2023-10-01 | BWBR0027122 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in Aruba

This commit is contained in:
Coornhert 2023-10-01 12:00:00 +00:00
parent 4e0da2fcc7
commit 0440323d0c

View file

@ -68,13 +68,18 @@ Het begrip vreemdeling wordt gedefinieerd als een persoon die niet in het
### 1-1-f. Toelichting ad
**Voor de toepassing van deze Rijkswet wordt verstaan onder staatloze: een persoon die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.**
Voor de toepassing van deze Rijkswet wordt verstaan onder staatloze:
Personen die, met inachtneming van de betreffende nationaliteitswetgeving, werkelijk door geen enkel land als onderdaan worden aangemerkt, zijn staatloos in de zin van de RWN. Hiermee is de definitie van het begrip staatloze in overeenstemming met de definitie in artikel 1 van het Verdrag van New York van 28 september 1954, betreffende de status van staatlozen (*Trb.* 1957, 22).
1. voor zover het betreft toepassing in het Europese deel van Nederland: een persoon die als staatloos kan worden beschouwd op grond van artikel 4 of 5 van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid;
2. voor zover het betreft toepassing in de landen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: een persoon die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.
Om te bepalen of een persoon staatloos is in de zin van de RWN wordt gekeken naar de inschrijving in de PIVA. Als de vreemdeling in de PIVA is ingeschreven als staatloze, is op zijn persoonslijst de categorie nationaliteit niet opgenomen en kan hij worden aangemerkt als staatloze in de zin van de RWN.
Personen die, met inachtneming van de betreffende nationaliteitswetgeving, werkelijk door geen enkel land als onderdaan worden aangemerkt, zijn staatloos in de zin van de RWN. Hiermee is de definitie van het begrip staatloze in overeenstemming met de definitie in artikel 1 van het Verdrag van New York van 28 september 1954, betreffende de status van staatlozen (*Trb.* 1957, 22).
Als de vreemdeling in de PIVA is ingeschreven als zijnde van onbekende nationaliteit omdat zijn nationaliteit niet kan worden vastgesteld, is op zijn persoonslijst in de categorie nationaliteit de standaardwaarde 0000 (onbekend) opgenomen en kan hij niet worden aangemerkt als staatloze in de zin van de RWN. Een eenduidige definitie van het begrip staatloze is van belang in verband met de toepassing van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, RWN, artikel 8, vierde lid, RWN en artikel 14, achtste lid, RWN.
Om te bepalen of een persoon staatloos is in de zin van de RWN wordt in beginsel gekeken naar de inschrijving in de PIVA. Als de vreemdeling in de PIVA is ingeschreven als staatloze, is op zijn persoonslijst de categorie nationaliteit niet opgenomen en kan hij worden aangemerkt als staatloze in de zin van de RWN.
Als de vreemdeling in de PIVA is ingeschreven als zijnde van onbekende nationaliteit omdat zijn nationaliteit niet kan worden vastgesteld, is op zijn persoonslijst in de categorie nationaliteit de standaardwaarde 0000 (onbekend) opgenomen en kan hij niet worden aangemerkt als staatloze in de zin van de RWN. Een eenduidige definitie van het begrip staatloze is van belang in verband met de toepassing van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, RWN, artikel 6, eerste lid, aanhef en onder q, RWN, artikel 8, vierde lid, RWN en artikel 14, achtste lid, RWN.
Als vaststaat dat beide ouders staatloos zijn, is evident dat het kind dit vanaf zijn geboorte ook is, tenzij het kind de Nederlandse nationaliteit kan ontlenen aan opvolgende geboorte (artikel 3, derde lid, RWN).
### 1-1-g. Toelichting ad
@ -180,6 +185,14 @@ Als uit de overgelegde verblijfsdocumenten in samenhang met de beschikbare gegev
**Voor de toepassing van deze Rijkswet wordt verstaan onder hoofdverblijf: de plaats waar een persoon zijn feitelijke woonstede heeft.**
#### 1. Algemeen
In onderstaande paragraaf wordt een nadere uitleg gegeven van het begrip hoofdverblijf, zoals opgenomen in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder h, RWN (zie paragraaf 2).
Daarnaast is in de RWN in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder q, RWN het begrip stabiel hoofdverblijf opgenomen. De uitleg van het begrip stabiel hoofdverblijf en hoe dat vastgesteld kan worden, is opgenomen in de toelichting op artikel 6, eerste lid, aanhef en onder q, RWN, omdat het begrip stabiel hoofdverblijf alleen daar van belang is.
#### 2. Hoofdverblijf
Het begrip hoofdverblijf heeft een strikt feitelijke betekenis. Het hoofdverblijf van een persoon is de plaats waar hij kennelijk geregeld vertoeft, daar waar hij het centrum van zijn activiteiten heeft. Te denken valt bijvoorbeeld aan de plaats waar een persoon zijn slaapplaats heeft, waar hij werkelijk woont (met zijn gezin) of waar zijn inboedel zich bevindt. Er moet sprake zijn van een meer duurzame betrekking tussen een persoon en een plaats. Een verblijf van voorbijgaande aard heeft geen betekenis.
De vraag welke plaats als het hoofdverblijf van een persoon moet worden aangemerkt is een feitelijke, die aan de hand van verschillende factoren van feitelijke aard wordt beantwoord. Met de wil van de persoon wordt slechts rekening gehouden, voor zover deze blijkt uit zijn gedragingen.
@ -188,34 +201,34 @@ Hoofdverblijf in Aruba kan worden aangenomen als de vreemdeling is ingeschreven
Indicaties voor verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Aruba zijn onder meer:
uitschrijving uit de PIVA;
de afmelding bij de Belastingdienst wegens vertrek naar het buitenland;
mededeling aan een Arubaanse overheidsinstantie van vertrek naar het buitenland;
het nemen van ontslag bij de werkgever, of bedrijfsbeëindiging;
het opzeggen van een bank- of girorekening;
het laten overmaken van periodieke uitkeringen naar een adres buiten Aruba;
de afkoop van pensioenrechten;
verkoop van de woning of opzegging van de huur;
de ontruiming van de woning in Aruba en het over de grens brengen van de inboedel; en
het (onder)verhuren aan derden van de woning in Aruba.
uitschrijving uit de PIVA;
de afmelding bij de Belastingdienst wegens vertrek naar het buitenland;
mededeling aan een Arubaanse overheidsinstantie van vertrek naar het buitenland;
het nemen van ontslag bij de werkgever, of bedrijfsbeëindiging;
het opzeggen van een bank- of girorekening;
het laten overmaken van periodieke uitkeringen naar een adres buiten Aruba;
de afkoop van pensioenrechten;
verkoop van de woning of opzegging van de huur;
de ontruiming van de woning in Aruba en het over de grens brengen van de inboedel; en
het (onder)verhuren aan derden van de woning in Aruba.
Deze indicaties zijn niet limitatief. Ook op andere feitelijke gronden kan worden geconcludeerd dat een persoon zijn hoofdverblijf heeft verplaatst.
Vestiging van het hoofdverblijf buiten Aruba wordt in ieder geval aangenomen, indien een persoon:
zich uitgeschreven heeft bij de BBSB en/of zich afgemeld heeft bij de belastingdienst;
meer dan twaalf achtereenvolgende maanden buiten Aruba heeft verbleven (vergelijk artikel 12, aanhef en sub d LTUV), tenzij hij aannemelijk maakt dat de overschrijding van de periode van twaalf maanden het gevolg is van buiten zijn schuld gelegen omstandigheden (te denken valt aan de situatie waarbij de persoon kan aantonen dat de overschrijding van die termijn te wijten is aan een ziekenhuisopname of een natuurramp); of
voor het derde achtereenvolgende jaar meer dan zes achtereenvolgende maanden buiten Aruba heeft verbleven, tenzij hij aannemelijk maakt dat het centrum van zijn activiteiten niet naar het buitenland is verlegd.
zich uitgeschreven heeft bij de BBSB en/of zich afgemeld heeft bij de belastingdienst;
• meer dan twaalf achtereenvolgende maanden buiten Aruba heeft verbleven (vergelijk artikel 12, aanhef en sub d LTUV), tenzij hij aannemelijk maakt dat de overschrijding van de periode van twaalf maanden het gevolg is van buiten zijn schuld gelegen omstandigheden (te denken valt aan de situatie waarbij de persoon kan aantonen dat de overschrijding van die termijn te wijten is aan een ziekenhuisopname of een natuurramp); of
voor het derde achtereenvolgende jaar meer dan zes achtereenvolgende maanden buiten Aruba heeft verbleven, tenzij hij aannemelijk maakt dat het centrum van zijn activiteiten niet naar het buitenland is verlegd.
Vestiging van het hoofdverblijf buiten Aruba wordt niet aangenomen op de enkele grond dat een persoon:
Aruba heeft verlaten voor de vervulling van de militaire dienstplicht en binnen zes maanden na beëindiging van de dienstplicht naar Aruba is teruggekeerd; of
buiten Aruba is gedetineerd dan wel buiten Aruba gedetineerd is geweest en binnen zes maanden na beëindiging van de detentie naar Aruba is teruggekeerd. (Detentie vormt overigens in principe een reden voor intrekking van de vergunning. Er wordt dan immers niet meer voldaan aan één of meer voorwaarden, verbonden aan het verlenen van de vergunning.)
Aruba heeft verlaten voor de vervulling van de militaire dienstplicht en binnen zes maanden na beëindiging van de dienstplicht naar Aruba is teruggekeerd; of
buiten Aruba is gedetineerd dan wel buiten Aruba gedetineerd is geweest en binnen zes maanden na beëindiging van de detentie naar Aruba is teruggekeerd. (Detentie vormt overigens in principe een reden voor intrekking van de vergunning. Er wordt dan immers niet meer voldaan aan één of meer voorwaarden, verbonden aan het verlenen van de vergunning.)
Een vreemdeling wordt geacht zijn hoofdverblijf niet buiten Aruba te hebben gevestigd:
in de periode dat hij arbeid heeft verricht voor een werkgever geregistreerd in Aruba die geheel of gedeeltelijk buiten Aruba heeft plaatsgevonden (aan boord van een Arubaans zeeschip of in de internationale luchtvaart) en hij gedurende die periode in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van die arbeid;
Voor zover van toepassing in Aruba: indien en zolang hij de echtgenoot/partner is van een ambtenaar, bedoeld in artikel 17, eerste lid, juncto artikel 2, tweede lid van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken die uitgezonden is (geweest) naar een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland (deze vreemdeling behoudt niet alleen zijn hoofdverblijf in Aruba, maar behoudt in den regel, mits aan de daarvoor gestelde voorwaarden voldaan blijft, tevens zijn verblijfsrecht in Aruba). Een vereiste is dat de vreemdeling gedurende de periode van uitzending alsook het verblijf in Aruba heeft samengewoond met de echtgenoot/partner. De samenwoning met de Nederlandse partner moet gebeuren op basis van een notarieel samenlevingscontract. Dit volgt uit het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken.
in de periode dat hij arbeid heeft verricht voor een werkgever geregistreerd in Aruba die geheel of gedeeltelijk buiten Aruba heeft plaatsgevonden (aan boord van een Arubaans zeeschip of in de internationale luchtvaart) en hij gedurende die periode in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van die arbeid;
Voor zover van toepassing in Aruba: indien en zolang hij de echtgenoot/partner is van een ambtenaar, bedoeld in artikel 17, eerste lid, juncto artikel 2, tweede lid van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken die uitgezonden is (geweest) naar een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland (deze vreemdeling behoudt niet alleen zijn hoofdverblijf in Aruba, maar behoudt in den regel, mits aan de daarvoor gestelde voorwaarden voldaan blijft, tevens zijn verblijfsrecht in Aruba). Een vereiste is dat de vreemdeling gedurende de periode van uitzending alsook het verblijf in Aruba heeft samengewoond met de echtgenoot/partner. De samenwoning met de Nederlandse partner moet gebeuren op basis van een notarieel samenlevingscontract. Dit volgt uit het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken.
### 1-2. Toelichting ad
@ -1265,8 +1278,6 @@ Sinds 1 januari 1985 staat de bepaling uit artikel 5c RWN in ongewijzigde redact
## 6
*Verwijzingen*
RWN: artikelen 1; 2; 8; 9; 12; 13; 14.1; 21; 22; 23; 26 en 28
RRWN: artikelen II.2 en V.1
@ -1281,15 +1292,15 @@ Boek 10 BW: artikelen 22 lid 2 en 25 lid 1 onder a, 25 lid 1 onder b, 25 lid 2,
WRvS: artikelen 37 en 39
Verdragen: artikel 1 Overeenkomst van Rome inzake de wettiging door huwelijk;
Verdragen: artikel 1 Overeenkomst van Rome inzake de wettiging door huwelijk;
artikelen 1 en 12 Verdrag van New York ter beperking der staatloosheid;
artikelen 6.1a en 6.2b Europees Verdrag inzake nationaliteit.
*Overgangsrecht*
Zie artikel 26 RWN voor tijdelijk soepelere voorwaarden voor optie door bepaalde categorieën oud-Nederlanders. Zie voor de gevolgen van een erkenning van een minderjarige door een Nederlandse man vóór 1 april 2003, de toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN, onder Erkenning van minderjarigen vóór 1 april 2003.
Zie artikel 26 RWN voor tijdelijk soepelere voorwaarden voor optie door bepaalde categorieën oud-Nederlanders. Zie voor de gevolgen van een erkenning van een minderjarige door een Nederlandse man vóór 1 april 2003, de toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN, onder Erkenning van minderjarigen vóór 1 april 2003.
Artikel 6, eerste lid, aanhef en onder q, RWN geldt voor optieverklaringen die op of na 1 oktober 2023 zijn afgelegd (inwerkingtreding wijziging wetsvoorstel RWN).
### 6-alg. Toelichting algemeen
@ -2195,6 +2206,92 @@ De instantie die de optieverklaring op grond van artikel 6, eerste lid onder p,
Als de optant bezwaar heeft gemaakt tegen de weigering van de bevestiging van de optieverklaring, kan de bevoegde instantie in de bezwaarfase een nieuw advies bij de IND vragen als in de bezwaarfase sprake is van nova.
### 6-1-q. Toelichting ad
**Na het afleggen van een daartoe strekkende schriftelijke verklaring verkrijgt door een bevestiging als bedoeld in het derde lid het Nederlanderschap: de vreemdeling die de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet heeft bereikt; in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is geboren; aldaar gedurende een onafgebroken periode van ten minste vijf jaren onmiddellijk voorafgaand aan de verklaring stabiel hoofdverblijf heeft; sinds zijn geboorte staatloos is en in redelijkheid geen andere nationaliteit kan verkrijgen.**
#### 1. Algemeen
De hier bedoelde vreemdeling, verkrijgt het Nederlanderschap door de bevestiging, bedoeld in artikel 6, derde lid, RWN als cumulatief:
• de vreemdeling de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet heeft bereikt;
• de vreemdeling in het Koninkrijk is geboren;
• de vreemdeling aldaar gedurende een onafgebroken periode van ten minste vijf jaren onmiddellijk *voorafgaand* aan de verklaring stabiel hoofdverblijf heeft. De term en de wijze van toetsen van stabiel hoofdverblijf worden nader uitgewerkt in paragraaf 1.1 hieronder;
• de vreemdeling *sinds* zijn geboorte staatloos is. Voor de definitie van staatloosheid wordt verwezen naar de toelichting op artikel 1, eerste lid, aanhef en onder f, HRWN;
• de vreemdeling in redelijkheid geen andere nationaliteit kan verkrijgen;
• er op grond van het gedrag van de optant geen ernstige vermoedens bestaan dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk (Zie de toelichting bij artikel 6, vierde lid, RWN, alsmede de toelichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN).
• Als aan alle voorwaarden is voldaan wordt de optieverklaring bevestigd en verkrijgt de vreemdeling het Nederlanderschap.
• hij zich bereid heeft verklaard bij de verkrijging van het Nederlanderschap een verklaring van verbondenheid af te leggen (zie toelichting bij artikel 6, tweede lid, RWN).
De optieverklaring kan worden afgelegd met behulp van model 1.58.
Als aan alle voorwaarden is voldaan wordt de optieverklaring bevestigd en verkrijgt de vreemdeling het Nederlanderschap.
##### 1.1. Stabiel hoofdverblijf
Voor de beoordeling van stabiel hoofdverblijf zijn de volgende criteria van toepassing:
• het moet gaan om vijf jaar feitelijk en onafgebroken verblijf in het Koninkrijk; en
• het kind en de ouder(s) hebben in het verleden het vertrektraject niet gefrustreerd; en
• het kind en de ouder(s) hebben zich niet onttrokken aan toezicht van de autoriteiten van het desbetreffende land binnen het Koninkrijk.
De Gouverneur neemt in beginsel de registratie in de PIVA als uitgangspunt voor het vijf jaar feitelijk en onafgebroken hoofdverblijf in Aruba. Als de vreemdeling niet is ingeschreven in de PIVA of enkel voor een bepaalde periode of niet aaneengesloten, moet de vreemdeling op een andere wijze aantonen dat hij gedurende die periode feitelijk in Aruba verbleef. Zie ook de toelichting op artikel 1, eerste lid, aanhef en onder h, HRWN.
De Gouverneur kan advies vragen aan de lokale toelatings- en vertrekautoriteiten middels model 1.59 in verband met de beoordeling of:
• sprake is van frustratie van het vertrektraject; en
• het onttrekken aan toezicht van de ouder(s)/het kind.
Er is sprake van frustratie van het vertrektraject als het kind en de ouder(s) doelbewust en systematisch geen medewerking hebben verleend aan dit traject. Uitgangspunt is dat de vreemdeling meewerkt aan zijn vertrek als hij actief meewerkt aan zijn vertrektraject, tenzij er sprake is van systematische tegenwerking. Systematische tegenwerking kan blijken uit het bovengenoemde advies van de bevoegde autoriteiten.
Er is sprake van het onttrekken aan toezicht als een vreemdeling niet meer in beeld is bij de autoriteiten van het desbetreffende land binnen het Koninkrijk.
*Voorbeeld 1:*
*Mevrouw A, meneer B en hun kinderen X en Y leggen een optieverklaring af op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder q RWN. Zij hebben een verblijfsvergunning gehad de afgelopen vijf jaar. Gelet hierop kan worden geconcludeerd dat sprake is van vijf jaar feitelijk en onafgebroken verblijf in Aruba (stabiel hoofdverblijf). Verder kan worden geconcludeerd dat, omdat de betrokkenen in het bezit zijn gesteld van een verblijfsvergunning, er geen sprake is van frustratie van het vertrektraject en het onttrekken aan toezicht van de autoriteiten van het desbetreffende land binnen het Koninkrijk. Gelet hierop hoeft de Gouverneur hierover geen advies te vragen.*
*Voorbeeld 2:*
*De heer C is 20 jaar en geboren in Aruba. Mevrouw A is zijn moeder met de *** nationaliteit. Mevrouw A kan op basis van de nationaliteitswet van het land waar zij de nationaliteit van heeft, haar nationaliteit niet doorgeven (zoals ook opgenomen in de Regeling evidente staatloosheid). Er is geen juridische vader in beeld. De heer C is dus staatloos. Voor de heer C is het in redelijkheid niet mogelijk een (andere) nationaliteit te verkrijgen. Tot het moment dat de heer C een optieverklaring aflegt op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder q, RWN, werkte de heer C, evenals zijn ouders, mee aan zijn vertrek. Hiermee is de heer C dus ook in beeld bij de overheidsinstanties en onttrekt hij zich niet aan toezicht. De heer C kan een geslaagd beroep doen op het optierecht van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder q, RWN, voor zover hij ook aan de overige voorwaarden voldoet.*
##### 1.2. Staatloosheid
De Gouverneur gaat in beginsel uit van de registratie in de PIVA voor wat betreft de staatloosheid van een vreemdeling (zie ook de toelichting op artikel 1, eerste lid, aanhef en onder f, HRWN) (tenzij uit het overleggen van een nationaliteitvaststellend document blijkt dat hij niet langer staatloos is).
In het Europese deel van het Koninkrijk wordt staatloosheid vanaf 1 oktober 2023 vastgesteld op basis van artikel 4 van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid vastgesteld door de civiele rechter in Den Haag. Daarnaast kan in het Europese deel van het Koninkrijk staatlosheid worden vastgesteld op basis van artikel 5 van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid, als sprake is van evidente staatloosheid.
Van evidente staatloosheid is uitsluitend sprake als de staatloze:
a. beschikt over een document waaruit de vaststelling van staatloosheid blijkt door een land dat bij ministeriële regeling is aangewezen; of
b. een in Nederland geboren kind is, van wie de ouder(s) op grond van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid vastgesteld staatloos zijn; of
c. een in Nederland geboren vreemdeling is zonder juridische vader, waarbij de moeder op basis van haar nationaliteitsrecht haar nationaliteit niet kan doorgeven aan haar kind. In welke landen hiervan sprake kan zijn, is opgenomen in de Regeling evidente staatloosheid; of
d. een in Nederland geboren vreemdeling is, van wie de vader op grond van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid vastgesteld staatloos is en van wie de moeder op basis van haar nationaliteitsrecht haar nationaliteit niet kan doorgeven aan haar kind. In welke landen hiervan sprake kan zijn, is opgenomen in de Regeling evidente staatloosheid; of
e. enkel de nationaliteit bezit van een staat die niet wordt erkend.
Hoewel de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid en het Besluit evidente staatloosheid niet gelden buiten het Europese deel van het Koninkrijk, kunnen onderdelen van het Besluit evidente staatloosheid en informatie uit de Regeling evidente staatloosheid buiten het Europese deel van het Koninkrijk in voorkomende gevallen wel gebruikt worden om staatloosheid, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder f, tweede onderdeel, RWN vast te stellen. Ook kan desgeswenst gebruik gemaakt worden van de werkinstructie van de IND inzake het beoordelen van evidente staatloosheid op www.ind.nl.
Een document als genoemd onder a. betreft een buitenlandse vaststelling staatloosheid (gerechtelijke vaststelling of besluit overheidsorgaan) van een land dat bij ministeriële regeling is aangewezen. Zie hiervoor de Regeling evidente staatloosheid. Buitenlandse documenten moeten vertaald zijn door een beëdigde vertaler in het Nederlands, Engels, Frans of Duits. Deze documenten moeten voor zover nodig gelegaliseerd of van een apostille voorzien zijn.
##### 1.3. Het in redelijkheid niet kunnen verkrijgen van andere nationaliteit
De Gouverneur moet in het geval van een optie waarbij de staatloze optant geen rechtmatig verblijf heeft in Aruba beoordelen of de ouders zelf wel een nationaliteit hebben dan wel op grond van de nationaliteitswetgeving van hun land van herkomst hun nationaliteit na de geboorte kan doorgeven aan hun kind. Als zij daar (kennelijk) van hebben afgezien kunnen zij verantwoordelijk worden geacht voor de staatloosheid van hun kind. Zij hebben die immers niet opgeheven, terwijl zij daartoe wel de juridische mogelijkheid hadden.
Daarbij zijn met name relevant gevallen waarin de ouders de nationaliteit hebben van een land dat het ius soli systeem kent (nationaliteit wordt ontleend aan geboorte op grondgebied van de betreffende staat). In die gevallen moet worden beoordeeld of zij een reparatiemogelijkheid hebben op grond van de wetgeving van hun land van nationaliteit. Veel landen met een ius soli systeem kennen de mogelijkheid het kind dat in het buitenland is geboren te laten registreren bij hun ambassades, waardoor het kind de nationaliteit van de ouder(s) alsnog verkrijgt. De Gouverneur kan niet vaststellen of dit opzettelijk niet is gebeurd of door gebrek aan informatie. De Gouverneur kan alleen feitelijk vaststellen dat de juridische mogelijkheid bestaat of niet. Het gaat om de feitelijke conclusie dat er een mogelijkheid bestaat en dat daarvan (bewust dan wel onbewust) geen gebruik is gemaakt.
#### 2. Peilmoment stabiel hoofdverblijf
De vreemdeling moet de periode van tenminste vijf jaar onafgebroken stabiel hoofdverblijf al hebben voorafgaand aan het afleggen van zijn optieverklaring
De periode van onafgebroken hoofdverblijf mag niet alsnog tijdens de procedure van de optie verbroken worden. De bevestiging van de optieverklaring wordt dan alsnog geweigerd.
#### 3. Bewijslast
Het is aan de optant om het bestaan van relevante feiten en omstandigheden te vermelden en deze aannemelijk te maken met behulp van bewijsstukken. Dat betreft alle voorwaarde waaraan hij moet voldoen om voor de optiebevestiging in aanmerking te komen. De Gouverneur onderzoekt vervolgens omstandigheden met betrekking tot het vertrektraject en het al dan niet onttrekken aan toezicht.
#### 4. Bezwaar: bij nova eventueel vragen om nieuw advies
Als de optant bezwaar heeft gemaakt tegen de weigering van de optieverklaring, kan de Gouverneur in de bezwaarfase als sprake is van nova een nieuw advies bij de lokale toelatings- en vertrekautoriteiten vragen. Zie ook paragraaf 1.1.
### 6-2. Toelichting ad
**Bij het afleggen van de verklaring tot verkrijging van het Nederlanderschap verklaart de meerderjarige vreemdeling en de minderjarige vreemdeling die de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt tevens bereid te zijn bij de verkrijging van het Nederlanderschap een verklaring van verbondenheid af te leggen. Het besluit tot bevestiging wordt niet bekendgemaakt dan nadat de verklaring van verbondenheid daadwerkelijk is afgelegd.**
@ -3870,58 +3967,31 @@ De Gouverneur hoeft een eerder uitgereikt uittreksel niet door middel van een ve
## 8
Artikel
8
1
Voor verlening van het Nederlanderschap overeenkomstig artikel 7 komt slechts in aanmerking de verzoeker
a.
die meerderjarig is;
b.
tegen wiens verblijf voor onbepaalde tijd in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, geen bedenkingen bestaan;
c.
die tenminste sedert vijf jaren onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, toelating en hoofdverblijf heeft;
d.
die in het Koninkrijk en het land van ingezetenschap als ingeburgerd kan worden beschouwd op grond van het feit dat hij beschikt over een bij algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen mate van kennis van de Nederlandse taal en indien hij in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba hoofdverblijf heeft de taal die op het eiland van het hoofdverblijf gangbaar is, alsmede van de staatsinrichting en maatschappij van het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en hij zich ook overigens in een van deze samenlevingen heeft doen opnemen; en
e.
die verklaart bereid te zijn bij de verkrijging van het Nederlanderschap een verklaring van verbondenheid af te leggen. Het besluit tot verlening wordt niet bekend gemaakt dan nadat de verklaring daadwerkelijk is afgelegd.
2
Het eerste lid, onder c, geldt niet met betrekking tot de verzoeker die hetzij te eniger tijd het Nederlanderschap of de staat van Nederlands onderdaan-niet-Nederlander heeft bezeten, hetzij sedert tenminste drie jaren de echtgenoot is van en samenwoont met een Nederlander, hetzij tijdens zijn meerderjarigheid in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten is geadopteerd door ouders van wie in elk geval één het Nederlanderschap bezit.
3
De termijn bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt op twee jaren gesteld voor degene die in totaal ten minste tien jaren in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba toelating en hoofdverblijf heeft gehad.
4
De termijn bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt op drie jaren gesteld voor de verzoeker die hetzij ongehuwd tenminste drie jaren onafgebroken met een ongehuwde Nederlander in een duurzame relatie anders dan het huwelijk samenleeft, hetzij staatloos is.
5
De termijn bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt eveneens op drie jaren gesteld voor de verzoeker die door erkenning of wettiging zonder erkenning het kind van een Nederlander is geworden. Voor de verzoeker die tijdens zijn minderjarigheid is erkend of gewettigd wordt de termijn van drie jaren verminderd met de onafgebroken periode gedurende welke hij onmiddellijk voorafgaande aan zijn meerderjarigheid na de erkenning of wettiging zonder erkenning, verzorging en opvoeding heeft genoten van de Nederlander door wie hij is erkend of wiens kind hij door wettiging zonder erkenning is geworden.
6
Een krachtens het eerste lid, onder d, vastgestelde algemene maatregel van rijksbestuur treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan beide kamers der Staten-Generaal.
20203400825-06-202022-06-2020WBN-A2020/120203400825-06-202022-06-2020WBN-A2020/101-10-2020
RWN: artikelen 1.1b; 1.1f; 1.1g; 1.1h; 2; 7; 8; 9; 10; 11 en 14.1
RRWN: artikelen II en VII.2
BNT: artikelen 2; 3; 5 en 7
BON: artikel 3 en volgende
BVVN: artikel 24; hoofdstuk III en artikel 72
Awb: artikelen 4:2; 4:5.1 en 6:3
Bdr: artikelen 5; 6; 8 en 9
BWA: artikelen 1:33 en 1:69
WCE: artikel 3
WCH: artikel 3
WNI: artikel 7
LTU en LTUV: artikelen 1, 3, 7, 7a en overgangsbepalingen IV, V en VI
Voor artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c en d, RWN geldt overgangsrecht. Dit geldt ook voor de andere verkorte termijnen die samenhangen met artikel 8 lid 1 aanhef en onder c RWN, namelijk artikel 8 lid 3, 4, en lid 5 RWN. Zie de toelichting bij artikel 7 RWN, onder Overgangsrecht.
### 8-alg. Toelichting algemeen
@ -4646,18 +4716,28 @@ Evelyn is burger van Dominica. Zij woont en werkt in totaal al 15 jaar in Aruba,
### 8-4. Toelichting ad
**De termijn bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt op drie jaren gesteld voor de verzoeker die hetzij ongehuwd tenminste drie jaren onafgebroken met een ongehuwde Nederlander in een duurzame relatie anders dan het huwelijk samenleeft, hetzij staatloos is.**
**De termijn bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt op drie jaren gesteld voor de verzoeker die hetzij ongehuwd tenminste drie jaren onafgebroken met een ongehuwde Nederlander in een duurzame relatie anders dan het huwelijk samenleeft, hetzij staatloos is, tenzij het Nederlanderschap eerder is ingetrokken op grond van artikel 14, eerste lid.**
#### 1. Algemeen
Op grond van deze bepaling geldt een verkorte termijn van drie jaar toelating en hoofdverblijf binnen het Koninkrijk indien de verzoeker voorafgaand aan de indiening van het verzoek ten minste drie jaar onafgebroken ongehuwd samenwoont binnen het Koninkrijk met een en dezelfde ongehuwde Nederlandse partner. De toelating en de samenwoning met die ongehuwde Nederlandse partner dienen op het moment van de beslissing op het verzoek voort te duren. In deze periode van toelating mag dus geen verblijfsgat voorkomen. De samenwoning binnen het Koninkrijk kan worden aangetoond door inschrijving op een zelfde adres in de BRP, PIVA of de bevolkingsregistratie. Een periode van samenwoning buiten het Koninkrijk telt niet mee.
De (niet-Nederlandse) ongehuwde partner van een ongehuwde en tot Nederlander genaturaliseerde vreemdeling komt in aanmerking voor toepassing van dit artikellid, mits onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek en sinds deze relatie sprake is van ten minste drie jaar onafgebroken samenwoning binnen het Koninkrijk. Op het moment van de indiening van het verzoek dient de partner van de verzoeker in het bezit te zijn van de Nederlandse nationaliteit. Niet vereist is dat de Nederlandse partner reeds drie jaar het Nederlanderschap bezit. Het is dus niet zo dat pas drie jaren na de naturalisatie van de één, de ander een verzoek kan indienen.
Eveneens geldt een verkorte termijn van drie jaar toelating en hoofdverblijf voor de verzoeker die staatloos is. Zie voor uitleg van het begrip staatloze de toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder f, RWN.
Eveneens geldt een verkorte termijn van drie jaar toelating en hoofdverblijf voor de verzoeker die staatloos is. Zie voor uitleg van het begrip staatloze de toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder f, RWN.
Ook voor artikel 8, vierde lid geldt het overgangsrecht (zie de paragraaf Overgangsrecht) in de toelichting onder artikel 7. Het overgangsrecht is ook beschreven in de toelichting onder artikel VII, tweede lid RRWN.
Voor artikel 8, vierde lid geldt het overgangsrecht (zie de paragraaf Overgangsrecht) in de toelichting onder artikel 7.
Als het Nederlanderschap eerder is ingetrokken op grond van artikel 14, eerste lid, RWN, dan geldt de verkorte termijn van drie jaar niet. Dit geldt voor zaken van personen die vanaf 1 oktober 2023 een naturalisatieverzoek hebben ingediend. Als een naturalisatieverzoek, bezwaarschrift of beroepschrift is ingediend voor 1 oktober 2023 dan geldt nog het oude artikel 8 lid 4 RWN en is dus de verkorte termijn nog van toepassing.
#### 2. Staatloosheid
Eveneens geldt een verkorte termijn van drie jaar toelating en hoofdverblijf voor de verzoeker van wie de staatloosheid is vastgesteld. Zie voor uitleg van het begrip staatloze de toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder f, RWN.
De Fransman E woonde in Frankrijk tien jaar ongehuwd samen met een Nederlandse vrouw, die geboren is in Aruba. Beiden vestigden zich vervolgens in Aruba. Op grond hiervan werd E in het bezit gesteld van een vergunning tot (tijdelijk) verblijf voor verblijf bij Nederlandse partner. Na anderhalf jaar hebben zij in Aruba hun samenwoning vastgelegd in een notariële akte. E kan, vanaf het moment dat hij nog eens anderhalf jaar onafgebroken samenwoont met zijn Nederlandse partner en mits hij gedurende die periode onafgebroken in het bezit blijft van een geldige vergunning tot (tijdelijk) verblijf, een verzoek om naturalisatie indienen. Hij voldoet dan aan de verkorte termijn van drie jaar toelating en hoofdverblijf. De termijn van tien jaar ongehuwd samenwonen in het buitenland telt niet mee. Of het verzoek van E wordt ingewilligd hangt uiteraard ook af van de vraag of hij voldoet aan de overige voorwaarden voor verlening van het Nederlanderschap.
Als het Nederlanderschap van E eerder ingetrokken is op grond van artikel 14, eerste lid, RWN, dan geldt de verkorte termijn van artikel 8, vierde lid, RWN niet.
### 8-5. Toelichting ad
**De termijn bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt eveneens op drie jaren gesteld voor de verzoeker die door erkenning of wettiging zonder erkenning het kind van een Nederlander is geworden. Voor de verzoeker die tijdens zijn minderjarigheid is erkend of gewettigd wordt de termijn van drie jaren verminderd met de onafgebroken periode gedurende welke hij onmiddellijk voorafgaande aan zijn meerderjarigheid na de erkenning of wettiging zonder erkenning, verzorging en opvoeding heeft genoten van de Nederlander door wie hij is erkend of wiens kind hij door wettiging zonder erkenning is geworden.**
@ -5302,7 +5382,7 @@ A = automatisch verlies
B = geen automatisch verlies maar het doen van afstand is mogelijk.
Als volgens de vreemde nationaliteitswetgeving het doen van afstand mogelijk is, betekent dit niet dat dit altijd daadwerkelijk door de Nederlandse autoriteiten wordt verlangd. Van de verplichting om de oorspronkelijke nationaliteit te verliezen, bestaan vrijstellingen. Zie daarvoor artikel 9 lid 3 RWN en artikel 6 Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap (Stcrt. 2003, 54).
Als volgens de vreemde nationaliteitswetgeving het doen van afstand mogelijk is, betekent dit niet dat dit altijd daadwerkelijk door de Nederlandse autoriteiten wordt verlangd. Van de verplichting om de oorspronkelijke nationaliteit te verliezen, bestaan vrijstellingen. Zie daarvoor artikel 9 lid 3 RWN en artikel 6 Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap (Stcrt. 2003, 54).
C = geen automatisch verlies; het doen van afstand is niet mogelijk
@ -5314,9 +5394,7 @@ Onbekend = geen automatisch verlies, tot het tegendeel bewezen is
Als betrokkene verplicht is afstand te doen, dan moet hij een bereidheidsverklaring tekenen. Als betrokkene is vrijgesteld van de plicht om afstand te doen, dan hoeft hij geen bereidheidsverklaring te tekenen.
*Landenlijst*
**Let op!** Deze lijst geldt zowel bij optie als naturalisatie. De afstandsverplichting bij optie op grond van artikel 6, eerste lid en onder e, RWN is op 1 oktober 2010 ingevoerd. De afstandsverplichting geldt niet voor de overige optiecategorieën.
**Let op!** Deze lijst geldt zowel bij optie als naturalisatie. De afstandsverplichting bij optie op grond van artikel 6, eerste lid en onder e, RWN is op 1 oktober 2010 ingevoerd. De afstandsverplichting geldt niet voor de overige optiecategorieën.
Met bevoegde autoriteit wordt bedoeld de bevoegde instantie die de optieverklaring of het naturalisatieverzoek in ontvangst neemt:
@ -5333,83 +5411,83 @@ voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten: de PIVA;
voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistratie.
| Afghanistan | B |
| Afghanistan | C De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Afghaanse nationaliteit. Bij een naturalisatieverzoek en bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) ingediend/afgelegd op of na 1 oktober 2023, hoeft geen bereidheidsverklaring tot het doen van afstand meer te worden ondertekend. C: vanaf 1 oktober 2023 |
| --- | --- |
| Albanië | B |
| Algerije | C |
| Andorra | A |
| Angola | C (m.i.v. 1 januari 2015) De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Angolese nationaliteit. Bij een naturalisatieverzoek en bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) ingediend/afgelegd op of na 1 januari 2015, hoeft geen bereidheidsverklaring tot het doen van afstand meer te worden ondertekend. |
| Angola | C (m.i.v. 1 januari 2015) De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Angolese nationaliteit. Bij een naturalisatieverzoek en bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) ingediend/afgelegd op of na 1 januari 2015, hoeft geen bereidheidsverklaring tot het doen van afstand meer te worden ondertekend. |
| Antigua en Barbuda | B |
| Argentinië | C, echter B ingeval van tot Argentijn genaturaliseerden. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.04.2017 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.04.2017. Tot 01.04.2017 was het A voor genaturaliseerde Argentijnen. |
| Argentinië | C, echter B ingeval van tot Argentijn genaturaliseerden. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.04.2017 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.04.2017. Tot 01.04.2017 was het A voor genaturaliseerde Argentijnen. |
| Armenië | B |
| Australië | B De Australische nationaliteit ging tot 03.04.2002 automatisch verloren bij naturalisatie tot Nederlander. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.11.2002 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Australië | B De Australische nationaliteit ging tot 03.04.2002 automatisch verloren bij naturalisatie tot Nederlander. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.11.2002 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Azerbeidzjan | B |
| Bahamas | B Bij 18-, 19- of 20-jarigen wordt het doen van afstand alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 30.08.2021 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 30.08.2021. Tot 30.08.2021: afstand doen is alleen mogelijk vanaf 21 jaar. |
| Bahamas | B Bij 18-, 19- of 20-jarigen wordt het doen van afstand alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 30.08.2021 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 30.08.2021. Tot 30.08.2021: afstand doen is alleen mogelijk vanaf 21 jaar. |
| Bahrein | B |
| Bangladesh | C |
| Barbados | B |
| Belarus (Wit-Rusland) | Zie Wit-Rusland |
| België | B (sinds 28.04.2008) Met ingang van 28.04.2008 is België geen partij meer bij Hoofdstuk I van het Verdrag van Straatsburg. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 28 april 2008. Tot 28.04.2008 gold A, D. Het doen van afstand wordt bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) gevraagd als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| België | B (sinds 28.04.2008) Met ingang van 28.04.2008 is België geen partij meer bij Hoofdstuk I van het Verdrag van Straatsburg. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 28 april 2008. Tot 28.04.2008 gold A, D. Het doen van afstand wordt bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) gevraagd als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Belize | B |
| Benin | B |
| Bhutan | A |
| Bolivia | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Bosnië-Herzegovina | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1-7-2014 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1-7-2014. |
| Bolivia | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Bosnië-Herzegovina | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1-7-2014 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1-7-2014. |
| Botswana | A |
| Brazilië | B |
| Brunei | A |
| Bulgarije | B |
| Burkina Faso | C (m.i.v. 1 januari 2015) De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Burkinese nationaliteit. Bij een naturalisatieverzoek en bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) ingediend/afgelegd op of na 1 januari 2015, hoeft geen bereidheidsverklaring tot het doen van afstand meer te worden ondertekend. Van 5 maart 2009 tot 1 januari 2015: B |
| Burundi | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.03.2002 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Burkina Faso | C (m.i.v. 1 januari 2015) De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Burkinese nationaliteit. Bij een naturalisatieverzoek en bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) ingediend/afgelegd op of na 1 januari 2015, hoeft geen bereidheidsverklaring tot het doen van afstand meer te worden ondertekend. Van 5 maart 2009 tot 1 januari 2015: B |
| Burundi | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.03.2002 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Cambodja | B |
| Canada | B |
| Centraal-Afrikaanse Republiek | A |
| Chili | B Tot Chileen genaturaliseerden verliezen hun Chileense nationaliteit vanaf 26 augustus 2005 niet meer automatisch maar moeten, net als Chilenen door geboorte, ook afstand doen. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.02.2008 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Chili | B Tot Chileen genaturaliseerden verliezen hun Chileense nationaliteit vanaf 26 augustus 2005 niet meer automatisch maar moeten, net als Chilenen door geboorte, ook afstand doen. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.02.2008 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| China | A |
| Colombia | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Colombia | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Comoren, de | B |
| Congo (Volksrepubliek) | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1-7-2014 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1-7-2014. |
| Congo (Volksrepubliek) | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1-7-2014 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1-7-2014. |
| Congo (Democratische Rep., vh Zaïre) | A |
| Costa Rica | C |
| Cuba | C (m.i.v. 1 oktober 2010) De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Cubaanse nationaliteit. |
| Cuba | C (m.i.v. 1 oktober 2010) De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Cubaanse nationaliteit. |
| Cyprus | B |
| Denemarken | B Met ingang van 26.08.2015 is Denemarken geen partij meer bij Hoofdstuk I van het Verdrag van Straatsburg. Tot 01.04.2016: A + D. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.04.2016 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder 3, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.04.2016. |
| Djibouti | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Denemarken | B Met ingang van 26.08.2015 is Denemarken geen partij meer bij Hoofdstuk I van het Verdrag van Straatsburg. Tot 01.04.2016: A + D. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.04.2016 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder 3, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.04.2016. |
| Djibouti | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Dominica | B |
| Dominicaanse Republiek | B (m.i.v. 1 oktober 2020) Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN), ingediend vanaf 1 oktober 2020. Vanaf 1 oktober 2020 moet een bereidheidsverklaring tot het doen van afstand worden ondertekend. |
| Duitsland | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 28.08.2007 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. Geen partij meer bij het verdrag van Straatsburg m.i.v. 22.12.2002. Tot 28.08.2007 ging de Duitse nationaliteit automatisch verloren, tenzij de Duitse autoriteiten, met instemming van de Nederlandse autoriteiten, behoud van de Duitse nationaliteit hadden goedgekeurd. |
| Ecuador | C, echter B ingeval van tot Ecuadoriaan genaturaliseerden. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 30.08.2021 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 30.08.2021. Tot 30.08.2021: C. |
| Egypte Met het oog op de actualiteit van de basisregistratie personen voegt de IND aan de bekendmaking aan de bevoegde autoriteit dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Egyptische autoriteiten toe. Let op! De Egyptische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming**en** nadat het verlies van de Egyptische nationaliteit is gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant. Zodra betrokkene een kopie van de publicatie in de Egyptische Staatscourant heeft overgelegd, zal de IND de bevoegde autoriteit hiervan op de hoogte stellen en verzoeken de (gemeentelijke) basisadministratie aan te passen. | B Betrokkene moet zich tot het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken wenden om toestemming te krijgen voor het verkrijgen van een andere nationaliteit. Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap de beoogde toestemming van het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Egyptische ambassade. De verklaring van de Egyptische ambassade legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van het naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd dan wel ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren/opsturen bij/naar de bevoegde autoriteit waar de optieverklaring is afgelegd of het IND-kantoor waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Op de optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt pas beslist als de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid, RWN. Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt na de verlengingstermijn/ laatste aanhoudingstermijn bevestigd of ingewilligd als nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, **mits** de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Egyptische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. Nadat het Nederlanderschap is verleend of verkregen moet betrokkene, totdat daadwerkelijk afstand is gedaan van de Egyptische nationaliteit, nog de volgende handelingen verrichten: Inleveren van het Egyptische paspoort en/of ID-kaart bij de bevoegde autoriteit; Verzoek indienen bij het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken om de Egyptische nationaliteit officieel te laten schrappen. Het opgeven van de Egyptische nationaliteit wordt gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant; Betrokkene moet een bewijs publicatie verlies Egyptische nationaliteit overleggen aan de IND. Genoemde stukken moeten zijn voorzien van een vertaling, gemaakt door een beëdigd vertaler. Een afstandsplichtige betrokkene (die niet onder één van de vrijstellingscategorieën voor de verplichting tot het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit valt) wordt ook gevraagd een verklaring (model 1.14-1b bij optie en model 2.5/2.5a bij naturalisatie) dat de Egyptische autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Egyptische nationaliteit. Uit artikel 10 van de Egyptische nationaliteitswetgeving blijkt namelijk dat de mogelijkheid bestaat om na de verkregen toestemming om een andere nationaliteit aan te nemen en het hieropvolgende verlies van de Egyptische nationaliteit binnen één jaar na verkrijging van de andere nationaliteit om behoud kan worden gevraagd van de Egyptische nationaliteit. Om de betrokkene duidelijk te maken dat dit niet de bedoeling is, moet model 1.14-1b (bij optie) en model 2.5/2.5a (bij naturalisatie) getekend worden. |
| El Salvador | B, echter in sommige gevallen A. B: voor Salvadoranen door geboorte. A: tot Salvadoraan genaturaliseerden verliezen de Salvadoraanse nationaliteit automatisch als zij vijf jaren zonder onderbreking buiten El Salvador verblijven. |
| Dominicaanse Republiek | B (m.i.v. 1 oktober 2020) Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN), ingediend vanaf 1 oktober 2020. Vanaf 1 oktober 2020 moet een bereidheidsverklaring tot het doen van afstand worden ondertekend. |
| Duitsland | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 28.08.2007 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. Geen partij meer bij het verdrag van Straatsburg m.i.v. 22.12.2002. Tot 28.08.2007 ging de Duitse nationaliteit automatisch verloren, tenzij de Duitse autoriteiten, met instemming van de Nederlandse autoriteiten, behoud van de Duitse nationaliteit hadden goedgekeurd. |
| Ecuador | C, echter B ingeval van tot Ecuadoriaan genaturaliseerden. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 30.08.2021 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 30.08.2021. Tot 30.08.2021: C. |
| Egypte Met het oog op de actualiteit van de basisregistratie personen voegt de IND aan de bekendmaking aan de bevoegde autoriteit dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Egyptische autoriteiten toe. Let op! De Egyptische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming**en** nadat het verlies van de Egyptische nationaliteit is gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant. Zodra betrokkene een kopie van de publicatie in de Egyptische Staatscourant heeft overgelegd, zal de IND de bevoegde autoriteit hiervan op de hoogte stellen en verzoeken de (gemeentelijke) basisadministratie aan te passen. | B Betrokkene moet zich tot het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken wenden om toestemming te krijgen voor het verkrijgen van een andere nationaliteit. Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap de beoogde toestemming van het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Egyptische ambassade. De verklaring van de Egyptische ambassade legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van het naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd dan wel ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren/opsturen bij/naar de bevoegde autoriteit waar de optieverklaring is afgelegd of het IND-kantoor waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Op de optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt pas beslist als de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid, RWN. Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt na de verlengingstermijn/ laatste aanhoudingstermijn bevestigd of ingewilligd als nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, **mits** de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Egyptische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. Nadat het Nederlanderschap is verleend of verkregen moet betrokkene, totdat daadwerkelijk afstand is gedaan van de Egyptische nationaliteit, nog de volgende handelingen verrichten: - Inleveren van het Egyptische paspoort en/of ID-kaart bij de bevoegde autoriteit; - Verzoek indienen bij het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken om de Egyptische nationaliteit officieel te laten schrappen. Het opgeven van de Egyptische nationaliteit wordt gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant; - Betrokkene moet een bewijs publicatie verlies Egyptische nationaliteit overleggen aan de IND. Genoemde stukken moeten zijn voorzien van een vertaling, gemaakt door een beëdigd vertaler. Een afstandsplichtige betrokkene (die niet onder één van de vrijstellingscategorieën voor de verplichting tot het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit valt) wordt ook gevraagd een verklaring (model 1.14-1b bij optie en model 2.5/2.5a bij naturalisatie) dat de Egyptische autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Egyptische nationaliteit. Uit artikel 10 van de Egyptische nationaliteitswetgeving blijkt namelijk dat de mogelijkheid bestaat om na de verkregen toestemming om een andere nationaliteit aan te nemen en het hieropvolgende verlies van de Egyptische nationaliteit binnen één jaar na verkrijging van de andere nationaliteit om behoud kan worden gevraagd van de Egyptische nationaliteit. Om de betrokkene duidelijk te maken dat dit niet de bedoeling is, moet model 1.14-1b (bij optie) en model 2.5/2.5a (bij naturalisatie) getekend worden. |
| El Salvador | B, echter in sommige gevallen A. B: voor Salvadoranen door geboorte. A: tot Salvadoraan genaturaliseerden verliezen de Salvadoraanse nationaliteit automatisch als zij vijf jaren zonder onderbreking buiten El Salvador verblijven. |
| Equatoriaal-Guinee | A |
| Eritrea | C (met ingang van 1 april 2016) Bij het indienen van een naturalisatieverzoek of het afleggen van een optieverklaring (ex artikel 6, lid 1 onder e) ingediend of afgelegd op of na 1 april 2016, hoeft geen bereidheidsverklaring tot het doen van afstand meer te worden ondertekend. Van 01.07.2010 tot 01.04.2016: B |
| Estland | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022 |
| Eritrea | C (met ingang van 1 april 2016) Bij het indienen van een naturalisatieverzoek of het afleggen van een optieverklaring (ex artikel 6, lid 1 onder e) ingediend of afgelegd op of na 1 april 2016, hoeft geen bereidheidsverklaring tot het doen van afstand meer te worden ondertekend. Van 01.07.2010 tot 01.04.2016: B |
| Estland | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid 1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022 |
| Ethiopië | A |
| Fiji | B Het doen van afstand van de Fijische nationaliteit is sinds 10.04.2009 mogelijk (Staatsburgerschapverordening 2009). Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 01.04.2012. A: tot 10.04.2009. |
| Filipijnen | A, B Met ingang van 17.9.2003 is de Filipijnse nationaliteitswet gewijzigd. Een Filipijn die door geboorte de Filipijnse nationaliteit bezit, verliest niet automatisch de Filipijnse nationaliteit bij het aannemen van een andere nationaliteit De Filipijn kan afstand doen van zijn Filipijnse nationaliteit door het overleggen van een expliciete verklaring aan de Filipijnse autoriteiten. In ander gevallen dan hierboven omschreven geldt A. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 16.11.2005 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Finland | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 19.07.2004 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Frankrijk | B Met ingang van 5 maart 2009 is Frankrijk geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg en het Tweede Protocol. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 (tot 5 maart 2009 gold A, D, E) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Filipijnen | A, B Met ingang van 17.9.2003 is de Filipijnse nationaliteitswet gewijzigd. Een Filipijn die door geboorte de Filipijnse nationaliteit bezit, verliest niet automatisch de Filipijnse nationaliteit bij het aannemen van een andere nationaliteit De Filipijn kan afstand doen van zijn Filipijnse nationaliteit door het overleggen van een expliciete verklaring aan de Filipijnse autoriteiten. In ander gevallen dan hierboven omschreven geldt A. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 16.11.2005 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Finland | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 19.07.2004 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Frankrijk | B Met ingang van 5 maart 2009 is Frankrijk geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg en het Tweede Protocol. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 (tot 5 maart 2009 gold A, D, E) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Gabon | B |
| Gambia | B |
| Georgië | A Een verzoeker om naturalisatie of optant (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) wordt met ingang van 30.08.2021 gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Georgische autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Georgische nationaliteit (model 2.5/2.5a bij naturalisatie en model 1.14-1b bij optie). |
| Ghana | B Het doen van afstand bij naturalisatie wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2001 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. A: tot 05.01.2001 |
| Georgië | A Een verzoeker om naturalisatie of optant (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) wordt met ingang van 30.08.2021 gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Georgische autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Georgische nationaliteit (model 2.5/2.5a bij naturalisatie en model 1.14-1b bij optie). |
| Ghana | B Het doen van afstand bij naturalisatie wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2001 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. A: tot 05.01.2001 |
| Grenada | B |
| Griekenland | B, soms C (m.i.v. 08.03.2021) Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 08.03.2021 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 08.03.2021. Mannen tot 45 jaar oud kunnen geen afstand doen van hun Griekse nationaliteit als ze hun dienstplicht nog niet hebben vervuld. Indien een Griekse man jonger dan 45 aan kan tonen dat hij zijn dienstplicht nog niet heeft vervuld, wordt het doen van afstand niet verlangd. C: tot 08.03.2021 |
| Griekenland | B, soms C (m.i.v. 08.03.2021) Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 08.03.2021 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 08.03.2021. Mannen tot 45 jaar oud kunnen geen afstand doen van hun Griekse nationaliteit als ze hun dienstplicht nog niet hebben vervuld. Indien een Griekse man jonger dan 45 aan kan tonen dat hij zijn dienstplicht nog niet heeft vervuld, wordt het doen van afstand niet verlangd. C: tot 08.03.2021 |
| Groot-Brittannië (en Noord-Ierland) | Zie Verenigd Koninkrijk |
| Guatemala | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Guinee | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022 |
| Guinee-Bissau | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022 |
| Guatemala | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Guinee | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022 |
| Guinee-Bissau | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022 |
| Guyana | B |
| Haïti | A |
| Honduras | A of C (C voor personen die tot Hondurees zijn genaturaliseerd) Tot 1 september 2022: alleen A |
| Honduras | C of A (A voor personen die tot Hondurees zijn genaturaliseerd) Tot 1 september 2022: alleen A |
| Hongarije | B |
| Ierland | B |
| India | A |
| Indonesië | A |
| Irak | B (m.i.v. 01.04.2012) Dit houdt in dat de betrokkene bij de indiening van het verzoek of bij het afleggen van de optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) de bereidheidsverklaring moet ondertekenen. Nadat betrokkene Nederlander is geworden moet hij actie ondernemen om afstand te doen van de Iraakse nationaliteit. Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op 01.04.2012. Tot 01.04.2012 werd geen afstand gevraagd. |
| Iran | C (m.i.v. 1 oktober 2010) De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Iraanse nationaliteit. Bij een naturalisatieverzoek en bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) ingediend/afgelegd op of na 01.10.2010, hoeft geen bereidheidsverklaring tot het doen van afstand meer te worden ondertekend. |
| Irak | B (m.i.v. 01.04.2012) Dit houdt in dat de betrokkene bij de indiening van het verzoek of bij het afleggen van de optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) de bereidheidsverklaring moet ondertekenen. Nadat betrokkene Nederlander is geworden moet hij actie ondernemen om afstand te doen van de Iraakse nationaliteit. Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op 01.04.2012. Tot 01.04.2012 werd geen afstand gevraagd. |
| Iran | C (m.i.v. 1 oktober 2010) De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Iraanse nationaliteit. Bij een naturalisatieverzoek en bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) ingediend/afgelegd op of na 01.10.2010, hoeft geen bereidheidsverklaring tot het doen van afstand meer te worden ondertekend. |
| Israël | B |
| Italië | B Met ingang van 4 juni 2010 is Italië geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg en daarmee ook niet meer bij het Tweede Protocol. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.07.2010 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. A, D, E: tot 01.07.2010 |
| Italië | B Met ingang van 4 juni 2010 is Italië geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg en daarmee ook niet meer bij het Tweede Protocol. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.07.2010 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. A, D, E: tot 01.07.2010 |
| Ivoorkust | A |
| Jamaica | B |
| Japan | A (m.i.v. 08.03.2021) Na het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit dient de voormalige Japanner die is genaturaliseerd tot Nederlander zich te melden bij de Japanse vertegenwoordiging om zijn paspoort in te leveren en om de Japanse nationaliteit in het familieregister te laten doorhalen. Het al dan niet gehoor geven aan deze verplichting doet echter niets af aan het zijn ingetreden van het verlies van de Japanse nationaliteit op het moment van het verkrijgen van het Nederlanderschap. B: tot 08.03.2021 |
@ -5417,67 +5495,67 @@ voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistra
| Jordanië | B |
| Kaapverdië | B |
| Kameroen | A |
| Kazachstan | A: (m.i.v. 1 september 2022) Na het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit dient de voormalige Kazachstaan die is genaturaliseerd tot Nederlander zich binnen 30 dagen te melden bij de Kazachstaanse vertegenwoordiging om zijn paspoort en identiteitsbewijs in te leveren (art. 21 nationaliteitswetgeving Kazachstan). De ambassades registreren dit verlies (art. 31 nationaliteitswetgeving Kazachstan). Het al dan niet gehoor geven aan deze verplichting doet echter niets af aan het zijn ingetreden van het verlies van de Kazachstaanse nationaliteit op het moment van het verkrijgen van het Nederlanderschap. B: tot 1 september 2022. |
| Kenia | B (m.i.v. 01.01.2013) Het doen van afstand van het Keniaanse staatsburgerschap is mogelijk op grond van artikel 19 van de Kenya Citizenship and Immigration Bill, 2011, die op 30 augustus 2011 in werking is getreden. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen genaturaliseerde of van rechtswege Kenianen. Het doen van afstand wordt bij een naturalisatie en optie (ex artikel 6, lid 1 onder e, RWN) alleen gevraagd als dat is ingediend of afgelegd op of na 01.01.2013. Vanaf deze datum moet een bereidheidsverklaring worden ondertekend. A: tot 27.08.2010 (datum inwerkingtreding Grondwet 2010) |
| Kazachstan | A: (m.i.v. 1 september 2022) Na het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit dient de voormalige Kazachstaan die is genaturaliseerd tot Nederlander zich binnen 30 dagen te melden bij de Kazachstaanse vertegenwoordiging om zijn paspoort en identiteitsbewijs in te leveren (art. 21 nationaliteits-wetgeving Kazachstan). De ambassades registreren dit verlies (art. 31 nationaliteitswetgeving Kazachstan). Het al dan niet gehoor geven aan deze verplichting doet echter niets af aan het zijn ingetreden van het verlies van de Kazachstaanse nationaliteit op het moment van het verkrijgen van het Nederlanderschap. B: tot 1 september 2022. |
| Kenia | B (m.i.v. 01.01.2013) Het doen van afstand van het Keniaanse staatsburgerschap is mogelijk op grond van artikel 19 van de Kenya Citizenship and Immigration Bill, 2011, die op 30 augustus 2011 in werking is getreden. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen genaturaliseerde of van rechtswege Kenianen. Het doen van afstand wordt bij een naturalisatie en optie (ex artikel 6, lid 1 onder e, RWN) alleen gevraagd als dat is ingediend of afgelegd op of na 01.01.2013. Vanaf deze datum moet een bereidheidsverklaring worden ondertekend. A: tot 27.08.2010 (datum inwerkingtreding Grondwet 2010) |
| Kirgizië | B |
| Kiribati | B, echter in sommige gevallen A Personen van Kiribatische afstamming moeten afstand doen. Personen die de Kiribatische nationaliteit door naturalisatie hebben verkregen, verliezen deze nationaliteit automatisch bij het verkrijgen van een andere nationaliteit. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Kiribati | B, echter in sommige gevallen A Personen van Kiribatische afstamming moeten afstand doen. Personen die de Kiribatische nationaliteit door naturalisatie hebben verkregen, verliezen deze nationaliteit automatisch bij het verkrijgen van een andere nationaliteit. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Koeweit | A |
| Kosovo | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Kosovo | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Kroatië | B |
| Laos | B |
| Lesotho | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid 1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022 |
| Lesotho | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022 |
| Letland | B |
| Libanon | B |
| Liberia | A |
| Libië | A Een verzoeker om naturalisatie of optant (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) wordt met ingang van 30.08.2021 gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Libische autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Libische nationaliteit (model 2.5/2.5a bij naturalisatie en model 1.14-1b bij optie). |
| Liberia | C |
| Libië | A Een verzoeker om naturalisatie of optant (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) wordt met ingang van 30.08.2021 gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Libische autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Libische nationaliteit (model 2.5/2.5a bij naturalisatie en model 1.14-1b bij optie). |
| Liechtenstein | B |
| Litouwen | A |
| Luxemburg | B Sinds 10.07.2009 is Luxemburg geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg. Het doen van afstand bij naturalisatie wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend na 10.07.2009 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. A, D, E: tot 10.07.2009. |
| Luxemburg | B Sinds 10.07.2009 is Luxemburg geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg. Het doen van afstand bij naturalisatie wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend na 10.07.2009 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. A, D, E: tot 10.07.2009. |
| Madagaskar | A |
| Malawi | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022 |
| Malawi | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022 |
| Maldiven | B |
| Maleisië | B In de hieronderstaande gevallen C: Mannen en vrouwen jonger dan 21 jaar kunnen geen afstand doen (zij het voor vrouwen jonger dan 21 alleen als zij ongehuwd zijn. Gehuwde vrouwen jonger dan 21 jaar kunnen wel afstand doen). In de gevallen dat iemand vanwege de leeftijd geen afstand heeft kunnen doen, en iemand bereikt vervolgens de leeftijd van 21 jaar, dan hoeft niet alsnog afstand gedaan te worden. |
| Mali | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. C: tot 1 september 2022. |
| Maleisië | B In de hieronderstaande gevallen C: Mannen en vrouwen jonger dan 21 jaar kunnen geen afstand doen (zij het voor vrouwen jonger dan 21 alleen als zij ongehuwd zijn. Gehuwde vrouwen jonger dan 21 jaar kunnen wel afstand doen). In de gevallen dat iemand vanwege de leeftijd geen afstand heeft kunnen doen, en iemand bereikt vervolgens de leeftijd van 21 jaar, dan hoeft niet alsnog afstand gedaan te worden. |
| Mali | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. C: tot 1 september 2022. |
| Malta | B |
| Marokko | C De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Marokkaanse nationaliteit. |
| Marshalleilanden | B |
| Mauritanië | A Een verzoeker om naturalisatie of optant (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) wordt met ingang van 1 januari 2015 gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Mauritaanse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Mauritaanse nationaliteit (model 2.5/2.5a bij naturalisatie en model 1.14-1b bij optie). |
| Mauritanië | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 oktober 2023. Vanaf 1 oktober 2023 moet een bereidheidsverklaring tot het doen van afstand worden ondertekend. A: tot 1 oktober 2023. |
| Mauritius | B |
| Mexico | B, echter A in geval van tot Mexicaan genaturaliseerden. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 30.08.2021 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 30.08.2021. Tot 30.08.2021: C voor als Mexicaan geborenen. |
| Micronesia | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Mexico | B, echter A in geval van tot Mexicaan genaturaliseerden. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 30.08.2021 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 30.08.2021. Tot 30.08.2021: C voor als Mexicaan geborenen. |
| Micronesia | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Moldavië | B |
| Monaco | A |
| Mongolië | B |
| Montenegro | A Op grond van artikel 24 aanhef en lid 1 van de Montenegrijnse nationaliteitswet verliest een meerderjarige Montenegrijnse staatsburger, die tevens het staatsburgerschap van een vreemde mogendheid bezit, van rechtswege het Montenegrijnse staatsburgerschap indien hij vrijwillig het staatsburgerschap van een vreemde mogendheid verkrijgt. Vanaf 01.04.17 hoeft van een Montenegrijn die Nederlander wordt, geen afstand te worden gevraagd van de Montenegrijnse nationaliteit aangezien hij deze van rechtswege verliest. Tot 01.04.2017 was het B. |
| Mozambique | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Montenegro | A Op grond van artikel 24 aanhef en lid 1 van de Montenegrijnse nationaliteitswet verliest een meerderjarige Montenegrijnse staatsburger, die tevens het staatsburgerschap van een vreemde mogendheid bezit, van rechtswege het Montenegrijnse staatsburgerschap indien hij vrijwillig het staatsburgerschap van een vreemde mogendheid verkrijgt. Vanaf 01.04.17 hoeft van een Montenegrijn die Nederlander wordt, geen afstand te worden gevraagd van de Montenegrijnse nationaliteit aangezien hij deze van rechtswege verliest. Tot 01.04.2017 was het B. |
| Mozambique | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Myanmar (Birma) | A |
| Namibië | A, voor Namibiërs door registratie of naturalisatie. B, voor Namibiërs door geboorte, afstamming of huwelijk. Het doen van afstand bij naturalisatie wordt alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2001 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Namibië | A, voor Namibiërs door registratie of naturalisatie. B, voor Namibiërs door geboorte, afstamming of huwelijk. Het doen van afstand bij naturalisatie wordt alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2001 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Nauru | B Het doen van afstand van de Nauruaanse nationaliteit is met ingang van 30.12.2005 mogelijk (Wet van het staatsburgerschap van Nauru van 2005). Het doen van afstand wordt alleen gevraagd aan betrokkene als de optieverklaring/ het naturalisatieverzoek is afgelegd/ingediend op of na 01.04.2012. C: tot 30.12.2005 |
| Nepal | A |
| Nicaragua | C Vanaf 19 januari 2000 (wijziging Grondwet) treedt ook geen automatisch verlies meer op voor Nicaraguanen die de Nicaraguaanse nationaliteit niet door geboorte hebben gekregen maar door naturalisatie. |
| Nicaragua | C Vanaf 19 januari 2000 (wijziging Grondwet) treedt ook geen automatisch verlies meer op voor Nicaraguanen die de Nicaraguaanse nationaliteit niet door geboorte hebben gekregen maar door naturalisatie. |
| Nieuw-Zeeland | B |
| Niger | C: m.i.v. 1 september 2022 A: tot 1 september 2022. |
| Nigeria | B, in sommige gevallen A. Tot Nigeriaan genaturaliseerden verliezen de Nigeriaanse nationaliteit wel automatisch. |
| Niger | C: m.i.v. 1 september 2022 A: tot 1 september 2022. |
| Nigeria | B, in sommige gevallen A. Tot Nigeriaan genaturaliseerden verliezen de Nigeriaanse nationaliteit wel automatisch. |
| Noord-Korea | A |
| Noord-Macedonië | B |
| Noorwegen | B (m.i.v. 1 oktober 2020) Noorwegen is vanaf 19 december 2019 niet langer partij bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg. Vanaf 1 januari 2020 is er geen automatisch verlies meer bij het verkrijgen van een vreemde nationaliteit en kan afstand worden gedaan. Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1 oktober 2020 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1 oktober 2020. In deze gevallen moet dus ook vanaf 1 oktober 2020 een bereidheidsverklaring tot het doen van afstand, worden ondertekend. |
| Oeganda (Uganda) | A Een verzoeker om naturalisatie of optant (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) wordt met ingang van 30.08.2021 gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Oegandese autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Oegandese nationaliteit (model 2.5/2.5a bij naturalisatie en model 1.14-1b bij optie). |
| Oekraïne | B Ondanks de tekst van artikel 19, eerste lid van de Oekraïense nationaliteitswet, is van de bevoegde Oekraïense autoriteiten vernomen dat in geval van vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit de Oekraïense nationaliteit eerst verloren wordt als door de President van de Oekraïne aan betrokkene een verklaring van verlies is afgegeven. Daarom moet verzoeker na de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap een verklaring van verlies overleggen, en moet bij het naturalisatieverzoek en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) m.i.v. 01.10.2010 de bereidheidsverklaring tot het doen van afstand worden getekend. |
| Noorwegen | B (m.i.v. 1 oktober 2020) Noorwegen is vanaf 19 december 2019 niet langer partij bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg. Vanaf 1 januari 2020 is er geen automatisch verlies meer bij het verkrijgen van een vreemde nationaliteit en kan afstand worden gedaan. Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1 oktober 2020 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1 oktober 2020. In deze gevallen moet dus ook vanaf 1 oktober 2020 een bereidheidsverklaring tot het doen van afstand, worden ondertekend. |
| Oeganda (Uganda) | A Een verzoeker om naturalisatie of optant (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) wordt met ingang van 30.08.2021 gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Oegandese autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Oegandese nationaliteit (model 2.5/2.5a bij naturalisatie en model 1.14-1b bij optie). |
| Oekraïne | B Ondanks de tekst van artikel 19, eerste lid van de Oekraïense nationaliteitswet, is van de bevoegde Oekraïense autoriteiten vernomen dat in geval van vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit de Oekraïense nationaliteit eerst verloren wordt als door de President van de Oekraïne aan betrokkene een verklaring van verlies is afgegeven. Daarom moet verzoeker na de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap een verklaring van verlies overleggen, en moet bij het naturalisatieverzoek en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) m.i.v. 01.10.2010 de bereidheidsverklaring tot het doen van afstand worden getekend. |
| Oezbekistan | B |
| Oman | B |
| Oostenrijk | A, D Een verzoeker om naturalisatie of optant (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN m.i.v. 01.10.2010) wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Oostenrijkse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Oostenrijkse nationaliteit (model 2.5/2.5a bij naturalisatie en model 1.14-1b bij optie). |
| Oost-Timor | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Pakistan | B of C Afstand is alleen mogelijk voor personen van 21 jaar en ouder. Minderjarigheid in de geldende nationaliteitswetgeving van Pakistan is gedefinieerd als jonger dan 21 jaar. Van personen van 18 tot 21 jaar wordt daarom niet gevraagd om afstand te doen. Het doen van afstand bij naturalisatie wordt alleen gevraagd aan een verzoeker die 21 jaar of ouder is op het moment van indiening van het naturalisatieverzoek en als het verzoek is ingediend op of na 01.07.10. Deze verzoekers moeten model 2.4/2.4a ondertekenen. Het doen van afstand bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) wordt alleen gevraagd aan een optant die 21 jaar of ouder is op het moment van het afleggen van de optieverklaring en als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. Deze optanten moeten model 1.14-1a ondertekenen. |
| Palau (Belau) | A |
| Oostenrijk | A, D Een verzoeker om naturalisatie of optant (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN m.i.v. 01.10.2010) wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Oostenrijkse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Oostenrijkse nationaliteit (model 2.5/2.5a bij naturalisatie en model 1.14-1b bij optie). |
| Oost-Timor | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Pakistan | B of C Afstand is alleen mogelijk voor personen van 21 jaar en ouder. Minderjarigheid in de geldende nationaliteitswetgeving van Pakistan is gedefinieerd als jonger dan 21 jaar. Van personen van 18 tot 21 jaar wordt daarom niet gevraagd om afstand te doen. Het doen van afstand bij naturalisatie wordt alleen gevraagd aan een verzoeker die 21 jaar of ouder is op het moment van indiening van het naturalisatieverzoek en als het verzoek is ingediend op of na 01.07.10. Deze verzoekers moeten model 2.4/2.4a ondertekenen. Het doen van afstand bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) wordt alleen gevraagd aan een optant die 21 jaar of ouder is op het moment van het afleggen van de optieverklaring en als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. Deze optanten moeten model 1.14-1a ondertekenen. |
| Palau (Belau) | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 oktober 2023. Vanaf 1 oktober 2023 moet een bereidheidsverklaring tot het doen van afstand worden ondertekend. A: tot 1 oktober 2023. |
| Panama | A |
| Papoea-Nieuw-Guinea | A |
| Paraguay | B, in sommige gevallen A. Tot Paraguayaan genaturaliseerden verliezen de Paraguayaanse nationaliteit wel automatisch. |
| Paraguay | B, in sommige gevallen A. Tot Paraguayaan genaturaliseerden verliezen de Paraguayaanse nationaliteit wel automatisch. |
| Peru | B |
| Polen | B |
| Portugal | B |
| Qatar | B |
| Roemenië | B |
| Rwanda | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Rwanda | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Rusland = Russische Federatie | B |
| Saint Kitts en Nevis | B |
| Saint Lucia | B |
@ -5486,38 +5564,38 @@ voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistra
| San Marino | B |
| São Tomé en Principe | A |
| Saudi-Arabië Met het oog op de actualiteit van de basisregistratie personen voegt de IND aan de bekendmaking aan de bevoegde autoriteit dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Saudische autoriteiten toe. De Saudische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming. | B Betrokkene moet zich tot de Saudische autoriteiten wenden om toestemming tot verkrijging van een andere nationaliteit te krijgen. Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap de beoogde toestemming van de Saudische autoriteiten hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Saudische autoriteiten. De verklaring van de Saudische autoriteiten legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd dan wel ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren/opsturen bij/naar de bevoegde autoriteit waar de optieverklaring is afgelegd of het IND-kantoor waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Op de optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt pas beslist als de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid, RWN. Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). De optieverklaring of het naturalisatieverzoek wordt na het verstrijken van de verlengingstermijn/laatste aanhoudingstermijn bevestigd dan wel ingewilligd als nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, **mits** de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Saudische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. |
| Senegal | B Op grond van artikel 19 van de nationaliteitswet kan een Senegalees met een buitenlandse nationaliteit toestemming krijgen om op zijn verzoek de Senegalese nationaliteit te verliezen. Deze toestemming wordt per decreet toegekend. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek op of na 01.04.2017 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.04.2017 |
| Senegal | B Op grond van artikel 19 van de nationaliteitswet kan een Senegalees met een buitenlandse nationaliteit toestemming krijgen om op zijn verzoek de Senegalese nationaliteit te verliezen. Deze toestemming wordt per decreet toegekend. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek op of na 01.04.2017 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.04.2017 |
| Servië | B |
| Seychellen | B |
| Sierra Leone | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Sierra Leone | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Singapore | B |
| Slovenië | B |
| Slowakije | A Tot 17.07.2010: B |
| Slowakije | B, in sommige gevallen A In Slowakije gaat de Slowaakse nationaliteit van rechtswege verloren bij de vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit. Uitzondering hierop is de situatie als een Slowaak een vreemde nationaliteit heeft verkregen, nadat hij meer dan vijf jaar toelating en hoofdverblijf heeft gehad in het land waarvan hij de nationaliteit heeft verkregen. In die gevallen zal hij afstand moeten doen van de Slowaakse nationaliteit. Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 oktober 2023. Overigens is de Slowaak, die de Nederlandse nationaliteit heeft gekregen, verplicht om deze verkrijging bij de Slowaakse autoriteiten (diplomatieke vertegenwoordiging) te melden. Voor de gevallen waarin B van toepasssing is: vanaf 1 oktober 2023. |
| Soedan (Sudan) | B Sudanezen die de Zuid-Sudanese nationaliteit verkrijgen, verliezen automatisch hun Sudanese nationaliteit. |
| Solomoneilanden | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022. |
| Solomoneilanden | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022. |
| Somalië | C |
| Spanje | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2003 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. Voor de categorieën die zijn vrijgesteld van de afstandsverplichting geldt: A (drie jaar na de naturalisatie indien betrokkene niet de verklaring aflegt tot behoud van de Spaanse nationaliteit). Een Spanjaard die vóór 09.01.2003 is genaturaliseerd tot Nederlander, en die woonachtig is buiten Spanje, verliest na drie jaar automatisch de Spaanse nationaliteit. Artikel 24 van de Spaanse nationaliteitswet is per 9 januari 2003 gewijzigd. Aan Spanjaarden die op of na 9 januari 2003 tevens Nederlander zijn geworden, staat Spanje het behoud van de Spaanse nationaliteit toe. De regel van automatisch verlies na drie jaar is nog wel in de wet opgenomen, maar het verlies kan worden voorkomen door tijdig bij de Spaanse autoriteiten een verklaring tot behoud van de Spaanse nationaliteit af te leggen. Met het oog op vermijding van dubbele nationaliteit wordt Spanjaarden die niet in aanmerking komen voor vrijstelling van de afstandsverplichting gevraagd om direct na hun naturalisatie tot Nederlander op grond van artikel 24, tweede lid van de Spaanse nationaliteitswet afstand te doen van de Spaanse nationaliteit. |
| Sri Lanka | A Een verzoeker om naturalisatie of optant (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) wordt met ingang van 30.08.2021 gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Sri Lankaanse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Sri Lankaanse nationaliteit (model 2.5/2.5a bij naturalisatie en model 1.14-1b bij optie). |
| Spanje | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2003 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. Voor de categorieën die zijn vrijgesteld van de afstandsverplichting geldt: A (drie jaar na de naturalisatie indien betrokkene niet de verklaring aflegt tot behoud van de Spaanse nationaliteit). Een Spanjaard die vóór 09.01.2003 is genaturaliseerd tot Nederlander, en die woonachtig is buiten Spanje, verliest na drie jaar automatisch de Spaanse nationaliteit. Artikel 24 van de Spaanse nationaliteitswet is per 9 januari 2003 gewijzigd. Aan Spanjaarden die op of na 9 januari 2003 tevens Nederlander zijn geworden, staat Spanje het behoud van de Spaanse nationaliteit toe. De regel van automatisch verlies na drie jaar is nog wel in de wet opgenomen, maar het verlies kan worden voorkomen door tijdig bij de Spaanse autoriteiten een verklaring tot behoud van de Spaanse nationaliteit af te leggen. Met het oog op vermijding van dubbele nationaliteit wordt Spanjaarden die niet in aanmerking komen voor vrijstelling van de afstandsverplichting gevraagd om direct na hun naturalisatie tot Nederlander op grond van artikel 24, tweede lid van de Spaanse nationaliteitswet afstand te doen van de Spaanse nationaliteit. |
| Sri Lanka | A Een verzoeker om naturalisatie of optant (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) wordt met ingang van 30.08.2021 gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Sri Lankaanse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Sri Lankaanse nationaliteit (model 2.5/2.5a bij naturalisatie en model 1.14-1b bij optie). |
| Suriname | A |
| Swaziland | B |
| Syrië | C |
| Tadzjikistan | A Ingevolge een nieuwe staatsburgerschapswet sinds 15-08-15 verliest een Tadzjiek automatisch zijn staatsburgerschap als hij vrijwillig een andere nationaliteit verkrijgt. Na het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit dient de voormalige Tadzjiek die is genaturaliseerd tot Nederlander zich te melden bij de Tadzjiekse vertegenwoordiging om te vragen om een certificaat van verlies van de Tadzjiekse nationaliteit. Het al dan niet gehoor geven aan deze verplichting doet echter niets af aan het zijn ingetreden van het verlies van de Tadzjiekse nationaliteit op het moment van het verkrijgen van het Nederlanderschap. |
| Taiwan | B Het doen van afstand wordt echter niet gevraagd. Taiwan wordt niet erkend door Nederland. |
| Tanzania | A |
| Thailand | A en soms B Het (automatisch) verlies van de Thaise nationaliteit wordt effectief na publicatie hiervan in de Thaise staatscourant. Op grond van artikel 13 van de Thaise Nationality Act verliest een persoon met de Thaise nationaliteit die is getrouwd met een persoon van niet Thaise nationaliteit niet automatisch de Thaise nationaliteit na naturalisatie tot de nationaliteit van de huwelijkspartner. Hij of zij kan wel afstand doen van de Thaise nationaliteit. Dit wordt in Nederland niet gevraagd aangezien deze persoon valt onder één van de uitzonderingscategorieën (artikel 9 lid 3 RWN). Voor Thaise personen die getrouwd zijn met een niet Nederlandse partner geldt dat zij hun Thaise nationaliteit automatisch verliezen wanneer zij de Nederlandse nationaliteit verkrijgen. Dit geldt dus ook voor een Thaise persoon die getrouwd is met een Thaise partner. |
| Thailand | B Er is geen sprake van automatisch verlies van de Thaise nationaliteit bij het vrijwillig verkrijgen van een andere nationaliteit. Het doen van afstand is mogelijk op grond van de artikelen 14 en 15 van de Thaise nationaliteitswetgeving. Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 oktober 2023. Vanaf 1 oktober 2023 moet een bereidheidsverklaring tot het doen van afstand worden ondertekend. A: tot 1 oktober 2023. |
| Togo | B |
| Tonga | C |
| Trinidad en Tobago | B |
| Tsjaad | B |
| Tsjechië | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1-10-2014 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1-10-2014. |
| Tsjechië | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1-10-2014 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1-10-2014. |
| Tunesië | C |
| Turkije | B Dit geldt ook voor mannelijke Turkse onderdanen die hun dienstplicht nog niet hebben vervuld. |
| Turkmenistan | B |
| Tuvalu | B |
| Uruguay | C, echter in sommige gevallen A. Tot Uruguayaan genaturaliseerden verliezen de Uruguayaanse nationaliteit wel automatisch. |
| Vanuatu | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022. |
| Uruguay | C, echter in sommige gevallen A. Tot Uruguayaan genaturaliseerden verliezen de Uruguayaanse nationaliteit wel automatisch. |
| Vanuatu | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022. |
| Vaticaanstad | A |
| Venezuela | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.11.2002 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. A: tot 29.12.1999 |
| Venezuela | C De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Venezolaanse nationaliteit. Bij een naturalisatieverzoek en bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) ingediend/afgelegd op of na 1 oktober 2023, hoeft geen bereidheidsverklaring tot het doen van afstand meer te worden ondertekend. B: tot 1 oktober 2023 |
| Verenigde Arabische Emiraten | A |
| Verenigde Staten van Amerika | B |
| Verenigd Koninkrijk (Groot-Brittannië (en Noord-Ierland)) | B |
@ -5525,8 +5603,8 @@ voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistra
| Wit-Rusland (Belarus) | B |
| IJsland | B |
| Zaïre (Congo, Democratische Republiek) | Zie Congo, Democratische Republiek |
| Zambia | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022. |
| Zimbabwe | A |
| Zambia | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022. |
| Zimbabwe | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 oktober 2023. Vanaf 1 oktober 2023 moet een bereidheidsverklaring tot het doen van afstand worden ondertekend. A: tot 1 oktober 2023. |
| Zuid-Afrika | A Betrokkene wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Zuidafrikaanse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Zuidafrikaanse nationaliteit (model 1.14-1b bij optie en model 2.5/2.5a bij naturalisatie). |
| Zuid-Korea | A |
| Zuid-Sudan | B |
@ -6417,8 +6495,6 @@ WCN: artikelen 1 en 4.1
WvSr: artikel 83 (Eerste Boek), titels I tot en met IV, artikel 205 en titel XII (Tweede Boek), artikel 134a (Tweede Boek)
*Overgangsrecht*
Zie voor het overgangsrecht toelichting bij artikel 14, zesde lid, RWN, paragraaf 2 en de toelichting bij artikel 14, tweede lid, RWN paragraaf 1.1.
### 14-1. Toelichting ad
@ -7295,9 +7371,9 @@ Uit deze bepaling blijkt dat de RWN limitatief de rechtsgronden opsomt waarop he
### 14-8. Toelichting ad
**Met uitzondering van het geval, bedoeld in het eerste lid, heeft geen verlies van het Nederlanderschap plaats indien staatloosheid daarvan het gevolg zou zijn.**
**Met uitzondering van het geval, bedoeld in het eerste lid, vindt geen verlies van het Nederlanderschap plaats indien het gevolg daarvan zou zijn dat betrokkene door geen enkele staat, krachtens en diens wetgeving, als zijn onderdaan wordt beschouwd.**
Hoofdregel bij verlies van het Nederlanderschap is, dat geen verlies optreedt indien dat leidt tot staatloosheid. Op de hoofdregel formuleert dit artikellid één uitzondering, namelijk het geval waarin sprake is van intrekking van het Nederlanderschap op grond van artikel 14, eerste lid, RWN (intrekking wegens valse verklaring, bedrog of verzwijging van een relevant feit). In een dergelijk geval kan het verlies van het Nederlanderschap wél leiden tot staatloosheid.
Hoofdregel bij verlies van het Nederlanderschap is, dat geen verlies optreedt indien dat leidt tot staatloosheid. Op de hoofdregel formuleert dit artikellid één uitzondering, namelijk het geval waarin sprake is van intrekking van het Nederlanderschap op grond van artikel 14, eerste lid, RWN (intrekking wegens valse verklaring, bedrog of verzwijging van een relevant feit). In een dergelijk geval kan het verlies van het Nederlanderschap wél leiden tot staatloosheid.
### 14-9. Toelichting ad
@ -8203,7 +8279,7 @@ Zie de toelichting bij artikel 20 RWN.
## 18
RWN: artikel 24.1
RWN: artikel 24.1
Geen.