diff --git a/zbo/beleidsregels-vereveningsbijdrage-zorgverzekering-2015/BWBR0036586/README.md b/zbo/beleidsregels-vereveningsbijdrage-zorgverzekering-2015/BWBR0036586/README.md index 550fbe90f38..5e20b0a1b81 100644 --- a/zbo/beleidsregels-vereveningsbijdrage-zorgverzekering-2015/BWBR0036586/README.md +++ b/zbo/beleidsregels-vereveningsbijdrage-zorgverzekering-2015/BWBR0036586/README.md @@ -46,11 +46,11 @@ Het Zorginstituut gaat bij de verdeling van de macro-deelbedragen 2015 en de ber **2.** Het Zorginstituut baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen op de macroverzekerdenraming 2015 en het PKB 2014. -**3.** Het Zorginstituut baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB met als peildatum 1 mei 2014, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juni 2014. +**3.** Het Zorginstituut baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB met als peildatum 1 mei 2014, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juni 2014. **4.** Wanneer een verzekerde bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het Zorginstituut de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde over die periode ingeschreven is geweest. -**5.** Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op het PKB 2014 met als peildatum 1 mei 2014. +**5.** Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op het PKB 2014 met als peildatum 1 mei 2014. **6.** Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht naar de macroverzekerdenraming. @@ -59,9 +59,9 @@ Het Zorginstituut gaat bij de verdeling van de macro-deelbedragen 2015 en de ber Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot: a. de leeftijd op het PKB 2014; -b. de zelfstandigen op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2013; -c. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2013; -d. de studenten op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 juni 2014. +b. de zelfstandigen op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2013; +c. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2013; +d. de studenten op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 juni 2014. **8.** @@ -85,7 +85,7 @@ ten slotte: referentiegroep, alle verzekerden omvattend die niet zijn ingedeeld Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: -a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2015 uit bijlage 10 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; +a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2015 uit bijlage 10 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; b. de viercijferige postcode, op het PKB 2014. **11.** Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium regio naar de macroverzekerdenraming. @@ -94,7 +94,7 @@ b. de viercijferige postcode, op het PKB 2014. Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van vijfenzestig jaar en ouder voor het criterium V&V-regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: -a. de indeling, op de regioclusters verpleging en verzorging naar viercijferige postcode voor 2015 uit bijlage 12 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; +a. de indeling, op de regioclusters verpleging en verzorging naar viercijferige postcode voor 2015 uit bijlage 12 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; b. de viercijferige postcode, op het PKB 2014. **13.** Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium V&V-regio naar de macroverzekerdenraming. @@ -103,8 +103,8 @@ b. de viercijferige postcode, op het PKB 2014. Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG’s per zorgverzekeraar op: -a. de indeling in FKG’s voor de somatische zorg 2015 uit bijlage 5 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; -b. de opgave per 1 juni 2014 van declaraties farmaceutische hulp 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut; +a. de indeling in FKG’s voor de somatische zorg 2015 uit bijlage 5 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; +b. de opgave per 1 juni 2014 van declaraties farmaceutische hulp 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut; c. declaratiegegevens geneeskundige zorg ‘overige zorgproducten – add ons (Duur en wees geneesmiddel)’ 2012, aangeleverd door Vektis aan het Zorginstituut. **15.** @@ -142,8 +142,8 @@ g. Indien een verzekerde is ingedeeld bij klasse FKG Kanker, deelt het Zorginsti Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG’s per zorgverzekeraar op: -a. de indeling in DKG’s 2015 uit bijlage 7 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; -b. de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2014 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s die in 2012 geopend zijn. +a. de indeling in DKG’s 2015 uit bijlage 7 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; +b. de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2014 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s die in 2012 geopend zijn. **24.** Het Zorginstituut bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave, bedoeld in het vorige lid, onderdeel b, en het PKB 2013 per verzekerde in welke DKG klasse 1 tot en met 15 de verzekerde valt. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. @@ -157,8 +157,8 @@ b. de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2014 aan het Zorginstituut van d Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium HKG’s per zorgverzekeraar op: -a. de indeling in HKG’s somatische zorg 2015 uit bijlage 9 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; -b. de opgave per 1 juni 2014 van declaraties hulpmiddelen 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. +a. de indeling in HKG’s somatische zorg 2015 uit bijlage 9 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; +b. de opgave per 1 juni 2014 van declaraties hulpmiddelen 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. **29.** Het Zorginstituut bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave, bedoeld in het vorige lid, onderdeel b, en het PKB 2014 per verzekerde in welke HKG klassen de verzekerde valt. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. @@ -184,9 +184,9 @@ e. de adresgegevens, indien deze in de opgave van de Belastingdienst ontbreken, Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MHK per zorgverzekeraar op: -a. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2010 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-dbc’s en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2012, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2013 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; -b. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-dbc’s en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2013, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2014 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; -c. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment en de kosten van overige prestaties, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2014 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; +a. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2010 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-dbc’s en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2012, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2013 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; +b. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-dbc’s en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2013, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2014 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; +c. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment en de kosten van overige prestaties, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2014 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; d. het VPPKB 2010, het VPPKB 2011 en het VPPKB 2012. **36.** Het Zorginstituut herleidt de percentages van de risicoklassen MHK met betrekking tot vereveningsjaar 2010, 2011 respectievelijk 2012 tot drempelbedragen MHK 2010, 2011 respectievelijk 2012. @@ -217,11 +217,11 @@ c. wel morbiditeit, op het geraamde aantal verzekerden dat niet is ingedeeld in **2.** Het Zorginstituut baseert zich bij de raming op de macroverzekerdenraming 2015 en het PKB 2014. -**3.** Het Zorginstituut baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB 2014 met als peildatum 1 mei 2014, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juni 2014. +**3.** Het Zorginstituut baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB 2014 met als peildatum 1 mei 2014, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juni 2014. **4.** Wanneer een verzekerde bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het Zorginstituut de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde over die periode ingeschreven is geweest. -**5.** Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op het PKB 2014 met als peildatum 1 mei 2014. +**5.** Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op het PKB 2014 met als peildatum 1 mei 2014. **6.** Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium leeftijd en geslacht naar de macroverzekerdenraming. @@ -230,9 +230,9 @@ c. wel morbiditeit, op het geraamde aantal verzekerden dat niet is ingedeeld in Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot: a. de leeftijd, op het PKB 2014; -b. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2013; -c. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2013; -d. de studenten, op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 juni 2014. +b. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2013; +c. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2013; +d. de studenten, op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 juni 2014. **8.** Het Zorginstituut deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid. @@ -242,7 +242,7 @@ d. de studenten, op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: -a. de indeling, op de regioclusters geneeskundige GGZ naar viercijferige postcode voor 2015 uit bijlage 11 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; +a. de indeling, op de regioclusters geneeskundige GGZ naar viercijferige postcode voor 2015 uit bijlage 11 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; b. de viercijferige postcode, op het PKB 2014. **11.** Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-regio naar de macroverzekerdenraming. @@ -251,8 +251,8 @@ b. de viercijferige postcode, op het PKB 2014. Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium FKG GGZ per zorgverzekeraar op: -a. de indeling in FKG GGZ 2015 uit bijlage 6 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z. -b. de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer per 1 juni 2014 van declaraties farmaceutische hulp 2013 van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. +a. de indeling in FKG GGZ 2015 uit bijlage 6 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z. +b. de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer per 1 juni 2014 van declaraties farmaceutische hulp 2013 van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. **13.** @@ -299,8 +299,8 @@ e. de adresgegevens, indien deze in de opgave van de Belastingdienst ontbreken, Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium DKG GGZ per zorgverzekeraar op: a. de indeling in DKG GGZ 2015 uit de indelingstabel psychische DKG’s; -b. de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2014 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s GGZ die in 2012 geopend zijn; -c. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2014 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. +b. de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2014 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s GGZ die in 2012 geopend zijn; +c. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2014 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. **25.** Het Zorginstituut bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave, bedoeld in het vorige lid, onderdeel b, en het PKB 2013 per verzekerde in welke DKG GGZ klasse de verzekerde valt en betrekt daarbij de declaraties, bedoeld in het vorige lid, onderdeel c. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. @@ -314,9 +314,9 @@ c. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2011 per gepseudonimiseerd bur Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-MHK per zorgverzekeraar op: -a. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2010 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ tot en met 31 december 2012, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2013 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; -b. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ tot en met 31 december 2013, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2014 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; -c. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2014 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; +a. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2010 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ tot en met 31 december 2012, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2013 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; +b. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ tot en met 31 december 2013, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2014 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; +c. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2014 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; d. het VPPKB 2010, het VPPKB 2011 en het VPPKB 2012. **30.** Het Zorginstituut herleidt de percentages van de risicoklassen GGZ-MHK met betrekking tot vereveningsjaar 2010, 2011 respectievelijk 2012 tot drempelbedragen GGZ-MHK 2010, 2011 respectievelijk 2012. @@ -346,7 +346,7 @@ b. de adresgegevens, indien deze in de opgave van de Belastingdienst 2013 ontbre **2.** Het Zorginstituut baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen op de macroverzekerdenraming 2015 en het PKB 2014. -**3.** Het Zorginstituut baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB met als peildatum 1 mei 2014, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juni 2014. +**3.** Het Zorginstituut baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB met als peildatum 1 mei 2014, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juni 2014. **4.** Wanneer een verzekerde bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het Zorginstituut de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde over die periode ingeschreven is geweest. @@ -356,7 +356,7 @@ b. de adresgegevens, indien deze in de opgave van de Belastingdienst 2013 ontbre **7.** Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ valt, per zorgverzekeraar op artikel 4, eenentwintigste respectievelijk zesentwintigste en negenendertigste lid van deze Beleidsregels. -**8.** Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ valt voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op het PKB 2014 met als peildatum 1 mei 2014. +**8.** Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ valt voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op het PKB 2014 met als peildatum 1 mei 2014. **9.** Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ valt voor het criterium leeftijd en geslacht naar de macroverzekerdenraming. @@ -365,9 +365,9 @@ b. de adresgegevens, indien deze in de opgave van de Belastingdienst 2013 ontbre Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ valt voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot: a. de leeftijd, op het PKB 2014; -b. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV en de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2013; -c. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2013; -d. de studenten, op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 juni 2014. +b. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV en de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2013; +c. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2013; +d. de studenten, op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 juni 2014. **11.** Het Zorginstituut deelt een verzekerde die in meerdere klassen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid van deze Beleidsregels. @@ -377,7 +377,7 @@ d. de studenten, op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ valt voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: -a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2015 uit bijlage 10 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; +a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2015 uit bijlage 10 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; b. de viercijferige postcode, op het PKB 2014. **14.** Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ valt voor het criterium regio naar de macroverzekerdenraming. @@ -429,7 +429,7 @@ l. de gewichten variabele zorgkosten per verzekerde per GSM klasse 2015, genoemd Het Zorginstituut bepaalt het deelbedrag vaste zorgkosten 2015 als volgt: -a. Het Zorginstituut berekent per verzekerde de gemiddelde vaste kosten van ziekenhuisverpleging per zorgverzekeraar in 2013 op basis van gegevens over de kosten uit de opgave jaarstaat 2013 per 1 mei 2014 van de zorgverzekeraar; +a. Het Zorginstituut berekent per verzekerde de gemiddelde vaste kosten van ziekenhuisverpleging per zorgverzekeraar in 2013 op basis van gegevens over de kosten uit de opgave jaarstaat 2013 per 1 mei 2014 van de zorgverzekeraar; b. Per zorgverzekeraar vermenigvuldigt het Zorginstituut de geraamde aantallen verzekerden 2015 met het berekende bedrag in onderdeel a; c. Vervolgens berekent het Zorginstituut de landelijke vaste kosten factor 2015 door het macro-deelbedrag vaste zorgkosten 2015, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van de Regeling te delen door de som van het resultaat van onderdeel b van alle zorgverzekeraars; d. Het Zorginstituut vermenigvuldigt het in onderdeel a berekende bedrag per zorgverzekeraar met de in onderdeel c berekende landelijke vaste kosten factor 2015. Het resultaat wordt aangeduid als het zorgverzekeraarspecifieke bedrag vaste zorgkosten per geraamde verzekerde 2015. @@ -527,7 +527,7 @@ c. de gewichten eigen risico opbrengst per verzekerde per regioklasse 2015, geno **4.** Het Zorginstituut berekent de vereveningsbijdrage 2015 voor een zorgverzekeraar door op het normatieve bedrag 2015, bedoeld in het eerste lid, de normatieve eigen risico opbrengst 2015 zoals bepaald in artikel 11, achtste lid en de op grond van het tweede en derde lid berekende opbrengst van de nominale rekenpremie 2015 in mindering te brengen. -**5.** Het Zorginstituut berekent per zorgverzekeraar de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar 2015. Deze uitkering bedraagt het aantal geraamde verzekerden jonger dan achttien jaar vermenigvuldigd met € 45,–. +**5.** Het Zorginstituut berekent per zorgverzekeraar de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar 2015. Deze uitkering bedraagt het aantal geraamde verzekerden jonger dan achttien jaar vermenigvuldigd met € 45,–. **6.** Het Zorginstituut kent de vereveningsbijdrage 2015 ter hoogte van de bijdrage berekend in het vierde lid, aangevuld met het bedrag, berekend in het vijfde lid, aan de zorgverzekeraar toe. @@ -537,7 +537,7 @@ Indien een zorgverzekeraar na de toekenning van de vereveningsbijdrage 2015 besl ### Artikel 14 -**1.** Het Zorginstituut herberekent de toekenning van de vereveningsbijdrage op basis van de werkelijke verzekerdenaantallen 2015 volgens de opgaven van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut op 7 maart 2015. +**1.** Het Zorginstituut herberekent de toekenning van de vereveningsbijdrage op basis van de werkelijke verzekerdenaantallen 2015 volgens de opgaven van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut op 7 maart 2015. **2.** @@ -553,7 +553,7 @@ het Zorginstituut deelt per zorgverzekeraar het totaal aantal verzekerden uit de **1.** Het Zorginstituut bepaalt de verzekerdenaantallen 2015 voor het deelbedrag variabele zorgkosten en voor het deelbedrag kosten van verpleging en verzorging per criterium met inachtneming van het bepaalde in dit artikel. -**2.** Het Zorginstituut baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2015, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juni 2016. +**2.** Het Zorginstituut baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2015, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juni 2016. **3.** Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2015 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het Zorginstituut de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest. @@ -561,7 +561,7 @@ het Zorginstituut deelt per zorgverzekeraar het totaal aantal verzekerden uit de Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden en voor het aantal verzekerden van 65 jaar en ouder voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op: -a. het PKB 2015, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juni 2015 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is 1 mei 2015; +a. het PKB 2015, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juni 2015 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is 1 mei 2015; b. het VPPKB 2015 indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015. **5.** @@ -570,10 +570,10 @@ Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium aa a. de leeftijd, op het PKB 2015; b. de leeftijd in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015, op het VPPKB 2015; -c. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2015, met peildatum 30 juni 2015; -d. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de refentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2015, met peildatum 30 juni 2015; -e. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op de gegevens over 2014, met als peildatum 30 juni 2014 voor verzekerden uit die gemeente. Het Zorginstituut hanteert per verzekerde voor de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als het gebruikt voor de opgave van het UWV; -f. de studenten, op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 juni 2015. +c. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2015, met peildatum 30 juni 2015; +d. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de refentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2015, met peildatum 30 juni 2015; +e. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op de gegevens over 2014, met als peildatum 30 juni 2014 voor verzekerden uit die gemeente. Het Zorginstituut hanteert per verzekerde voor de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als het gebruikt voor de opgave van het UWV; +f. de studenten, op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 juni 2015. **6.** Het Zorginstituut deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen, is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid, van deze Beleidsregels. @@ -581,7 +581,7 @@ f. de studenten, op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: -a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2015 uit bijlage 10 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; +a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2015 uit bijlage 10 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; b. de viercijferige postcode, op het PKB 2015; c. de viercijferige postcode indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015, op het VPPKB 2015. @@ -589,7 +589,7 @@ c. de viercijferige postcode indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden van vijfenzestig jaar en ouder voor het criterium V&V-regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: -a. de indeling, op de regioclusters verpleging en verzorging naar viercijferige postcode voor 2015 uit bijlage 12 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; +a. de indeling, op de regioclusters verpleging en verzorging naar viercijferige postcode voor 2015 uit bijlage 12 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; b. de viercijferige postcode, op het PKB 2015; c. de viercijferige postcode, indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015, op het VPPKB 2015. @@ -597,9 +597,9 @@ c. de viercijferige postcode, indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium FKG’s per zorgverzekeraar op: -a. op de indeling in FKG’s voor de somatische zorg 2015 uit bijlage 5 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; -b. de opgave per 1 juni 2015 van declaraties farmaceutische hulp 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut; -c. de opgave per 1 juni 2016 van declaratiegegevens add-ons geneesmiddelen 2014 van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. +a. op de indeling in FKG’s voor de somatische zorg 2015 uit bijlage 5 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; +b. de opgave per 1 juni 2015 van declaraties farmaceutische hulp 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut; +c. de opgave per 1 juni 2016 van declaratiegegevens add-ons geneesmiddelen 2014 van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. **10.** @@ -620,8 +620,8 @@ b. middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als grond- en hulp Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium DKG’s per zorgverzekeraar op: -a. de indeling in DKG’s uit bijlage 7 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; -b. de opgave van de zorgverzekeraar aan het Zorginstituut per 1 juni 2016 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s die in 2014 geopend zijn. +a. de indeling in DKG’s uit bijlage 7 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; +b. de opgave van de zorgverzekeraar aan het Zorginstituut per 1 juni 2016 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s die in 2014 geopend zijn. **16.** Het Zorginstituut bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave, bedoeld in het vijftiende lid, onderdeel b en het VPPKB per verzekerde in welke DKG klasse de verzekerde wordt ingedeeld. @@ -631,8 +631,8 @@ b. de opgave van de zorgverzekeraar aan het Zorginstituut per 1 juni 2016 van de Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium HKG’s per zorgverzekeraar op: -a. de indeling in de HKG’s somatische zorg 2015 uit bijlage 9 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; -b. de opgave per 1 juni 2015 van declaraties hulpmiddelen 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. +a. de indeling in de HKG’s somatische zorg 2015 uit bijlage 9 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; +b. de opgave per 1 juni 2015 van declaraties hulpmiddelen 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. **19.** Het Zorginstituut bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave, bedoeld in het achttiende lid, onderdeel b en het VPPKB per verzekerde in welke HKG klasse de verzekerde wordt ingedeeld. @@ -653,9 +653,9 @@ f. de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave v Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium MHK per zorgverzekeraar op: -a. declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2014, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2015 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; -b. declaraties 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van medisch-specialistische zorg en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2015, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2016 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; -c. declaraties 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van medisch-specialistische zorg en de kosten van overige prestaties, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2016 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; +a. declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2014, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2015 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; +b. declaraties 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van medisch-specialistische zorg en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2015, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2016 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; +c. declaraties 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van medisch-specialistische zorg en de kosten van overige prestaties, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2016 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; d. het VPPKB 2012, het VPPKB 2013 en het VPPKB 2014. **23.** Het Zorginstituut herleidt de percentages van de risicoklassen MHK met betrekking tot vereveningsjaar 2012, 2013 en 2014 tot respectievelijk drempelbedragen MHK 2012, 2013 en 2014. @@ -668,7 +668,7 @@ d. het VPPKB 2012, het VPPKB 2013 en het VPPKB 2014. Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium GSM per zorgverzekeraar met betrekking tot: -a. de leeftijd, op het PKB 2015, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juni 2015 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is 1 mei 2015; +a. de leeftijd, op het PKB 2015, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juni 2015 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is 1 mei 2015; b. de leeftijd, op het VPPKB 2015, indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015; c. geen morbiditeit, op het geraamde aantal verzekerden dat zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’, als in de HKG klasse ‘Geen HKG’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ valt, bedoeld in het veertiende, respectievelijk zeventiende, twintigste en vijfentwintigste lid van dit artikel; d. wel morbiditeit, op het geraamde aantal verzekerden dat niet is ingedeeld in de klasse ‘Geen FKG’, DKG ‘0’, ‘Geen HKG’, en ‘Geen MHK’, bedoeld in het veertiende, respectievelijk zeventiende, twintigste en vijfentwintigste lid van dit artikel. @@ -681,7 +681,7 @@ d. wel morbiditeit, op het geraamde aantal verzekerden dat niet is ingedeeld in **1.** Het Zorginstituut bepaalt de verzekerdenaantallen 2015 voor het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg met inachtneming van het bepaalde in dit artikel. -**2.** Het Zorginstituut baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2015, zoals zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juni 2016. +**2.** Het Zorginstituut baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2015, zoals zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juni 2016. **3.** Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2015 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het Zorginstituut de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest. @@ -689,7 +689,7 @@ d. wel morbiditeit, op het geraamde aantal verzekerden dat niet is ingedeeld in Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op: -a. het PKB 2015, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juni 2015 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is 1 mei 2015; +a. het PKB 2015, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juni 2015 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is 1 mei 2015; b. het VPPKB 2015 indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015. **5.** @@ -698,10 +698,10 @@ Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en a. de leeftijd, op het PKB 2015; b. de leeftijd in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015, op het VPPKB 2015; -c. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2015, met peildatum 30 juni 2015; -d. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2015, met peildatum 30 juni 2015; -e. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op gegevens over 2014, met peildatum 30 juni 2014, voor verzekerden uit die gemeente. Het Zorginstituut hanteert per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als het gebruikt voor de opgave van het UWV; -f. de studenten, op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 juni 2015. +c. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2015, met peildatum 30 juni 2015; +d. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2015, met peildatum 30 juni 2015; +e. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op gegevens over 2014, met peildatum 30 juni 2014, voor verzekerden uit die gemeente. Het Zorginstituut hanteert per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als het gebruikt voor de opgave van het UWV; +f. de studenten, op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 juni 2015. **6.** Het Zorginstituut deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid. @@ -709,7 +709,7 @@ f. de studenten, op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: -a. de indeling, op de regioclusters geneeskundige GGZ naar viercijferige postcode voor 2015 uit bijlage 11 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; +a. de indeling, op de regioclusters geneeskundige GGZ naar viercijferige postcode voor 2015 uit bijlage 11 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; b. de viercijferige postcode, op het PKB 2015; c. de viercijferige postcode indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015, op het VPPKB 2015. @@ -717,8 +717,8 @@ c. de viercijferige postcode indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium FKG-GGZ per zorgverzekeraar op: -a. de indeling in FKG GGZ 2015 uit bijlage 6 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; -b. de opgave per 1 juni 2015 van declaraties farmaceutische hulp 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. +a. de indeling in FKG GGZ 2015 uit bijlage 6 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; +b. de opgave per 1 juni 2015 van declaraties farmaceutische hulp 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. **9.** @@ -748,9 +748,9 @@ b. Indien een verzekerde is ingedeeld in de klasse FKG GGZ bipolair complex, dee Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium DKG GGZ per zorgverzekeraar op: -a. de indeling in DKG GGZ 2015 uit bijlage 8 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; -b. de opgave van de zorgverzekeraar aan het Zorginstituut per 1 juni 2016 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s GGZ die in 2014 geopend zijn; -c. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ tot en met 31 december 2015, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2016 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. +a. de indeling in DKG GGZ 2015 uit bijlage 8 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; +b. de opgave van de zorgverzekeraar aan het Zorginstituut per 1 juni 2016 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s GGZ die in 2014 geopend zijn; +c. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ tot en met 31 december 2015, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2016 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. **17.** Het Zorginstituut bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave, bedoeld in het vorige lid, onderdeel b en het VPPKB per verzekerde in welke DKG GGZ klasse de verzekerde valt en betrekt daarbij de opgave, bedoeld in het vorige lid, onderdeel c. @@ -760,9 +760,9 @@ c. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2013 per gepseudonimiseerd bur Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium GGZ-MHK per zorgverzekeraar op: -a. declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag GGZ kosten tot en met 31 december 2014, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2015 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; -b. declaraties 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag GGZ kosten tot en met 31 december 2015, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2016 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; -c. declaraties 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag GGZ kosten, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2016 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; +a. declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag GGZ kosten tot en met 31 december 2014, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2015 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; +b. declaraties 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag GGZ kosten tot en met 31 december 2015, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2016 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; +c. declaraties 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag GGZ kosten, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2016 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; d. het VPPKB 2012, het VPPKB 2013 en het VPPKB 2014. **20.** Het Zorginstituut herleidt de percentages van de risicoklassen GGZ-MHK met betrekking tot vereveningsjaar 2012, 2013 en 2014 tot respectievelijk drempelbedragen GGZ-MHK 2012, 2013 en 2014. @@ -797,7 +797,7 @@ b. de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave v **1.** Het Zorginstituut bepaalt de verzekerdenaantallen 2015 voor de normatieve eigen risico opbrengst per criterium met inachtneming van het bepaalde in dit artikel. -**2.** Het Zorginstituut baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2015, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juni 2016 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. +**2.** Het Zorginstituut baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2015, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juni 2016 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. **3.** Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2015 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het Zorginstituut de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest. @@ -809,7 +809,7 @@ b. de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave v Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ is ingedeeld voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op: -a. het PKB 2015, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juni 2015 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is 1 mei 2015; +a. het PKB 2015, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juni 2015 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is 1 mei 2015; b. het VPPKB 2015, indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015. **7.** @@ -818,10 +818,10 @@ Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en a. de leeftijd, op het PKB 2015; b. de leeftijd in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015, op het VPPKB 2015; -c. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2015, met peildatum 30 juni 2015; -d. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2015, met peildatum 30 juni 2015; -e. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op gegevens over 2014, met peildatum 30 juni 2014, voor verzekerden uit die gemeente. Het Zorginstituut hanteert per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als het gebruikt voor de opgave van het UWV; -f. de studenten, op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 juni 2015. +c. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2015, met peildatum 30 juni 2015; +d. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2015, met peildatum 30 juni 2015; +e. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op gegevens over 2014, met peildatum 30 juni 2014, voor verzekerden uit die gemeente. Het Zorginstituut hanteert per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als het gebruikt voor de opgave van het UWV; +f. de studenten, op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 juni 2015. **8.** Het Zorginstituut deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid van deze beleidsregels. @@ -829,7 +829,7 @@ f. de studenten, op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ valt voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: -a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2015 uit bijlage 10 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; +a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2015 uit bijlage 10 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; b. de viercijferige postcode, op het PKB 2015; c. de viercijferige postcode in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015, op het VPPKB 2015. @@ -839,7 +839,7 @@ c. de viercijferige postcode in het geval een verzekerde niet is opgenomen in he ### Artikel 18 -**1.** Op basis van de opgave jaarstaat 2015 per 1 mei 2016 en met inachtneming van de artikelen 12 en 14 van de Regeling bepaalt het Zorginstituut de variabele zorgkosten 2015 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars. +**1.** Op basis van de opgave jaarstaat 2015 per 1 mei 2016 en met inachtneming van de artikelen 12 en 14 van de Regeling bepaalt het Zorginstituut de variabele zorgkosten 2015 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars. **2.** Het Zorginstituut herberekent het gewicht variabele zorgkosten per verzekerde voor de DKG klasse ‘0’ door het totaal aantal verzekerden per DKG klasse 1 tot en met 15 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en de som van het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden in de DKG klasse ‘0’ waarbij rekening wordt gehouden met het gewicht van de verzekerden woonachtig in het buitenland, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien. @@ -865,7 +865,7 @@ c. de viercijferige postcode in het geval een verzekerde niet is opgenomen in he ### Artikel 19 -**1.** Op basis van de opgave jaarstaat 2015 per 1 mei 2016 en met inachtneming van artikel 15 van de Regeling bepaalt het Zorginstituut de vaste zorgkosten 2015 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk. +**1.** Op basis van de opgave jaarstaat 2015 per 1 mei 2016 en met inachtneming van artikel 15 van de Regeling bepaalt het Zorginstituut de vaste zorgkosten 2015 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk. **2.** @@ -880,7 +880,7 @@ b. Het in onderdeel a berekende bedrag wordt vermenigvuldigd met het totaal aant ### Artikel 20 -**1.** Op basis van de opgave jaarstaat 2015 per 1 mei 2016 en met inachtneming van artikel 12 van de Regeling, bepaalt het Zorginstituut de kosten van verpleging en verzorging 2015 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars. +**1.** Op basis van de opgave jaarstaat 2015 per 1 mei 2016 en met inachtneming van artikel 12 van de Regeling, bepaalt het Zorginstituut de kosten van verpleging en verzorging 2015 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars. **2.** Het Zorginstituut herberekent het gewicht kosten van verpleging en verzorging per verzekerde voor de MHK klasse ‘Geen MHK’ door het totaal aantal verzekerden in een andere klasse dan ‘Geen MHK’ per MHK klasse te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en de som van het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden in de MHK klasse ‘Geen MHK’, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien. @@ -898,7 +898,7 @@ b. Het in onderdeel a berekende bedrag wordt vermenigvuldigd met het totaal aant ### Artikel 21 -**1.** Op basis van de opgave jaarstaat 2015 per 1 mei 2016 en met inachtneming van de artikelen 12 en 13 van de Regeling, bepaalt het Zorginstituut de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015 voor verzekerden van achttien jaar en ouder voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars. +**1.** Op basis van de opgave jaarstaat 2015 per 1 mei 2016 en met inachtneming van de artikelen 12 en 13 van de Regeling, bepaalt het Zorginstituut de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015 voor verzekerden van achttien jaar en ouder voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars. **2.** Het Zorginstituut herberekent het gewicht kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder per verzekerde voor de DKG GGZ klasse ‘0’ 2015 door het totaal aantal verzekerden per DKG GGZ klasse 1 tot en met 5 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en de som van het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden in de DKG GGZ klasse ‘0’ 2015 waarbij rekening wordt gehouden met het gewicht van de verzekerden woonachtig in het buitenland, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien. @@ -922,7 +922,7 @@ b. Het in onderdeel a berekende bedrag wordt vermenigvuldigd met het totaal aant **2.** Het Zorginstituut herberekent overeenkomstig artikel 11 de normatieve eigen risico opbrengst 2015 op basis van de verzekerdenaantallen 2015 van achttien jaar en ouder, zoals bepaald in artikel 17. -**3.** In afwijking van het tweede lid bepaalt het Zorginstituut de gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder voor wie op grond van artikel 24 van de wet geen nominale premies worden ontvangen, op basis van de opgave jaarstaat 2015 per 1 mei 2016. +**3.** In afwijking van het tweede lid bepaalt het Zorginstituut de gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder voor wie op grond van artikel 24 van de wet geen nominale premies worden ontvangen, op basis van de opgave jaarstaat 2015 per 1 mei 2016. ### Artikel 23 @@ -934,7 +934,7 @@ Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit zorgverzekering: a. bepaalt het Zorginstituut per zorgverzekeraar het verschil tussen het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van verpleging en verzorging 2015, bedoeld in artikel 20, achtste lid, en de kosten van verpleging en verzorging 2015, bedoeld in artikel 20, eerste lid en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven; b. berekent het Zorginstituut het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag verpleging en verzorging. Het Zorginstituut berekent het gemiddelde marktresultaat door voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag kosten van verpleging en verzorging zorg bedoeld in artikel 20, derde lid, en de kosten van verpleging en verzorging 2015, bedoeld in artikel 20, eerste lid, te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is; -c. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan € 5,– per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het Zorginstituut 95 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2015; +c. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan € 5,– per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het Zorginstituut 95 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2015; d. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan € -5,00 per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het Zorginstituut 95 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2015. **3.** @@ -943,14 +943,14 @@ Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit zorgverzekering: a. bepaalt het Zorginstituut per zorgverzekeraar het verschil tussen het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015, bedoeld in artikel 21, negende lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015, bedoeld in artikel 21, eerste lid, en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven; b. berekent het Zorginstituut het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg. Het Zorginstituut berekent het gemiddeld marktresultaat door voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015, bedoeld in artikel 21, vierde lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015, bedoeld in artikel 21, eerste lid, te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is; -c. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan € 15,– per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het Zorginstituut 90 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2015; +c. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan € 15,– per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het Zorginstituut 90 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2015; d. indien het in onderdeel a bepaalde bedrag kleiner is dan € -15,00 per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het Zorginstituut 90 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2015. **4.** Het Zorginstituut bepaalt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van achttien jaar en ouder 2015 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2015. -**5.** Het Zorginstituut vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in de opgave jaarstaat 2015 per 1 mei 2016 als gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 van de wet geen nominale premies worden ontvangen. +**5.** Het Zorginstituut vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in de opgave jaarstaat 2015 per 1 mei 2016 als gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 van de wet geen nominale premies worden ontvangen. -**6.** Het Zorginstituut herberekent voorlopig de aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar door het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar 2015 te vermenigvuldigen met € 45,–. +**6.** Het Zorginstituut herberekent voorlopig de aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar door het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar 2015 te vermenigvuldigen met € 45,–. **7.** Het Zorginstituut herberekent de vereveningsbijdrage 2015 voorlopig door de som van het herberekende normatieve bedrag 2015, bedoeld in het eerste lid, met toepassing van het tweede en derde lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar, bedoeld in het vorige lid, te verminderen met de voorlopig herberekende normatieve eigen risico opbrengst, bedoeld in artikel 22, en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het vierde en vijfde lid. @@ -960,7 +960,7 @@ d. indien het in onderdeel a bepaalde bedrag kleiner is dan € -15,00 per verze ### Artikel 24 -Het Zorginstituut herberekent het normatieve bedrag voor de tweede keer voorlopig met inachtneming van de kosten 2015 uit de opgave jaarstaat 2017 per 1 mei 2018 en de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast. +Het Zorginstituut herberekent het normatieve bedrag voor de tweede keer voorlopig met inachtneming van de kosten 2015 uit de opgave jaarstaat 2017 per 1 mei 2018 en de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast. ### Artikel 25 @@ -968,9 +968,9 @@ Het Zorginstituut herberekent het normatieve bedrag voor de tweede keer voorlopi **2.** Voor het criterium SES betrekt het Zorginstituut voor het inkomen de opgave van de Belastingdienst over 2015 bij de verzekerdenaantallen. Indien een verzekerde niet is opgenomen in de opgave over 2015, maakt het Zorginstituut gebruik van de opgave over 2014. -**3.** Voor het criterium MHK betrekt het Zorginstituut bij de verzekerdenaantallen de declaraties 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van medisch-specialistische zorg en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2016, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2017 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. +**3.** Voor het criterium MHK betrekt het Zorginstituut bij de verzekerdenaantallen de declaraties 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van medisch-specialistische zorg en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2016, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2017 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. -**4.** Voor het criterium GGZ-MHK betrekt het Zorginstituut bij de verzekerdenaantallen de declaraties 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag GGZ kosten tot en met 31 december 2016, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2017 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. +**4.** Voor het criterium GGZ-MHK betrekt het Zorginstituut bij de verzekerdenaantallen de declaraties 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag GGZ kosten tot en met 31 december 2016, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2017 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. ### Artikel 26 @@ -1054,8 +1054,8 @@ Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit zorgverzekering: a. bepaalt het Zorginstituut per zorgverzekeraar het verschil tussen het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van verpleging en verzorging 2015, bedoeld in artikel 28, achtste lid, en de kosten van verpleging en verzorging 2015, bedoeld in artikel 28, eerste lid, en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven; b. berekent het Zorginstituut het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag kosten van verpleging en verzorging. Het Zorginstituut berekent het gemiddelde marktresultaat door voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag kosten van verpleging en verzorging, bedoeld in artikel 28, derde lid, en de kosten van verpleging en verzorging 2015, bedoeld in artikel 28, eerste lid, te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is; -c. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan € 5,– per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het Zorginstituut 95 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2015; -d. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan € 5,– per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het Zorginstituut 95 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2015. +c. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan € 5,– per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het Zorginstituut 95 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2015; +d. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan € 5,– per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het Zorginstituut 95 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2015. **3.** @@ -1063,14 +1063,14 @@ Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit zorgverzekering: a. bepaalt het Zorginstituut per zorgverzekeraar het verschil tussen het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015, bedoeld in artikel 29, negende lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015, bedoeld in artikel 29, eerste lid, en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven; b. berekent het Zorginstituut het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg. Het Zorginstituut berekent het gemiddeld marktresultaat door voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015, bedoeld in artikel 29, negende lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015 bedoeld in artikel 29, vierde lid, te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is; -c. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan € 15,– per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het Zorginstituut 90 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2015; -d. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan € 15,– per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het Zorginstituut 90 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2015. +c. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan € 15,– per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het Zorginstituut 90 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2015; +d. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan € 15,– per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het Zorginstituut 90 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2015. **4.** Het Zorginstituut bepaalt de tweede voorlopige opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van achttien jaar en ouder per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2015. -**5.** Het Zorginstituut vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in zijn jaarstaat 2015 per 1 mei 2016 als gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 van de wet geen nominale premies worden ontvangen. +**5.** Het Zorginstituut vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in zijn jaarstaat 2015 per 1 mei 2016 als gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 van de wet geen nominale premies worden ontvangen. -**6.** Het Zorginstituut berekent de tweede voorlopige aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar door het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar te vermenigvuldigen met € 45,–. +**6.** Het Zorginstituut berekent de tweede voorlopige aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar door het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar te vermenigvuldigen met € 45,–. **7.** Het Zorginstituut berekent de vereveningsbijdrage 2015 voor de tweede keer voorlopig door de som van het tweede voorlopige normatieve bedrag 2015 bedoeld in het eerste lid, met toepassing van het tweede en derde lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar, bedoeld in het vorige lid, te verminderen met de tweede voorlopige normatieve eigen risico opbrengst, bedoeld in artikel 30, en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het vierde en vijfde lid. @@ -1242,7 +1242,7 @@ Bij de berekening wordt een maand op 30 en een jaar op 360 dagen gesteld. ### Artikel 45 -Deze beleidregels treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst en werken terug tot en met 1 oktober 2014. +Deze beleidregels treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst en werken terug tot en met 1 oktober 2014. ### Artikel 46