een cluster van C-bedrijven als bedoeld in artikel 2.27d, per twaalf maanden door de bedrijven in dat cluster gezamenlijk naar ten hoogste 30 bedrijven wordt afgevoerd. + +### Artikel 2.27k + +Het is toegestaan om varkens aan te voeren op een D-bedrijf, indien die dieren afkomstig zijn van een A-bedrijf, B-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of F-bedrijf, waarbij per periode van zestien weken aanvoer plaatsvindt van ten hoogste zes bedrijven. + +### Artikel 2.27l + +**1.** Het is toegestaan om varkens aan te voeren op een E-bedrijf, indien aanvoer plaatsvindt vanaf uitsluitend een en hetzelfde A-bedrijf. + +**2.** + +Het is toegestaan om varkens af te voeren van een E-bedrijf, indien afvoer plaatsvindt naar: + +a. een A-bedrijf, B-bedrijf of D-bedrijf; of +b. uitsluitend hetzelfde C-bedrijf of cluster van C-bedrijven als bedoeld in artikel 2.27d. + +### Artikel 2.27m + +**1.** Het is toegestaan om varkens aan te voeren op een F-bedrijf, indien aanvoer plaatsvindt vanaf uitsluitend een en hetzelfde B-bedrijf. + +**2.** + +Het is toegestaan om varkens af te voeren van een F-bedrijf naar: + +a. het B-bedrijf waarvan die dieren oorspronkelijk afkomstig waren; of +b. een D-bedrijf, waarbij voor zover het F-bedrijf onderdeel is van een cluster van F-bedrijven als bedoeld in artikel 2.27e, per periode van: + +1°. zes weken afvoer is toegestaan naar ten hoogste zes D-bedrijven, en +2°. zestien weken afvoer is toegestaan naar ten hoogste twaalf D-bedrijven. + +### Artikel 2.27n + +Het is toegestaan om varkens aan te voeren op een RE-bedrijf, indien daarmee op het bedrijf niet meer dan vier varkens en hun eventuele biggen worden gehouden. + +### Artikel 2.27o + +**1.** Een houder van varkens als bedoeld in artikel 2.27h, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, of derde lid, onderdelen b of c, of artikel 2.27i, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, of tweede lid, die uitsluitend van hetzelfde bedrijf dieren ontvangt of aan hetzelfde bedrijf of dezelfde bedrijven dieren levert, registreert dat bij Onze Minister via een daartoe door Onze Minister beschikbaar gesteld middel. + +**2.** Een houder als bedoeld in het eerste lid kan éénmaal per twaalf maanden wisselen van leverancier of afnemer van varkens, nadat de houder daarvan melding heeft gedaan bij Onze Minister via een daartoe door Onze Minister beschikbaar gesteld middel. + +**3.** De wisseling, bedoeld in het tweede lid, kan voor een A-bedrijf of B-bedrijf zowel voor gelten en zeugen plaatsvinden als voor beren. + +### Artikel 2.27p + +**1.** Een houder van varkens voert geen varkens van zijn bedrijf af onderscheidenlijk op zijn bedrijf aan zonder voorafgaande toestemming van Onze Minister. + +**2.** Het vervoer, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats binnen zeven dagen nadat toestemming is verkregen. + +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de aanvraag en de documentatie van de toestemming, bedoeld in het eerste lid. + +##### Paragraaf 4.3.2. Monitoringsvoorschriften + +### Artikel 2.27q + +**1.** Een houder van varkens als bedoeld in artikel 2.27b, eerste lid, onderdelen a tot en met e, en tweede lid, laat die dieren onderzoeken op de aanwezigheid van besmettelijke dierziekten. + +**2.** + +Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over: + +a. de aard en de frequentie van het onderzoek; +b. het aanleveren en bewaren van gegevens; +c. het ter beschikking stellen van onderzoeksresultaten; +d. de gevallen waarin het eerste lid niet van toepassing is. + ### Paragraaf 5. Houden van runderen voor productie +#### Paragraaf 5.1. Begripsbepalingen + ### Artikel 2.28 Als handelingen als bedoeld in artikel 2.9, derde lid, van de wet worden aangewezen het door houder van het rund: @@ -620,8 +1265,6 @@ c. verrichten van ingrepen als bedoeld in de artikelen 2.4, onderdeel b, en 2.6 d. het intraveneus toedienen aan een rund van een vloeistof die als werkzame bestanddelen uitsluitend calcium en magnesium bevat in een hoeveelheid van ten hoogste 450 ml; e. openleggen van zoolzweren bij runderen. -#### Paragraaf 5.1. Houden van kalveren voor productie - ### Artikel 2.29 In deze paragraaf wordt verstaan onder: @@ -632,6 +1275,8 @@ In deze paragraaf wordt verstaan onder: - *vleeskalf:* kalf dat kennelijk wordt opgefokt tot een rund bestemd om met het oog op de vleesproductie te worden geslacht op een leeftijd van ten hoogste acht maanden; - *vleesstierkalf:* kalf van het mannelijk geslacht dat wordt opgefokt tot een rund bestemd om met het oog op de vleesproductie te worden geslacht op een leeftijd van ten minste acht maanden. +#### Paragraaf 5.2. Welzijnsvoorschriften voor productie gehouden kalveren + ### Artikel 2.30 De artikelen 2.32 en 2.33 zijn niet van toepassing op een kalf dat door de moeder wordt gezoogd. @@ -748,8 +1393,25 @@ Het afzonderen, bedoeld in artikel 2.4, vierde lid, vindt plaats in een adequate De invoer van kalveren die vanuit een derde land via Nederland voor het eerst op het grondgebied van de de Europese Unie worden gebracht, is slechts toegestaan indien de kalveren vergezeld gaan van een geldig, door de bevoegde autoriteit van dat derde land afgegeven, volledig ingevuld en gedagtekend certificaat als bedoeld in artikel 8 van richtlijn 2008/119/EG van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren (Gecodificeerde versie; PbEU 2008, L 10). +#### Paragraaf 5.3. Gezondheidsvoorschriften + +### Artikel 2.46a + +**1.** Een houder van een rund, dat na een dracht van meer dan 100 dagen een of meer vruchten ter wereld heeft gebracht, laat bij dat dier binnen een week nadat die vrucht of vruchten ter wereld zijn gebracht een bloedmonster nemen en laat die monsters onderzoeken op de aanwezigheid van antilichamen tegen brucellose, indien die vrucht of vruchten spontaan meer dan 21 dagen eerder dan de gemiddelde draagtijd van het desbetreffende runderras ter wereld zijn gebracht. + +**2.** + +Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over: + +a. de monstername en het onderzoek, bedoeld in het eerste lid; en +b. administratie van de bemonstering. + ### Paragraaf 6. Houden van pluimvee voor productie +#### Paragraaf 6.1. Welzijnsvoorschriften + +##### Paragraaf 6.1.1. Algemeen + ### Artikel 2.47 Als handelingen als bedoeld in artikel 2.9, derde lid, van de wet worden aangewezen het door de houder van het pluimvee: @@ -760,7 +1422,7 @@ c. verrichten van ingrepen als bedoeld in de artikelen 2.2, onderdelen b tot en d. verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.6, onderdeel e, van het Besluit diergeneeskundigen, mits het dier niet ouder is dan twee dagen; e. verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.6, onderdeel n, van het Besluit diergeneeskundigen. -#### Paragraaf 6.1. Houden van vleeskuikens voor productie +##### Paragraaf 6.1.2. Houden van vleeskuikens voor productie ### Artikel 2.48 @@ -921,7 +1583,7 @@ b. de kruising of het ras van de vleeskuikens. ### Artikel 2.60 -**1.** In de twee jaren, voorafgaand aan de kennisgeving, bedoeld in artikel 2.59, eerste lid, zijn door ambtenaren als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, van de wet, dan wel in voorkomend geval door ambtenaren als bedoeld in artikel 114, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren op het pluimveebedrijf geen tekortkomingen in de naleving van deze paragraaf onderscheidenlijk van het Vleeskuikenbesluit 2010 waargenomen. +**1.** In de twee jaren, voorafgaand aan de kennisgeving, bedoeld in artikel 2.59, eerste lid, zijn door ambtenaren als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, van de wet op het pluimveebedrijf geen tekortkomingen in de naleving van deze paragraaf waargenomen. **2.** Ingeval er op het pluimveebedrijf in de twee jaren, bedoeld in het eerste lid, geen toezicht op de naleving van deze paragraaf heeft plaatsgevonden, geldt in afwijking van het eerste lid, dat er alsnog toezicht plaatsvindt, en hierbij geen tekortkomingen in de naleving van deze paragraaf worden waargenomen. @@ -969,7 +1631,7 @@ b. een pluimveebedrijf waar voorheen vleeskuikens werden gehouden op een wijze a **2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de kennisgeving, bedoeld in artikel 2.64, derde lid, en in het eerste lid, plaatsvindt. -#### Paragraaf 6.1a. Houden van ouderdieren van vleeskuikens voor productie +##### Paragraaf 6.1.2a. Houden van ouderdieren van vleeskuikens voor productie ### Artikel 2.65a @@ -1030,7 +1692,7 @@ Een dier dat wordt opgefokt om te worden gehouden als ouderdier beschikt over ee **3.** De houder van ouderdieren controleert tweemaal per dag de kwaliteit van het strooisel. -#### Paragraaf 6.2. Houden van legkippen voor productie +##### Paragraaf 6.1.3. Houden van legkippen voor productie ### Artikel 2.66 @@ -1054,21 +1716,6 @@ Deze paragraaf is niet van toepassing op houders van legkippen die minder dan 35 **2.** In afwijking van het eerste lid is het toegestaan legkippen in een kooi als bedoeld in artikel 2.71 te houden indien de legkippen ten minste worden gehuisvest en verzorgd overeenkomstig de artikelen 2.71 en 2.73 tot en met 2.76. -**3.** - -In afwijking van het eerste lid is het tot en met 31 december 2020 toegestaan legkippen in een kooi als bedoeld in artikel 2.72 te houden indien de legkippen ten minste worden gehuisvest en verzorgd overeenkomstig de artikelen 2.72 tot en met 2.76, voor zover het een huisvestingssysteem betreft waarvan de gebruiker kan aantonen dat: - -a. het voor 18 april 2008 is gebouwd, of -b. ten behoeve van dit huisvestingssysteem voor 18 april 2008: - -1° een milieuvergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is verleend, of -2° een aanvraag voor een bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet, is gedaan en: - -– een aanvraag voor een milieuvergunning is gedaan, of -– een melding als bedoeld in artikel 7 van het Besluit landbouw milieubeheer is gedaan, - -en dat het huisvestingssysteem voor 18 april 2010 is gebouwd en in gebruik is genomen. - ### Artikel 2.69 **1.** Onze Minister registreert houders van legkippen overeenkomstig artikel 7 van richtlijn 1999/74/EG van de Raad van 19 juli 1999 tot vaststelling van minimumnormen voor de bescherming van legkippen (PbEG 1999, L 203) of overeenkomstig de op grond van dat artikel vastgestelde uitvoeringsbepalingen. Hij verstrekt daartoe aan houders van legkippen een nummer dat geschikt is om de voor de menselijke consumptie in de handel gebrachte eieren te kunnen traceren. @@ -1222,7 +1869,7 @@ g. een continu werkende drinkgoot waarvan de lengte van de voor de legkippen toe **2.** Lokalen, uitrusting en gereedschappen waarmee de legkippen in aanraking komen, worden regelmatig grondig gereinigd en ontsmet, in elk geval telkens wanneer de kooien om sanitaire redenen worden leeggemaakt, en ook voordat een nieuwe partij legkippen wordt binnengebracht. Zolang de stal of de kooien bezet zijn, worden alle oppervlakken en alle installaties goed schoon gehouden. -#### Paragraaf 6.3. Houden van vleeskalkoenen voor productie +##### Paragraaf 6.1.4. Houden van vleeskalkoenen voor productie ### Artikel 2.76a @@ -1324,7 +1971,108 @@ Tijdens vervoer dat op Nederlands grondgebied begint en eindigt, worden vleeskal **3.** De houder van vleeskalkoenen en ouderdieren controleert tweemaal per dag de kwaliteit van het strooisel. -### Paragraaf 6a. Houden van konijnen voor productie +#### Paragraaf 6.2. Gezondheidsvoorschriften + +### Artikel 2.76ia + +In deze paragraaf wordt verstaan onder: + +- *verordening (EG) nr. 2160/2003:* Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (PbEU 2003, L 325). + +### Artikel 2.76ib + +**1.** Een houder van pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) nr. 2016/429 laat die dieren onderzoeken op de aanwezigheid van aviaire influenza. + +**2.** + +Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over: + +a. de momenten en de wijze waarop het onderzoek plaatsvindt; +b. de dieren waarbij het onderzoek plaatsvindt; +c. de administratie van de bemonstering. + +**3.** Een houder verplaatst de dieren, bedoeld in het eerste lid, slechts naar een andere in Nederland gelegen inrichting indien die dieren zijn onderzocht overeenkomstig de krachtens het tweede lid gestelde regels en de uitslag van het onderzoek bekend is. + +**4.** Het derde lid is niet van toepassing op dieren die binnen acht dagen na het uitkomen worden verplaatst, indien kan worden aangetoond dat de dieren afkomstig zijn van ouderdieren die zijn onderzocht overeenkomstig de krachtens het tweede lid gestelde regels en de uitslag van het onderzoek bekend is. + +### Artikel 2.76ic + +**1.** + +In aanvulling op artikel 97, eerste lid, aanhef, onderdeel a, aanhef en onder ii, van verordening (EU) nr. 2016/429 en de krachtens artikel 97, tweede lid, onderdeel b, van die verordening vastgestelde gedelegeerde verordening met voorschriften over de ziektebewaking ten aanzien van salmonella-serotypen die relevant zijn voor de diergezondheid en mycoplasma spp. stelt Onze Minister nadere regels over: + +a. de degene die monsters neemt; +b. het aanleveren van gegevens; +c. de administratie van uitslag van het onderzoek. + +**2.** De in het eerste lid bedoelde voorschriften van de gedelegeerde verordening en de krachtens het eerste lid gestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing op houders van per ziekte bij ministeriële regeling aan te wijzen soorten of categorieën van pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) 2016/429 die geen dieren verplaatsen naar een andere lidstaat, met dien verstande dat bij ministeriële regeling van de genoemde verordening afwijkende regels worden gesteld over de frequentie van de monstername en het onderzoek naar mycoplasma spp, + +### Artikel 2.76id + +**1.** Een exploitant als bedoeld in artikel 4, onderdeel 24, van verordening (EU) nr. 2016/429 van een inrichting waar bij ministeriële regeling aan te wijzen soorten of categorieën van pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van die verordening of van in gevangenschap levende vogels als bedoeld in artikel 4, onderdeel 10, van die verordening worden gehouden, zorgt ervoor dat die dieren gevaccineerd zijn tegen Newcastle disease. + +**2.** + +Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen regels worden gesteld over: + +a. de momenten waarop de vaccinatie plaatsvindt; +b. administratie van de vaccinatie; +c. onderzoek naar de aanwezigheid van antilichamen en naar aanleiding daarvan te treffen maatregelen. + +**3.** Een houder verplaatst de dieren, bedoeld in het eerste lid, slechts indien ten aanzien van die dieren is voldaan aan de verplichting tot vaccinatie tegen Newcastle disease. + +**4.** Het derde lid is niet van toepassing op dieren die binnen acht dagen na het uitkomen worden verplaatst, indien kan worden aangetoond dat de dieren afkomstig zijn van ouderdieren die zijn gevaccineerd overeenkomstig de krachtens het eerste en tweede lid gestelde regels. + +### Artikel 2.76ie + +**1.** Ter uitvoering van verordening (EG) nr. 2160/2003 worden bij ministeriële regeling regels gesteld over monitoring op zoönotische Salmonella bij dieren van bij die regeling aan te wijzen diercategorieën die vallen onder pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) nr. 2016/429. + +**2.** In aanvulling op de krachtens verordening (EG) nr. 2160/2003 vastgestelde EU-verordeningen kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld over de monitoring op zoönotische Salmonella bij dieren van bij die regeling aan te wijzen andere dan de in het eerste lid genoemde diercategorieën die vallen onder pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) nr. 2016/429. + +**3.** + +De regels, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen betrekking hebben op: + +a. de momenten en de wijze waarop monsters worden genomen; +b. degene die de monsters neemt; +c. het onderzoek van monsters; +d. administratie en rapportage van de onderzoeksresultaten. + +### Artikel 2.76if + +**1.** Het is verboden om dieren van bij ministeriële regeling aan te wijzen diercategorieën die vallen onder «pluimvee» als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) nr. 2016/429 aan te voeren op een bedrijf waar de aanwezigheid van Salmonella enteritidis is vastgesteld. + +**2.** Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien die dieren zijn gevaccineerd tegen Salmonella enteritidis. + +### Paragraaf 7. Houden van schapen of geiten voor productie + +### Artikel 2.76ig + +**1.** Een houder die meer dan 50 schapen of geiten houdt ten behoeve van de bedrijfsmatige productie van melk laat maandelijks, of zo veel vaker als Onze Minister verzoekt, een monster onderzoeken van melk, die wordt bewaard in een melkkoeltank en die geen behandeling heeft ondergaan, op de aanwezigheid van Coxiella burnettii. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de monstername en het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. + +### Artikel 2.76ih + +**1.** + +Het is een houder die meer dan 50 schapen of geiten houdt ten behoeve van de bedrijfsmatige productie van melk verboden om mest van schapen of geiten uit te rijden of af te voeren, tenzij de mest: + +a. na verwijdering uit de stal 30 dagen luchtdoorlatend afgedekt is opgeslagen, of +b. rechtstreeks en afgedekt naar een erkende composteerinrichting of erkend composteerbedrijf wordt vervoerd. + +**2.** + +Een houder als bedoeld in het eerste lid administreert: + +a. de datum waarop mest uit een stal is verwijderd; +b. de begin- en einddatum van de composteringsperiode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a; +c. de datum waarop mest op het bedrijf is uitgereden; +d. de hoeveelheid mest, uitgedrukt in kubieke meters, die is verwijderd, opgeslagen of uitgereden. + +**3.** Een houder bewaart de gegevens, bedoeld in het tweede lid, twee jaar. + +### Paragraaf 8. Houden van konijnen voor productie ### Artikel 2.76j @@ -1465,7 +2213,7 @@ b. bedraagt de lichtintensiteit op dierhoogte ten minste 20 Lux gedurende ten mi **2.** In afwijking van artikel 2.5, achtste lid, wordt de apparatuur die noodzakelijk is voor de voer- en watervoorzieningen van konijnen ten minste tweemaal per dag gecontroleerd. -### Paragraaf 6b. Houden van nertsen voor productie +### Paragraaf 9. Houden van nertsen voor productie ### Artikel 2.76s @@ -1551,7 +2299,7 @@ De houder van nertsen controleert dagelijks de kwaliteit van het strooisel. De houder van nertsen beschikt over een actieplan waarin staat vermeld welke maatregelen worden getroffen om stereotiep gedrag en kale staartpunten bij nertsen te voorkomen of te verminderen. -### Paragraaf 7. Houden van overige dieren voor productie +### Paragraaf 10. Houden van overige dieren voor productie ### Artikel 2.77 @@ -1612,6 +2360,10 @@ c. heeft voldoende oppervlak en hoogte voor de hond of honden die erin wordt geh **4.** In de ren bevinden zich geen voorwerpen waaraan de hond zich kan verwonden. +### Artikel 3.3a + +Artikel 10, tweede lid, verordening (EU) nr. 2016/429 is van overeenkomstige toepassing op degene die zich niet-beroepsmatig met dieren bezighoudt. + ### Artikel 3.4 **1.** Het is verboden te fokken met gezelschapsdieren op een wijze waarop het welzijn en de gezondheid van het ouderdier of de nakomelingen wordt benadeeld. @@ -1812,6 +2564,25 @@ b. in voldoende mate in de gelegenheid is tot het leren en tonen van soorteigen Honden en katten die tijdelijk gehouden worden ten behoeve van opvang omdat daarvan afstand is gedaan, of omdat de eigenaar op het moment van opvang onbekend is, kunnen in afwijking van artikel 3.7, eerste lid, en artikel 3.14, derde tot en met vijfde lid, tijdelijk buiten de inrichting gehuisvest worden ten behoeve van socialisatie, resocialisatie, behandeling van gedragsproblemen of intensieve zorgverlening in geval van ziekte, mits de locatie en verblijfsduur uit de administratie van de inrichting blijken. +### Paragraaf 3. Niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren + +### Artikel 3.24 + +**1.** Onze Minister wijst een punt van binnenkomst voor reizigers aan als bedoeld in artikel 3, onderdeel k, van verordening (EU) nr. 576/2013. + +**2.** Onze Minister kan een ander punt van binnenkomst voor het verkeer van geregistreerde militaire, speur- of reddingshonden aanwijzen als bedoeld in artikel 10, derde lid, van verordening (EU) nr. 576/2013. + +**3.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het andere personen dan dierenartsen is toegestaan transponders als bedoeld in verordening (EU) nr. 576/2013 te implanteren. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels gesteld over de minimumkwalificaties van die andere personen. + +**4.** + +Bij ministeriële regeling kunnen in aanvulling op verordening (EU) nr. 576/2013 regels worden gesteld over het niet-commerciële verkeer van honden, katten en fretten met betrekking tot: + +a. de uitgifte, het verstrekken of het voorhanden hebben van blanco identificatiedocumenten als bedoeld in die verordening; +b. een verplichting tot vermelding van aanvullende gegevens op of in het identificatiedocument; +c. de termijn waarin een gemachtigde dierenarts als bedoeld in artikel 3, onderdeel g, van verordening (EU) nr. 576/2013 de gegevens, bedoeld in artikel 22, derde lid, van die verordening, en onderdeel b, bewaart; +d. de voorwaarden waaronder het verkeer van geregistreerde militaire, speur- of reddingshonden als bedoeld in artikel 10, derde lid, van verordening (EU) nr. 576/2013 plaatsvindt. + ## Hoofdstuk 4. Houden van dieren voor vertoning ### Paragraaf 1. Houden van dieren in dierentuinen @@ -2003,6 +2774,75 @@ b. een niet in Nederland gevestigd circus of een niet in Nederland gevestigde na **3.** Het verbod, bedoeld in het eerste en tweede lid, is niet van toepassing op optredens in dierentuinen als bedoeld in artikel 4.1. +### Paragraaf 3. Houden van evenhoevigen voor vertoning + +### Artikel 4.15 + +**1.** Het is verboden om evenhoevigen bijeen te brengen op een tentoonstelling, keuring of ander evenement. + +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op een tentoonstelling of keuring met runderen, schapen of geiten. + +**3.** Een organisator van een tentoonstelling of keuring met runderen, schapen of geiten doet daarvan ten minste 30 dagen voorafgaand aan de dag waarop die tentoonstelling of keuring plaatsvindt melding bij Onze Minister. + +**4.** Een houder van runderen, schapen of geiten die worden tentoongesteld of gekeurd laat die dieren in de vijf dagen voorafgaand aan de tentoonstelling of keuring klinisch onderzoeken door een dierenarts. + +**5.** In afwijking van het vierde lid kan het klinische onderzoek van geiten of schapen plaatsvinden op de inrichting waar de tentoonstelling of keuring wordt gehouden. + +**6.** Een houder en een dierenarts als bedoeld in het vierde lid leggen de resultaten van het onderzoek vast met behulp van een door Onze Minister beschikbaar gesteld middel. + +**7.** Een organisator als bedoeld in het derde lid laat slechts dieren toe tot de tentoonstelling of keuring, indien uit het onderzoek, bedoeld in het vierde of vijfde lid, blijkt dat de dieren niet besmet zijn met een dierziekte of zoönose of drager zijn van een ziekteverwekker of ziekteverschijnselen vertonen. + +**8.** + +Runderen, schapen of geiten worden na afloop van een tentoonstelling of keuring zo spoedig mogelijk vervoerd naar: + +a. de inrichting van herkomst; of +b. een slachthuis. + +### Artikel 4.16 + +Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over: + +a. de gegevens die een organisator als bedoeld in artikel 4.15, derde lid overlegt; +b. het vervoermiddel waarmee runderen, schapen of geiten worden aangevoerd naar of afgevoerd van een tentoonstelling of keuring; +c. reiniging en ontsmetting met betrekking tot de aanvoer en afvoer van dieren en het betreden van een tentoonstelling of keuring; +d. administratie van aangevoerde en afgevoerde dieren en de gebruikte vervoermiddelen. + +### Artikel 4.17 + +**1.** + +Het is verboden schapen of geiten die niet zijn gevaccineerd overeenkomstig artikel 1.46 te houden op een inrichting die is opengesteld voor het publiek met het oogmerk om direct contact tussen bezoekers en dieren te faciliteren, tenzij die schapen of geiten: + +a. in hun eerste levensjaar worden geslacht en geen dieren dekken, onderscheidenlijk gedekt of geïnsemineerd worden; of +b. jonger zijn dan drie maanden. + +**2.** Het is verboden schapen of geiten die niet zijn gevaccineerd overeenkomstig artikel 1.46 bijeen te brengen op een tentoonstelling, keuring of ander evenement. + +**3.** Het tweede lid is niet van toepassing op lammeren, jonger dan drie maanden, die samen met het moederdier bijeen worden gebracht. + +### Paragraaf 4. Houden van vogels voor vertoning + +### Artikel 4.18 + +**1.** Het is verboden om pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) nr. 2016/429 of in gevangenschap levende vogels als bedoeld in artikel 4, onderdeel 10, van die verordening bijeen te brengen op een tentoonstelling, keuring of ander evenement waar enkel uit Nederland afkomstige dieren aanwezig zijn. + +**2.** + +In afwijking van het eerste lid is het toegestaan om: + +a. in gevangenschap levende vogels bijeen te brengen voor een keuring of tentoonstelling; +b. postduiven bijeen te brengen voor een wedvlucht. + +**3.** + +Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over keuringen, tentoonstellingen en wedvluchten als bedoeld in het tweede lid, met betrekking tot: + +a. vaccinatie tegen besmettelijke dierziekten; +b. onderzoek naar de aanwezigheid van besmettelijke dierziekten; +c. melding van het bijeenbrengen bij Onze Minister; +d. bij te houden en over te leggen gegevens. + ## Hoofdstuk 5. Doden van dieren voor de productie van dierlijke producten ### Paragraaf 1. Algemeen